Tel Aviv

Vorig jaar mei, toen ik naar Tel Aviv vloog, had ik twee uur nodig voor het inchecken bij El Al. Voorbij de muur van jonge mensen met machinegeweren, in een gedeelte van Schiphol dat ik nog nooit had gezien, kreeg ik een half uur durend kruisverhoor van een streng kijkende jongedame. Na een aantal vragen liep ze weg met mijn paspoort. Ze kwam terug en vroeg me precies dezelfde vragen een tweede keer. Controlevragen. Maar ze was nog niet tevreden: ik had teveel vreemde visa en stempels in mijn paspoort van landen die Israël niet liggen, ik kreeg een gele sticker en dat betekende dat ik een kelder in moest. De kelder waar overigens alle ingecheckte bagage voor Tel Aviv ook wordt gescand en wordt geopend. Daar moest ik werkelijk alles afgeven aan een andere strenge jongedame. Mijn paspoort, mijn telefoon, alles. Alleen de kleren aan mijn lijf mocht ik aanhouden. Ik werd in een wachtkamer gezet terwijl zij God weet wat met mijn spullen kon doen. Ze vertrouwden mij niet, maar ik moest er maar op vertrouwen dat mijn spullen veilig waren bij haar.

Ik zat in de wachtruimte met een handjevol andere mensen, we durfden elkaar nauwelijks aan te kijken, laat staan te praten. We keken allemaal maar een beetje naar onze voeten. Af en toe wisselden een vrouw en ik een voorzichtige, veelzeggende blik: we vonden het allemaal maar een beetje vreemd en een beetje eng. Uiteindelijk fluisterde ze:

‘Ik heb m’n benen maar geschoren vanochtend, want ik heb gehoord dat je je tot je ondergoed moet uitkleden.’ Zachtjes gniffelden we hier samen om. Eenmaal in Tel Aviv hebben we samen een taxi genomen en heb ik haar afgezet bij haar hotel. Ze ging backpacken met een Duits meisje wat ze nog niet kende, maar hier zou gaan ontmoeten. Dat vond ik wel heel stoer.

Afgelopen zaterdag vloog ik weer naar Tel Aviv. Handenwrijvend vertrok ik al vroeg naar Schiphol. Ik zou weer inspiratie op gaan doen voor een nieuwe blogpost. Ik vloog deze keer met KLM.

‘Hoe laat zal ik naar de gate gaan?’ vroeg ik aan het meisje achter de incheckbalie. We zouden om 20.50 uur vertrekken.

‘Nou,’ zei ze, terwijl ze automatisch op haar horloge keek, ‘het is zes minuten lopen vanuit de KLM Lounge, ik zou om 20.15 de lounge verlaten.’ Ik keek haar met grote ogen aan. Ze wist duidelijk niet waar ze het over had, ze had het kruisverhoor natuurlijk nooit aan den lijven ondervonden.

Kwart voor acht stond ik bij de gate en dat vond ik al heel dapper van mezelf dat ik nog zo lang in de lounge was blijven zitten.

Niemand. Geen geweren, geen kelders. Een hele vriendelijke meneer die me een aantal vragen vroeg over mijn bagage, me even diep in de ogen keek en knikte. Zelfs de body scan lichtte groen op en zei ‘OK’ terwijl ik al in de spreidstand stond. Nou moe.

‘Ik vlieg alleen nog maar met KLM naar Tel Aviv,’ schreef ik mijn collega in het land van melk en honing.

‘Ja,’ antwoordde hij, ‘maar het zal je niet helpen om het land weer uit te komen.’

En dat is waar. Israël in komen is nog niets vergeleken bij het land weer uit komen.

‘Waarom is dat toch?’ vroeg ik hem nadat ik daar vorig jaar drie uur over gedaan had. Je zou denken, met zo’n welkom, dat ze graag weer van je af zijn.

‘Als er een vliegtuig dat vanuit Tel Aviv vertrekt en bijvoorbeeld wordt gekaapt, dan is het onze schuld, onze verantwoordelijkheid,’ legde hij me uit.

Ja, zo had ik het nog niet bekeken. Maar goed, dat is voor later zorg. Het land in viel me deze keer in ieder geval reuze mee. Verwacht je een keer spanning onderweg en dan loopt alles als een zonnetje!

Tinder

Ik ben overstag, ik zit sinds een week of twee ook op Tinder. Ik dacht, laat ik het nu maar doen want stel je voor dat het boek New York in 40 dates een succes wordt, dan kom ik nooit meer aan een date natuurlijk.

