Podcasts

Te vaak, als ik vraag ‘luister je podcasts?’, krijg ik als antwoord dat mensen niet weten wat podcasts zijn. Potverdorie mensen, podcasts zijn gratis en ze zijn een geweldige bron van informatie! Wil je het (internationale) nieuws volgen, een taal leren, verhalen luisteren, je yoga oefeningen voorgezegd krijgen, of wetenswaardigheden oppikken tijdens je uur in de file, dan zijn podcasts echt iets voor jou. Denk aan een soort radioprogramma dat je kunt downloaden en in je eigen tijd kunt beluisteren.

Zelf abonneer (nogmaals: gratis!) ik me op een podcast via iTunes, maar je vind je ze ook op andere platformen zoals Google Play en Stitcher.

Wat achtergrondinformatie, een beetje van mezelf en een beetje van Wikipedia: Een podcast is een audiobestand – vaak een aflevering in een serie uitzendingen – dat wordt aangeboden via het internet. Podcasting als vorm van uitzenden werd al snel populair onder radioamateurs omdat ze niet meer afhankelijk waren van zendtijd op de radio en omdat iedereen het programma, dankzij de draagbare mp3-spelers zoals de iPod, op elk gewenst moment kon beluisteren. De term ‘podcast’ is dan ook een samentrekking van iPod en broadcast en dook voor het eerst op in 2004 in een beschrijving van de nieuwe uitzendtechniek door journalist Ben Hammersley en mede door Adam Curry werd podcasten steeds meer bekend.

In Amerika zijn podcasts veel populairder dan in Nederland, en daar, in New York, ben ik er zelf mee in aanraking gekomen. Als ik ging joggen luisterde ik uiteindelijk liever naar gesproken tekst om mijn aandacht af te leiden van het fysieke ongemak, dan naar muzieknummers die maar al te vaak liefdesverdriet beschrijven en liefdesverdrietig zijn is niet goed voor mijn hardloopmotivatie kwam ik achter.

Ik luister naar podcasts als ik aan het schoonmaken of aan het klussen ben, aan het strijken of het koken. Als ik mediteer, als ik fiets, als ik wandel.

Ik verzeker je, er is voor ieder wat wils, ik raad je sterk aan om eens in de iTunes store te snuffelen. De internationaal meest populaire podcast tot nu toe is Serial en gaat over een waargebeurd, Amerikaans moordmysterie.

Zelf luister ik in ieder geval naar:

Stuff You Should Know – Al sinds het begin ben ik een trouwe luisteraar van Josh en Chuck. Ik heb ze persoonlijk mogen ontmoeten in New York, op hun eerste public event in Brooklyn. We hebben even staan praten, ik heb een biertje voor ze gehaald want ze kwamen maar niet door de mensenmassa heen in de bar. Twee hele sympathieke jongens die overrompeld waren door alle aandacht die ze middels hun podcast kregen. Twee keer per week behandelen ze uiteenlopende onderwerpen als ‘How Dictators Work’, ‘How a Flea Circus Works’, ‘Should Advertising to Kids be Banned?’, et cetera. Je pikt er allerlei wetenswaardigheden op en het is nog goed voor je Engels ook.

The New Yorker: Fiction – Het tijdschrift The New Yorker publiceert sinds mensenheugenis ook korte verhalen. In deze podcast kiest een schrijver een gepubliceerd verhaal van een andere schrijver, leest het voor en bespreekt het met de redacteur van The New Yorker.

Selected Shorts – Ook een podcast waarin Engelstalige korte verhalen worden voorgedragen.

Meditation Oasis – verschillende ‘Guided meditation’ afleveringen waarin de zwoele stem van Mary Maddux me vertelt dat ik al mijn gedachten los moet laten. Heerlijk.

De roltrap

De sportschool waar ik de koekjes en de taartjes en de chocolade teniet probeer te doen, is een vestiging van David Lloyd. Onze sportschool zit op de eerste verdieping, boven een Albert Heijn, een Aldi, een Runnersworld en een Gall & Gall. Om boven te komen kan men kiezen tussen een lift of een roltrap. Er is geen gewone trap.

