Ode aan de KLM

Ik ben een grote fan van de KLM. Nee, ik word niet door ze gesponsord, maar als ik ergens enthousiast over ben, dan mag dat ook wel eens gezegd worden, nietwaar? Mensen kunnen mopperen over onze Koninklijke Luchtvaart Maatschappij, bijvoorbeeld over krappe stoelen, maar ik vind het heel erg meevallen en ik vind het in de afgelopen jaren erg verbeterd (hoewel ik moet toegeven dat ik op de lange vluchten voor Economy Comfort kies).

Het meest opmerkelijke, meest bewonderingswaardige, vind ik dat ik (nu ik erover nadenk) nog nooit een onaardige KLM medewerker heb ontmoet. Voor zo’n enorm grote organisatie is het een geweldige prestatie om een consequente, enthousiaste, collegiale bedrijfscultuur te handhaven, en om een dergelijk vriendelijk imago op te bouwen. Bovendien heb ik als marketeer veel bewondering voor de marketing van KLM, met name de inzet van de social media.

Ik voel echt een nationale trots als het gaat om de dames en heren in de blauwe pakjes en ik hoop dat de aangetrouwde, Franse tak hier niet teveel invloed op heeft.

Maar terug naar die bedrijfscultuur: de kans dat de bemanning op een bepaalde vlucht elkaar niet kent is vrij groot, heb ik me wel eens laten vertellen. Daar zult u als passagier echter weinig van merken, het team ziet er altijd gezellig uit, alsof ze altijd samen op reis gaan. Dat is dus niet zo. Als piloten (ongeacht van welke maatschappij) meevliegen als passagier, komen de stewards en stewardessen zich voorstellen en leggen de desbetreffende piloot-in-burger helemaal in de watten. Dat respect voor piloten, die collegialiteit, doet mij persoonlijk denken aan de grandeur die de luchtvaartindustrie decennia geleden (ook al) had. Het gevoel van een eliteclub, en dat vind ik persoonlijk iets romantisch hebben. Het is jaren ‘50 sexy, het is pin-up sexy.

Maar ook naar passagiers vind ik de bemanning extreem vriendelijk, open en behulpzaam. Zeker als je er zelf ook voor open staat; voor dat praatje, die gezelligheid. Ze gaan heel goed met lastige passagiers om (daar ben ik ook getuige van geweest, kan ik ook nog een paar verhalen over vertellen), maar als je een ‘gezellige passagier’ bent, dan krijg je dat echt driedubbel en dwars terug. Ik kan het iedereen aanraden.

Vorige week zat ik in de lange vlucht (van bijna 12 uur) naar Kaapstad met een blaasontsteking. Ik kwam er te laat achter, dus ik had geen tijd meer om naar de huisarts te gaan. Zelfmedicatie dus: cranberry sap, vitamine C en heel erg veel kruidenthee. Daar zat ik met mijn Starbucks thermosbeker, een doos vol kruidentheezakjes en een bakje vol vitamine C kauwtabletten. Toen de stewardess met een glimlach mijn thermos bijvulde, vertrouwde ik haar toe dat ik een blaasontsteking had.

‘Ik zal je dus nog wel heel vaak lastigvallen,’ zei ik erbij.

Ze legde een hand op mijn schouder. ‘Geen enkel probleem,’ fluisterde ze me toe, ‘in business class hebben we cranberry sap, zal ik zo wat voor je halen?’ Ze werd mijn grootste vriendin op deze vlucht, en ik haar ‘heet water klantje’. Af en toe kwam ze uit zichzelf vragen of ze de thermos even moest bijvullen. Ik heb liters weggewerkt en stond dus ook geregeld bij het toilet op mijn beurt te wachten. Tijdens een van deze momenten raakte ik aan de praat met een purser.

‘Heb je…’ begon hij vertwijfeld, ‘je komt me zo bekend voor.’

‘Ik heb zo’n gezicht,’ zei ik met een geruststellende glimlach. ‘Ik krijg het vaak te horen,’ voegde ik er aantoe, en na een korte stilte kon ik het toch niet nalaten erachteraan te zeggen: ‘Ik heb een boek geschreven, maar ik kan me niet voorstellen dat je me daar van kent.’

