Oppeppers voor de afvallers

Het is vandaag 1 oktober; een mooie dag om jullie op de hoogte te brengen van wat er tot nu toe van mijn goede voornemens terecht gekomen is. Ik schreef begin juli, in de blog post “Mijn tweede boek, in grote ‘lijnen’”, dat ik vloekend en tierend in mijn badkamer stond. Ik schreef over gewicht en afvallen en boeken daarover kunnen schrijven enzo.

WeegschaalSinds ik 1 juli jl. de afval-draad weer heb opgepakt, zijn er weer 10 kilo af. Dat brengt het totaal naar 28 kilo sinds ik 16 maanden geleden de knop voorgoed heb omgezet, dus daar ben ik heel tevreden over. (Maar waarom begint het grote slinken altijd bij de cupmaat? Dat is dan weer zo jammer.)

De meest gestelde vraag: ‘Welk dieet volg je dan?’ of ‘Wat doe je dan?’ Dus laat ik het hier beantwoorden, wellicht heeft iemand er iets aan.

Ik volg geen speciaal dieet, laat ik dat voorop stellen. Er zijn drie ‘gouden regels’ die mij helpen met afvallen en ik gebruik het laatste punt om gemotiveerd te blijven;

  • Ik laat de alcohol (zo veel mogelijk) staan. Het zijn loze calorieën, maar vooral: je lever is het enige orgaan dat vet afbreekt en ook het enige orgaan dat alcohol afbreekt. Het is dus het één of het ander. Als je drinkt zit je jezelf dubbelop dwars. Laatst had ik trouwens een avondje ‘vrij’ (een bewuste keuze om te drinken die avond) en ik was al heel snel, heel erg dronken. Ik was het niet meer gewend en bovendien ben ik inmiddels een stuk lichter, dus ja, die kwam hard aan. Ik wist meteen weer wat de andere reden was om niet te drinken: de kater! Om maar niet te spreken van het feit dat ik Henk de hele avond John heb genoemd, vier keer heb gevraagd hoe Marianne ook al weer heet en de hele avond bij deez en geen om zijn of haar nek heb gehangen want ik word nog lichamelijker als ik dronken ben. Het was een glansrijke vertolking van ‘de dronken schrijfster’, al zeg ik het zelf. (Sorry, Henk!)
  • Eet wat je wilt, maar houd voor de grap eens de calorieën bij. Er bestaan voldoende gratis apps om dit te doen, zelf gebruik ik MyNetDiary Pro waar ik eenmalig een paar euro voor betaald heb. Als je je bewust wordt van de loze calorieën (brandstof maar geen voedingstof) die er ongemerkt ingaan, dan ga je vanzelf andere keuzes maken. 20 snoeptomaatjes of een klein stukje chocola… tja… als je echt trek hebt, dan weet je het wel. Ik kan je vertellen dat ik ontzettend veel groente eet. Weinig koolhydraten, weinig zuivel, weinig vlees. Ik mijd niets behalve geraffineerde suiker en al die bewerkte producten, maar die vind ik ook echt niet lekker meer. Ik eet veel eerlijke, pure producten. Had ik al gezegd veel groente?
  • Beweeg! Ja, duh! Maar echt he?! Richt je ook op het ontwikkelen van spieren want spieren verbranden meer energie, ook als je achter je bureau zit. Een stuk wandelen is prima, maar werk dus ook aan je spieren. Dat hoeft niet ingewikkeld te zijn, kijk maar eens op youtube voor oefeningen die je gewoon thuis kunt doen zonder apparaten. Ik heb een tijd gewerkt met een personal trainer, maar ik begrijp heel goed dat niet iedereen die investering wil of kan maken.
  • Heel belangrijk: Straf jezelf niet om je zwakke momenten, maar beloon je overwinningen. Geef jezelf punten bijvoorbeeld. Hoe lastiger je iets vindt, hoe meer punten je er mee kunt verdienen. Dit heb ik uit Dromen, durven, doen van Ben Tiggelaar. Ik beloon mezelf bijvoorbeeld voor het traplopen op het werk (7de verdieping!) in plaats van de lift, ik beloon mezelf voor een dag niet drinken, voor het bijhouden van mijn calorieën, en ga zo maar door. Bedenk je eigen puntensysteem en bedenk je eigen beloningen voor het behalen van een bepaald aantal punten of mijlpalen. Maak het jezelf niet te moeilijk en niet te makkelijk, ik bedoel, de beloningen moeten uitdagend maar ook realistisch zijn.

