Diana’s Zongedroogde Tomaten Tapenade

Voor dit simpele recept krijg ik zoveel positieve feedback dat ik het jullie niet wil onthouden, ook al zijn recepten niet het meest populaire onderwerp op mijn blog.

Het is mijn ‘signature dish’ zoals mijn Engelstalige vrienden het noemen, mijn ‘party trick’, het recept waar ik mee scoor. Het is zo simpel dat het bijna lachwekkend is. Diana’s Zongedroogde Tomaten Tapenade.

Het is een smeerseltje van eigen creatie. Er is namelijk een tijd geweest waarin ik experimenteerde met smeerseltjes – tapenade, hummus, pesto – net zoals ik een tijdje heb geëxperimenteerd met tiramisu – met Cointreau, met Grand Marnier, met Amaretto, met Tia Maria. Mijn conclusie daar: een tiramisu met Cointreau, sinaasappelschil en brokjes pure chocolade, is… hemels.

Maar goed, mijn tapenade van zongedroogde tomaat dus. Drie ingrediënten – zongedroogde tomaten, pijnboompitten en knoflook – en een keukenmachine of een staafmixer. Zelf gebruik ik hiervoor de nutribullet van magic bullet. (Zie hier mijn à propos promotie voor de NutriBullet, ik ben een oprechte fan, ik word niet gesponsord!)

Ingrediënten:

  • 1 potje zongedroogde tomaten op olie, liefst zo puur mogelijk, liefst zonder kappertjes etc. ik gebruik altijd het huismerk van de Spar. Die vind ik het lekkerst. De vorige versie van dit merk – van vóór de productvernieuwing – had nog minder toevoegingen en vond ik nóg lekkerder, maar vooruit.
  • 1 (flinke) hand vol pijnboompitjes.
  • 1 grote teen, of 2 kleine tenen knoflook.

Mixen tot het een gladde puree / tapenade is. Klaar. Ik serveer het met brood of crackers, maar ik betrap mensen erop dat ze het overal op of onder smeren; komkommer, vlees, roomkaas, tortillachips… Ik houd het bij brood, toastjes of crackers.

Eenvoudiger kan het niet, en ik kan je niet vertellen hoeveel succes ik heb met deze eenvoudige mix, hoe vaak ik dit recept heb ‘moeten’ delen. Bij deze dus. Voortaan verwijs ik naar mijn blog.

Enjoy!

 

Aan de bar bij Hoppe #1

‘Zo, dus jullie hebben elkaar gevonden,’ zegt de oude man.

Bas en ik kijken elkaar aan. Ik begrijp waar de man het over heeft, maar Bas heeft werkelijk geen idee. Ik knijp mijn ogen toe en laat Bas weten dat hij deze aan mij over kan laten.

‘Ja,’ antwoord ik. Opgelost.

Ik heb helemaal geen zin om de beste man uit te leggen dat ik Bas tot anderhalve minuut geleden helemaal niet kende, en dat ik helemaal niet op zoek was naar Bas.

‘Jahaa,’ zegt hij tegen Bas, die hem nu aankijkt, ‘ik zag haar wel kijken hoor. Maar jullie hebben elkaar gevonden. Fijn.’

Bas draait zich terug naar mij en kijkt mij met grote ogen aan. Waar gáát dit over, zie ik hem denken.

Twee minuten geleden kwam ik via de zijingang het Amsterdamse café Hoppe binnen. De zijingang zit aan de Heisteeg, de hoofdingang zit aan de Spuistraat, of aan ’t Spui eigenlijk. Ik heb afgesproken met Esther en scan de zaak of ik haar al zie. Vanuit mijn ooghoek zie ik de oude man zitten en mij aandachtig opnemen. Ik heb hem wel gezien, ook al doe ik net alsof dat niet zo is, want hij heeft zijn mond al geopend om iets te zeggen, al weet hij zelf nog niet wat.