Hij keek me nog eens peinzend aan. We praatten nog een tijdje. Later kwam hij me wat lekkers brengen uit business class en ik gaf hem een stapeltje boekenleggers welke hij beloofde uit te zullen delen aan de rest van de bemanning. Super!

(À propos: mijn nieuwste bezigheid aan boord van een KLM vliegtuig, of in de KLM lounge, is nu het uitdelen van boekenleggers aan alle wereldwijze, vrolijke dames en heren van de KLM. Een uitermate geschikte doelgroep voor New York in 40 dates als je het mij vraagt.)

Zowel de stewardess die mijn thermosbeker bleef bijvullen, als de purser komen tegen het einde van de vlucht nog even gedag zeggen.

‘Je bent nogal populair bij de bemanning,’ zegt mijn Amerikaanse buurman als we uitstappen. Ik glimlach gegeneerd. Ze hebben me inderdaad weer verwend met hun aandacht en goede zorgen. Dus nee, niets dan goeds over de medewerkers van KLM. Ik kijk nu al uit naar de terugreis, en dat terwijl de vlucht nou juist het gedeelte van de reis was waar ik zo tegenop zag.

Kill your darlings: Daniel

Voor de nieuwkomers: er zijn een aantal verhalen (van dates) die het boek New York in 40 dates niet hebben gehaald. Schrijven is schrappen. Kill your darlings. Ik wil hier een paar van deze verhalen alsnog met je delen.


Daniel

New York, september 2009

Ik ontmoet veel fotografen via de datingsite in New York. Misschien is dat niet zo vreemd; de kans om collega’s op de werkvloer te leren kennen hebben fotografen natuurlijk nauwelijks. In die zin is het een eenzaam beroep. Het opmerkelijke, echter, van de fotografen die ik hier ontmoet, is dat ze zich (kunnen) specialiseren in héle specifieke onderwerpen. Daniel is bijvoorbeeld een fotograaf die zich uitsluitend bezighoudt met het maken van reclamefoto’s van auto’s.

Daniel is Brits en heeft de heerlijke Britse humor die ik zo geweldig vind. Als we plannen maken voor onze date, schrijft hij: ‘Laten we afspreken bij het bronzen beeld van Ghandi op Union Square.’

‘Uitstekend. Hoe laat?’ vraag ik.

‘Om dertien minuten over acht. Exact.’ Dat vind ik humor. Ik zou het briljant hebben gevonden als hij inderdaad exact om 20.13 uur voor me had gestaan, maar helaas komt hij pas tegen half negen aanlopen. Mij laten wachten vind ik dan weer minder grappig. Hij neemt me mee naar een koffiezaakje waar hij een thee bestelt en ik een koffie. We nemen onze drankjes ‘to go’, want het is een heerlijke zwoele avond.

Daniel ziet er overigens erg goed uit; begin veertig, lang, slank en gespierd (voorheen professioneel wielrenner), met donker krullend haar.

‘Ik zal je het meest armzalige fonteintje van Manhattan laten zien,’ zegt hij en neemt me mee naar Stuyvesant Square, een klein stukje groen in de East Village / Gramercy Park. In het parkje ligt een kleine ronde vijver met in het midden daarvan een staaf: werkelijk een legendarisch treurig fonteintje.

Uit de staaf – die er ook zonder fantasie al uitziet als een fallussymbool – komt een miezerig straaltje water. Het water komt er in horten en stoten uit en maakt het beeld compleet dat het eigenlijk een penis moet voorstellen die voortdurend klaarkomt. We hebben plaatsgenomen op een bankje naast de vijver en hoe langer we naar de paal kijken, hoe overtuigender de erotische symboliek wordt. Het werkt erg hypnotiserend.

Het wordt donker. We praten over werk, over ons verleden, over seks in het park in het donker (want de fontein heeft ook wel iets opwindends) en ondertussen spelen zijn lange slanke vingers met mijn krullen. Het zou een vertederend gebaar kunnen zijn, dat spelen met mijn haar, maar het voelt niet oprecht. Ik kan het niet precies omschrijven, maar ik voel dat het niet om mij gaat; dat hij op zoek is naar seks, ongeacht met wie. Dat mag, maar dan niet met mij. Ik heb niet het idee dat Daniel registreert wat ik zeg, of dat het hem iets interesseert. Hij antwoordt plichtmatig en kijkt me dromerig aan. Misschien is het zijn zwoele blik, misschien is het zijn slaperige blik. Hoe dan ook heb ik niet het gevoel dat hij mij ziet.