Ik herinner mij een spottend bedoelde foto van een sportschool in Amerika. Voor het pand waren brede trappen en aan de zijkant was een escalator. Een dame die duidelijk wel wat beweging kon gebruiken – en die dat, te zien aan de sportkleding die ze droeg, inderdaad van plan was te gaan doen op de sportschool –, nam niet de trap maar stond op de roltrap te kijken naar de grote grijze parkeerplaats waar een aantal auto’s zo dicht mogelijk bij de ingang geparkeerd stonden. Dat beeld is me altijd bijgebleven; we gaan naar de sportschool om energie te verbruiken, maar de voor de hand liggende beweging laten we aan ons voorbij gaan.

Laatst kwam ik de sportschool uit en waren twee kinderen, een jongen en een meisje van een jaar of vijf of zes, aan het spelen op de roltrap. Mijn eerste gedachte was: ‘Waar zijn de ouders?! Wat als hun vingertjes…’ maar ik liet het los. De kinderen hadden zo ontzettend veel schik in het naar boven en beneden gaan met de roltrap, dat ik niet anders kon dan glimlachen om dit eenvoudige geluk. Het jongetje stond een paar traptreden voor mij en ging mee naar beneden, het meisje kwam juist omhoog en toen ze elkaar schaterlachend passeerden zwaaiden ze uitbundig naar elkaar. Dit was de allerleukste uitvinding ooit. Dat was duidelijk.

Wie verzint er dan zoiets? Wie zit er zuchtend naar een trap te kijken en denkt “pfff… moet ik heel die trap op? Kan die trap niet bewegen, dat ik dan stil kan blijven staan?”

Nou, dat was Charles Seeberger. Tenminste, hij heeft de eerste roltrap gemaakt als attractie op Coney Island in New York in 1896. De Amerikaan Nathan Ames vroeg al in 1859 patent aan voor zijn ‘roterende trap’ maar heeft het idee nooit uitgevoerd.

Zo, weet je dat ook weer.

Ter afsluiting

En dan zit je op een woensdagavond in een hotelkamer in Lochem, op de begane grond. Ik ruik de open haard. Ik hoor de mannen biljarten. Buiten is het de hele dag al mistig. Het zou hier best idyllisch zijn, ware het niet dat ik een tekst moet opstellen voor de uitvaart van mijn vader morgen.

Dat de beste man is heengegaan, heb ik vrede mee. Hij is 83 jaar geworden en een zachtere dood als de zijne bestaat er volgens mij niet, tenzij hij ‘s avonds naar bed was gegaan en niet meer wakker geworden was, maar alles wijst erop dat hij ongeveer op soortgelijke wijze is ingedommeld. Prachtig. Geen pijn, geen lijden. So far, so good dus. Als je moet gaan, dan alsjeblieft zo.

Maar in de dagen erna voer je als nabestaanden gesprekken die je nooit van je leven dacht te zullen voeren. Over het graf bijvoorbeeld.

‘Een enkel of een dubbeldiep graf?’ vraagt Harold de uitvaartverzorger aan ons terwijl hij met de gemeente aan de telefoon zit. Mijn broer en ik kijken elkaar aan.

‘Enkel,’ antwoorden we in koor.

‘Het is dezelfde prijs,’ zegt Harold. Hij haalt zijn schouder op. Deze informatie krijgt hij ook net via zijn rechteroor binnen.

‘Doe dan maar dubbel.’

De volgende dag heb ik afgesproken met meneer Kok van de gemeente om de toegewezen plaats te bekijken. Ik had er niet op gerekend dat meneer Kok de beheerder van de begraafplaats was. Ik dacht aan een ambtenaar in een klein verantwoord autootje, met een jasje en een dasje. Niet een man in overall met een spade in de hand. Even slikken.

Ik mag binnenkomen in zijn kantoor. Het is meer een soort tuinschuur. Er staat een verrijdbare baar waar de kist mee de begraafplaats op gereden kan worden, een plastic tafel met drie plastic stoelen, een goedgevulde broodtrommel. Een bureau met papieren en mappen, geen computer. Boven het bureau een prikbord. Aan een kabel hangt een rokkostuum, verdeeld over drie kledinghangers.

Meneer Kok is bijzonder vriendelijk en loopt met me over de begraafplaats, laat me een paar mogelijke plaatsen zien. Meneer Kok kan niet lopen en praten tegelijk. Telkens als hij mijn vragen beantwoordt of over de historie van de begraafplaats vertelt, staat hij stil en besef ik dat pas twee passen later. Het moet er van een afstandje heel komisch uitzien.