Ik loop door daar voren, naar de hoofdingang en wring me in een plekje aan de bar. Ronald, achter de bar, geeft me drie zoenen en vraagt wat ik wil drinken. Chardonnay vandaag. Ik stuur Esther een whatsapp berichtje dat ik voorin sta.

‘Zo,’ begint de lange man naast mij zodra ik de telefoon weer in mijn zak stop, ‘ook tijd aan het overbruggen?’ Ik kijk hem vragend aan. ‘Omdat je hier alleen bent,’ voegt hij er aan toe.

‘Ik wacht op iemand, ja.’ Dat kwam er misschien iets onvriendelijker uit dan ik bedoelde. Ik corrigeer mijn toon: ‘Jij bent ook tijd aan het overbruggen dus?’

‘Ja.’

‘Van wat naar wat dan?’ vraag ik.

‘Ik kom net van kantoor, hier om de hoek. Ik ga zo maar ergens wat eten denk ik.’

Ik wil hem zeggen dat dat geen overbruggen is, want overbruggen doe je van de ene afspraak naar de andere afspraak. Niet van een afspraak naar geen afspraak. Maar goed, ik houd mijn gedachten voor me, want ze klinken erg betweterig en mierenneukerig.

‘Oh,’ zeg ik dus alleen maar. Voor ik kan vragen wat hij voor werk doet, want het is zaterdagmiddag, en dat zijn geen kantoortijden, worden we onderbroken door de oude man. Hij steunt op zijn wandelstok wanneer hij voorbij loopt en ons laat weten hoe fijn hij het vindt dat twee (relatief) jonge mensen elkaar gevonden hebben. Achter de man loopt een mooie oudere dame. Statig, keurig gekleed en keurig opgemaakt, met een vage glimlach om haar mond en een beleefd afwezige blik. Een vrouw die al minstens vijftig jaar deze glimlach opzet als haar man vreemden aanspreekt, met dergelijke goedbedoelde maar nietszeggende opmerkingen. Die twee hebben elkaar ook gevonden.

Hè, fijn.

 

Pensioneren

Veel mensen zijn jaloers op mijn baan, en zeker in een tijd dat zo veel mensen geen baan hebben, mag ik natuurlijk in mijn handjes knijpen, want laten we wel wezen: terwijl Nederland na één dag lente van schrik meteen weer natgeregend wordt, zit ik lekker met mijn aanzienlijke achterwerk op een bankje langs de haven van Faro, Portugal. Met gemak 23 graden in het zonnetje.

Daar staat dan wel tegenover dat ik in mijn eentje op dat bankje zit, alleen achter een glas wijn, alleen aan het avondeten en alleen aan het ontbijt. Dat is heus niet altijd leuk. Nou ja, boehoe, ik wil alleen maar even aangeven dat het ook echt geen vakantie is.

Ik had een directe vlucht vanaf Rotterdam The Hague Airport naar Faro, dat is ontzettend fijn! Met Transavia, dat is dan een beetje jammer. Hele vriendelijke bemanning, geen verkeerd woord daarover, maar het is wel een beetje proppen in zo’n vliegtuig. En erg streng met de bagage natuurlijk, maar dat weten we. Het meisje doet ook maar gewoon haar werk en uiteindelijk heeft ze me toch weer gematst, dus nogmaals: geen verkeerd woord over de mensen van Transavia. Ik ben gewoon te groot voor de Transavia vluchten. Zal ik het zo stellen?

Op de vlucht naar Faro ben ik in ieder geval een van de jongste. Vergrijsd Nederland trekt massaal de Algarve in, en geef ze eens ongelijk: zon, zee, hartelijke mensen, lekker eten, en goedkoop! Vriendelijke heren van in de zestig en in de zeventig nemen mij gemoedelijk op, een knipoog hier en daar. De vrouwen pakken boterhammen uit, lezen tijdschriften of spelen Candy Crush. Het stel dat naast mij in het vliegtuig zit, koopt een wijntje bij hun broodje zalm. Weer een knipoog.

