In ballingschap

Ik ben verbannen thuis. Ik heb mijn laptopje opgepakt en hou ik vandaag kantoor in Restaurant-Gastrobar Post in Dordrecht, gevestigd in het voormalige pand van het postkantoor.

Het doet me denken aan herfst in New York; de bedrijvigheid in Post, het industriële interieur en de grote ramen waardoor het geel-oranje herfstlicht naar binnen valt. De grote gele en bruine bladeren op de stoep en de middenberm van de oude platanen die de route naar de binnenstad begeleiden. De verwaaide mensen die voorbij schuifelen.

Hierbinnen is het groot, maar toch knus en warm. Twee chesterfieldbanken bij het raam. Op de een zitten twee hartsvriendinnen met thee. Op de ander, daar waar net nog een blond gezinnetje met twee kinderen zat, zitten nu twee Tinderaars met een donker bier voor hem en witte wijn voor haar (dat Tinderen verzin ik er zelf bij, dat is 100% projectie.)

De leestafel deel ik met een wisselend publiek. Zakenpartners, interviewers, mensen die koffie komen drinken en de krant lezen, of bloggers en zzp-ers die hier net als ik met een laptop neerstrijken. Misschien zijn ze ook een beetje verbannen.

Ik dramatiseer natuurlijk: ik verblijf hier in volkomen zelfverkozen ballingschap want ze zijn aan het verbouwen bij mij thuis.

De firma Hak & Co. (geen grapje, Jan Hak heet de aannemer, Habrobouw, aardige vent, goeie aannemer, ik kan hem van harte aanbevelen) heeft mijn vloer eruit gesloopt en is nu onder de vloer de twee buitenmuren aan het doorhakken. In stukjes zodat deze niet inzakt natuurlijk. Lood ertussen, dan weer dichtmetselen. De vier mannen van Habrobouw vechten met hun wapens naar keuze tegen het optrekkende vocht waar veel huizen op ons mooie eiland last van hebben. Zodra mijn muren zijn voorzien van een laagje lood en weer zijn dichtgemetseld, gaat ook een gedeelte van de stuc van de muren want daar zitten mineralen in en die blijven er anders doorheen komen, aldus Jan. Dan komt er nieuwe stuc op de muren en uiteraard gaat de vloer er weer in. Met de kerst moeten alle sporen (lees vooral: stof) van deze ingrijpende operatie wel weer verdwenen zijn, schat ik.

Ondertussen vecht ik persoonlijk tegen bergen huiswerk, maar er komt niets uit mijn handen. Alles wat ik opschrijf, wis ik weer. Is dat wat ze een writers’ block noemen? Of ben ik gewoon teveel bezig met welke laminaatvloer ik er straks in zal leggen, of welke kleur ik op de muren ga smeren als alles straks goed droog is? Ik heb net erg veel tijd doorgebracht op de website van Hornbach.

Buiten bij de bushalte staan drommen kleine kinderen met pietenmutsjes. Aan de overkant is het Sinterklaashuis pas geopend. De goede man is weer in het land. Ik heb de eerste chocoladeletter alweer mogen ontvangen en al opgeschrokt ook. De D van Dikkertje Dap. De D van Dromer…

Huiswerk!

 

 

Schaduw van de avond

Vandaag weer een gedicht. Na Gedichtje voor een vakantieganger en Poëzie wordt dit het vierde gedicht dat ik met jullie deel. Gedichten zijn niet aan iedereen besteedt, dat merk ik aan de populariteit van de posts, maar ik wil ze toch graag met jullie delen en deze in het bijzonder is mij zeer dierbaar:


Schaduw van de avond

Wanneer het vuur gedoofd is

blijft alleen het as overeind

een broze schaduw

.

lege champagneflessen

oesterschelpen

het zoute water op de vloer

.

Je zei

ik ben geen goede man

om van te houden


© Diana, 2015

.

Poëzie

Een gedicht deze week, ter aflsuiting van het blok poëzie. De Schrijversvakschool (waar ik 5 september begonnen ben) biedt in het eerste jaar, naast schrijftraining, een aantal verschillende vakken, verdeeld over vijf blokken. Het eerst blok was poëzie. (De andere vier zijn proza, toneel, scenario en essay).