‘Ik moet gaan,’ zeg ik. Als hij verrast is door mijn milde afwijzing, dan herstelt hij zich snel.

‘Ja, ik moet morgen ook heel vroeg op voor een klus,’ zegt hij.

Daniel loopt een paar blokken met me mee naar de metro en om 21.41 uur nemen we afscheid me een onschuldige kus.

Wereldberoemd

Oké, ik heb gezegd dat ik zou zwijgen over mijn datingervaringen in Nederland want dat vind ik te dicht bij huis, maar ik ga een uitzondering maken want de meneer waar ik vandaag over schrijf is niet Nederlands, woont niet in Nederland en ik heb hem ook niet ontmoet. Ons korte gesprek via Tinder en facebook – zijn monoloog eigenlijk – was zó ongenuanceerd dat ik hoop hem nooit tegen te komen. Ik wilde het je echter niet onthouden. Ik wil wel zijn privacy beschermen dus ik ga zeggen dat hij Jacques heet, in Marseille woont en met enige regelmaat in Amsterdam is. Alleen dat laatste is waar.

Verder moet je iets van mij weten: ik heb al zo’n vijftien jaar geen televisie meer, ik luister geen radio en ik lees geen kranten (echt belangrijk nieuws bereikt me echt wel, maak je geen zorgen). Ik weet dus absoluut niet wie wie is in de Privé of de Story, ik heb sinds mijn vijftiende geen aflevering van GTST meer gezien en als ik iemand wel herken dan ben ik niet zo heel erg snel star struck. Om een goed voorbeeld te geven: de legendarische eerste woorden die ik ooit tegen Huub van der Lubbe sprak, waren: “Waar was je nou?” Dit was tijdens het benefiet concert voor de begrafenis van Wally Tax, waar mijn toenmalige vriend aan meedeed en waarvoor Huub van der Lubbe ook op het programma stond. Wij hadden de hele middag gerepeteerd en gesoundchecked, maar Huub kwam pas binnen toen het concert in volle gang was en stond ineens naast me.

“Uh…,” stamelde hij, “ik… uh…  hoef niet te soundchecken.” Hij bekeek me eens goed, met een half glimlachje, en vroeg: “wil je wat drinken?” Hij vond mij wel grappig denk ik.

Nog zo’n voorbeeld: een paar maanden geleden ontmoette ik een kunstenaar die het toch wel opmerkelijk vond dat ik nog nooit van hem gehoord had. “Maar,” zei hij, “ik ben echt wereldberoemd.” Hij klonk oprecht verbaasd, niet arrogant. Ik haalde mijn schouders op.

Of, voor ik werd geïnterviewd bij BNR Radio, had ik – tot grote ontsteltenis van mijn mannelijke collega’s –  nog nooit van Wilfred Genee gehoord. Tja…

Nou ja, zo kan ik nog wel een paar voorbeelden noemen hoe anderen mij moeten op attenderen op iemands faam en hoe we er dan smakelijk om moeten lachen.

Dat dus slechts ter introductie. Terug naar Jacques; we hebben een match op Tinder en raken aan de praat. We zijn nog geen vier regels verder als hij schrijft:

“Ik ben een hele bekende pianist.”

“Oh boy,” mompel ik. Als je vindt dat je dit moet schrijven dan is het al niet goed natuurlijk. Zeg gewoon dat je pianist bent.

“Kunnen we verder praten via facebook?” vraagt hij. Ik stuur hem een vriendschapsuitnodiging en hij voegt me toe aan zijn ‘persoonlijke’ vrienden, een selecte groep van circa 10,000 leden. Die avond ga ik niet meer in op zijn berichtjes, want ik heb een etentje.