Nadat ik, eenmaal in het prachtige, lieflijke Faro, een rondje heb gelopen en even het zonnetje heb meegepikt, haal ik wat te eten en te drinken bij de supermarkt. Er staat wel ‘supermercado’ op de gevel, maar ik overdrijf niet als ik zeg dat 90% van het oppervlak van de winkel is gevuld met drank. Het is dus een slijterij die ook wat kaas en nootjes verkoopt. De eigenaar van de winkel ontkurkt de fles witte wijn voor me, want een kurkentrekken heb ik niet bij me. Ik werk die avond, ik word erg productief van hotelkamers. Er is weinig anders te doen en TV kijken interesseert me niet.

’s Ochtends aan het ontbijt is het rustiger dan ik had verwacht. Ik ben natuurlijk zakentijden gewend, geen pensionado-tijden. Of misschien zijn ze al geweest en zijn ze weer even terug in bed gekropen. Heerlijk lijkt me dat, pensioneren.

De mannen die er zijn aan het ontbijt eten met concentratie, de vrouwen spelen Candy Crush op de tablet. Hetzelfde als thuis, denk ik dan, maar dan met betere temperaturen en een veel beter uitzicht. Een Engelse vrouw van eind zestig praat hard en met volle mond tegen haar man. Het is een onsmakelijk gezicht en gehoor, je hoort dat de broodkruimels in het rond vliegen.

Ik ga maar eens aan het werk. Nog 26 jaar tot aan mijn pensioen. Hoe zou het er hier dan uitzien? Dan zijn we met 9 miljard mensen op de planeet. Waar gaan we dan heen voor onze rust? De maan?

Overpeinzingen #1

Ik ben helemaal van slag deze week, maandag ben ik vrij en samen met dat uurtje dat we zaterdag/zondag nacht hebben moeten inleveren, ben ik de weg een beetje kwijt. Op maandag denk ik dat het zondag is, dinsdag denk ik dat het maandag is, enzovoort. Het is alweer donderdag kwam ik dus tot mijn grote schrik achter. Tijd voor mijn wekelijkse blogpost!

Een kleine anekdote vandaag, grote gedachten: ik werd van de week, op een ochtend, gepasseerd door een hele dunne, donkere jongeman. Ik was op weg naar mijn werk, en ik stond onderweg bij een pinautomaat geld te pinnen. Ik zag hem vanuit mijn ooghoek. Hij liep mij voorbij met een soepelheid waar ik jaloers op kan zijn, op een beat die ik niet hoorde.

Ik had hem alleen nog maar geregistreerd, geen bewust beeld van hem gevormd tot hij, nadat hij mij voorbijgelopen was, heel hard riep, naar niemand in het bijzonder: ‘I am so disappointed with myself.

En dan gaan de radartjes werken natuurlijk.

Ik denk: Hij is waarschijnlijk op weg naar de dagopvang van het Leger des Heils. Dat zit om de hoek. Maar waarom is hij teleurgesteld in zichzelf? Wat heeft hij dan gedaan? Of welke foute gedachten onderdrukt hij met deze kreet?

En wat sneu eigenlijk, want het is nogal wat om teleurgesteld in jezelf te zijn. Dat is, vind ik, erger dan dat een ander teleurgesteld in je is, of dat jij teleurgesteld bent in een ander. Teleurgesteld zijn betekent dat je verwachtingen had, en aan die verwachtingen is niet voldaan.

Verwachtingen van een ander hebben of dat een ander verwachtingen van jou heeft, is een ontzettend ingewikkeld iets. Welke verwachtingen mag je hebben van een ander, hoe eerlijk is dat? En in hoeverre moet je voldoen aan verwachtingen die een ander van jou heeft? Heb je die verwachtingen zelf geschapen? Dan zul je die toch moeten inlossen. Geen dingen beloven die je niet waar kunt maken. Of heeft die persoon ongevraagd verwachtingen van je en zijn die dan dus eigenlijk niet jouw probleem?

