Kill your darlings: Door de ogen van Lisa

Voor de nieuwkomers: er zijn een aantal verhalen (van dates) die het boek New York in 40 dates niet hebben gehaald. Schrijven is schrappen. Kill your darlings. Ik wil hier een paar van deze verhalen alsnog met je delen.

Dit is een ongewone blogpost, het is namelijk geschreven door een vriendin van mij: Lisa.

Zoals jullie misschien weten is mijn boek gebaseerd op een afgeschermd blog dat ik in New York bijhield, in het Engels. Lisa was destijds een maand bij mij in New York en zij is mee geweest op één van mijn dates (met goedkeuring van de jongeman, Mick, in kwestie uiteraard) en heeft daarover een verhaaltje geschreven op mijn blog. Haar bijdrage (hieronder) heb ik wel zelf vertaald want Lisa is Australische. In de tijd waarover wij spreken (2009) woonde zij nog in Nederland.


Door de ogen van Lisa

New York, Augustus 2009

Tussen twee conferentie in de West Coast in, krijg ik de kans om New York City een maand lang mee te maken en tijd door te brengen met Miss Diana. Ze had me al gewaarschuwd dat ik haar zou vergezellen op een date, wat me enerzijds intrigeerde, anderzijds zorgen baarde.

‘Maak je geen zorgen,’ zegt Diana, ‘het is een vriendschappelijke date met iemand die buiten de stad woont, in Washington. We gaan gewoon wat eten en daarna dansen in The Village Underground. Gewoon gezellig.’

‘Bovendien,’ gaat ze verder, ‘gaat hij binnenkort naar Nederland, dus hij wil wat tips mee krijgen.’

We ontmoeten hem, Mick, voor de ingang van La Lanterna di Vittorio, waar we wat eten. Hij is vrolijk en charmant, heeft humor en is erg op zijn gemak na twee biertjes.

Ik ben benieuwd hoe het werkt, ik wil achterover leunen en eens observeren hoe dit er aan toe gaat bij een Amerikaanse date. Het is eigenlijk best interessant. Eerst komen de standaard vragen zoals wat iemand doet, waar ze vandaan komen enzovoort. Het blijkt dat Mick een interessante baan heeft waarbij hij geluidsinstallaties verhuurd en opzet voor bands. De trip naar Nederland is onderdeel van een Europese tour van een Amerikaanse band waar wij nog nooit van gehoord hebben. De hoerenbuurt en de seks shops in Amsterdam komen aan de orde en Mick vindt het bijzonder opwindend om te horen dat vrouwen in Amsterdam de seks shops bezoeken op zoek naar speeltjes en dergelijke. Iets dat in Amerika, in ieder geval buiten New York, nog bijzonder is. Buiten New York is Amerika, in ieder geval aan de oppervlakte, behoorlijk conservatief.

Wanneer de wijn sneller stroomt, komen de interessante onderwerpen aan de orde – gestuurd door scherpe vragen van Miss D – en eenmaal op het onderwerp ‘seks’ komt Mick met een intrigerend verhaal over een verhouding die hij tot voor kort met een oudere vrouw onderhield. Hij had de vrouw op Adult Friend Finder website ontmoet, ze was getrouwd en minstens tien jaar ouder. Op een dag had ze gevraagd of Mick het erg vond als haar man – verlamd vanaf zijn middel – toekeek. Vanaf die tijd en voor een aantal jaar, zat hij in een fascinerende driehoeksverhouding waarin hij seks had met deze vrouw en merkte dat hij extra zijn best deed omdat haar man toekeek. Hij was er behoorlijk kapot van toen het koppel naar een andere Amerikaanse staat verhuisde en er een einde kwam aan deze bijzondere ménage a trois.

Na het eten verhuizen we naar The Village Underground om de hoek en nestelen ons in een van de cabines nabij de dansvloer. We vermaken ons uitstekend, drinken, dansen, kletsen voor zover mogelijk met de herrie. Diana is inmiddels afgedwaald en heeft meer interesse in de vaste bezoekers van The Village Underground, vermaakt zich op de dansvloer en klets hier en daar met de bandleden. Vanuit mijn ooghoek zie ik dat een aantrekkelijke blonde vrouw Mick in de gaten houdt vanaf haar aangrenzende zithoek en vanaf de dansvloer.

‘Luister,’ roep ik, inmiddels aardig aangeschoten, in Micks oor, ‘je gaat niet met ons mee naar huis, maar die vrouw daar, die heeft haar oog op je laten vallen en het is echt een stoot!’

Geen reactie. Dan besef ik dat hij wel degelijk iemand in het vizier heeft, maar het is niet de blonde stoot. Het is de vrouw van in de vijftig die de blonde stoot bij zich heeft. Deze jongeman van nog geen veertig heeft duidelijk een voorkeur ontwikkeld.

Na veel drank, veel gezelligheid, dansen, lachen en flirten – Diana nog kalm en geraffineerd – stoppen we Mick in een taxi naar zijn hotel en draven wij de trappen van de metro af om de F-lijn naar huis te pakken.

Het zou zo maar een kunnen zijn dat Mick heel andere verwachtingen had over de afloop van deze avond want hij laat nooit meer iets van zich horen, ook niet na een vriendelijk berichtje de volgende dag waarin Diana hem bedankt voor een gezellige avond en een leuke ontmoeting. Het kan ook zijn dat hij z’n hotel nooit gehaald heeft.

Ik kan me helemaal voorstellen hoe deze Amerikaanse dating scene een manier van leven kan zijn; je ontmoet nieuwe mensen, hoort verschillende verhalen en leert hoe mensen verschillend in het leven staan, wellicht met wat fysieke voldoening aan het eind van de avond.