De volgende dag (hij heeft blijkbaar in mijn foto’s zitten neuzen) schrijft hij: “Heb je een seksrelatie gehad met die oude man in de zwart-wit foto?” Ik moet even goed nadenken want ik heb seks gehad met wel meer ‘oude’ mannen (relatief begrip), maar ik heb maar weinig zwart-wit foto’s met ‘oude’ mannen. Ik heb wel een zwart-wit foto met Herman van Veen. Ik moet lachen.

Met Herman van Veen in Kunstmin in Dordrecht
Met Herman van Veen in Kunstmin in Dordrecht

“Deze?” vraag ik en stuur de foto.

“Weet je wie dat is?” vraag ik, en zeg: “dat is Herman van Veen. Zoek die nou maar ’s op.” Die is dus wél wereldberoemd en als ik hem zie ben ik dus wél echt star struck. “Nee,” schrijf ik hem, “ik heb geen seks met hem gehad, maar als hij me zou willen hebben, dan zou ik dat zeker doen. Mag hij me daarna in slaap zingen want hij heeft de mooiste stem ter wereld.”

Jacques vindt het jammer, want zo zou het voor hem kunnen zijn als hij oud is (sorry, Herman, dat zijn zijn woorden). Jacques gaat verder, in staccato berichtjes:

“Vandaag de dag kan ik gemakkelijk jonge meisjes krijgen. Ik ben nog jong. Pas 42 jaar. Dat is omdat ik een hele goede pianist ben. En veel mensen me kennen. Het is natuurlijk. Tussen jonge meisjes en belangrijke mannen.”

Ik verslik me in m’n koffie. WTF?! Ik schrijf alleen maar: “Right…”

Maar Jacques is nog niet klaar en voelt mijn sarcasme niet aan:

“Maar ik vind vrouwen van mijn leeftijd ook leuk. Voor de ervaring.”

Nu onderbreek ik hem dan toch en schrijf: “Jacques, je windt me echt niet op met deze praatjes. Zeg me alsjeblieft dat dit Franse humor is?!”

Nee, hij is bloedserieus en vraagt me wat er mis mee is. Ik leg hem haarfijn uit dat ik een nuchtere Nederlandse ben van 40 jaar oud en ab-so-luut niet gecharmeerd ben van iemand die loopt op te scheppen dat hij jonge meisjes in bed krijgt omdat hij zogenaamd beroemd is. “Zo praat je toch niet tegen een vrouw?!” Bijt ik hem toe.

Nou ja, je begrijpt dat ik het meteen gedaan had, en overal ont-vriend en uitgeknikkerd werd. En ik was net lekker op dreef!

Dus, meisjes, als jullie een pianist tegenkomen die zegt dat hij wereldberoemd is, ga alsjeblieft niet met hem mee; je bent ‘het zoveelste jonge meisje’ en als je ouder bent, ben je ‘voor de ervaring’. Kortom, het is een crêpe (da’s Frans voor ‘creep’).

Kill your darlings: Onze man in Israël

Voor de nieuwkomers: er zijn een aantal verhalen (van dates) die het boek New York in 40 dates niet hebben gehaald. Schrijven is schrappen. Kill your darlings. Ik wil hier een paar van deze verhalen alsnog met je delen.


Onze man in Israël

New York, juli 2009

Eén van de meest onwaarschijnlijke ontmoetingen in mijn dating bestaan is met Avi. We zijn via de datingsite in contact gekomen, maar Avi woont in Israël. Hij reist regelmatig naar New York voor werk, zegt hij, en heeft daarom gezocht op vrouwen in New York. Avi handelt in kunst.

Hij is getrouwd, dus ik zeg hem al aan het begin van ons contact via de website dat ik geen zin heb om zijn New Yorkse maîtresse te worden. Als ik het kan voorkomen ga ik liever niet lopen stoken in een goed huwelijk natuurlijk, als je het een goed huwelijk mag noemen als iemand zonder medeweten van zijn of haar partner op een datingsite zit. Maar dat terzijde.

In onze correspondentie, die ik eigenlijk graag meteen al had willen afronden maar die Avi constant op gang houdt, vraag ik hem uiteindelijk waarom hij op de site zit, waarom er zo duidelijk op uit is om vreemd te gaan. We raken in een gepassioneerde discussie over levensopvattingen en religie. Wanneer hij op een dag naar New York komt, stem ik toe hem te ontmoeten voor een kop koffie tijdens mijn lunchpauze. Vriendschappelijk, meer niet. Laten we onze discussie daar voortzetten, spreken we af.