Het is een prachtige begraafplaats, groene struiken, dennenbomen en zandpaden. Morgen, of vandaag als dit gepubliceerd wordt, brengen we mijn vader naar zijn laatste rustplaats. Sluiten we zijn hoofdstuk, zijn boek, en zal ik proberen wat waardige woorden te spreken ter afsluiting.

Niet lang daarna kunnen we dit jaar gelukkig ook afsluiten. Persoonlijk kijk ik daar erg naar uit. Natuurlijk is het maar een datum, 31 december / 1 januari, maar wat mij betreft een mooi moment om 2016 mentaal de nek om te draaien, het dossier te sluiten, en met frisse moed aan 2017 te beginnen.

Ik wens iedereen het allerbeste voor het staartje van 2016, voor 2017 en voor alle jaren daarna.

Veel liefs,

Diana

Waar de woorden zijn

Een koude dinsdag in december. De nachtvorst heeft ons toegedekt met wit dons. In Lochem zit vader in zijn luie stoel en leest. Dan stopt zijn hart. Zomaar, ineens, klopt het zijn laatste slag. Het boek is uit.

Dat zijn de woorden die ik om half twee ’s nachts in mijn telefoon typ. Het zijn de woorden voor de rouwkaart van onze vader.

Hij is op zijn manier ‘in het harnas’ gestorven want zo herinner ik mij hem: altijd lezend. Was het geen boek, dan was het de krant, teletekst, een tijdschrift of desnoods de atlas. Duizenden boeken stonden er bij ons thuis. Hij verslond alles. Van historische non-fictie tot romantische niemendalletjes.

Maar zoveel woorden als er via zijn lichtblauwe ogen ingingen, zo weinig kwamen er via zijn mond weer uit. Spraakzaam was hij niet.

Zijn hemel zal bestaan uit niet veel meer dan een heerlijke stoel, een eindeloos aantal boeken, een televisie met teletekst, een hond aan zijn voeten, een bodemloos koffiekopje en een optimale darmfunctie.

Ik hoop dat je de eeuwige bibliotheek gevonden hebt, Pa. Rust zacht.

Perfect strangers

Met mijn zeer gewaardeerde Cinevillepas ben ik afgelopen week naar de Italiaanse film Perfetti sconosciuti (Perfect strangers) geweest in The Movies in Dordrecht. Ik heb trouwens lang geoefend om “perfetti sconosciuti” te kunnen zeggen, dus vraag er gerust naar de volgende keer dat we elkaar spreken.

Een uiterst vermakelijke film, en uit het leven gegrepen:

Drie stellen en een vrijgezelle vriend komen bij elkaar voor een etentje bij één van de stellen thuis. Op één van de vrouwen na, kent iedereen elkaar al zo ongeveer sinds hun studietijd. Het gezelschap heeft het over een vierde stel dat er niet bij is. Het ontbrekende stel is gescheiden; de man is er met een veel jongere vrouw vandoor. Zij die wisten van zijn affaire dachten dat het niet aan hen was er iets over te zeggen, zij die het niet wisten waren verbaasd dat zij de man goed dachten te kennen, maar dat hij er toch zo’n dubbelleven op na hield, dát raakte hen meer dan de verhouding op zich. De verhouding kwam uit omdat zijn vrouw berichten op zijn telefoon vond.

Tijdens het voorgerecht gaat het gesprek van het gezelschap verder over mobiele telefoons en geheimen. Ze kennen elkaar toch al zo lang, ze hebben toch zeker geen geheimen voor elkaar? Ze besluiten, bij wijze van spel, de mobiele telefoons op tafel te leggen en om alles wat tijdens het eten binnenkomt aan e-mails, berichten en telefoontjes met elkaar te delen. Telefoons gaan op de speaker, berichten en e-mails worden voorlezen.

Wat er dan gebeurt is soms grappig, soms dramatisch want iedereen heeft wel geheimen, groot of klein, en zodra er een ander dan jijzelf bij betrokken is (en dat moet bijna wel, of het zijn je gedachten of wat je doet als je alleen bent en afgesloten van de buitenwereld), loopt communicatie via de smartphone. Verder zal ik niet teveel in detail treden, want ik wil niet teveel van de film weggeven. Ik hoop dat je hem nog kunt gaan zien. Ik vind het een aanrader.