Ik vind het lastig.

Maar… verwachtingen van jezelf hebben, tja, daar kun je niet omheen. Daar kun je ook wel allemaal excuses voor verzinnen, maar daar heb je dan alleen jezelf mee.

Ik ben ook regelmatig teleurgesteld in mezelf, ik roep het alleen niet uit. Ik loop hoofdschuddend door mijn huis: Verdorie, Diaan, had je nou niet gewoon meteen kunnen opstaan toen de wekker ging? En wat heb je nou de hele zondag gedaan? Dan had je toch ook wel naar de sportschool kunnen gaan? Of op z’n minst je huiswerk! Om maar een paar terugkerende teleurstellingen de revue te laten passeren. Andere gaan veel dieper, die hebben te maken met waarden en normen.

De fundamentele verwachtingen die je van jezelf hebt, laten je weten welke persoon je graag zou willen zijn. Als je dan teleurgesteld bent in jezelf, ja, dat is pijnlijk!

Nou ja, en dat allemaal op de vroege ochtend, op weg naar kantoor, alleen maar omdat iemand riep: ‘I am so disappointed with myself.

Dat is dan mijn wereldje.

 

Kill your darlings: My shining star

Er zijn een aantal verhalen (van dates) die het boek New York in 40 dates niet hebben gehaald. Schrijven is schrappen. Kill your darlings. Ik wil hier een paar van deze verhalen alsnog met je delen.


My shining star

New York, januari 2009

Drew is kaal. En ik bedoel extreem kaal, als er zoiets bestaat. Ik ken veel kale mannen – er zijn er ook heel veel, en het maakt mij helemaal niets uit, sommige van mijn beste vrienden zijn kaal – maar af en toe kom je een man tegen die zó kaal is, dat hij glimt als een spiegel. Het is het eerste waar ik aan denk, als ik aan Drew denk. Dat zegt nogal wat.

Ik ontmoet Drew op een maandag in Brooklyn voor een drankje en een hapje in een sportbar, zoals ze dat noemen. Het meest doorsnee café dat je in Amerika kunt vinden met veel televisie schermen want de gemiddelde Amerikaan is bezeten van sport.

Drew is een court officer. De man die de rust in de rechtbank bewaart, de man die het bewijs van de advocaat aanneemt en aan de rechter overhandigt. Je kent ze vast wel van televisie. Sterker nog, ik had hem echt op de televisie kunnen zien, maar dan niet in de rechtbank maar in ‘Amazing Race’, een programma dat wij kennen als ‘Peking Express’, waar koppels strijden om zo snel mogelijk op een locatie te komen. Reality TV dus.

Drew en zijn maatje waren zo succesvol en populair in de show dat ze terug mochten komen in de ‘All Stars’ versie vijf jaar later. Daarna zijn hij en zijn partner een eigen programma begonnen, voor Discovery Channel, waarin ze allerlei maffe dingen deden zoals worstelen met alligators.

Aangezien ik geen televisie heb en nog niet in Amerika woonde toen dit allemaal speelde, moet hij mij alles uitleggen. Ik heb hem nog nooit gezien en ik heb ook nog nooit van deze programma’s gehoord. Ik denk dat hij dat een beetje jammer vind, mensen reageren doorgaans enthousiaster op zijn verhaal, neem ik aan. Hij schept er niet over op, maar hij geniet meer van zijn semi-beroemdheid dan hij zou willen toegeven.

Als court officer is Drew inmiddels met vervroegd pensioen, net als mensen uit het leger al op jonge leeftijd. Om de vrede in de rechtszaal te bewaren heeft hij, over de jaren heen, een flink aantal klappen moeten opvangen. Een zichtbaar gevolg is bijvoorbeeld dat zijn neus niet meer gecentreerd staat.