In mijn vakantie heb ik Het antidieetboek gelezen en daar staat voor een groot deel in wat ik eigenlijk al had ontdekt en wat ik min of meer zelf ook in een boek zou willen zetten. Dus dat boek schrijven, dat ligt even op de plank. Ten eerste wil ik natuurlijk niet schrijven wat er al geschreven is, en ten tweede omdat ik er naast mijn baan en mijn studie (en het sporten!) even geen tijd voor heb. Maar hopelijk hebben jullie hier vast wat aan!

De NS en ik

Terwijl de KLM en ik het uitermate goed kunnen vinden met elkaar, is mijn relatie met de NS gedoemd. Het lijkt wel alsof – elke keer als ik een tocht wil ondernemen om mijn boek te promoten (zie Mag het licht weer uit? en Geen paniek!) – de NS mij tegenwerkt.

Zo stond ik afgelopen vrijdag op het station in Dordrecht, op weg naar Utrecht om aldaar een exemplaar van mijn boek te signeren en in de boekenwinkel te leggen (dit uiteraard in overleg met de desbetreffende boekhandel). De koper van dit unieke exemplaar mag kiezen tussen een etentje met mij of een dinerbon ter waarde van 100 Euro. De Sjakie-actie hebben we (de marketingmeisjes van de uitgeverij en ik) het gedoopt, naar het verhaal van Sjakie en de Chocoladefabriek.

Golden TicketIk had geen tijd afgesproken met de boekhandel, maar ik zou de trein rond negen uur nemen, dan zou ik tussen half elf en elf uur op mijn bestemming zijn.

Ik heb ‘s ochtends de NS App nog gecontroleerd op ongewone meldingen, maar er was niets aan de hand. Echter, op het station aangekomen zag ik van een afstandje de donkerblauwe balken al op het scherm met de vertrektijden; een teken dat er iets mis was. En dat er iets goed mis was, want het waren heel veel donkerblauwe balken die ik zag.

‘Vanwege de inzet van hulpdiensten is er geen treinverkeer mogelijk van en naar Rotterdam Centraal,’ galmde de kalme, warme NS stem over het station. Wat betekende dát nou weer, “inzet van hulpdiensten”? Er klonk geroezemoes en ik ving wat steekwoorden op als ‘verwarde man’ en ‘Thalys’. Ik keek zelf op nu.nl en kwam te weten dat een man zich had opgesloten op het toilet van de Thalys, er niet af wilde komen en dat daarom station Rotterdam Centraal voor een groot deel ontruimd was. Heb ik weer.

Hoe lang kan het duren om een man van het toilet te halen, dacht ik. Ik kocht een koffie en een broodje en ging aan de voorzijde van het station op een muurtje zitten. Het zonnetje scheen. Zwak, maar het scheen. Rechts van mij zat een jonge man, links van mij een vrouw van rond de vijftig. De man verdween al snel nadat de vrouw en ik hem verzekerd hadden dat de treinen wel tot Rotterdam Blaak reden, maar niet verder.

‘Ik werk op Rotterdam Centraal,’ zei de vrouw naast me, nadat de man was weggespurt. ‘Ik kom er net vandaan, ik ben vrij vandaag. Gelukkig zat ik in een van de laatste treinen die vertrokken.’

‘Oh,’ zei ik. ‘Dat is fijn.’

‘Nou ja,’ ging ze verder, ‘eigenlijk niet zo fijn, want ik heb een begrafenis vandaag.’

‘Oh, dat spijt me voor u. Familie?’

‘Nee… Nou ja, het is nogal een raar verhaal,’ antwoordde ze. Ze nam een flinke trek van haar sigaret en vertelde me het rare verhaal, wat vooral heel erg triest was en waar zowel kanker bij de ene persoon als zelfdoding bij een andere persoon een rol in speelden. De vrouw zou worden opgehaald. Ze had haar verhaal net afgerond toen haar lift verscheen. We wensten elkaar sterkte en ze rende naar de auto. Ik bleef wat beduusd achter.

Na twintig minuten keek ik nog eens op de reiswijzer van de NS en daar stelde de App voor om via Geldermalsen naar Utrecht te reizen. Daar had ik nog niet aan gedacht. Het perron voor de Arriva trein die ons naar Geldermalsen kon brengen stond vol met mensen die ook allemaal meewilden, maar de trein die daar klaarstond zou blijven staan.