De film houdt me wel bezig sindsdien. Ik zou er zelf toch ook niet aan moeten denken dat mijn telefoon in handen van iemand anders valt. Het is inderdaad absurd hoeveel we aan dat kwetsbare apparaatje toevertrouwen. De smartpone is makkelijk te hacken als ik bijvoorbeeld de scriptschrijvers van ‘Person of interest’ moet geloven. Ik ben ontzettend blij met mijn iPhone, begrijp me niet verkeerd, ik wil niet meer zonder, maar het is goed om af en toe stil te staan bij hoeveel van ons leven door de smartphone stroomt.

Wat staat er allemaal in? Als je smartphone in verkeerde handen valt, wat ligt er dan ineens op straat? Telefoonnummers van mensen die het misschien juist heel fijn vinden dat de telefoongids stilletjes van het toneel verdwenen is? Foto’s van jezelf of van anderen die je niet van plan was te delen op facebook? Je agenda met bijvoorbeeld je doktersafspraken? Je facebookaccount, je email, je tinder account, de app van de bank? En natuurlijk de whatsapp en/of sms conversaties die ‘for your eyes only’ zijn bedoeld.

Nee, ik vind het helemaal niet vreemd dat veel mensen hun smartphone zo ongeveer op de huid dragen. Als er een reality-tv show zou komen waarin je telefoon zou worden ontleed, dan ga je tóch met de billen bloot, ook al heb je geen geheimen. Ik wel in ieder geval. Gelukkig ben ik niemand verantwoording schuldig, maar gênant lijkt het me wel. Het is privé, het is intiem. Het is alsof iemand je dagboek leest en die dagboeken van vroeger zat ook al zo’n flutslotje op.

Geluidsoverlast

Soms kom ik een mens tegen, die ik niet ken, die mij mateloos weet te irriteren. Meestal kom ik zo iemand tegen in de trein en meestal heeft het te maken met geluid. Zo wil ik nog wel eens van coupé wisselen om hard pratende mensen te ontwijken. Waarom moet zoveel zo hard? Laten we alles wat zachter doen. In New York is het helemaal erg trouwens. Altijd en overal lawaai, vooral in de metrostations, waardoor steeds meer mensen oordopjes dragen om hun gehoor te beschermen en dat is niet onterecht.

Zo zat ik laatst naast iemand die heel hard de krant aan het lezen was. Hard de krant lezen? Ja, dat kan:

Ik zit in de intercity van Amsterdam naar Vlissingen. Schuin tegenover mij, in zo’n zitje voor vier personen, zit een jong meisje van rond de twintig. Heel verlegen lijkt ze mij, de manier waarop ze me telkens heel vluchtig aankijkt.

Er komt een ouder stel aan en ze komen bij ons zitten. Het meisje schuift door naar het raam en zit nu tegenover mij. De man gaat naast mij zitten, de vrouw naast het meisje. We zitten in de stiltecoupé overigens. Leuk idee, zo’n stiltecoupé, maar het werkt voor geen meter. Het stel praat zacht en telkens maar kort. Bovendien zijn het ‘ouderen’, dus ja, je zegt er ook niet zo snel wat van natuurlijk. Dan komt er een hele stapel kranten uit de tas van de man. De zaterdageditie van drie landelijke bladen zo te zien. Dat zijn veel katernen bij elkaar. Het meisje en ik zitten al tegen het raam gedrukt, ik helemaal, want ik ben niet de kleinste en de man naast mij ook niet, en als hij dan ook nog eens breeduit de krant wil lezen… Maar vooruit.

Maar dan: de vrouw slaat telkens met veel geritsel de pagina open en ‘slaat’ ‘m dan uit. Nog even zo’n zweepslag met de krant zodat de pagina rechtop blijft. Dan vouwt ze de krant toch om, zodat ze alleen de pagina voor zich heeft die ze wil lezen. Die strijkt ze nog drie keer met veel lawaai plat. En dat niet één keer. Nee, vaak, want ze kan blijkbaar geen artikel vinden dat ze wil lezen. Ik kijk het meisje ondertussen met een aarrrrgh!-blik aan. Ik zoek een lotgenoot. Een heel klein lachje durft ze me te geven, een mondhoek die heel even richting een glimlach beweegt. Meer is het niet. Dan kijkt ze snel weer weg.