Drew is een ontzettend gezellige kerel, laat dat gezegd zijn. Hij wil gaan reizen, en hij heeft veel amusante verhalen te vertellen. We hebben een gezellige avond bij Cody’s Alehouse & Grill in Brooklyn, maar er slaan gewoon geen vonken over. Drew loopt met me mee naar de metrostop, we omhelzen elkaar, nemen afscheid met de standaard ‘laten we dit nog een keer doen’. Een volkomen nietszeggend voornemen, waar niemand iemand aan houdt, code voor ‘het was gezellig, leuk je te ontmoeten, het ga je goed.’

Religie

facebookTussen verschrikkelijke, actuele beelden en krantenkoppen, kwam ik een paar weken geleden dit plaatje tegen op facebook. Ik heb ‘m meteen gedeeld. Ik deel niet zo vaak dit soort dingen (of mijn uitgesproken mening) op facebook en ik ben het al helemaal niet zo vaak zó volkomen eens met iets, maar hier valt gewoon geen speld tussen te krijgen:

“If your religion requires that you hate someone, you need a new religion.” / “Als jouw religie vereist dat je iemand haat, dan heb je een nieuwe religie nodig.”

Ik heb het nooit begrepen, dat geruzie over religie en ik ga het ook niet oplossen binnen een blogpostje, maar met al die verschrikkelijke beelden op mijn netvlies, moet ik toch ook even mijn ei kwijt.

‘Islam zal de overheersende godsdienst worden’ hoor ik mensen met angst en beven in hun stem zeggen. Nou, en?! Ik zie het verschil tussen het katholicisme en de islam niet. Een paar extreme katholieken hebben in de geschiedenis net zulke verschrikkelijke dingen gedaan als een paar extreme moslims nu. Religie is in de kern goed (bedoeld), de regels vaak heel sociaal en barmhartig. Haat hoort er in ieder geval niet in thuis. Het kwaad schuilt altijd in het extremisme.

Laten we vooral niets tegen een religie hebben, maar laten we heel bang zijn voor intolerantie en het ontnemen van de vrije keuze. Iedereen die een religie aanhangt zou dit uit vrije wil moeten kunnen doen. We zouden een voorbeeld kunnen nemen aan de Amish waarbij jongeren tot hun zestiende officieel niet onder de kerkregels vallen. Na hun zestiende en na hun eventuele rumspringa (een jaar waarin ze alles mogen doen wat God verboden heeft), mogen ze kiezen of ze tot de Amish willen toetreden of niet. Zie hier een interessant ooggetuigenverslag in HP/De Tijd.

Zelf ben ik religieus opgevoed. Mijn opa was predikant en mijn ouders deden ook een goede poging ons wat van het christendom mee te geven. We hadden Joodse vrienden, en mijn ouders kwamen erg graag in Turkije en Marokko. Ze waren niet fanatiek met godsdienst en ook niet kieskeurig. Zo hebben we na een verhuizing rond mijn zevende jaar een beetje rond-geshopt en zijn we bij verschillende kerken geweest. Bijvoorbeeld bij de katholieke kerk waar ik, als ik het mij goed herinner, mijn eerste slokje wijn op heb. Uiteindelijk zijn we een paar jaar blijven hangen bij het Leger des Heils. Het was de enige periode in mijn jeugd waarin we trouw elke zondag naar de kerk gingen. Anders eigenlijk alleen met de Christelijke feestdagen.

Helaas betekende het Leger des Heils voor mij dat ik een uniform moest dragen, ik was namelijk jeugdsoldaat. Het uniform was al snel te krap, het was warm in de zomer, koud in de winter. Het veel te dunne, veel te strakke elastiekje van mijn jeugdsoldatenhoedje sneed in mijn kin. Het is natuurlijk jammer dat dit mijn associaties zijn met een gemeenschap die zoveel goed doet. Het idee was in ieder geval goed en heeft mijn (ik durf te zeggen) ruimdenkende kijk op religie bepaald.

