Poëzie

Een gedicht deze week, ter aflsuiting van het blok poëzie. De Schrijversvakschool (waar ik 5 september begonnen ben) biedt in het eerste jaar, naast schrijftraining, een aantal verschillende vakken, verdeeld over vijf blokken. Het eerst blok was poëzie. (De andere vier zijn proza, toneel, scenario en essay).

Het is komisch om te zien hoe een klas van elf aspirant schrijvers bijna angstig aan deze les begon twee maanden geleden en hoe we er nu in staan. Niet iedereen begon met twijfels aan de poëzie, maar afgaande op de gesprekken onderling, waren de meesten redelijk gereserveerd over deze les. Inmiddels vindt het overgrote deel van de klas het een stuk leuker, begrijpelijker, en nuttig! We zijn zichtbaar vooruit gegaan en hebben er plezier in gehad. Dat wil zeggen: Ik in ieder geval wel, ik kan natuurlijk niet voor een ander spreken.

Ik wil deze week een opdracht met jullie delen, en een gedichtje, of een aanzet tot een gedicht zoals onze docente Gerry van der Linden het noemt, want een gedicht heeft tijd nodig. Meer tijd dan we hebben binnen zo’n blok.

Dit was een erg leuke opdracht die je misschien ook eens kunt proberen: We kregen een pagina vol woorden, hele gewone woorden, in vier kolommen. Misschien wel honderd losse woorden die geen verband hadden met elkaar. Daarvan moesten we nieuwe woorden maken door twee woorden van de lijst samen te voegen. Alles wat bij ons opkwam. Bijvoorbeeld ‘mist’ en ‘engel’ (beiden op de lijst) werd ‘mistengel’, ‘pijn’ en ‘anker’ werden ‘ankerpijn’. Zo hadden we (ieder voor zich) in een kwartier tijd veel nieuwe woorden gemaakt. Vervolgens gingen we ons gezamenlijk afvragen wat we ons bij bepaalde woorden konden voorstellen. Mistengel klinkt mij bijvoorbeeld erg droevig in de oren. Een ongrijpbare engel van mist.

De uiteindelijke opdracht was: maak een gedicht met minimaal twee en maximaal vier van deze ‘verzonnen’ woorden en dit gedichtje kwam daaruit voort.


Mistengel

.

Je gezichtje, je geur,

je schaterlach

.

Vingers knijpen, zonder grip

Een hand reikt, mist

.

Verloren op een pijnzee

proef ik het zout op mijn lippen

.

In wanhoopswaarheid

druk ik je tegen mijn borst

laat je nooit meer los

.

Streel je, kusje

en sus je

in je eeuwige aaislaap


Kill your darlings: Door de ogen van Lisa

Voor de nieuwkomers: er zijn een aantal verhalen (van dates) die het boek New York in 40 dates niet hebben gehaald. Schrijven is schrappen. Kill your darlings. Ik wil hier een paar van deze verhalen alsnog met je delen.

Dit is een ongewone blogpost, het is namelijk geschreven door een vriendin van mij: Lisa.

Zoals jullie misschien weten is mijn boek gebaseerd op een afgeschermd blog dat ik in New York bijhield, in het Engels. Lisa was destijds een maand bij mij in New York en zij is mee geweest op één van mijn dates (met goedkeuring van de jongeman, Mick, in kwestie uiteraard) en heeft daarover een verhaaltje geschreven op mijn blog. Haar bijdrage (hieronder) heb ik wel zelf vertaald want Lisa is Australische. In de tijd waarover wij spreken (2009) woonde zij nog in Nederland.


Door de ogen van Lisa

New York, Augustus 2009

Tussen twee conferentie in de West Coast in, krijg ik de kans om New York City een maand lang mee te maken en tijd door te brengen met Miss Diana. Ze had me al gewaarschuwd dat ik haar zou vergezellen op een date, wat me enerzijds intrigeerde, anderzijds zorgen baarde.

‘Maak je geen zorgen,’ zegt Diana, ‘het is een vriendschappelijke date met iemand die buiten de stad woont, in Washington. We gaan gewoon wat eten en daarna dansen in The Village Underground. Gewoon gezellig.’

‘Bovendien,’ gaat ze verder, ‘gaat hij binnenkort naar Nederland, dus hij wil wat tips mee krijgen.’

We ontmoeten hem, Mick, voor de ingang van La Lanterna di Vittorio, waar we wat eten. Hij is vrolijk en charmant, heeft humor en is erg op zijn gemak na twee biertjes.

Ik ben benieuwd hoe het werkt, ik wil achterover leunen en eens observeren hoe dit er aan toe gaat bij een Amerikaanse date. Het is eigenlijk best interessant. Eerst komen de standaard vragen zoals wat iemand doet, waar ze vandaan komen enzovoort. Het blijkt dat Mick een interessante baan heeft waarbij hij geluidsinstallaties verhuurd en opzet voor bands. De trip naar Nederland is onderdeel van een Europese tour van een Amerikaanse band waar wij nog nooit van gehoord hebben. De hoerenbuurt en de seks shops in Amsterdam komen aan de orde en Mick vindt het bijzonder opwindend om te horen dat vrouwen in Amsterdam de seks shops bezoeken op zoek naar speeltjes en dergelijke. Iets dat in Amerika, in ieder geval buiten New York, nog bijzonder is. Buiten New York is Amerika, in ieder geval aan de oppervlakte, behoorlijk conservatief.