De vrouw vindt nu af en toe een klein artikel dat het lezen waard is, maar heeft een nieuwe manier gevonden om me te irriteren: zodra ze iets gelezen heeft, stoot ze haar man aan (echt niet liefdevol, maar heel venijnig), duwt het artikel onder zijn neus en wijst er met een tikkend vingertje op. Met een korte, zacht uitgesproken samenvatting van het artikel. Laat die man lekker zelf lezen, wil ik haar toebijten, maar ja, dat doe je niet natuurlijk.

Met deze vrouw zou Roald Dahl wel raad weten in zijn kinderboeken. Bleke huid, bleek haar, bleek brilmontuur. Deze hele vrouw is beige. Zuur en ontevreden mondje, en als ze vanachter haar bril haar ogen toeknijpt om op het scherm te lezen waar we zijn, dan slaat de kou je om het hart.

Ik dacht dat lezen een rustige, stille bezigheid was? In de stiltecoupé notabene, maar dat hebben ze blijkbaar niet gelezen.

Bless you!

‘Haa-tchoe’ klonk het net voorbij de kleedkamer op de sportschool. De mooist gearticuleerde nies die ik ooit heb gehoord. De man nieste niet zomaar, hij zei echt ‘Haa-tchoe’. Een nies zoals deze alleen in volksvertellingen voorkomt. En nog een keer: ‘Haa-tchoe’. Iets verder weg nu, de niezer liep duidelijk richting de sportzaal.

It is the season, zullen we maar zeggen. Ik had het er toevallig afgelopen zaterdag met Ronald over, de barman bij Hoppe. Over niezen. In zijn positie, letterlijk, achter de bar, wordt hij makkelijk aangestoken.

‘Bovendien,’ zei hij, ‘mensen niezen in hun hand.’ Hij hield zijn hand voor zijn mond ter illustratie. ‘Ze geven je een hand, je wrijft even later onder je neus en boem: verkouden.’ Ik knikte. Zo makkelijk ging het inderdaad. ‘Ik nies nooit in mijn hand,’ ging Ronald verder. ‘Ik buk voorover en nies naar de grond.’ En ook dit illustreerde hij door voorover te buigen. Zijn hoofd verdween achter de bar. Ik ging op mijn tenen staan en volgde zijn beweging.

‘Ik nies altijd in mijn arm,’ zei ik. Ik voelde dat het mijn beurt was nu. Ik hield mijn elleboog voor mijn mond en neus. ‘Dat heb ik in Amerika geleerd. Altijd in je arm niezen.’

‘Oh ja?’ vroeg Ronald.

‘Ja.’

‘Sommige mensen houden het in,’ merkte hij nog op. ‘Dat is zó slecht.’

Ik knikte. ‘Verschrikkelijk… Doe nog maar twee bier en een wijntje.’

Ik ken het verhaal inderdaad, mensen die de nies inhouden en hoe slecht het zou zijn. Je niest met ongeveer 150 tot 160 km per uur, het lijkt me inderdaad niet verstandig om dat tegen te houden.

Ik heb ook wel eens begrepen dat ‘Bless you’ eigenlijk helemaal niet zo positief is. Als mensen vroeger ziek waren, overleden ze daar makkelijker aan dan vandaag de dag. Als iemand moest niezen was het dus eerder een wens in de trant van: ‘Och, hemel, je dagen zijn geteld. God bless you.’

Wat ik niet wist, maar wat ik net las op www.wistjedat.tv is dat al je lichamelijke functies, zelfs je hart, stoppen als je niest. Misschien dat daarom een niesbui zoveel van je vergt.

Mijn ex, Philip, vertelde mij ooit smalend dat je aan de manier waarop iemand niest kunt opmaken hoe iemand klaarkomt. Misschien had hij een opmerking als ‘het is als klaarkomen’ verkeerd geïnterpreteerd en heeft er deze overeenkomst van gemaakt, maar hoe dan ook, waar of niet waar, sindsdien kan ik geen nies meer horen zonder bij de opmerking van Philip stil te staan. Bij mensen die krampachtig hun nies inhouden denk ik meewarig: ‘Ach…’

Zouden al je lichamelijke functies ook stoppen als je klaarkomt? Dat zou me niets verbazen. Ben trouwens benieuwd of de man van de ‘haa-tchoe’ op de sportschool ook zo overduidelijk gearticuleerd meldt dat hij klaarkomt.