Dus ja, lieve mensen, mijn mening: of het nu een hoofddoek is, een keppeltje of een hoedje, het maakt helemaal niets uit. Of moslimvrouwen nou een abaya dragen of gereformeerde vrouwen een rok, wat is het verschil? Laten we het in ieder geval over een ding eens zijn: Als religie vereist dat je iemand haat, dan heb je een nieuwe religie nodig.

 

Dublin

Wat zal ik je vertellen over mijn tripje naar Dublin? Zal ik je vertellen over de hyperactieve man die naast me in het vliegtuig zat en, minuten voor de landing, zijn telefoon aanzette zodat hij op Google Maps kon zien waar we waren?

Of zal ik je vertellen dat ik besloot de bus te nemen naar het centrum, Temple Bar, in plaats van een taxi, en dat de aantrekkelijke jongeman die mij het kaartje verkocht, stond te huppen achter zijn lessenaar buiten? Dat ik vroeg: ‘heb je het zo koud?’, dat hij zei: ‘verschrikkelijk’ en dat ik dacht dat ik hem best zou willen opwarmen, maar dat ik in plaats daarvan zei: ‘het betaalt de rekeningen, nietwaar?’ en dat hij zei: ‘ja, en het collegegeld’?

Zal ik je dan ook vertellen dat in de buurt van het centrum een man met een muts van nep bont dicht om de bus heenliep en op niet meer dan twintig centimeter afstand, slechts gescheiden door het glas, snel twee foto’s nam van het nietsvermoedende meisje voor mij en toen hard wegliep? Dat de vrouw naast mij verontwaardigd uitriep: ‘Zo, dat is nogal brutaal, nietwaar?’ Dat we de man, toen we weer wegreden, vlak naast een andere bus zagen staan en dat ik tegen mijn buurvrouw zei: ‘ik hoop dat het een wereldberoemde fotograaf is, want anders…’, dat zij zei: ‘ja, laten we hopen dat de foto’s straks als enorme billboards door de stad hangen’, en dat ik zei: ‘ja, of in het MoMa.’

Maar ik kan je natuurlijk ook vertellen over het hotel, midden in Temple Bar, waar een vriendelijk meisje mij ontving en dat ik haar zei dat het zo waaide buiten en dat ik overdreven voordeed hoe ik moeite had moeten doen mijn rokje laag te houden. Dat ze er hartelijk om moest lachen. Dat ik me verontschuldigde dat ik wat vroeg was, dat zij zei dat het geen enkel probleem was en dat ze Maria wel even zou bellen om te vragen welke kamers klaar waren. Dat ze Maria inderdaad belde en haar vroeg welke nummers ze kon vrijgeven en dat ik vervolgens drie minuten lang alleen maar hoorde: ‘Yes. Yes. Yes…’ terwijl ze de kamers aanklikte in het computersysteem. Dat ik haar wilde zeggen dat dat in ieder geval erg hoopvol klonk, maar het niet zei omdat ze bezig was. Dat ik ondertussen met fascinatie stond te kijken naar haar absurd lange wimpers, dat ik dacht dat die onmogelijk echt konden zijn en dat ik anders stik jaloers zou zijn, maar dat ik niet kon ontdekken of ze nep waren. Dat ik in discussie met mezelf stond of ik het haar zou vragen of niet, en dat ik besloot het niet te doen. Dat ik, met de sleutel in mijn hand, naar mijn kamer liep en mij afvroeg waarom toch zoveel kamermeisjes Maria heten.