Aan de andere kant kan ik me ook voorstellen dat je er op een gegeven moment een beetje blasé van wordt; telkens hetzelfde riedeltje afspelen, hetzelfde spel spelen. Ik denk dat het er aan ligt wat je zoekt en in hoeverre je geïnteresseerd bent om al de verschillende verhalen te horen en te leren kennen.

Kill your darlings: Volgens het boekje

Voor de nieuwkomers: er zijn een aantal verhalen (van dates) die het boek New York in 40 dates niet hebben gehaald. Schrijven is schrappen. Kill your darlings. Ik wil hier een paar van deze verhalen alsnog met je delen.


Volgens het boekje

New York, April 2010

Als we het over een klassieke date willen hebben, over een date volgens het boekje, dan moeten we het over Kevin hebben.

Ik schijn te daten in clusters: ik ontmoet een aantal advocaten achter elkaar, dan fotografen, en nu zit ik mijn fase van entertainers. Dus, dames en heren, mag ik uw aandacht voor onze kandidaat van vandaag: Kevin.

Kevin is een vriendelijke, goedlachse man van in de vijftig. Het type man dat het heel goed zou kunnen vinden met mijn moeder. Met elke moeder. Hij heeft een marketing consultant bedrijfje en werkt vanuit zijn huis in Long Island. Voor New Yorkse begrippen zou dat een lange afstandsrelatie voor ons betekenen want het is niet gemakkelijk om daar met het openbaar vervoer te komen vanuit Brooklyn.

Maar ik zei dat hij entertainer was: naast zijn consultancy opdrachten is Kevin namelijk erg actief in de semiprofessionele theaterwereld. Hij heeft ook een paar commercials gedaan en doet wat voice-over werk; hij heeft inderdaad een mooie diepe stem en iets anders wat Kevin ook bijzonder goed kan zijn ‘accenten’ en ‘stemmetjes’.

We ontmoeten elkaar in een bar bij mij in de buurt, The Double Windsor. Het is een biercafé, een mix tussen een Belgische bruine kroeg en Amerikaanse sports bar. Door de grote ramen aan de voorzijde komt het toch ruim en fris over, een aanwinst voor mijn buurt. Na een paar drankjes eten we wat bij een Frans restaurant, een paar deuren verder. Tijdens onze date – en ook daarvoor aan de telefoon – kunnen we het erg goed vinden. Het is ouderwets gezellig. Iemand vermaken kan hij namelijk uitstekend.

Hier komt de ‘maar’: Kevin ziet er echt uit als een Amerikaanse man in de vijftig. Een Amerikaanse vaderfiguur. Jullie begrijpen inmiddels wel dat leeftijd geen probleem voor mij is, maar daar zit doorgaans wel een jeugdig voorkomen aan vast en Kevin is een traditioneel ogende man, hij lijkt eerder ouder dan jonger.

Kevin staat er op om mij naar huis te brengen, ook al is het nog redelijk vroeg en woon ik letterlijk om de hoek. Het is een echte heer, brengt me tot aan de deur, met een gestolen kus op de stoep. Niets waar mijn moeder het schaamrood van op de kaken zou krijgen. Kortom, de date met Kevin is helemaal volgens het boekje en zou ik op zoek zijn naar een traditionele man om mee te trouwen, dan zou ik zeker nog vaker met hem afspreken, maar dat is niet wat ik zoek.

Vakantieliefde

Zoals je vorige week hebt kunnen lezen moest ik recentelijk naar Kaapstad voor een conferentie. Ik wilde een boek meenemen; niet te dik, vanwege het gewicht, maar ook niet zo dun dat ik het in één keer uit zou lezen.

Peinzend stond ik de avond voor mijn vertrek voor de boekenkast. De keuze uit nog ongelezen boeken is ruim, plus er zijn zat boeken die ik van plan ben te herlezen. Mijn vinger gleed langs de titels en mijn keuze viel op: ‘Mooi verhaal, een verrassende bundel Nederlandse verhalen’.

Ik sloeg het boek open, snoof de muffe boekengeur op, en daar stond het! Het hart met Pour Diana eronder. Tientallen boeken heb ik in de afgelopen jaren doorgebladerd, op zoek naar deze krabbel, vergeten in welk boek het stond. Ik slaakte een verrukte zucht – ‘Aaah… Gino’ – en droomde weg naar Parijs, iets meer dan twintig jaar geleden.

Pour DianaHet is 1994. Het boekje ‘Mooi verhaal’ is net uit en ik krijg het cadeau van Sinterklaas. Ik ben negentien jaar, bijna twintig, en ik ga de kerstvakantie met mijn moeder doorbrengen in Parijs. Via een reisbureau – want zo ging dat in die tijd – hebben we een hotelletje geboekt in het 9de arrondissement, Rue Richer. Ik weet het nog goed.

We komen ’s avonds aan met de trein en de metro, we hebben ingecheckt en we vragen aan de man achter de receptie of hij ons een restaurant in de buurt kan aanbevelen. We hebben trek, maar we zijn ook erg moe.

‘Hiernaast kunt u prima eten,’ zegt de man. We stappen het hotel uit. Twee passen verder is de ingang naar de bistro onder het hotel. Voor we naar binnen gaan bekijken we de menukaart die achter de ruit bevestigd is. De deur zwaait open.