Weet je nog…

De trein tussen Rotterdam en Dordrecht reed deze vrijdag wél. En wat voor een trein! Het was de trein naar Brussel van 13.08 uur, zo’n ouderwetse trein met gangpaden langs coupés voor zes personen. Met schuifdeuren, tapijt en stoffen bekleding.

Ik schuif de deur open naar de derde coupé waar ik langskom. Een meisje, met haar Apple laptop op het tafeltje bij het raam en haar witte Apple oordopjes in haar oren, lacht vriendelijk naar me. De man met grijze haren die aan dezelfde kant zit, maar dan bij de schuifdeur, glimlacht ook. Ik ga tegenover hen zitten, in het midden, zo hebben we alle drie ruimte om onze benen te strekken.

De man tegenover me kijkt nog een keer op, glimlacht weer. Ik glimlach aarzelend terug maar kijk hem vooral licht vragend aan. Afwachtend, alsof ik vermoed dat hij iets wil gaan zeggen. Hij kijkt snel weer terug naar zijn iPad mini.

Via het omroepsysteem worden we in drie talen gewaarschuwd voor het vaak aanwezig zijn van zakkenrollers op deze route. Ik voel even naar de iPod Touch in mijn ene jaszak en de iPhone 5s in de andere.

De trein zet zich in beweging. Ondanks de prominente aanwezigheid van Apple, ben ik al snel twintig jaar terug in de tijd. Studententijd in Breda, op en neer naar Dordrecht, niet zelden met deze trein, maar ook de nachttrein naar Parijs. Vooral die keer dat ik samen met een vriendin halsoverkop naar Parijs vertrokken ben, veel meer dan een schone onderbroek en een tandenborstel hadden we niet bij ons. Mijn vriendin kwam terug met een parelketting en bijpassende oorbellen. Gekregen van een romantische Fransman.

Met de nachttrein deden we er in die tijd minstens acht uur over om in Parijs te komen omdat we ’s nachts stilstonden bij de grensovergang naar Frankrijk. Dat had iets te maken met een andere breedte van het spoor waardoor er iets met het treinstel moest gebeuren, of met een andere machinist, hoe dan ook stonden we er lang stil. Ik herinner me vooral een ijskoude nacht in een stilstaande trein waarvan de verwarming het niet deed of uit stond. Wat een verademing toen de Thalys kwam.

Weet je nog, dat we mochten roken in de trein? Deze ouderwetse trein brengt allerlei beelden bij me naar boven. Dikke rookwolken in de coupé. Uitpuilende asbakjes in de stoelleuningen. De schrale geur die er een decennium nadat het was afgeschaft nog steeds niet uit was. Het was ontzettend smerig, maar gezellig was het altijd wel in de rookcoupé. Ik heb ook vier jaar in Rotterdam gestudeerd. En gerookt heb ik ook. Dan nam ik de trein van half acht ’s ochtends en de rookcoupé zat elke dag vol met Brabanders die elkaar kenden en standaard een potje kaartten in de trein.

Ach ja, dat waren nog eens tijden.

De trein rijdt Dordrecht binnen en ik sta op. De man met het grijze haar schuift de deur voor me open. Dat gebaar waardeer ik zeer en ik bedank hem dan ook vriendelijk. Apple heeft het menselijk contact nog niet volledig gesaboteerd.

Te gast: Jan Stroeve

Deze week iets nieuws: een gastoptreden, en wel van Jan Stroeve.

Je kunt Jan volgen via zijn eigen website of via facebook.

Jan schrijft, dicht, tekent, zingt, schildert, danst en maakt theater. Als puistige puber van vijftien leerde ik hem kennen als de schrijver, choreograaf en regisseur van de eerste musical waar ik aan mee mocht doen. Het schrijven en regisseren deed hij overigens samen met Peter Marijnissen, die zijn vaste plek achter de piano had.