‘Er komt zo een andere trein hierachter te staan,’ zei een meneer in een Arriva uniform, ‘die vertrekt naar Geldermalsen.’ De hele mensenmassa bewoog zich enkele tientallen meters verder in de aangegeven richting. De beloofde trein kwam en iedereen stapte in. Toen werden we verzocht allemaal weer uit te stappen. Deze zou namelijk ook niet gaan rijden. Nou moe. De derde trein dan. Een collega van mij stapte uit de derde trein die het station binnen was gekomen en zich achter de twee andere treinen had aangesloten. Mijn collega wist me te vertellen dat er een stuk rails ontbrak op het spoor. Nee! Arriva zit ook in het complot. Heb ik weer.

De derde trein vertrok uiteindelijk en bracht ons toch nog naar Geldermalsen, zij het tergend langzaam op de plek waar het stuk rails ontbrak.

Uiteindelijk kwam ik met een uurtje vertraging in Utrecht aan, dus er was natuurlijk helemaal niets aan de hand. Het droevige verhaal van de vrouw naast me in Dordrecht had alles meteen weer in perspectief gezet en ik kon alleen maar lachen om mijn kleine ongemakjes.

Het boek is dus getekend, de ‘gouden wikkel’ ligt – voor zover ik weet – nu nog in een boekhandel in Utrecht, dus vind ‘m, dan gaan we een hapje eten en genieten van het leven. Houd er wel rekening mee dat ik wat vertraging op kan lopen want de NS en ik… nou ja.

 

Terug naar school

Ik ga weer naar school en ik heb er ontzettend veel zin in! Ik hoor het mijn moeder nog tegen me zeggen, toen ik een tiener was: ‘Wacht maar, je gaat school nog missen als je werkt.’ Ze had gelijk natuurlijk.

Ik begin aanstaande zaterdag op de Schrijversvakschool in Amsterdam. Dan krijg ik elke zaterdag les, de hele dag, vier schooljaren lang als ik niet afval of afhaak.

‘Maar je hebt al een boek uitgegeven?!’ is doorgaans de verbaasde reactie van vrienden en bekenden. Ja, natuurlijk, maar dat wil toch niet zeggen dat er niets meer te leren valt?! Sterker nog, nu begrijp ik hoe veel ik nog te leren heb en hoe graag ik al die informatie wil absorberen. Jezelf blijven ontwikkelen kan nooit kwaad.

New York in 40 dates is een luchtig non-fictie boek en geen roman (ook geen reisgids, zoals sommige lezers hadden gehoopt), maar een literaire roman schrijven is wel iets wat op mijn vernieuwde bucketlist staat (nu mijn oorspronkelijke bucketlist is afgevinkt).

Ik verlang naar de uitdaging, en een uitdaging zal het zeker gaan worden: overdag werken, ’s avonds sporten en studeren, maar ik hunker oprecht naar het strenge regime dat ik mezelf heb opgelegd. Het plan is om drie keer in de week te gaan sporten (want afvallen is ook nog steeds een doel), en drie keer in de week schrijven (waaronder mijn huiswerk en dit blog).

Ondertussen heb ik als een enthousiaste puber schriften gekocht en deze opgeleukt met teksten en plaatjes. De schriften, pennen, thermosfles en een boekje voor in de trein liggen allemaal al klaar. Als ik mezelf niet zou zijn, zou ik het schattig vinden om te zien; veertig jaar en weer een schooltasje aan het inpakken. Wat een kinderlijke vreugde.

Ik ben van plan jullie mee te nemen door de opleiding, want ik vermoed dat ik mijn huiswerk zo nu en dan prima kan hergebruiken als blogpost, zoals ik vice versa een oudere blogpost nu al heb hergebruikt voor mijn eerste opdracht: Schrijf een column van exact 365 woorden. Niet meer, niet minder.

Nu is deze post (zonder de titel) toevallig ook exact 365 woorden (getallen niet meegerekend), maar dat is gewoon omdat ik een strebertje ben.

Ode aan de KLM

Ik ben een grote fan van de KLM. Nee, ik word niet door ze gesponsord, maar als ik ergens enthousiast over ben, dan mag dat ook wel eens gezegd worden, nietwaar? Mensen kunnen mopperen over onze Koninklijke Luchtvaart Maatschappij, bijvoorbeeld over krappe stoelen, maar ik vind het heel erg meevallen en ik vind het in de afgelopen jaren erg verbeterd (hoewel ik moet toegeven dat ik op de lange vluchten voor Economy Comfort kies).