‘Kom binnen, kom binnen,’ zegt een joviale man in het Frans. ‘Geen probleem,’ zegt hij er in het Nederlands achteraan, hij heeft ons snel geschat. We hebben weinig keuze, met open armen worden we naar binnen geleid en aan een tafeltje gezet. De man heet Gino en ziet er net zo Italiaans uit als zijn naam doet vermoeden (hoewel hij in Duitsland is opgegroeid, komen we later te weten). Hij bedient ons met een enthousiasme dat wij niet gewend zijn in Nederland. Hij maakt een praatje, spreekt een paar woorden Nederlands met ons en maakt grapjes. Hij is een clown, een entertainer en hij heeft de hele zaak in z’n broekzak. Kirrend van plezier zitten we aan ons tafeltje bij het raam.

De eigenaar staat achter de bar. De rijzige man doet me denken aan Marlon Brando, terwijl Gino, een vroege veertiger, op Al Pacino lijkt (misschien keek ik in die tijd iets te vaak naar The Godfather). Je moet weten dat ik mijn hele leven al hopeloos verliefd ben op Al Pacino. Tenminste, ik was hopeloos verliefd toen ik negentien was, nu ben ik veertig en is het slechts nog een sluimerende aandoening.

Parijs is koud en als snel is het de routine van mijn moeder en mij om ons aan het eind van de dag op te warmen bij Gino, met een warme chocomelk met een scheut Cointreau.

Gino kent ook het Nederlandse woord ‘prinsesje’ en al snel staan wij bij de bistro te boek als Prinsesje et Maman.

Een paar dagen later vraagt Gino of we het leuk zouden vinden om ergens wat te gaan drinken. Zijn collega Marcel gaat ook mee, ook al spreekt Marcel geen woord buiten de deur en kunnen we zijn Frans nauwelijks verstaan. Marcel heeft zijn oog op mij laten vallen, maar ik heb geen oog voor hem. Ik ben gecharmeerd van Gino. Swept off my feet door deze wervelwind met het gezicht van Al Pacino. En ik wind er geen doekjes om. Ook met negentien jaar was ik al een brutaaltje. L’enfant terrible.

Na sluitingstijd stappen we met z’n vieren bij Gino in de auto. Ik voorin, naast Gino, mijn moeder en Marcel op de achterbank.

‘Maar je bent nog zo jong,’ fluistert Gino als mijn moeder en Marcel even niet op ons letten.

‘Pff.. ik ben bijna twintig,’ protesteer ik. We hebben niets uitgesproken, maar Gino zou wel erg naïef zijn gebleken als hij mijn schaamteloos geflirt de afgelopen dagen niet zou hebben begrepen. We rijden naar de Champs-Élysées en drinken wat in een club daar. Marcel praat honderduit, maar we begrijpen hem niet en Gino moet alles vertalen. Onder de tafel zoekt mijn voet de zijne. Boven de tafel kijk ik hem veelbetekenend aan.

Gino zet eerst Marcel bij zijn huis af en rijdt ons dan terug naar het hotel. Mijn moeder loopt voorop en staat al binnen. Gino grijpt me beet en drukt me buiten tegen de muur. Hij begint me te zoenen.

‘Je maakt me helemaal gek,’ bijt hij me toe. ‘Gaan we morgen samen wat drinken? Jij en ik?’ Ik knik en glip het hotel in, achter mijn moeder aan.

De volgende dag, als we lunchen bij de bistro, roept Gino me apart.

‘Vind je het goed als ik een hotelkamer boek?’ Ik zeg hem dat ik dat inderdaad goed vind.

Die avond gaan we eerst wat drinken, we eten een crêpe aan de Boulevard Montmartre en keren weer terug naar het hotel. We duiken een andere kamer in en hebben een geweldige nacht samen.

‘Als je zwanger raakt, mag je het niet wegdoen,’ zegt hij op een gegeven moment. ‘Dan geef je mij de baby. Ok?’ Dat is een ongebruikelijk verzoek. Hij neemt mijn gezicht tussen zijn beide handen. ‘Beloof het me.’ Ik knik, voor zover dat gaat in zijn grip.

‘Ik beloof het,’ zeg ik. Maar gelukkig heb ik een dergelijk souvenir nooit meegenomen uit Parijs.

Gino en ik houden contact. Hij belt me een paar maanden later om me vertellen dat hij een eigen zaak heeft gekocht, vlak bij het hotel en de oude bistro. Natuurlijk ga ik langs. Op het prikbord naast de bar hangt een foto van ons drieën in de bistro. Gino, met een gulle lach, in het midden. Met zijn stevige armen om onze schouders heeft hij ons dicht tegen zich aangetrokken.

Vele maanden later kom ik nog een keer onverwachts langs met een vriendin. Hij is nog heel hartelijk, maar ik begrijp dat hij inmiddels een relatie heeft.

De volgende keer dat ik in Parijs ben en langsga, is hij verdwenen. Met de noorderzon vertrokken. Iets met de belasting. Mijn hart heeft hij meegenomen, maar nu heb ik het weer gevonden in ‘Mooi verhaal’.

Kill your darlings: Daniel

Voor de nieuwkomers: er zijn een aantal verhalen (van dates) die het boek New York in 40 dates niet hebben gehaald. Schrijven is schrappen. Kill your darlings. Ik wil hier een paar van deze verhalen alsnog met je delen.


Daniel

New York, september 2009

Ik ontmoet veel fotografen via de datingsite in New York. Misschien is dat niet zo vreemd; de kans om collega’s op de werkvloer te leren kennen hebben fotografen natuurlijk nauwelijks. In die zin is het een eenzaam beroep. Het opmerkelijke, echter, van de fotografen die ik hier ontmoet, is dat ze zich (kunnen) specialiseren in héle specifieke onderwerpen. Daniel is bijvoorbeeld een fotograaf die zich uitsluitend bezighoudt met het maken van reclamefoto’s van auto’s.