Jan heeft onder andere boeken en gedichten voor kinderen geschreven en in november komt er een heel bijzonder boek met illustraties van Jan op de markt, namelijk: ‘Zo tollig en zwarrig, waantaal van Nico’.

In ‘Zo tollig en zwarrig’ zijn zinnen te lezen van de welbespraakte Nico, die zich na zijn 95ste jaar, van de ene op de andere dag, in een andere taal ging uitdrukken. Zo zei hij bijvoorbeeld: ‘Het wordt een tammende weg met fijn en schik en zolf’.

De zinnen werden opgetekend door Elseline Knuttel die zich verwonderde over Nico’s nieuwe taal, die soms grappig maar vooral ontroerend en onverwacht poëtisch bleek. Jan raakte hierdoor zo geïnspireerd dat hij de zinnen voorzag van illustraties.

Vanaf 29 oktober zijn Jans illustraties ook te zien in pop-up galerie De Waan in Dordrecht.

Op Jans website, onder ‘Nieuws’ vind je een aantal van zijn heerlijke columns, waarvan hier een voorbeeld, door mij uitgekozen met oog op dierendag deze week.


HELLO GOODBYE

Vanochtend landde er op Schiphol een vlucht jonge hondjes. Vriendin B had een paar maanden geleden via een zieligehondjessite een kleine haarbal uitgekozen. Die vloog vandaag, met een aantal lotgenoten vanuit Cyprus naar Nederland. Of ik mee wilde om Punk of Puck of Ploef op te halen? Iets met een P in elk geval. De definitieve naam, zo voorspelde B, zou zich openbaren zodra ze het beestje in haar armen had, als bij goddelijke ingeving. Natuurlijk wilde ik mee! Dol als ik ben op programma’s als Hello Goodbye mocht ik de hondenvariant ervan niet aan me voorbij laten gaan.

Dat we veel te vroeg op Schiphol aankwamen is mijn schuld. De angst om te laat te komen is diepgeworteld. Altijd bang om de boot te missen, mensen te laten wachten of voor een gesloten incheckbalie te staan. De NS campagne ‘Fluiten = niet meer instappen’ is dan ook niet aan mij besteed. Meestal loop ik een kwartier te vroeg het perron op, precies op tijd om de vorige trein te missen. Noem het een nogal krampachtige verhouding met het begrip ‘tijd’. Zelfs de houdbaarheidsdatum op een pak melk houd ik nauwlettend in de gaten.

Gelukkig ben ik hierin niet uniek want er blijken zich al een aantal aspirant-hondenbezitters op de afgesproken plek te hebben verzameld. Het gezelschap bestaat voornamelijk uit vrouwen die op samenzweerderige toon hondenweetjes met elkaar delen als; ‘ik zou d’r ontlasting goed in de gaten houden.’ Of het nu een zelf uitgedokterd wondermiddel is voor een glanzende vacht of een methode om je pup binnen 3 dagen zindelijk te krijgen; deze vrouwen weten waar ze het over hebben. De paar mannen die mee zijn gekomen, spelen vandaag een ondergeschikte rol. De meeste staan aan de periferie van de groep met glazige ogen te wachten tot ze hier weg mogen. Een zweterige dikke man draait getergd shagjes, wachtend om ze eindelijk te mogen opsteken.

Dan maakt Fenna van stichting Puppyhome luidruchtig haar entree; ‘Nou, hij is fijn!’ Met een stem waarmee je zelfs een galopperende kudde buffels tot stilstand krijgt neemt ze bezit van de aankomsthal: ‘We hebben dus een half uurtje vertraging’. De zweterige man stopt met shagjes draaien, de dames bevriezen midden in hun zinnen. Fenna rommelt in een onordelijke stapel papieren en deelt ondertussen ongevraagd haar levensgeschiedenis en medisch dossier met ons; 1 overleden man, 7 honden, 4 katten en een instabiele heup.