Wanneer de wijn sneller stroomt, komen de interessante onderwerpen aan de orde – gestuurd door scherpe vragen van Miss D – en eenmaal op het onderwerp ‘seks’ komt Mick met een intrigerend verhaal over een verhouding die hij tot voor kort met een oudere vrouw onderhield. Hij had de vrouw op Adult Friend Finder website ontmoet, ze was getrouwd en minstens tien jaar ouder. Op een dag had ze gevraagd of Mick het erg vond als haar man – verlamd vanaf zijn middel – toekeek. Vanaf die tijd en voor een aantal jaar, zat hij in een fascinerende driehoeksverhouding waarin hij seks had met deze vrouw en merkte dat hij extra zijn best deed omdat haar man toekeek. Hij was er behoorlijk kapot van toen het koppel naar een andere Amerikaanse staat verhuisde en er een einde kwam aan deze bijzondere ménage a trois.

Na het eten verhuizen we naar The Village Underground om de hoek en nestelen ons in een van de cabines nabij de dansvloer. We vermaken ons uitstekend, drinken, dansen, kletsen voor zover mogelijk met de herrie. Diana is inmiddels afgedwaald en heeft meer interesse in de vaste bezoekers van The Village Underground, vermaakt zich op de dansvloer en klets hier en daar met de bandleden. Vanuit mijn ooghoek zie ik dat een aantrekkelijke blonde vrouw Mick in de gaten houdt vanaf haar aangrenzende zithoek en vanaf de dansvloer.

‘Luister,’ roep ik, inmiddels aardig aangeschoten, in Micks oor, ‘je gaat niet met ons mee naar huis, maar die vrouw daar, die heeft haar oog op je laten vallen en het is echt een stoot!’

Geen reactie. Dan besef ik dat hij wel degelijk iemand in het vizier heeft, maar het is niet de blonde stoot. Het is de vrouw van in de vijftig die de blonde stoot bij zich heeft. Deze jongeman van nog geen veertig heeft duidelijk een voorkeur ontwikkeld.

Na veel drank, veel gezelligheid, dansen, lachen en flirten – Diana nog kalm en geraffineerd – stoppen we Mick in een taxi naar zijn hotel en draven wij de trappen van de metro af om de F-lijn naar huis te pakken.

Het zou zo maar een kunnen zijn dat Mick heel andere verwachtingen had over de afloop van deze avond want hij laat nooit meer iets van zich horen, ook niet na een vriendelijk berichtje de volgende dag waarin Diana hem bedankt voor een gezellige avond en een leuke ontmoeting. Het kan ook zijn dat hij z’n hotel nooit gehaald heeft.

Ik kan me helemaal voorstellen hoe deze Amerikaanse dating scene een manier van leven kan zijn; je ontmoet nieuwe mensen, hoort verschillende verhalen en leert hoe mensen verschillend in het leven staan, wellicht met wat fysieke voldoening aan het eind van de avond.

Aan de andere kant kan ik me ook voorstellen dat je er op een gegeven moment een beetje blasé van wordt; telkens hetzelfde riedeltje afspelen, hetzelfde spel spelen. Ik denk dat het er aan ligt wat je zoekt en in hoeverre je geïnteresseerd bent om al de verschillende verhalen te horen en te leren kennen.

Voor wat hoort wat

Alwéér een KLM upgrade naar businessclass! Zou ik misschien op een geheime KLM lijst staan genaamd “upgraden indien mogelijk”? Whoohoo! Oké, het was een vlucht van 45 minuten van Rotterdam Airport naar London City (operated by Cityjet), maar toch weer erg fijn.

‘Wat is eigenlijk het verschil tussen de gewone klasse en de businessclass bij zo’n korte vlucht?’ vroeg mijn Britse collega toen ik op kantoor in Londen aankwam en het heuglijke nieuws deelde. Dit in antwoord op zijn vraag of ik een goede vlucht had gehad.

‘De mannen zijn aantrekkelijker in businessclass,’ zei ik met een brede grijns. Verder maakt het inderdaad niet zo heel erg veel uit, hoewel er in businessclass niemand op de middelste stoel zit, dus de aantrekkelijk grijzende zakenman naast mij en ik hadden alle ruimte om af en toe een steelse blik uit te wisselen, want wat moet je anders doen op een vlucht van 45 minuten waarin je nèt genoeg tijd hebt om je hete koffie achterover te slaan.