Daniel is Brits en heeft de heerlijke Britse humor die ik zo geweldig vind. Als we plannen maken voor onze date, schrijft hij: ‘Laten we afspreken bij het bronzen beeld van Ghandi op Union Square.’

‘Uitstekend. Hoe laat?’ vraag ik.

‘Om dertien minuten over acht. Exact.’ Dat vind ik humor. Ik zou het briljant hebben gevonden als hij inderdaad exact om 20.13 uur voor me had gestaan, maar helaas komt hij pas tegen half negen aanlopen. Mij laten wachten vind ik dan weer minder grappig. Hij neemt me mee naar een koffiezaakje waar hij een thee bestelt en ik een koffie. We nemen onze drankjes ‘to go’, want het is een heerlijke zwoele avond.

Daniel ziet er overigens erg goed uit; begin veertig, lang, slank en gespierd (voorheen professioneel wielrenner), met donker krullend haar.

‘Ik zal je het meest armzalige fonteintje van Manhattan laten zien,’ zegt hij en neemt me mee naar Stuyvesant Square, een klein stukje groen in de East Village / Gramercy Park. In het parkje ligt een kleine ronde vijver met in het midden daarvan een staaf: werkelijk een legendarisch treurig fonteintje.

Uit de staaf – die er ook zonder fantasie al uitziet als een fallussymbool – komt een miezerig straaltje water. Het water komt er in horten en stoten uit en maakt het beeld compleet dat het eigenlijk een penis moet voorstellen die voortdurend klaarkomt. We hebben plaatsgenomen op een bankje naast de vijver en hoe langer we naar de paal kijken, hoe overtuigender de erotische symboliek wordt. Het werkt erg hypnotiserend.

Het wordt donker. We praten over werk, over ons verleden, over seks in het park in het donker (want de fontein heeft ook wel iets opwindends) en ondertussen spelen zijn lange slanke vingers met mijn krullen. Het zou een vertederend gebaar kunnen zijn, dat spelen met mijn haar, maar het voelt niet oprecht. Ik kan het niet precies omschrijven, maar ik voel dat het niet om mij gaat; dat hij op zoek is naar seks, ongeacht met wie. Dat mag, maar dan niet met mij. Ik heb niet het idee dat Daniel registreert wat ik zeg, of dat het hem iets interesseert. Hij antwoordt plichtmatig en kijkt me dromerig aan. Misschien is het zijn zwoele blik, misschien is het zijn slaperige blik. Hoe dan ook heb ik niet het gevoel dat hij mij ziet.

‘Ik moet gaan,’ zeg ik. Als hij verrast is door mijn milde afwijzing, dan herstelt hij zich snel.

‘Ja, ik moet morgen ook heel vroeg op voor een klus,’ zegt hij.

Daniel loopt een paar blokken met me mee naar de metro en om 21.41 uur nemen we afscheid me een onschuldige kus.

Wereldberoemd

Oké, ik heb gezegd dat ik zou zwijgen over mijn datingervaringen in Nederland want dat vind ik te dicht bij huis, maar ik ga een uitzondering maken want de meneer waar ik vandaag over schrijf is niet Nederlands, woont niet in Nederland en ik heb hem ook niet ontmoet. Ons korte gesprek via Tinder en facebook – zijn monoloog eigenlijk – was zó ongenuanceerd dat ik hoop hem nooit tegen te komen. Ik wilde het je echter niet onthouden. Ik wil wel zijn privacy beschermen dus ik ga zeggen dat hij Jacques heet, in Marseille woont en met enige regelmaat in Amsterdam is. Alleen dat laatste is waar.

Verder moet je iets van mij weten: ik heb al zo’n vijftien jaar geen televisie meer, ik luister geen radio en ik lees geen kranten (echt belangrijk nieuws bereikt me echt wel, maak je geen zorgen). Ik weet dus absoluut niet wie wie is in de Privé of de Story, ik heb sinds mijn vijftiende geen aflevering van GTST meer gezien en als ik iemand wel herken dan ben ik niet zo heel erg snel star struck. Om een goed voorbeeld te geven: de legendarische eerste woorden die ik ooit tegen Huub van der Lubbe sprak, waren: “Waar was je nou?” Dit was tijdens het benefiet concert voor de begrafenis van Wally Tax, waar mijn toenmalige vriend aan meedeed en waarvoor Huub van der Lubbe ook op het programma stond. Wij hadden de hele middag gerepeteerd en gesoundchecked, maar Huub kwam pas binnen toen het concert in volle gang was en stond ineens naast me.

“Uh…,” stamelde hij, “ik… uh…  hoef niet te soundchecken.” Hij bekeek me eens goed, met een half glimlachje, en vroeg: “wil je wat drinken?” Hij vond mij wel grappig denk ik.

Nog zo’n voorbeeld: een paar maanden geleden ontmoette ik een kunstenaar die het toch wel opmerkelijk vond dat ik nog nooit van hem gehoord had. “Maar,” zei hij, “ik ben echt wereldberoemd.” Hij klonk oprecht verbaasd, niet arrogant. Ik haalde mijn schouders op.

Of, voor ik werd geïnterviewd bij BNR Radio, had ik – tot grote ontsteltenis van mijn mannelijke collega’s –  nog nooit van Wilfred Genee gehoord. Tja…

Nou ja, zo kan ik nog wel een paar voorbeelden noemen hoe anderen mij moeten op attenderen op iemands faam en hoe we er dan smakelijk om moeten lachen.

Dat dus slechts ter introductie. Terug naar Jacques; we hebben een match op Tinder en raken aan de praat. We zijn nog geen vier regels verder als hij schrijft:

“Ik ben een hele bekende pianist.”