Het half uur wordt een uur en nog steeds is er geen Cypriotisch hondje te bekennen. De vrouwen zijn zo langzamerhand door hun repertoire heen, de shagdraaiende man is ongezien weggeslopen en van Fenna weten we nu ook nog dat ze een moeder met wondroos heeft. Maar dan eindelijk kondigt zich met hoog gekef de verlossing aan. Iedereen veert op. De glazen schuifdeuren openen zich en 2 karren met kratten worden de hal ingereden. We dringen allemaal naar voren, I-phones in de aanslag. Een voor een worden de hondjes voorzichtig uit de kratten getild en overhandigd aan vertederde baasjes. In trance komt B met een trillend hoopje hond naar me toe gelopen. ‘Puck’, zegt ze, ‘zo gaat ze heten’. Misschien zijn jonge hondjes wel uitgevonden om af en toe even te mogen huilen.

 

 

Doe die deur dicht!

Heb je het gelezen toevallig, dat afgelopen vrijdag het treinverkeer tussen Rotterdam en Dordrecht lange tijd niet mogelijk was? Drie keer raden wie er in Rotterdam zat en er bijna vier uur over heeft gedaan om thuis te komen.

Precies!

Ik ben uiteindelijk gaan varen. Geen grap. In een helder moment dacht ik: de waterbus! Iets wat de OV informatie niet in overweging nam. Zij kwamen niet verder dan duizenden mensen laten stranden op Rotterdam Lombardije.

En weet je wat nou de grote grap in dit verhaal was? De echte dijenkletser? Dat het waarschijnlijk allemaal kwam omdat iemand de deur open heeft laten staan in de tunnel bij Barendrecht. Daardoor (vraag me niet waarom, ik zie het verband ook niet direct) ging het blussysteem (van schuim, geen water) in de tunnel aan.

Hoor je de echo ook nog, van je ouders die altijd en eeuwig riepen: ‘Doe die deur dicht!’, ‘We zijn de kerk niet’, ‘Weet je wel wat dat kost?!’ et cetera.

Ach ja, je bent een tiener en de wereld om je heen is wazig en nog niet zo relevant als jijzelf. Triviale dingen als de deur achter je dichtdoen, daar kun je allemaal geen rekening mee gaan houden hoor. Maar het zal geen dromerige tiener geweest zijn die vrijdag de deur open heeft laten staan. Dat zal toch wel een verantwoordelijke, volwassen medewerker zijn geweest. Een onderhoudsmedewerker, stel ik me  zo voor.

Bijna zes uur heeft het geduurd voor er weer een trein richting het zuiden ging.

Al die mensen met koffers, op weg naar Brussel of Parijs. Al die belangrijke – misschien wel cruciale – afspraken die mensen zijn misgelopen omdat iemand de deur open heeft laten staan. Je had ze moeten zien op Rotterdam Centraal toen ik daar rond een uur of één aankwam; de massa’s vastgelopen reizigers. Overal koffers en sporttassen. En dat was pas het eerste uur van de storing, dat zou nog veel erger worden, maar toen zat ik al een boterham te eten in het zonnetje op het Kruisplein voor het station. Van de nood een deugd maken, daar heb ik geen problemen mee.

Ik volgde de verkeersinformatie via de NS app, maar er werd steeds meer geannuleerd. Via het spoor was er in ieder geval geen enkele optie om de 23 kilometer naar mijn huis te overbruggen en over de bussen was 9292 reisinformatie ook niet erg duidelijk, terwijl er volgens mij toch een bus vanaf Zuidplein moest gaan. Om kwart over twee kreeg ik de ingeving van de waterbus.

Het duurt even, via het water (een uur ongeveer), maar het is in ieder geval een aangename rit, ongetwijfeld prettiger dan de eerste stampvolle treinen die rond zes uur gingen rijden.

Ik was om half vijf thuis en dacht: dit verzin je toch niet?!

Maar leef je nu even in in de persoon die de deur open heeft laten staan: Het is twaalf uur, schafttijd. Je gaat naar de kantine van ProRail, pakt je broodtrommel uit je rugzak. Met twee grote happen steek je de helft van je donkerbruine boterham met jonge kaas in je mond. Slok automaatkoffie erbij en dan hoor je dat de tunnel is volgelopen met schuim. Oh oh. Daar kom je net vandaan.

Als je ’s avonds met je pilsje en je iPad op de bank zit, zie je op nu.nl de beelden van duizenden gestrande reizigers. In het begeleidende artikel staat dat de storing komt omdat er een deur openstond en alleen jij weet wie die deur niet achter zich dicht heeft gedaan…

Dan voel je je toch knap lullig, of niet dan?