Choco-loco

Ik houd zó veel van eten dat ik als klein meisje droomde dat ik in iets gigantisch, iets eetbaars kon wonen: een gigantische macaroni, een gigantische appel of een dropje zo groot als een huis. Zoals James en zijn vrienden in James and the Giant Peach van Roald Dahl. Ik had het eetbare huis al helemaal ingericht.

Helaas is overgewicht – als ongewenst neveneffect van deze liefde – een probleem voor mij. Ik blijf zoeken naar gezond en lekker eten. Eten waar mijn geest en mijn lichaam het over eens kunnen worden.

Gelukkig vind ik ook genoeg gezonde dingen lekker, maar er is één gerecht wat een echte traktatie is, een volkomen verantwoorde traktatie, en dat eenvoudige recept wil ik jullie niet onthouden.

ChocoLocoChocolade pudding denk je? Niet dus! Dit toetje of deze snack is volkomen natuurlijk en minstens zo lekker als commerciële chocoladepudding of chocolademousse. Geen geraffineerde suiker, geen lactose, en als je de honing vervangt door bijvoorbeeld kokossuiker of stevia, is het ook nog eens volkomen plantaardig / veganistisch! Ik zal niet zeggen dat het gezond is – het bevat nog steeds veel calorieën – maar er zitten in ieder geval veel bruikbare voedingsstoffen in dit goddelijke goedje, zoals goede vetten en antioxidanten.

Er zijn een aantal variaties op dit gerecht, en ik neem de hoeveelheden nooit zo nauw, dus probeer wat je lekker vindt, experimenteer en wees creatief. De variabele ingrediënten zijn als volgt:

  • 1 rijpe avocado of 1 rijpe banaan (of beiden)
  • 3-4 eetlepels cacao (hoe meer cacao hoe ‘puurder’ de smaak)
  • 1 theelepel honing (als je banaan neemt in plaats van avocado, dan heb je geen honing of zoetstof nodig. Als je veganist bent, neem dan bijvoorbeeld kokossuiker)
  • 1 eetlepel noten(pasta), je kunt een potje pasta kopen, of – als je blender of mixer sterk genoeg is – wat noten door het gerecht doen, bij voorkeur rauwe cashewnoten of amandelen
  • Eventueel kokosmelk of amandelmelk
  • Eventueel vanille
  • Eventueel een klein snufje zout (smaakversterker)

Je kunt dit gerecht met de hand maken: avocado en/of banaan fijnprakken met een vork, flinke dosis cacao er bij, notenpasta (in dit geval moet het wel al pasta zijn) en eventueel honing. Als je deze mix te dik vindt, dan kun je er kokosmelk of amandelmelk bij doen.

Persoonlijk gebruik ik mijn NutriBullet – tot voor kort de Magic Bullet – om dit gerecht te maken. Even tussendoor: ik ben echt verzot op mijn Bullet! Ik heb vier Magic Bullets versleten en ben sinds kort overgestapt op de nieuwe NutriBullet, deze is krachtiger dan de MagicBullet. Het is verreweg het meest gebruikte apparaat in mijn keuken, samen met mijn waterkoker. Als je van sappen en van smoothies houdt, investeer dan in de NutriBullet (en nee, ik word niet gesponsord door de fabrikant, ik ben echt een fan).

Hoe dan ook, dit is hoe ík de avocado chocolade pudding maak: ik neem een handje amandelen en laat ze een nacht weken in wat water. Niet afgieten, de volgende dag fijn maken in de NutriBullet (of blender, of met een staafmixer); in feite heb ik nu mijn eigen amandelmelk gemaakt. Dan, avocado en/of banaan er bij, flinke dosis cacao, eventueel honing en als het nog niet dun genoeg is, kokosmelk er bij. Hoe meer kokosmelk, hoe meer het een chocolade mousse wordt. Mixen. Klaar!

Probeer het een keer en be prepared to be amazed!

Enjoy!

Intieme geluiden

Soms hoor je geluiden van je buren die je liever niet wil horen. Dan bedoel ik dus niet geluiden van ‘de daad’, want daar heb ik persoonlijk helemaal geen moeite mee. Sterker nog, ik vind het alleen maar leuk om te horen dat mensen het naar hun zin hebben. Hoe kun je je daar nou aan storen? Er mag veel en luidruchtig gevreeën worden wat mij betreft.