“Oh boy,” mompel ik. Als je vindt dat je dit moet schrijven dan is het al niet goed natuurlijk. Zeg gewoon dat je pianist bent.

“Kunnen we verder praten via facebook?” vraagt hij. Ik stuur hem een vriendschapsuitnodiging en hij voegt me toe aan zijn ‘persoonlijke’ vrienden, een selecte groep van circa 10,000 leden. Die avond ga ik niet meer in op zijn berichtjes, want ik heb een etentje.

De volgende dag (hij heeft blijkbaar in mijn foto’s zitten neuzen) schrijft hij: “Heb je een seksrelatie gehad met die oude man in de zwart-wit foto?” Ik moet even goed nadenken want ik heb seks gehad met wel meer ‘oude’ mannen (relatief begrip), maar ik heb maar weinig zwart-wit foto’s met ‘oude’ mannen. Ik heb wel een zwart-wit foto met Herman van Veen. Ik moet lachen.

Met Herman van Veen in Kunstmin in Dordrecht
Met Herman van Veen in Kunstmin in Dordrecht

“Deze?” vraag ik en stuur de foto.

“Weet je wie dat is?” vraag ik, en zeg: “dat is Herman van Veen. Zoek die nou maar ’s op.” Die is dus wél wereldberoemd en als ik hem zie ben ik dus wél echt star struck. “Nee,” schrijf ik hem, “ik heb geen seks met hem gehad, maar als hij me zou willen hebben, dan zou ik dat zeker doen. Mag hij me daarna in slaap zingen want hij heeft de mooiste stem ter wereld.”

Jacques vindt het jammer, want zo zou het voor hem kunnen zijn als hij oud is (sorry, Herman, dat zijn zijn woorden). Jacques gaat verder, in staccato berichtjes:

“Vandaag de dag kan ik gemakkelijk jonge meisjes krijgen. Ik ben nog jong. Pas 42 jaar. Dat is omdat ik een hele goede pianist ben. En veel mensen me kennen. Het is natuurlijk. Tussen jonge meisjes en belangrijke mannen.”

Ik verslik me in m’n koffie. WTF?! Ik schrijf alleen maar: “Right…”

Maar Jacques is nog niet klaar en voelt mijn sarcasme niet aan:

“Maar ik vind vrouwen van mijn leeftijd ook leuk. Voor de ervaring.”

Nu onderbreek ik hem dan toch en schrijf: “Jacques, je windt me echt niet op met deze praatjes. Zeg me alsjeblieft dat dit Franse humor is?!”

Nee, hij is bloedserieus en vraagt me wat er mis mee is. Ik leg hem haarfijn uit dat ik een nuchtere Nederlandse ben van 40 jaar oud en ab-so-luut niet gecharmeerd ben van iemand die loopt op te scheppen dat hij jonge meisjes in bed krijgt omdat hij zogenaamd beroemd is. “Zo praat je toch niet tegen een vrouw?!” Bijt ik hem toe.

Nou ja, je begrijpt dat ik het meteen gedaan had, en overal ont-vriend en uitgeknikkerd werd. En ik was net lekker op dreef!

Dus, meisjes, als jullie een pianist tegenkomen die zegt dat hij wereldberoemd is, ga alsjeblieft niet met hem mee; je bent ‘het zoveelste jonge meisje’ en als je ouder bent, ben je ‘voor de ervaring’. Kortom, het is een crêpe (da’s Frans voor ‘creep’).

Kill your darlings: Onze man in Israël

Voor de nieuwkomers: er zijn een aantal verhalen (van dates) die het boek New York in 40 dates niet hebben gehaald. Schrijven is schrappen. Kill your darlings. Ik wil hier een paar van deze verhalen alsnog met je delen.


Onze man in Israël

New York, juli 2009

Eén van de meest onwaarschijnlijke ontmoetingen in mijn dating bestaan is met Avi. We zijn via de datingsite in contact gekomen, maar Avi woont in Israël. Hij reist regelmatig naar New York voor werk, zegt hij, en heeft daarom gezocht op vrouwen in New York. Avi handelt in kunst.

Hij is getrouwd, dus ik zeg hem al aan het begin van ons contact via de website dat ik geen zin heb om zijn New Yorkse maîtresse te worden. Als ik het kan voorkomen ga ik liever niet lopen stoken in een goed huwelijk natuurlijk, als je het een goed huwelijk mag noemen als iemand zonder medeweten van zijn of haar partner op een datingsite zit. Maar dat terzijde.

In onze correspondentie, die ik eigenlijk graag meteen al had willen afronden maar die Avi constant op gang houdt, vraag ik hem uiteindelijk waarom hij op de site zit, waarom er zo duidelijk op uit is om vreemd te gaan. We raken in een gepassioneerde discussie over levensopvattingen en religie. Wanneer hij op een dag naar New York komt, stem ik toe hem te ontmoeten voor een kop koffie tijdens mijn lunchpauze. Vriendschappelijk, meer niet. Laten we onze discussie daar voortzetten, spreken we af.

Avi staat bij de ingang van het West 4 Street metrostation op me te wachten, mét twee enorme koffers. Hij komt direct uit Israël. Hij is op weg naar Canada, maar weet nog niet zeker hoe hij daar naar toe zal gaan. Bus, trein, vliegen. Hij weet ook nog niet waar hij slaapt vannacht. Ik kan best improviseren en ik geloof altijd wel dat alles op zijn pootjes terecht komt, maar dit is wel erg extreem.

Vlakbij is de prachtige koffiezaak genaamd Caffe Reggio (zie ook mijn New York tip). We slepen zijn koffers naar het café, nemen plaats en bestellen een koffie. Het is al snel duidelijk dat mijn intentie om een vriendschappelijk kopje koffie te gaan drinken niet serieus wordt genomen: hij stort zich in schaamteloos geflirt en probeert herhaaldelijk mijn hand vast te houden die ik hem dan weer ontfutsel.