Maar goed, het is niet alleen maar rozengeur en maneschijn, alles is uiteindelijk in evenwicht. Voor wat, hoort wat, denk ik dan. Zo zit ik nu bijvoorbeeld in een absurd klein hotelkamertje. Het is nog net geen jeugdhostel. Mijn eigen schuld hoor, ik moest en zou een goedkope hotelkamer uitproberen in de buurt van ons kantoor in Londen. En er is ook eigenlijk niets mis mee, maar het is allemaal zo basic dat ik er om moet lachen. De kamer is twee bij drie meter, dat heb ik met grote passen uitgemeten. Ik wilde mijn jas in de kast ophangen, maar dat bleek het toilet te zijn waarvan de stortbak een kwartier nodig heeft om zich weer te vullen. De andere kast is de badkamer waarin geen ruimte is om de handdoek op te hangen, dus die ligt op bed. Er staat een smalle kledingkast aan het voeteind van het eenpersoonsbed, zo eentje die nog net niet van karton is en die ik met mijn grote teen kan verplaatsen als ik in bed lig. Verder hebben ze er een minibureautje met stoel en zelfs een nachtkastje (met bijbel!) in weten te passen. Ik heb dan weer wel een minitelevisie, een waterkoker – dat vind ik altijd erg fijn – en een poëtisch uitzicht op een langzaam verkleurende kastanjeboom. Dat dan weer wel. Internet toegang en het ontbijt zijn inbegrepen en dat alles voor 81 euro! Nou, voor Londen is dat echt goedkoop. Niet alleen voor Londen trouwens.

Ik loop vaak te mopperen dat je bij zo veel dure hotels ook nog moet betalen voor internet. Schande. Of dat je apart moet betalen voor het ontbijt en dat zijn dan belachelijke prijzen, waarvan hotel De L’Europe in Amsterdam (in mijn ervaring) de kroon spant door 30 euro te vragen voor het ontbijt. Dér-tig euro! Daar kun je ook een hele behoorlijke biefstuk van gaan eten.

Hoe goedkoper het hotel, hoe meer er bij de prijs is inbegrepen lijkt het wel. Voor wat hoort wat. Nee hoor, ik zit hier goed hoor met m’n waterkokertje en mijn gratis internet en mijn plaskast.

De NS en ik

Terwijl de KLM en ik het uitermate goed kunnen vinden met elkaar, is mijn relatie met de NS gedoemd. Het lijkt wel alsof – elke keer als ik een tocht wil ondernemen om mijn boek te promoten (zie Mag het licht weer uit? en Geen paniek!) – de NS mij tegenwerkt.

Zo stond ik afgelopen vrijdag op het station in Dordrecht, op weg naar Utrecht om aldaar een exemplaar van mijn boek te signeren en in de boekenwinkel te leggen (dit uiteraard in overleg met de desbetreffende boekhandel). De koper van dit unieke exemplaar mag kiezen tussen een etentje met mij of een dinerbon ter waarde van 100 Euro. De Sjakie-actie hebben we (de marketingmeisjes van de uitgeverij en ik) het gedoopt, naar het verhaal van Sjakie en de Chocoladefabriek.

Golden TicketIk had geen tijd afgesproken met de boekhandel, maar ik zou de trein rond negen uur nemen, dan zou ik tussen half elf en elf uur op mijn bestemming zijn.

Ik heb ‘s ochtends de NS App nog gecontroleerd op ongewone meldingen, maar er was niets aan de hand. Echter, op het station aangekomen zag ik van een afstandje de donkerblauwe balken al op het scherm met de vertrektijden; een teken dat er iets mis was. En dat er iets goed mis was, want het waren heel veel donkerblauwe balken die ik zag.

‘Vanwege de inzet van hulpdiensten is er geen treinverkeer mogelijk van en naar Rotterdam Centraal,’ galmde de kalme, warme NS stem over het station. Wat betekende dát nou weer, “inzet van hulpdiensten”? Er klonk geroezemoes en ik ving wat steekwoorden op als ‘verwarde man’ en ‘Thalys’. Ik keek zelf op nu.nl en kwam te weten dat een man zich had opgesloten op het toilet van de Thalys, er niet af wilde komen en dat daarom station Rotterdam Centraal voor een groot deel ontruimd was. Heb ik weer.

Hoe lang kan het duren om een man van het toilet te halen, dacht ik. Ik kocht een koffie en een broodje en ging aan de voorzijde van het station op een muurtje zitten. Het zonnetje scheen. Zwak, maar het scheen. Rechts van mij zat een jonge man, links van mij een vrouw van rond de vijftig. De man verdween al snel nadat de vrouw en ik hem verzekerd hadden dat de treinen wel tot Rotterdam Blaak reden, maar niet verder.

‘Ik werk op Rotterdam Centraal,’ zei de vrouw naast me, nadat de man was weggespurt. ‘Ik kom er net vandaan, ik ben vrij vandaag. Gelukkig zat ik in een van de laatste treinen die vertrokken.’

‘Oh,’ zei ik. ‘Dat is fijn.’

‘Nou ja,’ ging ze verder, ‘eigenlijk niet zo fijn, want ik heb een begrafenis vandaag.’

‘Oh, dat spijt me voor u. Familie?’

‘Nee… Nou ja, het is nogal een raar verhaal,’ antwoordde ze. Ze nam een flinke trek van haar sigaret en vertelde me het rare verhaal, wat vooral heel erg triest was en waar zowel kanker bij de ene persoon als zelfdoding bij een andere persoon een rol in speelden. De vrouw zou worden opgehaald. Ze had haar verhaal net afgerond toen haar lift verscheen. We wensten elkaar sterkte en ze rende naar de auto. Ik bleef wat beduusd achter.