Avi staat bij de ingang van het West 4 Street metrostation op me te wachten, mét twee enorme koffers. Hij komt direct uit Israël. Hij is op weg naar Canada, maar weet nog niet zeker hoe hij daar naar toe zal gaan. Bus, trein, vliegen. Hij weet ook nog niet waar hij slaapt vannacht. Ik kan best improviseren en ik geloof altijd wel dat alles op zijn pootjes terecht komt, maar dit is wel erg extreem.

Vlakbij is de prachtige koffiezaak genaamd Caffe Reggio (zie ook mijn New York tip). We slepen zijn koffers naar het café, nemen plaats en bestellen een koffie. Het is al snel duidelijk dat mijn intentie om een vriendschappelijk kopje koffie te gaan drinken niet serieus wordt genomen: hij stort zich in schaamteloos geflirt en probeert herhaaldelijk mijn hand vast te houden die ik hem dan weer ontfutsel.

‘Laat me die mooie glimlach zien,’ zegt hij met enige regelmaat. Ik vind het denigrerend en respectloos; het staat blijkbaar ter discussie of ik een affaire wil met een getrouwde man uit Israël. Had ik niet gezegd dat ik daar geen zin in heb?

Het wordt erger: Avi, die pas 35 jaar oud is, heeft vijf (!) kinderen. Hij laat foto’s zien en het blijkt dat Avi niet zomaar joods is, maar orthodox joods. Gezien het feit dat hij internationale zaken doet heeft hij de krullen, de lange bakkenbaarden, afgeknipt. Ik dacht altijd dat het binnen deze stroming verboden was om ze af te knippen, maar blijkbaar is het een keuze. Zijn zoontjes hebben in ieder geval wel de lange krullen voor hun oren.

Hoe harder Avi – zeker geen onaantrekkelijke man, met rossig haar en een goed gebouwd lichaam – probeert, hoe killer en afstandelijker ik word. Ik drink mijn koffie op en maak snel dat ik wegkom. Mijn excuus is dat ik terug naar kantoor moet: druk druk!

Niet veel later belt Avi me op. Hij vertelt dat een vriend hem komt halen en dan rijden ze samen naar Canada. Hij vraagt of hij zijn bagage misschien een paar uur bij mij op kantoor mag laten. Verschrikkelijke terroristische scenario’s trekken onwillekeurig aan mijn geestesoog voorbij; in Amerika word je erg bang gemaakt voor onbeheerde tassen en koffers, dus ik moet er even over nadenken voor ik toezeg.

Aan het eind van de dag komt Avi ze weer ophalen en hij loopt met me mee naar het West 4 Street metrostation waar ik de metro naar Brooklyn pak. Inmiddels is Avi moe en uitgeblust. Hij heeft niet meer de energie om me te versieren en op deze manier is hij heel goed te verteren. We nemen afscheid met een Amerikaans hug. Hij schrijft me later dat hij zich altijd af zal vragen hoe het zou zijn om mijn, zoals hij zegt, mooie lippen te kussen. Ik ga er maar niet op in.

Een beetje liefde. Dankjewel, vreemdeling

Er zijn een paar dagen in de maand waarop een vrouw een beetje extra liefde nodig heeft. Dat kunnen we allemaal gebruiken, elke dag, maar voor mij persoonlijk geldt dat ik de paar dagen voor díe tijd van de maand een onverzadigbare behoefte voel aan knuffels, schouderklopjes en figuurlijke aaien over mijn bolletje. Dat mag je best van me weten. Het is volkomen irrationeel natuurlijk want als er iemand een bofkont is met alle aandacht en met zo veel lieve en liefdevolle mensen om mij heen, dan ben ik het wel, maar ja… hormonen he?!

Deze maand voel ik het misschien iets sterker dan anders, ten eerste omdat ik van een hele grote roze wolk kom. De heerlijke warme, donzige wolk van aandacht rondom de publicatie van mijn boek. The higher you climb, the harder you fall.