Het meest opmerkelijke, meest bewonderingswaardige, vind ik dat ik (nu ik erover nadenk) nog nooit een onaardige KLM medewerker heb ontmoet. Voor zo’n enorm grote organisatie is het een geweldige prestatie om een consequente, enthousiaste, collegiale bedrijfscultuur te handhaven, en om een dergelijk vriendelijk imago op te bouwen. Bovendien heb ik als marketeer veel bewondering voor de marketing van KLM, met name de inzet van de social media.

Ik voel echt een nationale trots als het gaat om de dames en heren in de blauwe pakjes en ik hoop dat de aangetrouwde, Franse tak hier niet teveel invloed op heeft.

Maar terug naar die bedrijfscultuur: de kans dat de bemanning op een bepaalde vlucht elkaar niet kent is vrij groot, heb ik me wel eens laten vertellen. Daar zult u als passagier echter weinig van merken, het team ziet er altijd gezellig uit, alsof ze altijd samen op reis gaan. Dat is dus niet zo. Als piloten (ongeacht van welke maatschappij) meevliegen als passagier, komen de stewards en stewardessen zich voorstellen en leggen de desbetreffende piloot-in-burger helemaal in de watten. Dat respect voor piloten, die collegialiteit, doet mij persoonlijk denken aan de grandeur die de luchtvaartindustrie decennia geleden (ook al) had. Het gevoel van een eliteclub, en dat vind ik persoonlijk iets romantisch hebben. Het is jaren ‘50 sexy, het is pin-up sexy.

Maar ook naar passagiers vind ik de bemanning extreem vriendelijk, open en behulpzaam. Zeker als je er zelf ook voor open staat; voor dat praatje, die gezelligheid. Ze gaan heel goed met lastige passagiers om (daar ben ik ook getuige van geweest, kan ik ook nog een paar verhalen over vertellen), maar als je een ‘gezellige passagier’ bent, dan krijg je dat echt driedubbel en dwars terug. Ik kan het iedereen aanraden.

Vorige week zat ik in de lange vlucht (van bijna 12 uur) naar Kaapstad met een blaasontsteking. Ik kwam er te laat achter, dus ik had geen tijd meer om naar de huisarts te gaan. Zelfmedicatie dus: cranberry sap, vitamine C en heel erg veel kruidenthee. Daar zat ik met mijn Starbucks thermosbeker, een doos vol kruidentheezakjes en een bakje vol vitamine C kauwtabletten. Toen de stewardess met een glimlach mijn thermos bijvulde, vertrouwde ik haar toe dat ik een blaasontsteking had.

‘Ik zal je dus nog wel heel vaak lastigvallen,’ zei ik erbij.

Ze legde een hand op mijn schouder. ‘Geen enkel probleem,’ fluisterde ze me toe, ‘in business class hebben we cranberry sap, zal ik zo wat voor je halen?’ Ze werd mijn grootste vriendin op deze vlucht, en ik haar ‘heet water klantje’. Af en toe kwam ze uit zichzelf vragen of ze de thermos even moest bijvullen. Ik heb liters weggewerkt en stond dus ook geregeld bij het toilet op mijn beurt te wachten. Tijdens een van deze momenten raakte ik aan de praat met een purser.

‘Heb je…’ begon hij vertwijfeld, ‘je komt me zo bekend voor.’

‘Ik heb zo’n gezicht,’ zei ik met een geruststellende glimlach. ‘Ik krijg het vaak te horen,’ voegde ik er aantoe, en na een korte stilte kon ik het toch niet nalaten erachteraan te zeggen: ‘Ik heb een boek geschreven, maar ik kan me niet voorstellen dat je me daar van kent.’

Hij keek me nog eens peinzend aan. We praatten nog een tijdje. Later kwam hij me wat lekkers brengen uit business class en ik gaf hem een stapeltje boekenleggers welke hij beloofde uit te zullen delen aan de rest van de bemanning. Super!

(À propos: mijn nieuwste bezigheid aan boord van een KLM vliegtuig, of in de KLM lounge, is nu het uitdelen van boekenleggers aan alle wereldwijze, vrolijke dames en heren van de KLM. Een uitermate geschikte doelgroep voor New York in 40 dates als je het mij vraagt.)

Zowel de stewardess die mijn thermosbeker bleef bijvullen, als de purser komen tegen het einde van de vlucht nog even gedag zeggen.

