Geen echte vakantie

‘Ik baal ervan dat ik mijn kinderen geen echte vakantie kan geven.’

Aan het woord is een man die door zijn scheiding met een hoge restschuld zit. Een bekend verhaal voor mensen die in de crisis zich gedwongen zagen het gezamenlijke huis, dat flink onder water stond, te verkopen.

Geen echte vakantie? Wat is een echte vakantie? Hoezo echte vakantie? Wij gingen nooit op vakantie, ik ben daar helemaal niet slechter van geworden. Ja, vroeger, toen ik klein was, gingen we nog wel met de camper op stap. Zo’n prachtige Volkswagenbus met een reservewiel voorop en een dak dat je omhoog kon zetten. Dan had je er nog twee bedden bij, een soort hangmatten waren dat, van strandstoelenplastic waar je met je blote huid aan bleef plakken.

Waar we naartoe gingen weet ik niet eens meer, dat zijn niet de dingen die je onthoudt. Ik herinner me een Duits vriendinnetje op de camping dus we zullen in ieder geval in Duitsland zijn geweest. Ik rende naar mijn moeder voor een vertaling. ‘Kuck mal’ was het eerste Duits dat ik sprak. Van haar moeder kreeg ik een varkenspoot. Om te eten en dat was best lekker. Dat soort dingen vergeet je niet meer, zo’n hoef op je bord.

Maar dergelijke herinneringen kun je toch ook prima opdoen op de camping in Nederland, Duitsland of Frankrijk? Is een vakantie pas ‘echt’ als je er ver voor moet reizen? Het vliegtuig instapt?

Nee hoor, voor mij is vakantie al een lange tijd: thuis. Maar goed, ik verkeerde dan ook in de luxe positie dat ik voor mijn werk veel van de wereld heb mogen zien en liever thuis bleef als ik vrij was.

Ik vind het jammer dat sommige co-ouders denken dat ze hun kinderen tekort doen als ze geen ‘echte’ vakantie kunnen bieden. Wanneer is dat de norm geworden? Wij zijn toch allemaal opgegroeid in een tijd dat de vakanties aan te rijden waren? Dat waren échte, ouderwetse, degelijke vakanties hoor.

 

Slagroomdruk of -drug

Ik heb jaren in de horeca gewerkt, daar gebruikten we professionele, metalen slagroomspuiten waar gaspatronen in moesten, voor de druk neem ik aan.

Een jaar, misschien anderhalf jaar, geleden begon het me op te vallen dat die patronen op straat lagen. Eerst zag ik er eentje. ‘Oh ja, patroon voor de slagroomspuit, die ken ik nog wel,’ dacht ik. ‘Een vreemde plek om die te verliezen’, maar verder denk je er niet over na.

Op een dag zie je er nog één liggen, en soms een paar bij elkaar. Dat is toch wel erg vreemd. Het vermoeden dat het hier om massaal misbruik van slagroomspuitpatronen gaat begint te dagen en werd voor mij uiteindelijk twee weken geleden bevestigd.

Maar hoe? vraag ik me dan af.

In de patronen zit lachgas – dat wist ik niet – dat in een ballon gespoten wordt en dan ademen de gebruikers het in. Als je meer wilt weten, dit artikel legt het erg goed uit, de effecten en de gevaren .

http://www.sevendays.nl/nieuws/ministerie-gaat-lachgas-onderzoeken

Apart eigenlijk, dat dit nu zo in de mode is. Het effect van lachgas is allang bekend, de patronen zijn ook al lange tijd beschikbaar. Wie begint er met zoiets en hoe wordt zoiets een hype? Dat vind ik nou fascinerend.

Doet me denken aan de gympies, met de veters aan elkaar gebonden, hoog aan de lantarenpalen of elektriciteitsdraden geslingerd. In New York. Maar ook aan onze eigen brug van Dordrecht naar Zwijndrecht, boven het skatepark. Heeft u daar wel eens op gelet? (Mits ze er nog steeds hangen trouwens.) Weet u wat dat oorspronkelijk betekent? Dat een dealer op die hoek verkoopt. Moet je ook maar weten.

En als ik dan toch bezig ben, weet u wat de gedachte is achter die afgrijselijke modetrend waarbij jongens in hun boxershorts rondlopen met hun broek onder hun billen? Omdat in de gevangenis je riem wordt afgenomen. Gangster style dus, dat ze constant hun broek met één hand omhoog moeten houden. En dan vinden ze dat vrouwen raar bezig zijn door schoenen te kopen waar je niet op kunt lopen…

Maar goed, even terug: Slagroomspuitpatronen zijn dus de nieuwe naalden? Zodat iedereen kan zien dat daar iemand high geworden is? Lachen man. Maar niet heus.