Maar ik kan je ook gewoon vertellen dat ik nu op mijn hotelkamer zit, te verzinnen wat ik nu weer eens zal schrijven…

 

 

Piction (Picture + Fiction)

Misschien lees je het een dezer dagen in AD De Dordtenaar, op mijn auteur pagina of op mijn persoonlijke facebook pagina: ik heb me vastgelegd voor een volgend boek. Ik heb ideeën genoeg gelukkig, zoals een boek over verschillende diëten, of een komisch verhaal gebaseerd op het leven in mijn straat, maar naast een full-time baan en een part-time studie aan de Schrijversvakschool (Open dag op zaterdag 19 maart a.s. Kom langs!) was ik er eerlijk gezegd nog niet aan begonnen, aan dat tweede boek, maar nu moet ik wel. Nu heb ik me vastgelegd.

Het idee is afgeleid van het boek van Sanneke van Hassel, ‘Hier blijf ik’, waarin ze foto’s van Rotterdamse kunstenaars heeft gecombineerd met korte verhalen. Wow, te gek, dacht ik. Wat een leuk idee, om tekst en beeld zo te combineren. Dat wil ik ook.

Eerst dacht ik de foto’s zelf te gaan maken. Helemaal onverdienstelijk ben ik ook niet met de camera, maar toen ontmoette ik Armand Lamée, tandarts en fotograaf, of Tandograaf, zoals ik hem noem, en dacht: is het niet beter zoiets samen te doen? Niets zo motiverend als een man die je achter de broek zit, gewapend met boor en camera natuurlijk.

Het idee is dus als volgt: zwart-wit foto’s van Armand, voornamelijk straatbeelden, met daarbij telkens een verhaal van mij dat betrekking heeft op de foto. Soms zal de foto er eerst zijn en zal ik me daar door laten inspireren, soms zal er eerst een verhaal zijn en zal Armand dit proberen te verbeelden.

Salwa van der Gaag heeft mij geïnterviewd voor AD De Dordtenaar, net als een jaar geleden voor mijn eerste boek, en ze vroeg me: waar haal je je inspiratie vandaan? Ja, goede vraag. Het zijn vaak hele kleine dingen die je ziet, die je hoort: de glimlach van een kind omdat je elkaar even volledig begrijpt door één enkele blik uit te wisselen. De helft van een maf gesprek dat je opvangt in de trein. De boodschappenlijstjes die ik verzamel. Het nieuws. Een sfeerbeeld van een openbare ruimte.

‘Ik luister graag naar muziek als ik in de trein zit of over straat loop,’ vertelde ik Salwa, ‘maar nu laat ik steeds vaker mijn oordopjes uit. Ik let veel meer op mijn omgeving nu ik tientallen verhaaltjes zal moeten gaan schrijven in korte tijd.’

En natuurlijk zullen ook de foto’s van Armand mij moeten inspireren tot een stukje tekst van circa 500 woorden (beetje de lengte van deze blog post). Hopelijk hebben we binnen nu en een jaar een aardige collectie foto’s en verhalen opgebouwd en gaat dit tweede kind vorm krijgen.

Ik zou het leuk vinden als meer schrijvers en fotografen geïnspireerd raken om ook samen te gaan werken. Bestaat dat genre al? Anders doop ik het bij deze tot: Piction.

 

Kick off2
Kick off meeting met Armand Lamée

Schaduw van de avond

Vandaag weer een gedicht. Na Gedichtje voor een vakantieganger en Poëzie wordt dit het vierde gedicht dat ik met jullie deel. Gedichten zijn niet aan iedereen besteedt, dat merk ik aan de populariteit van de posts, maar ik wil ze toch graag met jullie delen en deze in het bijzonder is mij zeer dierbaar:


Schaduw van de avond

Wanneer het vuur gedoofd is

blijft alleen het as overeind

een broze schaduw

.

lege champagneflessen

oesterschelpen

het zoute water op de vloer

.

Je zei

ik ben geen goede man

om van te houden


© Diana, 2015

.

De Premier Inn

Ik zit weer in Londen, voor één nacht. Ik kom met mijn rugzakje aan in Londen in de avondspits en ervaar met afgrijzen de Londense metro op dit uur. Het heeft niets meer te maken met de gezapige, dromerige toestand van de vorige keer en alles met veel te dicht op elkaar gepakte lichamen in tunnels diep onder de grond.