Na twintig minuten keek ik nog eens op de reiswijzer van de NS en daar stelde de App voor om via Geldermalsen naar Utrecht te reizen. Daar had ik nog niet aan gedacht. Het perron voor de Arriva trein die ons naar Geldermalsen kon brengen stond vol met mensen die ook allemaal meewilden, maar de trein die daar klaarstond zou blijven staan.

‘Er komt zo een andere trein hierachter te staan,’ zei een meneer in een Arriva uniform, ‘die vertrekt naar Geldermalsen.’ De hele mensenmassa bewoog zich enkele tientallen meters verder in de aangegeven richting. De beloofde trein kwam en iedereen stapte in. Toen werden we verzocht allemaal weer uit te stappen. Deze zou namelijk ook niet gaan rijden. Nou moe. De derde trein dan. Een collega van mij stapte uit de derde trein die het station binnen was gekomen en zich achter de twee andere treinen had aangesloten. Mijn collega wist me te vertellen dat er een stuk rails ontbrak op het spoor. Nee! Arriva zit ook in het complot. Heb ik weer.

De derde trein vertrok uiteindelijk en bracht ons toch nog naar Geldermalsen, zij het tergend langzaam op de plek waar het stuk rails ontbrak.

Uiteindelijk kwam ik met een uurtje vertraging in Utrecht aan, dus er was natuurlijk helemaal niets aan de hand. Het droevige verhaal van de vrouw naast me in Dordrecht had alles meteen weer in perspectief gezet en ik kon alleen maar lachen om mijn kleine ongemakjes.

Het boek is dus getekend, de ‘gouden wikkel’ ligt – voor zover ik weet – nu nog in een boekhandel in Utrecht, dus vind ‘m, dan gaan we een hapje eten en genieten van het leven. Houd er wel rekening mee dat ik wat vertraging op kan lopen want de NS en ik… nou ja.

 

Courgette en bietensoep

In mijn enthousiasme om – waar mogelijk – ongeraffineerde producten te eten en om gevarieerder te eten, heb ik het boek ‘Heerlijk koken met verse groenten’ er van de week eens bij gepakt, ter inspiratie.

Het boek heb ik overigens van mijn moeder gekregen, zij had het op haar beurt gekregen toen ze met pensioen ging en heeft het ongeopend naar mij doorgeschoven. Ik weet niet welke dwaas dacht dat mijn moeder ooit zou gaan koken, maar deze persoon kent mijn moeder duidelijk niet erg goed. Maar dit terzijde.

Mijn oog viel op een heel eenvoudig recept voor een soep van courgette en bieten en deze wil ik graag met jullie delen want het is niet alleen eenvoudig, het is ook snel en lekker.

Voor twee grote soepkommen (maaltijdportie, of vier kleine soepkommen) heb ik genomen:

Courgette en bietensoep, met zuurdesemcrackers en geitenkaas
Courgette en bietensoep, met zuurdesemcrackers en geitenkaas

2 courgette (samen circa 500 gram)

1 rode biet (groot, 330 gram)

100 ml kook room

50 gram geraspte gruyère kaas

Halve theelepel grof zeezout

Je hebt nodig, twee pannen en een staafmixer of een blender die de hete soep kan verdragen.

Snijd de courgette in grove stukken en doe ze in de pan met het zout, doe er voldoende water bij zodat ze net onder staan, breng het water aan de kook en snijd ondertussen de biet in stukken, voeg ze toe, breng alles weer aan de kook, zet het vuur lager en laat alles een minuut of 10 doorkoken. Doe ondertussen de room en de gruyère in een apart pannetje.

Als de bieten en courgette gaar zijn, zet het vuur uit en mix de groenten met de staafmixer. Doe dan pas het vuur onder het pannetje met de room aan en laat de kaas langzaam in de room smelten, blijf het rustig doorroeren. Wanneer de kaas gesmolten is, voeg je het bij de soep en haal je de staafmixer er nog een keer doorheen.

Klaar!

Voor dit hele recept kwam ik uit op 630 calorieën, voor wie daar interesse in heeft, dus per monsterportie 315 calorieën. Daarnaast heb ik mezelf twee zuurdesem crackers geserveerd met in totaal 30 gram halfzachte geitenkaas. Heerlijk, dat zurige van de geitenkaas met dat zoetige, aardse van de biet. Als ik niet zo vol zou zitten, zou ik er gewoon weer trek in krijgen, maar morgen eet ik het gewoon weer want gevarieerder eten is nog wel een dingetje!

Bon appétit!

Kill your darlings: Volgens het boekje

Voor de nieuwkomers: er zijn een aantal verhalen (van dates) die het boek New York in 40 dates niet hebben gehaald. Schrijven is schrappen. Kill your darlings. Ik wil hier een paar van deze verhalen alsnog met je delen.


Volgens het boekje

New York, April 2010

Als we het over een klassieke date willen hebben, over een date volgens het boekje, dan moeten we het over Kevin hebben.

Ik schijn te daten in clusters: ik ontmoet een aantal advocaten achter elkaar, dan fotografen, en nu zit ik mijn fase van entertainers. Dus, dames en heren, mag ik uw aandacht voor onze kandidaat van vandaag: Kevin.