Pandora’s box

Als je denkt: ik mis een hoarder in mijn leven en ik wil toch eens zien hoe deze dwangmatige verzamelwoede er in het echt uitziet, en hoe het aanvoelt, dan kan ik je een bezoekje aan Pandora in Dordrecht van harte aanbevelen.

Van hun eigen website valt te lezen:

Pandora is gevestigd in een rijksmonument uit 1735 in de oude binnenstad van Dordrecht. In dit monumentale pand werd in 1850 de eerste Dordtse schouwburg geëxploiteerd. In deze unieke sfeer verkoopt Pandora al sinds 1981 tweedehands boeken, curiosa, kunst & antiek, teveel om op te noemen. Twee van de vier vertrekken zijn gevuld met boeken op vrijwel elk gebied.

En inderdaad, om die boeken is het mij vaak te doen. In twee aaneengesloten vertrekken, twee aaneengesloten panden eigenlijk, is een labyrint van boekenkasten gebouwd. In de achterste ruimte zijn de sierlijke details van de (hele kleine) schouwburg in tact gelaten.

Het is gemakkelijk elkaar kwijt te raken tussen de stellingen en als ik er weer eens rondsnuffel, hoor ik geregeld een vrouw roepen naar haar man. ‘Henk! (of Jan! of Kees!) Henk! Waar ben je?’

Soms hoor je een weggemoffeld en weinig overtuigend: ‘Ik ben hier’ ergens achter vandaan komen.

Mannen roepen nooit naar verdwaalde vrouwen, bedenk ik mij nu.

Ik ga er vanmiddag naartoe, op zoek naar boeken over crime en crime fighters. Boeken uit het genre true crime, studiemateriaal voor een schrijfopdracht. Als ik me volgende week niet meld hier op mijn blog, kom me dan zoeken?

En als ik ergens in het najaar helemaal spoorloos verdwijn, dan is er mogelijk iets anders aan de hand. Meer kan ik er niet over zeggen, over deze spannende opdracht. ;-p

Of ik lig gewoon ergens op een zonnig strand bij te komen, dat kan natuurlijk ook.

 

Al het goede komt in drievoud

Tweeënvijftig weken in een jaar, maar drie goede vriendinnen pikken precies deze week om naar Nederland te komen. Een vriendin uit Australië, een uit Duitsland, een uit IJsland. Twee van de drie logeren bij mij. Uiteindelijk sluit de planning naadloos op elkaar aan, maar bijzonder blijft het wel.

Schitterend, zo’n internationaal leven. Wat is de wereld toch klein, denk je dan, als je via WhatsApp, skype en facebook, contact kunt onderhouden met mensen in Amerika, Afrika en Australië. Niet dat ik erg goed ben in het onderhouden van contacten overigens, maar bevoorrecht voel ik me wel met vrienden en kennissen over de hele wereld.

En hoe bijzonder dat je er binnen 24 uur naartoe zou kunnen reizen, als je wilt. Zo lang is het nog niet geleden dat brieven er maanden over deden en mijn oma een half jaar weg was als ze met de boot naar Nieuw-Zeeland ging om mijn oom op te zoeken. Twee maanden heen, twee maanden daar en twee maanden terug. Of de schreeuwend hoge telefoonrekeningen, ook nog heel recent. Of het extra dun briefpapier voor luchtpost, met een rits postzegels alsof je de koopzegels van de Albert Heijn erop geplakt had. Kortom, de wereld wordt kleiner en groter tegelijk omdat je nu over de hele wereld kunt werken, verliefd kunt worden en vrienden kunt maken.

En hoeveel groter wordt je waardering voor de vrienden die op loopafstand wonen en waar je altijd kunt binnenvallen, want als de nood hoog is, je iemand mist, of elkaar nodig hebt (of denkt nodig te hebben), is elke kilometer, elke meter er één teveel. Dan is de afstand wreed en de wereld ineens veel te groot.

Maar goed, deze week besloten drie lieve vriendinnen naar Nederland af te reizen. Al het goede komt in drievoud, zegt men. Doet me denken aan mijn tijd in New York, de dagen waarin ik met beddengoed en handdoeken liep te sjouwen naar de wasserette, en de bezem weer door mijn appartement haalde om alles weer strak te trekken voor de volgende logés. Fantastisch dat het allemaal kan, denk ik dan.