Ik zat ooit met mijn toenmalige vriend op een terrasje in het betoverende Verona in Italië. Het was een warme zomerdag en er stonden vijf minuscule tafeltjes tegen de gevel van een even klein café. De straat was smal en koel. We deelden het terras met twee andere stellen en rechtsboven ons, op de eerste verdieping, stond een raam open. Langzaam, maar steeds harder en steeds duidelijker, bereikten ons de zuchten van een zwoel liefdesspel. Een liefdesspel dat zo te horen – zij was luider dan hij was – voor beide partijen nu toch rap richting een hoogtepunt ging. Op het terras hielden we onze adem in en we keken elkaar met grote, glimmende pretogen aan. Binnen enkele minuten bereikte in ieder geval de vrouw haar kookpunt; als een fluitketeltje ging ze af. Eerst werd het doodstil, en toen begonnen we met z’n zessen spontaan te klappen.

Nee, die geluiden bedoel ik dus niet.

Ook niet het geluid van de buurvrouwen die in de schaduw voor mijn huis zitten te keuvelen, of de kinderen die om het hardst schreeuwen in het steegje achter mijn huis. Nee, het gaat om mijn buurman. Ik denk dat hij een keelaandoening heeft. Met grote regelmaat komt er een rochelgeluid overwaaien dat mij in elkaar doet krimpen van walging. Ik vraag me oprecht af of ik hem moet voorstellen om eens naar de dokter te gaan. Het is een verder gezond ogende man van achter in de veertig die al jaren niet meer rookt, maar met tussenposen van dertig seconden tot een minuut brengt hij een geluid voort waar ik werkelijk onpasselijk van word. Maar ja, wat kun je daar nou van zeggen?

“Zeg, buurman, dat is niet goed hoor! Zou je daar niet eens naar laten kijken?”

Dat kun je toch eigenlijk niet maken bij iemand die je verder nooit spreekt behalve als hij een pakje voor je aanneemt? Iemands gezondheid is te intiem, lijkt het wel. Zo veel intiemer dan waar je aan dacht toen je de titel van deze post las.

De zomer komt er weer aan, heerlijk. Ramen en deuren gaan weer open, maar het vervelende met iets dat je liever niet wilt horen, is dat je er op gaat zitten wachten. Ken je dat? Tot je alleen nog maar dat hoort wat je niet wilt horen. Het steekt boven alle buurtgeluiden uit, het springt er uit. Ik zou liever horen dat hij van tijd tot tijd een vriend(in) over de vloer heeft, of dat hij uit volle borst met Hazes meezingt, dan kan ik gewoon af en toe mijn duim naar ‘m opsteken, of spontaan gaan applaudisseren.

Mag het licht weer uit?

Wat ik vorige week schreef: verwacht je spanning, dan loopt alles als een zonnetje, maar ga je vervolgens een dagje naar Amsterdam dan kom je in een schitterend avontuur terecht.

Ik had afgelopen vrijdag een afspraak voor een interview met een journaliste van het blad Grazia (het interview komt als het goed gaat in week 15 in de Grazia te staan). Ik stond ’s ochtends nietsvermoedend op het station in Dordrecht toen ik het nieuws hoorde: “Wegens een stroomstoring in Noord-Holland is er geen treinverkeer mogelijk van en naar Schiphol en Amsterdam.” En dan de legendarische woorden: “De NS heeft geen alternatief reisadvies.” Dan weet je dat het écht goed fout zit. Gelukkig had ik een ruime marge op mijn reistijd genomen. Eerst maar eens naar Rotterdam, dan kijken we wel weer verder, dacht ik. Er stond een sprinter van Rotterdam naar Amsterdam in de NS app die nog niet was vervallen. Deze zou via Gouda naar Amsterdam gaan, dus wellicht dat dit een optie zou zijn. De sprinter stond te wachten en inderdaad, met een vertraging van 15 minuten vertrok deze richting Gouda. Mooi. Muziekje in de oren, laptop op tafel. Alles komt goed.

We stonden in Gouda toen – zonder waarschuwing – de eindbestemming van de trein weer in Rotterdam veranderde. Shit! Laptop dicht, snel de sprinter uit. En nu? Naar Utrecht dan maar.