Kevin is een vriendelijke, goedlachse man van in de vijftig. Het type man dat het heel goed zou kunnen vinden met mijn moeder. Met elke moeder. Hij heeft een marketing consultant bedrijfje en werkt vanuit zijn huis in Long Island. Voor New Yorkse begrippen zou dat een lange afstandsrelatie voor ons betekenen want het is niet gemakkelijk om daar met het openbaar vervoer te komen vanuit Brooklyn.

Maar ik zei dat hij entertainer was: naast zijn consultancy opdrachten is Kevin namelijk erg actief in de semiprofessionele theaterwereld. Hij heeft ook een paar commercials gedaan en doet wat voice-over werk; hij heeft inderdaad een mooie diepe stem en iets anders wat Kevin ook bijzonder goed kan zijn ‘accenten’ en ‘stemmetjes’.

We ontmoeten elkaar in een bar bij mij in de buurt, The Double Windsor. Het is een biercafé, een mix tussen een Belgische bruine kroeg en Amerikaanse sports bar. Door de grote ramen aan de voorzijde komt het toch ruim en fris over, een aanwinst voor mijn buurt. Na een paar drankjes eten we wat bij een Frans restaurant, een paar deuren verder. Tijdens onze date – en ook daarvoor aan de telefoon – kunnen we het erg goed vinden. Het is ouderwets gezellig. Iemand vermaken kan hij namelijk uitstekend.

Hier komt de ‘maar’: Kevin ziet er echt uit als een Amerikaanse man in de vijftig. Een Amerikaanse vaderfiguur. Jullie begrijpen inmiddels wel dat leeftijd geen probleem voor mij is, maar daar zit doorgaans wel een jeugdig voorkomen aan vast en Kevin is een traditioneel ogende man, hij lijkt eerder ouder dan jonger.

Kevin staat er op om mij naar huis te brengen, ook al is het nog redelijk vroeg en woon ik letterlijk om de hoek. Het is een echte heer, brengt me tot aan de deur, met een gestolen kus op de stoep. Niets waar mijn moeder het schaamrood van op de kaken zou krijgen. Kortom, de date met Kevin is helemaal volgens het boekje en zou ik op zoek zijn naar een traditionele man om mee te trouwen, dan zou ik zeker nog vaker met hem afspreken, maar dat is niet wat ik zoek.

Terug naar school

Ik ga weer naar school en ik heb er ontzettend veel zin in! Ik hoor het mijn moeder nog tegen me zeggen, toen ik een tiener was: ‘Wacht maar, je gaat school nog missen als je werkt.’ Ze had gelijk natuurlijk.

Ik begin aanstaande zaterdag op de Schrijversvakschool in Amsterdam. Dan krijg ik elke zaterdag les, de hele dag, vier schooljaren lang als ik niet afval of afhaak.

‘Maar je hebt al een boek uitgegeven?!’ is doorgaans de verbaasde reactie van vrienden en bekenden. Ja, natuurlijk, maar dat wil toch niet zeggen dat er niets meer te leren valt?! Sterker nog, nu begrijp ik hoe veel ik nog te leren heb en hoe graag ik al die informatie wil absorberen. Jezelf blijven ontwikkelen kan nooit kwaad.

New York in 40 dates is een luchtig non-fictie boek en geen roman (ook geen reisgids, zoals sommige lezers hadden gehoopt), maar een literaire roman schrijven is wel iets wat op mijn vernieuwde bucketlist staat (nu mijn oorspronkelijke bucketlist is afgevinkt).

Ik verlang naar de uitdaging, en een uitdaging zal het zeker gaan worden: overdag werken, ’s avonds sporten en studeren, maar ik hunker oprecht naar het strenge regime dat ik mezelf heb opgelegd. Het plan is om drie keer in de week te gaan sporten (want afvallen is ook nog steeds een doel), en drie keer in de week schrijven (waaronder mijn huiswerk en dit blog).

Ondertussen heb ik als een enthousiaste puber schriften gekocht en deze opgeleukt met teksten en plaatjes. De schriften, pennen, thermosfles en een boekje voor in de trein liggen allemaal al klaar. Als ik mezelf niet zou zijn, zou ik het schattig vinden om te zien; veertig jaar en weer een schooltasje aan het inpakken. Wat een kinderlijke vreugde.

Ik ben van plan jullie mee te nemen door de opleiding, want ik vermoed dat ik mijn huiswerk zo nu en dan prima kan hergebruiken als blogpost, zoals ik vice versa een oudere blogpost nu al heb hergebruikt voor mijn eerste opdracht: Schrijf een column van exact 365 woorden. Niet meer, niet minder.

Nu is deze post (zonder de titel) toevallig ook exact 365 woorden (getallen niet meegerekend), maar dat is gewoon omdat ik een strebertje ben.

Vakantieliefde

Zoals je vorige week hebt kunnen lezen moest ik recentelijk naar Kaapstad voor een conferentie. Ik wilde een boek meenemen; niet te dik, vanwege het gewicht, maar ook niet zo dun dat ik het in één keer uit zou lezen.

Peinzend stond ik de avond voor mijn vertrek voor de boekenkast. De keuze uit nog ongelezen boeken is ruim, plus er zijn zat boeken die ik van plan ben te herlezen. Mijn vinger gleed langs de titels en mijn keuze viel op: ‘Mooi verhaal, een verrassende bundel Nederlandse verhalen’.