‘Laat me die mooie glimlach zien,’ zegt hij met enige regelmaat. Ik vind het denigrerend en respectloos; het staat blijkbaar ter discussie of ik een affaire wil met een getrouwde man uit Israël. Had ik niet gezegd dat ik daar geen zin in heb?

Het wordt erger: Avi, die pas 35 jaar oud is, heeft vijf (!) kinderen. Hij laat foto’s zien en het blijkt dat Avi niet zomaar joods is, maar orthodox joods. Gezien het feit dat hij internationale zaken doet heeft hij de krullen, de lange bakkenbaarden, afgeknipt. Ik dacht altijd dat het binnen deze stroming verboden was om ze af te knippen, maar blijkbaar is het een keuze. Zijn zoontjes hebben in ieder geval wel de lange krullen voor hun oren.

Hoe harder Avi – zeker geen onaantrekkelijke man, met rossig haar en een goed gebouwd lichaam – probeert, hoe killer en afstandelijker ik word. Ik drink mijn koffie op en maak snel dat ik wegkom. Mijn excuus is dat ik terug naar kantoor moet: druk druk!

Niet veel later belt Avi me op. Hij vertelt dat een vriend hem komt halen en dan rijden ze samen naar Canada. Hij vraagt of hij zijn bagage misschien een paar uur bij mij op kantoor mag laten. Verschrikkelijke terroristische scenario’s trekken onwillekeurig aan mijn geestesoog voorbij; in Amerika word je erg bang gemaakt voor onbeheerde tassen en koffers, dus ik moet er even over nadenken voor ik toezeg.

Aan het eind van de dag komt Avi ze weer ophalen en hij loopt met me mee naar het West 4 Street metrostation waar ik de metro naar Brooklyn pak. Inmiddels is Avi moe en uitgeblust. Hij heeft niet meer de energie om me te versieren en op deze manier is hij heel goed te verteren. We nemen afscheid met een Amerikaans hug. Hij schrijft me later dat hij zich altijd af zal vragen hoe het zou zijn om mijn, zoals hij zegt, mooie lippen te kussen. Ik ga er maar niet op in.

Kill your darlings: Anders

Voor de nieuwkomers: er zijn een aantal verhalen (van dates) die het boek New York in 40 dates niet hebben gehaald. Schrijven is schrappen. Kill your darlings. Ik wil hier een paar van deze verhalen alsnog met je delen.


Anders

New York, maart 2010

Ons bedrijf is (destijds) net gekocht door een Zweedse investeringsmaatschappij, dus als ik het profiel tegenkom van een aantrekkelijke Zweedse man, in de veertig, met halflang, donker haar denk ik: Zweedse les! Perfect. Dat komt vast een keer van pas.

Ik schrijf hem aan via de datingsite en stel hem voor dat ik hem op koffie trakteer als hij me wat Zweedse woordjes leert. Dat is natuurlijk een aanbod waar geen zichzelf respecterende Zweed nee tegen kan zeggen.

We ontmoeten elkaar in het Financial District – waar hij werkt – bij een koffiezaakje dat midden op een pleintje is gebouwd. Het staat er zo vreemd bij op dat plein, dat het lijkt alsof het is opgepikt door een tornado en daar weer is neergekomen. Dat is natuurlijk een beetje overdreven, maar dit zaakje probeert gezelligheid uit te stralen en gezellig zal het door de omgeving nooit worden. Het hele Financial District is alles behalve gezellig met de hoge torens en de voortdurende, kille schaduw alsof je in een ravijn werkt.

De date is kort en draait nergens op uit. Er zijn een paar punten waarom het niets wordt tussen ons:

  1. Hij is te laat. Niet een paar minuutjes, echt behoorlijk te laat.
  2. Hij ruikt duidelijk naar rook terwijl er in zijn profiel staat dat hij niet rookt. Ik vind het helemaal niet erg als een man rookt, het kan zelfs wel een beetje sexy ruiken bij de juiste man, maar je moet niet liegen tegen mij!
  3. Hij is ICTer. Helemaal niets mis mee, prima baan, maar dat betekent wel dat we over ons werk zo zijn uitgepraat, want daar gaat mijn systeem niet voor in de overdrive.
  4. Hij praat alleen maar over zichzelf.
  5. Ik leer dus geen enkel Zweeds woord.
  6. Zijn naam is Anders. Niet anders dan anders, nee, letterlijk: Anders. Heel gebruikelijk in Scandinavische landen, maar zie je het voor je? ‘Anders… Ooh, Anders, ga door… Ooh, hmm, Anders, ja! Harder…’ Zie je? Dat werkt dus niet.

We nemen afscheid met een kus op de wang als hij zich plotseling realiseert:

‘Maar ik heb je helemaal geen Zweeds geleerd!’

‘Geeft niet, Anders,’ zeg ik met een flauw glimlachje, ‘volgende keer.’

We weten beiden dat er geen volgende keer zal zijn. Adjö! (opgezocht op Google Translate)

Zwangerschapsverlof

Dinsdag heb ik een kind gebaard. Na anderhalf jaar persen.

Ik heb het over mijn boek; het is afgelopen dinsdag bezorgd in de boekhandel en bij de mensen die het hadden gereserveerd bij bijvoorbeeld bol.com.

Ik heb deze week daarom vrij genomen van mijn werk. Zwangerschapsverlof. Zo zie ik het. Collega’s maken baby’s van vlees en bloed en ik maak een boek.