Voor de duidelijkheid, heren, mochten jullie dit lezen: ik ben niet van plan om over dates met Nederlandse mannen te schrijven. De wereld is veel te klein. Het zou je broer kunnen zijn, waar je over leest (in mijn geval zou ik je vader ook niet uitsluiten), je collega of je buurman. En dat zou ik mijn dates niet aan willen doen. New York is ver weg en anoniem, de mensen waar ik over schrijf kun je onmogelijk kennen.

Maar goed, hoewel ik dus verder niet zo veel wil vertellen over wie ik dan wel of niet ontmoet via Tinder, valt er nog wel wat op te merken over de profielen! Zomaar wat dingen die mij opgevallen zijn. Niet dat ik nou de expert ben, maar een beetje terugkoppeling is misschien geen slecht idee. Dus, heren, voel je niet meteen aangesproken, maar steek er gewoon wat van op.

Wat ik op mannelijke profielen heb gezien en wat NIET werkt:

  • Een foto van je motor of je auto (zonder jou er op). Erger nog: een scooter.
  • Profielfoto met je vrienden waar niet duidelijk is op welke man ik me mag verlekkeren. Zeker als uit de andere foto’s blijkt dat ik je vriend(en) eigenlijk leuker vind.
  • Foto’s met de hele familie er op. Te vroeg.
  • Foto’s met bijna volwassen dochters, er vanuit gaande dat het je dochters zijn, bij sommige profielen twijfel ik daaraan. Nog erger is een foto van alleen je dochter. Waarom? Het profiel gaat toch om jou?!
  • Vijf van de zes foto’s met je duim omhoog. Twee keer leuk, niet bij elke foto. Niet cool. Beetje afwisselen.
  • Geen tekst en geen foto. Dan ben je dus gewoon een voyeur. Flauw hoor.

Nou, wat werkt er dan wel? Volgens mij werkt dit WEL:

  • Humor. Altijd. Overal.
  • Een leuke, duidelijke foto van je gezicht. Recent. Alleen. Zonder zonnebril.
  • Minstens drie foto’s, liefst beetje afwisselend.
  • Steek een beetje energie in je tekst. Veel ruimte is er toch niet, dus het hoeft echt geen essay te zijn. Schrijf een paar steekwoorden die jou omschrijven, waar je van houdt en misschien iets over wat je zoekt. Ik denk dat vrouwen eerder de tekst zullen lezen dan mannen, dus maak er wat aantrekkelijks van.
  • Honden doen het bij mij echt ontzettend goed. Niet een foto van alleen de hond als je profiel foto instellen natuurlijk, maar zet ‘m er gerust bij. Ik zie persoonlijk liever een foto van je hond dan van je tieners.
  • Kinderen tot een jaar of tien vind ik nog wel schattig op een foto – dan wil ik ook nog wel over het hoofd zien dat we op een datingsite zitten – maar niet foto’s van alleen je kinderen en niet meteen als je profielfoto. Persoonlijk heb ik liever dat je in de tekst zet dat je kinderen hebt.

Oké, ga ik weer.

Nope

Nope

Nope

Nope

Hm… Nope

Hé, buurman!

Nope

Wauw, sta je er nou echt met een kip op?! Nope

Nope

Nope…

Oe! Like!

Kill your darlings: Looks good on paper

Het vorige ‘kill your darlings’ verhaal is goed ontvangen. Jullie vonden het leuk om te lezen, vernam ik uit verschillende hoeken. Dat is mooi, want dit zijn de verhalen zijn die de selectie niet gehaald hebben, dus hopelijk halen jullie nog meer plezier uit de verhalen in mijn boek!

Voor de nieuwkomers: er zijn een aantal verhalen (van dates) die het boek New York in 40 dates niet hebben gehaald. Schrijven is schrappen. Kill your darlings. Ik wil hier een paar van deze verhalen alsnog met je delen.


 

Looks good on paper

New York, maart 2009

Neil is manager van een klein bedrijfje in het Financial District wat iets doet met games voor mobiele telefoons. Neil, of beter gezegd zijn bedrijf, huurt tijdelijk een gruwelijk duur appartement in het Financial District, maar hij woont officieel nog in North Carolina. Daar wonen ook zijn ex-vrouw en zijn kinderen. Neil gaat op zoek naar een permanent appartement in New York en zal dan regelmatig op en neer reizen. North Carolina is voor Amerikaanse begrippen echt om de hoek. Dat kun je in zo’n 9 uur aanrijden, dat is niets.

bron: clipartbest.com
bron: clipartbest.com

Neil ziet er veelbelovend uit op papier: een grote, lange man, echt een boom van een vent – zo eentje waar je in wilt klimmen – en dat vind ik fijn, want ik ben een huis van een vrouw. Hij is aantrekkelijk op een Amerikaanse, tikkeltje conservatieve, manier.