Ik sloeg het boek open, snoof de muffe boekengeur op, en daar stond het! Het hart met Pour Diana eronder. Tientallen boeken heb ik in de afgelopen jaren doorgebladerd, op zoek naar deze krabbel, vergeten in welk boek het stond. Ik slaakte een verrukte zucht – ‘Aaah… Gino’ – en droomde weg naar Parijs, iets meer dan twintig jaar geleden.

Pour DianaHet is 1994. Het boekje ‘Mooi verhaal’ is net uit en ik krijg het cadeau van Sinterklaas. Ik ben negentien jaar, bijna twintig, en ik ga de kerstvakantie met mijn moeder doorbrengen in Parijs. Via een reisbureau – want zo ging dat in die tijd – hebben we een hotelletje geboekt in het 9de arrondissement, Rue Richer. Ik weet het nog goed.

We komen ’s avonds aan met de trein en de metro, we hebben ingecheckt en we vragen aan de man achter de receptie of hij ons een restaurant in de buurt kan aanbevelen. We hebben trek, maar we zijn ook erg moe.

‘Hiernaast kunt u prima eten,’ zegt de man. We stappen het hotel uit. Twee passen verder is de ingang naar de bistro onder het hotel. Voor we naar binnen gaan bekijken we de menukaart die achter de ruit bevestigd is. De deur zwaait open.

‘Kom binnen, kom binnen,’ zegt een joviale man in het Frans. ‘Geen probleem,’ zegt hij er in het Nederlands achteraan, hij heeft ons snel geschat. We hebben weinig keuze, met open armen worden we naar binnen geleid en aan een tafeltje gezet. De man heet Gino en ziet er net zo Italiaans uit als zijn naam doet vermoeden (hoewel hij in Duitsland is opgegroeid, komen we later te weten). Hij bedient ons met een enthousiasme dat wij niet gewend zijn in Nederland. Hij maakt een praatje, spreekt een paar woorden Nederlands met ons en maakt grapjes. Hij is een clown, een entertainer en hij heeft de hele zaak in z’n broekzak. Kirrend van plezier zitten we aan ons tafeltje bij het raam.

De eigenaar staat achter de bar. De rijzige man doet me denken aan Marlon Brando, terwijl Gino, een vroege veertiger, op Al Pacino lijkt (misschien keek ik in die tijd iets te vaak naar The Godfather). Je moet weten dat ik mijn hele leven al hopeloos verliefd ben op Al Pacino. Tenminste, ik was hopeloos verliefd toen ik negentien was, nu ben ik veertig en is het slechts nog een sluimerende aandoening.

Parijs is koud en als snel is het de routine van mijn moeder en mij om ons aan het eind van de dag op te warmen bij Gino, met een warme chocomelk met een scheut Cointreau.

Gino kent ook het Nederlandse woord ‘prinsesje’ en al snel staan wij bij de bistro te boek als Prinsesje et Maman.

Een paar dagen later vraagt Gino of we het leuk zouden vinden om ergens wat te gaan drinken. Zijn collega Marcel gaat ook mee, ook al spreekt Marcel geen woord buiten de deur en kunnen we zijn Frans nauwelijks verstaan. Marcel heeft zijn oog op mij laten vallen, maar ik heb geen oog voor hem. Ik ben gecharmeerd van Gino. Swept off my feet door deze wervelwind met het gezicht van Al Pacino. En ik wind er geen doekjes om. Ook met negentien jaar was ik al een brutaaltje. L’enfant terrible.

Na sluitingstijd stappen we met z’n vieren bij Gino in de auto. Ik voorin, naast Gino, mijn moeder en Marcel op de achterbank.

‘Maar je bent nog zo jong,’ fluistert Gino als mijn moeder en Marcel even niet op ons letten.

‘Pff.. ik ben bijna twintig,’ protesteer ik. We hebben niets uitgesproken, maar Gino zou wel erg naïef zijn gebleken als hij mijn schaamteloos geflirt de afgelopen dagen niet zou hebben begrepen. We rijden naar de Champs-Élysées en drinken wat in een club daar. Marcel praat honderduit, maar we begrijpen hem niet en Gino moet alles vertalen. Onder de tafel zoekt mijn voet de zijne. Boven de tafel kijk ik hem veelbetekenend aan.

Gino zet eerst Marcel bij zijn huis af en rijdt ons dan terug naar het hotel. Mijn moeder loopt voorop en staat al binnen. Gino grijpt me beet en drukt me buiten tegen de muur. Hij begint me te zoenen.

‘Je maakt me helemaal gek,’ bijt hij me toe. ‘Gaan we morgen samen wat drinken? Jij en ik?’ Ik knik en glip het hotel in, achter mijn moeder aan.

De volgende dag, als we lunchen bij de bistro, roept Gino me apart.

‘Vind je het goed als ik een hotelkamer boek?’ Ik zeg hem dat ik dat inderdaad goed vind.

Die avond gaan we eerst wat drinken, we eten een crêpe aan de Boulevard Montmartre en keren weer terug naar het hotel. We duiken een andere kamer in en hebben een geweldige nacht samen.