Het is komisch om te zien hoe een klas van elf aspirant schrijvers bijna angstig aan deze les begon twee maanden geleden en hoe we er nu in staan. Niet iedereen begon met twijfels aan de poëzie, maar afgaande op de gesprekken onderling, waren de meesten redelijk gereserveerd over deze les. Inmiddels vindt het overgrote deel van de klas het een stuk leuker, begrijpelijker, en nuttig! We zijn zichtbaar vooruit gegaan en hebben er plezier in gehad. Dat wil zeggen: Ik in ieder geval wel, ik kan natuurlijk niet voor een ander spreken.

Ik wil deze week een opdracht met jullie delen, en een gedichtje, of een aanzet tot een gedicht zoals onze docente Gerry van der Linden het noemt, want een gedicht heeft tijd nodig. Meer tijd dan we hebben binnen zo’n blok.

Dit was een erg leuke opdracht die je misschien ook eens kunt proberen: We kregen een pagina vol woorden, hele gewone woorden, in vier kolommen. Misschien wel honderd losse woorden die geen verband hadden met elkaar. Daarvan moesten we nieuwe woorden maken door twee woorden van de lijst samen te voegen. Alles wat bij ons opkwam. Bijvoorbeeld ‘mist’ en ‘engel’ (beiden op de lijst) werd ‘mistengel’, ‘pijn’ en ‘anker’ werden ‘ankerpijn’. Zo hadden we (ieder voor zich) in een kwartier tijd veel nieuwe woorden gemaakt. Vervolgens gingen we ons gezamenlijk afvragen wat we ons bij bepaalde woorden konden voorstellen. Mistengel klinkt mij bijvoorbeeld erg droevig in de oren. Een ongrijpbare engel van mist.

De uiteindelijke opdracht was: maak een gedicht met minimaal twee en maximaal vier van deze ‘verzonnen’ woorden en dit gedichtje kwam daaruit voort.


Mistengel

.

Je gezichtje, je geur,

je schaterlach

.

Vingers knijpen, zonder grip

Een hand reikt, mist

.

Verloren op een pijnzee

proef ik het zout op mijn lippen

.

In wanhoopswaarheid

druk ik je tegen mijn borst

laat je nooit meer los

.

Streel je, kusje

en sus je

in je eeuwige aaislaap


Terug naar school

Ik ga weer naar school en ik heb er ontzettend veel zin in! Ik hoor het mijn moeder nog tegen me zeggen, toen ik een tiener was: ‘Wacht maar, je gaat school nog missen als je werkt.’ Ze had gelijk natuurlijk.

Ik begin aanstaande zaterdag op de Schrijversvakschool in Amsterdam. Dan krijg ik elke zaterdag les, de hele dag, vier schooljaren lang als ik niet afval of afhaak.

‘Maar je hebt al een boek uitgegeven?!’ is doorgaans de verbaasde reactie van vrienden en bekenden. Ja, natuurlijk, maar dat wil toch niet zeggen dat er niets meer te leren valt?! Sterker nog, nu begrijp ik hoe veel ik nog te leren heb en hoe graag ik al die informatie wil absorberen. Jezelf blijven ontwikkelen kan nooit kwaad.

New York in 40 dates is een luchtig non-fictie boek en geen roman (ook geen reisgids, zoals sommige lezers hadden gehoopt), maar een literaire roman schrijven is wel iets wat op mijn vernieuwde bucketlist staat (nu mijn oorspronkelijke bucketlist is afgevinkt).

Ik verlang naar de uitdaging, en een uitdaging zal het zeker gaan worden: overdag werken, ’s avonds sporten en studeren, maar ik hunker oprecht naar het strenge regime dat ik mezelf heb opgelegd. Het plan is om drie keer in de week te gaan sporten (want afvallen is ook nog steeds een doel), en drie keer in de week schrijven (waaronder mijn huiswerk en dit blog).

Ondertussen heb ik als een enthousiaste puber schriften gekocht en deze opgeleukt met teksten en plaatjes. De schriften, pennen, thermosfles en een boekje voor in de trein liggen allemaal al klaar. Als ik mezelf niet zou zijn, zou ik het schattig vinden om te zien; veertig jaar en weer een schooltasje aan het inpakken. Wat een kinderlijke vreugde.

Ik ben van plan jullie mee te nemen door de opleiding, want ik vermoed dat ik mijn huiswerk zo nu en dan prima kan hergebruiken als blogpost, zoals ik vice versa een oudere blogpost nu al heb hergebruikt voor mijn eerste opdracht: Schrijf een column van exact 365 woorden. Niet meer, niet minder.

Nu is deze post (zonder de titel) toevallig ook exact 365 woorden (getallen niet meegerekend), maar dat is gewoon omdat ik een strebertje ben.