En net als met een mensenkind is zwangerschapsverlof niet geschikt om bij te komen, baby’s hebben namelijk ontzettend veel aandacht nodig, en boekjes ook! Zwangerschapsverlof is omdat je geen tijd hebt om te werken (en omdat je er fysiek niet toe in staat bent na een echte bevalling).

Maandag was een rustige dag en kon ik even op adem komen. Beetje emailen, beetje aandacht besteden aan de verschillende social media accounts. Een heel ontspannen dag eigenlijk om mij geestelijk voor te bereiden op mijn allereerste radio interview!

Dinsdagochtend was ik om half negen te gast bij Radio Rijnmond. Beluister het interview hier (audio opname onderaan de pagina).

Met de ‘geboorte’ – of verschijning moet ik natuurlijk zeggen – op dinsdag kwamen er de nodige felicitaties. Hartverwarmend, maar ik kan je vertellen dat ik de hele dag op de diverse social media platformen heb doorgebracht, in mijn verschillende email inboxen en op de whatsapp. De dag vloog voorbij, bijna volledig doorgebracht in de virtuele wereld. Niet erg want het stormde behoorlijk in de echte wereld!

Woensdag hebben Eduard de Boer (De ReputatieCoach) en ik, de ReputatieCoaching Podcast aflevering 131 voorbereid, tenminste, mijn gesprekje met hem wat hierin is verwerkt (beluister het resultaat hier).

Als je een online reputatie op wilt bouwen, om wat voor reden dan ook, dan kan ik je aanraden alle andere 130 afleveringen ook te beluisteren of je in ieder geval (gratis) te abonneren op de podcast via bijvoorbeeld iTunes, zodat je ze niet meer mist. Nuttige tips voor onder andere ondernemers en bloggers!

Diezelfde middag had ik een interview met het plaatselijke weekblad De Stem van Dordt. Het stuk zal waarschijnlijk 10 juni geplaatst worden. http://www.deweekkrant.nl/de_stem_van_dordt

Woensdag heb ik ook gebruikt om een aantal exemplaren van mijn boek te signeren en te verpakken voor mijn familie, mijn proeflezers en de mensen die mij op een andere manier hebben geholpen.

Verder is het deze week: goed slapen, veel sporten en gezond eten, want het klinkt misschien niet als veel werk, maar het is topsport!

Vandaag is het donderdag en vanavond wordt mijn boek feestelijk gepresenteerd in boekhandel Vos & van der Leer in Dordrecht. We verwachten ongeveer 100 mensen, dus dat wordt reuze gezellig! (Bekijk de foto’s hier)

Deze dag begint met een interview voor de website van het blad Libelle (lees het hier). Dan in de middag, rond 15.30 uur, ben ik te gast bij Radio EenVandaag (beluister het hier). Met het openbaar vervoer kom ik niet op tijd terug in Dordrecht voor mijn eigen boekpresentatie, dus heeft de redactie van Radio EenVandaag – heel attent – een taxi voor me geregeld om me terug te brengen. Dat wordt met zwaailichten over de A27! Ha!

Ik was weer gewend aan het Nederlandse ‘doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg’, maar mijn New York attitude komt meteen weer bovendrijven na deze week!

😉

Kill your darlings: Andrew

Voor de nieuwkomers: er zijn een aantal verhalen (van dates) die het boek New York in 40 dates niet hebben gehaald. Schrijven is schrappen. Kill your darlings. Ik wil hier een paar van deze verhalen alsnog met je delen.


 

Andrew

New York, april 2009

Andrew heeft een fantastisch gevoel voor humor in zijn mailtjes en dat vind ik aantrekkelijk. Ik zou heel graag mijn leven delen met iemand die me ontzettend kan laten lachen. Als twee oudjes, op een bankje bij de vijver, in mijn Tena lady plassen van het lachen. Dat is mijn droom.

Op zijn foto ziet hij er een beetje uit als een klassieke nerd en daar is helemaal niets mis mee, zeker niet als hij me kan laten lachen. Hij is blond, draagt een bril en heeft een normaal postuur. We ontmoeten elkaar op een vrijdagavond in de Stone Rose Lounge, op de vierde verdieping van het Time Warner Center, een winkel centrum op Columbus Circle. Columbus Circle ligt aan de zuidwestelijke hoek van Central Park.

Ik vind het lastig om de bar te omschrijven, het is een lounge, en het doet mij denken aan een moderne hotelbar. De bar geeft je in ieder geval een mooi uitzicht over Columbus Circle en Central Park.

Bron: www.stoneroselounge.com
Bron: http://www.stoneroselounge.com

Andrew en ik staan aan de bar, in een nog bijna lege zaak. Ik heb Andrew gewaarschuwd: ik heb alleen maar tijd voor een drankje, misschien twee, want ik heb afgesproken met mijn logés uit Nederland voor het diner. We hebben een leuke conversatie, maar ik merk al snel dat hij erg enthousiast wordt over de mogelijkheden tussen ons, en ik niet. Ik heb al besloten dat dit hem niet gaat worden voor mij. Er is iets met het merendeel van de Amerikaanse mannen van zijn leeftijd – eind dertig – wat mij afstoot: ze horen zichzelf ontzettend graag praten, maar wat er uit komt is niet per definitie de moeite waard om naar te luisteren. Ze vinden zichzelf geweldig, in de piek van hun leven, hebben nog weinig tegenslag ondervonden en vloeken – zeker Andrew – veel meer dan mij lief is. Ik houd helemaal niet van vloeken, ik vind het onnodig agressief en negatief. Zo grappig vind ik Andrew in levenden lijve dus helaas niet. Daar gaat mijn Tena lady droom.