‘Als je zwanger raakt, mag je het niet wegdoen,’ zegt hij op een gegeven moment. ‘Dan geef je mij de baby. Ok?’ Dat is een ongebruikelijk verzoek. Hij neemt mijn gezicht tussen zijn beide handen. ‘Beloof het me.’ Ik knik, voor zover dat gaat in zijn grip.

‘Ik beloof het,’ zeg ik. Maar gelukkig heb ik een dergelijk souvenir nooit meegenomen uit Parijs.

Gino en ik houden contact. Hij belt me een paar maanden later om me vertellen dat hij een eigen zaak heeft gekocht, vlak bij het hotel en de oude bistro. Natuurlijk ga ik langs. Op het prikbord naast de bar hangt een foto van ons drieën in de bistro. Gino, met een gulle lach, in het midden. Met zijn stevige armen om onze schouders heeft hij ons dicht tegen zich aangetrokken.

Vele maanden later kom ik nog een keer onverwachts langs met een vriendin. Hij is nog heel hartelijk, maar ik begrijp dat hij inmiddels een relatie heeft.

De volgende keer dat ik in Parijs ben en langsga, is hij verdwenen. Met de noorderzon vertrokken. Iets met de belasting. Mijn hart heeft hij meegenomen, maar nu heb ik het weer gevonden in ‘Mooi verhaal’.

Ode aan de KLM

Ik ben een grote fan van de KLM. Nee, ik word niet door ze gesponsord, maar als ik ergens enthousiast over ben, dan mag dat ook wel eens gezegd worden, nietwaar? Mensen kunnen mopperen over onze Koninklijke Luchtvaart Maatschappij, bijvoorbeeld over krappe stoelen, maar ik vind het heel erg meevallen en ik vind het in de afgelopen jaren erg verbeterd (hoewel ik moet toegeven dat ik op de lange vluchten voor Economy Comfort kies).

Het meest opmerkelijke, meest bewonderingswaardige, vind ik dat ik (nu ik erover nadenk) nog nooit een onaardige KLM medewerker heb ontmoet. Voor zo’n enorm grote organisatie is het een geweldige prestatie om een consequente, enthousiaste, collegiale bedrijfscultuur te handhaven, en om een dergelijk vriendelijk imago op te bouwen. Bovendien heb ik als marketeer veel bewondering voor de marketing van KLM, met name de inzet van de social media.

Ik voel echt een nationale trots als het gaat om de dames en heren in de blauwe pakjes en ik hoop dat de aangetrouwde, Franse tak hier niet teveel invloed op heeft.

Maar terug naar die bedrijfscultuur: de kans dat de bemanning op een bepaalde vlucht elkaar niet kent is vrij groot, heb ik me wel eens laten vertellen. Daar zult u als passagier echter weinig van merken, het team ziet er altijd gezellig uit, alsof ze altijd samen op reis gaan. Dat is dus niet zo. Als piloten (ongeacht van welke maatschappij) meevliegen als passagier, komen de stewards en stewardessen zich voorstellen en leggen de desbetreffende piloot-in-burger helemaal in de watten. Dat respect voor piloten, die collegialiteit, doet mij persoonlijk denken aan de grandeur die de luchtvaartindustrie decennia geleden (ook al) had. Het gevoel van een eliteclub, en dat vind ik persoonlijk iets romantisch hebben. Het is jaren ‘50 sexy, het is pin-up sexy.

Maar ook naar passagiers vind ik de bemanning extreem vriendelijk, open en behulpzaam. Zeker als je er zelf ook voor open staat; voor dat praatje, die gezelligheid. Ze gaan heel goed met lastige passagiers om (daar ben ik ook getuige van geweest, kan ik ook nog een paar verhalen over vertellen), maar als je een ‘gezellige passagier’ bent, dan krijg je dat echt driedubbel en dwars terug. Ik kan het iedereen aanraden.

Vorige week zat ik in de lange vlucht (van bijna 12 uur) naar Kaapstad met een blaasontsteking. Ik kwam er te laat achter, dus ik had geen tijd meer om naar de huisarts te gaan. Zelfmedicatie dus: cranberry sap, vitamine C en heel erg veel kruidenthee. Daar zat ik met mijn Starbucks thermosbeker, een doos vol kruidentheezakjes en een bakje vol vitamine C kauwtabletten. Toen de stewardess met een glimlach mijn thermos bijvulde, vertrouwde ik haar toe dat ik een blaasontsteking had.

‘Ik zal je dus nog wel heel vaak lastigvallen,’ zei ik erbij.

Ze legde een hand op mijn schouder. ‘Geen enkel probleem,’ fluisterde ze me toe, ‘in business class hebben we cranberry sap, zal ik zo wat voor je halen?’ Ze werd mijn grootste vriendin op deze vlucht, en ik haar ‘heet water klantje’. Af en toe kwam ze uit zichzelf vragen of ze de thermos even moest bijvullen. Ik heb liters weggewerkt en stond dus ook geregeld bij het toilet op mijn beurt te wachten. Tijdens een van deze momenten raakte ik aan de praat met een purser.

‘Heb je…’ begon hij vertwijfeld, ‘je komt me zo bekend voor.’