We ontmoeten elkaar voor het gebouw – zo’n enorme skyscraper – waar hij zijn tijdelijke flat heeft. We vinden een bar in de buurt en daar komen we er al snel achter dat het toch niet helemaal klikt. Neil is een aardige man, maar erg gespannen en begint onder andere met me te vertellen dat hij erg perfectionistisch. Ik weet niet zo goed wat ik met die opmerking aan moet. Ik bestel een glas wijn en hij een cola.

‘Ik drink bijna niet meer,’ vertelt hij, ‘want ooit dronk ik vier flessen wijn op een dag.’

‘Oké…’ antwoord ik. ‘Wauw.’

‘En verder,’ voegt hij er aan toe, ‘heb ik ADD, Attention Deficit Disorder, waar ik medicijnen voor slik en dan kan ik beter geen alcohol drinken.’

‘Oké…’

Dit is allemaal heel eerlijk, begrijpelijk en menselijk, maar tegelijkertijd niet bijzonder aantrekkelijk voor een eerste date. Ik zou niet beginnen met deze informatie, bijvoorbeeld. Bovendien is het erg rumoerig in de bar; we moeten veel moeite doen om elkaar te verstaan en om onszelf verstaanbaar te maken. Dat helpt de situatie natuurlijk ook niet.

Na het eerste drankje stelt hij voor dat we verkassen, hij neemt me mee naar een wijnbar in de buurt. Het is een mooie zaak en veel rustiger, maar de schade is al aangericht.

‘We hadden hier meteen naar toe moeten gaan,’ merkt hij terecht op. Hij neemt nu toch een glas wijn, maar moet na twee slokken ‘plotseling’ weg om vrienden te ontmoeten voor het diner. Oké… Twijfelachtige exit.

Hij rekent af. Ik besluit nog even te blijven om mijn drankje op te drinken. Een beetje verbluft kijk ik, door de grote glazen gevel, toe hoe hij een taxi aanhoudt, instapt en verdwijnt. Het enigszins stormachtige komen en gaan van Neil die er op papier toch zo veelbelovend uitzag.

Ik blijf een blondje

Ik luister graag naar popular science podcasts, zoals ‘stuff you should know’, ‘60 seconds science’ of ‘Science Friday’. Al die podcasts vullen mijn hoofd met onzinnige weetjes die ik leuk en interessant vind, maar waar ik maar de helft van kan onthouden. Op de meest ongelegen momenten schieten deze halve weetjes me te binnen en gooi ik ze gedachteloos in een gesprek.

Ik ben een hele slechte voor cocktail parties, want met dit soort halve statements slaat het gesprek dood als bier in een glas waar melk in gezeten heeft. Het begint altijd met ‘ik heb ergens gehoord of gelezen dat…’ en eindigt in een anti-climax.

Zo heb ik ergens gehoord of gelezen dat mensen met rood haar een actiever seksleven hebben. Ze zijn gewilder en het maakt niet uit of het echt rood is, of geverfd. Uiteraard heb ik meteen mijn blonde krullen in de henna gezet.

Diana Weasley noemden collega's me meteen
‘Diana Weasley’ werd mijn bijnaam

Hoopvol liep ik de eerste paar dagen door de winkelstraten, maar ik kreeg niet meer of minder aandacht dan normaal. Weken gingen voorbij. Niets. De weken werden maanden.

Henna is goed voor je haar, bleef ik mezelf vertellen, want dat had ik namelijk ook ergens gelezen, maar de wonderlijke metamorfose tot een dikke bos haar bleef ook uit.

Ondertussen kwam ik er achter dat, als je je haar een andere kleur geeft, je met uitgroei te maken krijgt. Aangezien ik mijn haar nooit eerder gekleurd had, had ik daar dus niet over nagedacht. Na twee keer de uitgroei te hebben bijgewerkt, gaf ik het op. Wat een gedoe!

Ik ben hard bezig de henna er uit te laten groeien, want nee… je kunt er niet overheen kleuren, en nee… het vervaagt ook niet met de tijd.

Elke keer als ik bij Lotfi, mijn kapper, kom, schudt hij met zijn hoofd en maakt een klakkend geluid met zijn tong. ‘Tja… er zit niets anders op dan het er uit te laten groeien’, zegt hij dan. ‘Volgende keer knippen we het er uit’, belooft hij me telkens weer, maar zo hard groeit mijn haar niet. Hij bedoelt het goed.

Blondes have more fun
Blondes have more fun

Ik weet niet welke helft van het ‘rood haar’ onderzoek ik niet goed begrepen heb, maar ik heb dus zelf wat onderzoek gedaan en mijn conclusie is: Blondes have more fun!