Ik check in bij de Premier Inn, een relatief goedkoop hotel dicht bij kantoor, dicht bij King’s Cross station. Ik leg mijn spullen op mijn hotelkamer en ga op jacht naar iets te eten. Het is overal druk, de pubs zitten vol, het hamburgerrestaurant waar ik mijn zinnen op had gezet ook, dus loop ik weer terug naar het hotel en besluit wat te gaan eten in het restaurant van het hotel. Heel veel gezelliger dan een Van der Valk restaurant (oude stijl) ziet het er niet uit, maar het eten valt niet tegen. De bediening is in ieder geval erg vriendelijk en razendsnel. Alleen heb ik moeite hun binnensmondse Britse accent te verstaan, zeker met al het lawaai want ook hier is het druk.

‘Ik wil u graag laten weten dat het Happy Hour is, tot acht uur,’ zegt de uiterst correcte blonde vrouw in de bediening. Het is half acht. ‘Twee drankjes voor de prijs van één. Wilt u iets te drinken?’

‘Ja, een Chardonnay graag.’

‘Dat is dan twee Chardonnay.’

‘Huh?’

‘Water?’

‘Uh… Ja. Een fles water graag.’

‘En dat is dan twee flessen water.’

‘Uh… right.’

Alles wordt voor mij neergezet, twee volle glazen wijn, twee grote flessen water. Ik verberg één glas wijn achter de menukaart. Ik kijk naar mijn buurvrouw en zie dat zij gelukkig ook twee glazen wijn voor zich heeft staan.

‘Dit voelt een beetje vreemd, een beetje inhalig, vindt u ook niet?’ begin ik.

‘Ja,’ ze lacht. ‘Maar ja…We nemen het er maar van, nietwaar? Ik neem deze mee naar mijn kamer.’ Ze knikt naar het nog volle glas. Wanneer ze even later vertrekt, zeggen we in koor ‘geniet er van!’ en moeten er om lachen.

Schuin tegenover mij zitten zes Franse mannen aan een tafel. Dat ze Frans zijn, is niet te missen. Ze kennen de Fransen aan naburige tafeltjes ook. Bij elkaar een flinke groep dus. Ik kan niet verzinnen wat ze gemeen hebben, wat hen bindt. Ze zullen collega’s moeten zijn. De mogelijkheid familie of geliefden heb ik als ‘zeer onwaarschijnlijk’ afgestreept. Ze komen op mij ook niet over als een groep vrienden. Er is geen pijl op te trekken en doorgaans kan ik al snel een verhaal verzinnen bij de mensen die ik onderweg tegenkom, maar deze mannen…

Ik bestel een hamburger. Die komt snel en is te groot om goedgemanierd te kunnen eten. De zes Franse mannen kijken in toerbeurt toe hoe ik deze probeer te verorberen. Huh-huh-huh-huh! Ik kijk onverstoorbaar terug.

Voor mij zitten twee jonge Engelse mannen. Dit is niet de eerste keer dat ze hier eten, ze bestellen zonder op de kaart te kijken. De man die ik alleen op de rug zie, heeft opvallend grote, rode oren, van achteren gezien. Veel roder dan de overige huid die ik kan zien.

Achter me is een Engelse vrouw in gesprek, haar stem draagt ver en haar taalgebruik is aanstootgevend.

Ik ben een van de vier vrouwen die hier alleen aan een tafeltje zit. Met twee glazen wijn.

Iedereen zit met zijn smartphone aan tafel. Ik laat mijn vinger over mijn iPhone glijden. Niets.

‘Nee, geen toetje. Dank je,’ weet ik twee keer vol te houden tot de derde ober zonder het te vragen de dessertkaart op tafel legt.

Ah shit, doe maar een apple crumble met custard.

Morgen ga ik weer op dieet. Promise.

Anders overmorgen.