‘Ik heb zo’n gezicht,’ zei ik met een geruststellende glimlach. ‘Ik krijg het vaak te horen,’ voegde ik er aantoe, en na een korte stilte kon ik het toch niet nalaten erachteraan te zeggen: ‘Ik heb een boek geschreven, maar ik kan me niet voorstellen dat je me daar van kent.’

Hij keek me nog eens peinzend aan. We praatten nog een tijdje. Later kwam hij me wat lekkers brengen uit business class en ik gaf hem een stapeltje boekenleggers welke hij beloofde uit te zullen delen aan de rest van de bemanning. Super!

(À propos: mijn nieuwste bezigheid aan boord van een KLM vliegtuig, of in de KLM lounge, is nu het uitdelen van boekenleggers aan alle wereldwijze, vrolijke dames en heren van de KLM. Een uitermate geschikte doelgroep voor New York in 40 dates als je het mij vraagt.)

Zowel de stewardess die mijn thermosbeker bleef bijvullen, als de purser komen tegen het einde van de vlucht nog even gedag zeggen.

‘Je bent nogal populair bij de bemanning,’ zegt mijn Amerikaanse buurman als we uitstappen. Ik glimlach gegeneerd. Ze hebben me inderdaad weer verwend met hun aandacht en goede zorgen. Dus nee, niets dan goeds over de medewerkers van KLM. Ik kijk nu al uit naar de terugreis, en dat terwijl de vlucht nou juist het gedeelte van de reis was waar ik zo tegenop zag.

Kill your darlings: Daniel

Voor de nieuwkomers: er zijn een aantal verhalen (van dates) die het boek New York in 40 dates niet hebben gehaald. Schrijven is schrappen. Kill your darlings. Ik wil hier een paar van deze verhalen alsnog met je delen.


Daniel

New York, september 2009

Ik ontmoet veel fotografen via de datingsite in New York. Misschien is dat niet zo vreemd; de kans om collega’s op de werkvloer te leren kennen hebben fotografen natuurlijk nauwelijks. In die zin is het een eenzaam beroep. Het opmerkelijke, echter, van de fotografen die ik hier ontmoet, is dat ze zich (kunnen) specialiseren in héle specifieke onderwerpen. Daniel is bijvoorbeeld een fotograaf die zich uitsluitend bezighoudt met het maken van reclamefoto’s van auto’s.

Daniel is Brits en heeft de heerlijke Britse humor die ik zo geweldig vind. Als we plannen maken voor onze date, schrijft hij: ‘Laten we afspreken bij het bronzen beeld van Ghandi op Union Square.’

‘Uitstekend. Hoe laat?’ vraag ik.

‘Om dertien minuten over acht. Exact.’ Dat vind ik humor. Ik zou het briljant hebben gevonden als hij inderdaad exact om 20.13 uur voor me had gestaan, maar helaas komt hij pas tegen half negen aanlopen. Mij laten wachten vind ik dan weer minder grappig. Hij neemt me mee naar een koffiezaakje waar hij een thee bestelt en ik een koffie. We nemen onze drankjes ‘to go’, want het is een heerlijke zwoele avond.

Daniel ziet er overigens erg goed uit; begin veertig, lang, slank en gespierd (voorheen professioneel wielrenner), met donker krullend haar.

‘Ik zal je het meest armzalige fonteintje van Manhattan laten zien,’ zegt hij en neemt me mee naar Stuyvesant Square, een klein stukje groen in de East Village / Gramercy Park. In het parkje ligt een kleine ronde vijver met in het midden daarvan een staaf: werkelijk een legendarisch treurig fonteintje.

Uit de staaf – die er ook zonder fantasie al uitziet als een fallussymbool – komt een miezerig straaltje water. Het water komt er in horten en stoten uit en maakt het beeld compleet dat het eigenlijk een penis moet voorstellen die voortdurend klaarkomt. We hebben plaatsgenomen op een bankje naast de vijver en hoe langer we naar de paal kijken, hoe overtuigender de erotische symboliek wordt. Het werkt erg hypnotiserend.

Het wordt donker. We praten over werk, over ons verleden, over seks in het park in het donker (want de fontein heeft ook wel iets opwindends) en ondertussen spelen zijn lange slanke vingers met mijn krullen. Het zou een vertederend gebaar kunnen zijn, dat spelen met mijn haar, maar het voelt niet oprecht. Ik kan het niet precies omschrijven, maar ik voel dat het niet om mij gaat; dat hij op zoek is naar seks, ongeacht met wie. Dat mag, maar dan niet met mij. Ik heb niet het idee dat Daniel registreert wat ik zeg, of dat het hem iets interesseert. Hij antwoordt plichtmatig en kijkt me dromerig aan. Misschien is het zijn zwoele blik, misschien is het zijn slaperige blik. Hoe dan ook heb ik niet het gevoel dat hij mij ziet.

‘Ik moet gaan,’ zeg ik. Als hij verrast is door mijn milde afwijzing, dan herstelt hij zich snel.

‘Ja, ik moet morgen ook heel vroeg op voor een klus,’ zegt hij.

Daniel loopt een paar blokken met me mee naar de metro en om 21.41 uur nemen we afscheid me een onschuldige kus.