Ten tweede omdat ik gisteren meedeed aan het baarmoederhalskanker bevolkingsonderzoek waar elke vrouw, vanaf haar dertigste, elke vijf jaar voor wordt uitgenodigd. Niet het meest plezierige onderzoek. Al is het niet echt pijnlijk, het is op z’n minst gezegd een keuring waarbij je je erg kwetsbaar voelt, zo op de dokterstafel met je benen in de beugels. Ook dat mag je weten.

En zo waren er nog een paar aanleidingen deze week om me rot te voelen, waar ik niet over wil zeuren, want aanleidingen zijn altijd ruimschoots voorhanden (en lijken altijd veel erger dan ze zijn) als je je in die aparte dagen dreigt te verliezen in dat hormoongestuurde zelfmedelijden. Op andere dagen stap je er zo overheen.

Wat ik maar wil zeggen is dit: deze maand viel het me zwaar en vanochtend vertrok ik in een (voor mijn doen) kwetsbare staat naar Londen.

Alles verliep soepel: het openbaar vervoer werkte mee, het inchecken en alle controles gingen snel, het broodje en de koffie op het vliegveld waren lekker. De vlucht was prima (twee stoelen voor mij alleen), de metro in Londen liet me nog geen minuut wachten en de kamer in het hotel was ook al klaar voor me. Ik vond zonder moeite de locatie van de conferentie en de dozen, met daarin de promotionele materialen voor op onze tafel, stonden keurig op me te wachten. Echt, alles liep op rolletjes. Maar toch… maar toch dat lege gevoel. Het zijn ook de dagen dat ik erg veel trek heb. Een onstilbare honger naar voedsel, naar liefde, naar aandacht. En dat alles door je hormoonhuishouding. Het is toch wel erg verwonderlijk allemaal, ik blijf me erover verbazen.

Nadat ik de tafel had klaargezet voor de volgende dag, ben ik even door het parkje gelopen dat tussen het congres en mijn hotel lag; Russel Square Gardens. In een Italiaans tentje in het midden van het park bestelde ik wat te eten en wat te drinken (echt, twee dagen lang ben ik Holle Bolle Gijs). Ik nam plaats op het terras en pikte nog wat zon mee. Ik zat loom op mijn focaccia-spinazie tosti te kauwen en wat voor me uit te staren toen er een lange, slanke, donkere man voorbij liep. Ik keek niet naar hem, maar ik zag wel wat hij deed. Hij stopte en draaide zich om. Hij liep op me af en kwam naast mijn tafeltje staan. Pas toen keek ik hem aan. Ik schatte hem begin dertig. Hij maakte een hele kleine, beleefd buiging en zei:

Excuse me,” in het prachtige Britse Engels, “I would just like to say that I think you are really beautiful.”

Ik glimlachte naar hem en knikte beleefd terug.

Thank you,” zei ik met nadruk en volkomen oprecht. Hij knikte ook nog een keer en liep verder. Dat was nou precies wat ik nodig had, dacht ik bij mezelf en moest grinniken om dit kleine voorval. Dankje, vriendelijke vreemdeling. Dankjewel.

Russell Square Gardens
Russell Square Gardens

Tijd en de Oase

Ik zat afgelopen weekend in The Oasis Boutique Hotel in Zuid Afrika, ergens tussen Johannesburg en Pretoria. Het vliegticket Johannesburg – Amsterdam was 1000 euro duurder als ik op vrijdagavond zou vliegen in plaats van op zondagavond, dus bleef ik het weekend ‘verplicht’ in Zuid Afrika. Er zijn ergere plaatsen om het weekend door te brengen natuurlijk.

Ik zocht een hotel waar ik comfortabel het weekend door kon brengen, en met comfortabel bedoel ik: een hotel met goedwerkend internet en de mogelijkheid om drie maaltijden per dag te bestellen. Ik vond dit hotel en het was perfect.

Het is vrijdagavond. Het avondeten moeten we van tevoren bestellen en de kok roept ons wanneer het eten geserveerd wordt. Het diner – hier volgens de Engelse traditie supper genaamd – staat klaar in de dining room. De vier gasten van het hotel zijn aan één tafel geplaatst. Ik deel het hotel deze avond met een ouder stel uit Botswana, Jerry en Fran, en een hele lange Schotse man van begin vijftig die luistert naar de naam Martin.