Wanneer Andrew een verhaal vertelt over aanraken, voelen en betasten, neemt hij zijn kans waar: hij zet zijn verhaal kracht bij door met de volle hand mijn bil beet te pakken. Ik ben perplex, ik ben gechoqueerd, maar ik doe op dat moment niets. De verontwaardiging komt bij mij pas veel later. Tegen de tijd dat ik weer thuis ben, roep ik tegen mijn visite: ‘Weet je wat hij deed?!’

Maar goed, na twee drankjes vertel ik Andrew dat ik moet gaan. We lopen naar de metro. Zijn station is een andere dan de mijne, en dichterbij, dus daar zeggen we gedag. Hij zet zich schrap door zijn voeten verder uit elkaar te zetten, hij staat er stoer bij. Hij trekt me, met een arm om mijn middel, naar zich toe en begint me te zoenen. Hoppa, vol op de mond. Dikke, natte tong erbij en alles. Hij vindt dat hij zich dat kan veroorloven, ik heb immers zijn hand ook niet van mijn bil afgeslagen en wellicht heb ik de verkeerde signalen afgegeven, maar ik duw hem nu toch vriendelijke doch dringend van me af.

‘Ik moet gaan,’ zeg ik.

‘Ik hoop dat we elkaar weer kunnen ontmoeten,’ zegt hij met een zelfgenoegzame grijns, ‘ik mail je morgen.’

‘Ja, oké Andrew. Fijne avond.’ Ik maak me vlug uit de voeten.

Eerlijk is eerlijk, Andrew didn’t stand a chance : na Xavier* is Andrew als een glas bier na een voortreffelijk glas champagne. En ik houd niet eens van bier.

(*Xavier is een verrukkelijke Fransman, die ik de avond ervoor ontmoet heb. Voor dat verhaal verwijs ik je naar mijn boek. Teaser!)

Kill your darlings: Personal trainer

Voor de nieuwkomers: er zijn een aantal verhalen (van dates) die het boek New York in 40 dates niet hebben gehaald. Schrijven is schrappen. Kill your darlings. Ik wil hier een paar van deze verhalen alsnog met je delen.


Personal trainer

New York, juli 2009

Op vrijdag heb ik een date staan met Mike om een koffie te drinken tijdens een late lunchpauze. We spreken af in Le Pain Quotidien op de hoek van 8th Street en 5th Avenue, vlak bij Washington Square Park. Le Pain Quotidien is een keten, met meerder vestigingen in New York en over de wereld, waaronder ook in Amsterdam. Aanrader!

Mike is een bijzonder lekker ding. Zo’n man waar je je tanden in wilt zetten. Hij is bijna twee meter lang en bijna net zo breed. Echt een stuk, een spetter. Denk aan een knappe Amerikaanse rugby speler, of American football speler moet ik zeggen, met Amerikaanse trekken zoals een brede kaaklijn, licht blauwe ogen en donker haar. Hij komt overigens uit Texas.

Ik ben dus erg enthousiast over zijn uiterlijk, de foto’s beloven een bijzonder aangename ontmoeting, maar naarmate we meer en meer corresponderen begin ik een beetje te twijfelen aan zijn intelligentie en ik word toch wel erg opgewonden van iemand met hersens. Bovendien is hij eigenlijk op zoek naar iemand die in shape is en dat ben ik dus duidelijk niet. Maar goed, we ontmoeten elkaar dus hij vindt mij blijkbaar voldoende in shape en ik ben deze keer erg oppervlakkig: ik ga puur op zijn uiterlijk af.

Gelukkig blijkt dat ik het weer helemaal mis heb; er zit een prima stel hersens op en het is ook nog eens een bijzonder aardige man. Hij is enorm, maar niet alleen maar spieren, gewoon lekker massief. Er zit best een isolatielaagje omheen, net als bij mij. Mike is een personal trainer, maar niet – zoals ik in eerste instantie dacht – alleen voor de sportschooljunkies, maar ook bij mensen thuis, mensen die moeten revalideren bijvoorbeeld en hij doet aan gymnastiek voor ouderen. Hoe schattig is dat?!

Hij is in de veertig, halverwege schat ik. Een aantal jaren geleden is Mike zijn eigen koffiezaak begonnen, maar door de recessie ging het helaas op de schop. Nu is hij hard bezig alles af te betalen. Hij vertelt het zonder wroeging en hij praat met heel veel passie over koffie. Leuk.

Na de koffie, die bij Le Pain Quotidien echt heerlijk is, gaan we ieder weer onze eigen weg. Buiten, voor de ingang geeft hij mij een stevige knuffel, een volle kus op mijn mond, pakt me bij mijn pols en kijkt me diep in mijn ogen.

‘E-mail me,’ zegt hij dwingend.

‘Doe ik,’ antwoord ik terwijl ik langzaam in een natte dweil verander.

Het is er vreemd genoeg nooit van gekomen, dat mailtje. Stom he? Ik weet ook niet waarom niet. Hij had me toch zó op het aanrecht gezet, zei hij. Hhhguh.. (schaapachtig lachje).

Ik houd mezelf maar voor dat sommige ervaringen in je fantasie zoveel fantastischer zijn. Soms is de verzonnen versie zo heerlijk, dat je het niet wilt vertroebelen met de werkelijkheid. Slap excuus, maar that’s my story and I’m sticking to it!

Ik denk nog wel eens aan Mike. Aan dat enorme lijf, die kracht, de hand om mijn pols en zijn blik. Dan glimlach ik tevreden met alles wat had kunnen zijn. De herinnering is het enige paradijs waaruit wij niet verdreven kunnen worden, zei iemand ooit tegen mij. Dat geldt ook voor de fantasie.