‘Je bent nogal populair bij de bemanning,’ zegt mijn Amerikaanse buurman als we uitstappen. Ik glimlach gegeneerd. Ze hebben me inderdaad weer verwend met hun aandacht en goede zorgen. Dus nee, niets dan goeds over de medewerkers van KLM. Ik kijk nu al uit naar de terugreis, en dat terwijl de vlucht nou juist het gedeelte van de reis was waar ik zo tegenop zag.

Een beetje liefde. Dankjewel, vreemdeling

Er zijn een paar dagen in de maand waarop een vrouw een beetje extra liefde nodig heeft. Dat kunnen we allemaal gebruiken, elke dag, maar voor mij persoonlijk geldt dat ik de paar dagen voor díe tijd van de maand een onverzadigbare behoefte voel aan knuffels, schouderklopjes en figuurlijke aaien over mijn bolletje. Dat mag je best van me weten. Het is volkomen irrationeel natuurlijk want als er iemand een bofkont is met alle aandacht en met zo veel lieve en liefdevolle mensen om mij heen, dan ben ik het wel, maar ja… hormonen he?!

Deze maand voel ik het misschien iets sterker dan anders, ten eerste omdat ik van een hele grote roze wolk kom. De heerlijke warme, donzige wolk van aandacht rondom de publicatie van mijn boek. The higher you climb, the harder you fall.

Ten tweede omdat ik gisteren meedeed aan het baarmoederhalskanker bevolkingsonderzoek waar elke vrouw, vanaf haar dertigste, elke vijf jaar voor wordt uitgenodigd. Niet het meest plezierige onderzoek. Al is het niet echt pijnlijk, het is op z’n minst gezegd een keuring waarbij je je erg kwetsbaar voelt, zo op de dokterstafel met je benen in de beugels. Ook dat mag je weten.

En zo waren er nog een paar aanleidingen deze week om me rot te voelen, waar ik niet over wil zeuren, want aanleidingen zijn altijd ruimschoots voorhanden (en lijken altijd veel erger dan ze zijn) als je je in die aparte dagen dreigt te verliezen in dat hormoongestuurde zelfmedelijden. Op andere dagen stap je er zo overheen.

Wat ik maar wil zeggen is dit: deze maand viel het me zwaar en vanochtend vertrok ik in een (voor mijn doen) kwetsbare staat naar Londen.

Alles verliep soepel: het openbaar vervoer werkte mee, het inchecken en alle controles gingen snel, het broodje en de koffie op het vliegveld waren lekker. De vlucht was prima (twee stoelen voor mij alleen), de metro in Londen liet me nog geen minuut wachten en de kamer in het hotel was ook al klaar voor me. Ik vond zonder moeite de locatie van de conferentie en de dozen, met daarin de promotionele materialen voor op onze tafel, stonden keurig op me te wachten. Echt, alles liep op rolletjes. Maar toch… maar toch dat lege gevoel. Het zijn ook de dagen dat ik erg veel trek heb. Een onstilbare honger naar voedsel, naar liefde, naar aandacht. En dat alles door je hormoonhuishouding. Het is toch wel erg verwonderlijk allemaal, ik blijf me erover verbazen.

Nadat ik de tafel had klaargezet voor de volgende dag, ben ik even door het parkje gelopen dat tussen het congres en mijn hotel lag; Russel Square Gardens. In een Italiaans tentje in het midden van het park bestelde ik wat te eten en wat te drinken (echt, twee dagen lang ben ik Holle Bolle Gijs). Ik nam plaats op het terras en pikte nog wat zon mee. Ik zat loom op mijn focaccia-spinazie tosti te kauwen en wat voor me uit te staren toen er een lange, slanke, donkere man voorbij liep. Ik keek niet naar hem, maar ik zag wel wat hij deed. Hij stopte en draaide zich om. Hij liep op me af en kwam naast mijn tafeltje staan. Pas toen keek ik hem aan. Ik schatte hem begin dertig. Hij maakte een hele kleine, beleefd buiging en zei:

Excuse me,” in het prachtige Britse Engels, “I would just like to say that I think you are really beautiful.”

Ik glimlachte naar hem en knikte beleefd terug.

Thank you,” zei ik met nadruk en volkomen oprecht. Hij knikte ook nog een keer en liep verder. Dat was nou precies wat ik nodig had, dacht ik bij mezelf en moest grinniken om dit kleine voorval. Dankje, vriendelijke vreemdeling. Dankjewel.

Russell Square Gardens
Russell Square Gardens