Bron: www.oasis.sa.com
Bron: http://www.oasis.sa.com

We praten eerst over de stroomvoorziening in zuidelijk Afrika. Jerry en Fran vertellen ons dat er veel corruptie en mismanagement is bij de aanleg en het beheer van de energiecentrales. Hierdoor is de stroomvoorziening in Zuid Afrika en in Botswana (wat voor de helft afhankelijk is van de stroom die ze van Zuid Afrika koopt) een enorm probleem.

We komen op de vraag wat Martin voor de kost doet en waarom hij alleen in Zuid Afrika is.

‘Ik werk niet meer,’ zegt Martin. Er zit nog een vervolg aan deze zin, maar hij twijfelt. Hij kijkt ons een voor een aan.

‘Oké,’ zegt hij uiteindelijk, ‘ik zal het jullie vertellen. Ik ben terminaal.’

Wat nemen we alles toch gemakkelijk voor lief. Electriciteit, internet, onze gezondheid, ons lichaam en het leven dat ons gegeven is.

Martin vertelt dat hij multiple sclerosis (MS) heeft, in combinatie met nog een andere neurologische aandoening waar ik de naam van vergeten ben. Dubbelop dus. De volgende dag zullen zijn twee nichten in het hotel aankomen en zal hun avontuur door Zuid Afrika gaan beginnen, the trip of a lifetime, zoals Martin zegt. De vraag van de afgelopen weken was of hij het fysiek aan zou kunnen, maar het gaat goed met Martin hier in The Oasis, deze oase van rust en luxe.

Doctoren geven hem nog twee jaar, maar dat zegt maar weinig. Soms gaat het sneller en soms, bijvoorbeeld in het geval van Stephen Hawking die ALS heeft, overleeft de patiënt de gegeven termijn met vele jaren.

Jerry en Fran gaan na het dessert naar hun kamer. Martin en ik praten de rest van de avond over hoe hij heeft ontdekt dat hij MS heeft, hoe hij emotioneel door een diep dal is gegaan en heeft geprobeerd om een eind aan zijn leven te maken, hoe hij inmiddels gescheiden is en hoe hij plannen heeft gemaakt voor zijn verzorging en zijn uitvaart. Het is een intens maar heel mooi en openhartig gesprek.

‘Heb geen medelijden met me, Diana,’ zegt Martin als we afscheid nemen voor de nacht. Hij heeft ook absoluut geen zelfmedelijden. Hij lijkt te genieten van elke goede dag die hij heeft. Hoeveel waardering heeft de gemiddelde mens voor een goede dag?

Het is ook geen medelijden wat ik voel. Op een manier is het een prachtig geschenk wat Martin gekregen heeft: een deadline.

‘Had je hier gezeten als je dit nieuws niet had gekregen?’ vraag ik hem.

‘Nee,’ geeft hij toe.

Natuurlijk, ik vind het lijden, het ongemak, de pijn en de angst die Martin ongetwijfeld te wachten staat heel erg, dat raakt me, maar terminaal zijn we allemaal. Teveel vrienden zijn geplukt in de bloei van hun leven. Zonder enige waarschuwing. Martin heeft iets heel waardevols gekregen: tijd. Tijd om de dingen te doen die hij wil doen voor hij doodgaat, tijd om afscheid te nemen van vrienden en familie, tijd om afspraken te maken over het punt waarop hij zelf wil beslissen of hij blijft vechten of niet. Ik geloof dat Martin zijn tijd optimaal gaat gebruiken en ik ben blij voor hem.

Inmiddels ben ik weer terug in Nederland. Ik kom van de sportschool. Personal trainer Frank heeft er weer flink de zweep overheen gelegd en mijn spieren doen zeer. Een heerlijke pijn. Een dankbare pijn. Ik eet een appel en loop op mijn gemakje. De zon schijnt, de kleuren zijn helder vanavond. De mensen mooi. Hollands welvaren. God, wat hebben we toch allemaal een ongelooflijke potentie. Iedereen. Dat is het gevoel dat ik me herinner van New York bedenk ik me als ik loop: het gevoel van de endless possibilities die we hebben.

Live up to your potential, lieve lezer, je hebt nog tijd. Wacht niet tot je een deadline krijgt.