Mijn afspraak liet in de tussentijd weten dat in Haarlem de lichten weer waren aangegaan, dus misschien dat, tegen de tijd dat ik in Utrecht zou zijn, de stroomstoring ook wel weer verholpen zou zijn. Hoe erg kon het zijn?! Maar ook het perron van Utrecht stond nog vol met mensen die een beetje verloren om zich heen stonden te kijken. Ik liep richting de trap. Een zakenman kwam mij tegemoet lopen, we keken elkaar aan en haalden onze schouders op.

“Tja… hoe kom ik nu in Amsterdam?” zei hij.

“Tja… “ zei ik.

“Zullen we een taxi delen?” vroeg hij

“Waar moet je naar toe?”

“Amsterdam Amstel”

“Perfect!” riep ik en stuurde het bericht naar de journaliste dat alles goed zou komen, dat onze afspraak in Dauphine zou kunnen doorgaan als gepland, zij het ietsje later. De zakenman en ik hebben nog even gekeken naar de bus, maar bij het zien van de rijen besloten we dat dat ook geen optie was. Dan maar even de portemonnee trekken. We hadden genoeg om over te praten onderweg, de taxi was luxe en comfortabel. Het kostte een paar tientjes, maar ze waren goed besteed en voor Amsterdam Amstel hebben de zakenman en ik onze gegevens uitgewisseld.

Na het interview reden de treinen nog steeds niet naar behoren. Dan maar even de stad in, naar Hoppe voor een borrel en een portie overheerlijke bitterballen. Er schuilt een heerlijke berusting in ‘overmacht’.

“Beschaafd biertje,” zei ik tegen de man naast me aan de bar die het populaire brouwsel uit een cola glaasje dronk. Hij was op stap met een goede vriend en na een aantal glazen aan de bar bij Hoppe moest ik toch echt even mee naar ’t Doktertje, de kleinste kroeg van Amsterdam, aldus de heren. Toen ik uiteindelijk ’s avonds om half negen – en vier whisky’s later – op het station kwam, reden de treinen nog steeds niet volgens schema, maar ik ben zonder al te veel vertraging toch nog thuisgekomen.

Ik heb me kostelijk vermaakt vrijdag. Ik heb nieuwe vrienden gemaakt en nieuwe zaken ontdekt. Creëer maar wat vaker chaos in Nederland, wat mij betreft, het brengt mensen dichter bij elkaar. Zoals iemand in de kroeg terecht opmerkte: “Ik ben benieuwd hoeveel baby’s er over negen maanden geboren worden.”

Tel Aviv

Vorig jaar mei, toen ik naar Tel Aviv vloog, had ik twee uur nodig voor het inchecken bij El Al. Voorbij de muur van jonge mensen met machinegeweren, in een gedeelte van Schiphol dat ik nog nooit had gezien, kreeg ik een half uur durend kruisverhoor van een streng kijkende jongedame. Na een aantal vragen liep ze weg met mijn paspoort. Ze kwam terug en vroeg me precies dezelfde vragen een tweede keer. Controlevragen. Maar ze was nog niet tevreden: ik had teveel vreemde visa en stempels in mijn paspoort van landen die Israël niet liggen, ik kreeg een gele sticker en dat betekende dat ik een kelder in moest. De kelder waar overigens alle ingecheckte bagage voor Tel Aviv ook wordt gescand en wordt geopend. Daar moest ik werkelijk alles afgeven aan een andere strenge jongedame. Mijn paspoort, mijn telefoon, alles. Alleen de kleren aan mijn lijf mocht ik aanhouden. Ik werd in een wachtkamer gezet terwijl zij God weet wat met mijn spullen kon doen. Ze vertrouwden mij niet, maar ik moest er maar op vertrouwen dat mijn spullen veilig waren bij haar.

Ik zat in de wachtruimte met een handjevol andere mensen, we durfden elkaar nauwelijks aan te kijken, laat staan te praten. We keken allemaal maar een beetje naar onze voeten. Af en toe wisselden een vrouw en ik een voorzichtige, veelzeggende blik: we vonden het allemaal maar een beetje vreemd en een beetje eng. Uiteindelijk fluisterde ze:

‘Ik heb m’n benen maar geschoren vanochtend, want ik heb gehoord dat je je tot je ondergoed moet uitkleden.’ Zachtjes gniffelden we hier samen om. Eenmaal in Tel Aviv hebben we samen een taxi genomen en heb ik haar afgezet bij haar hotel. Ze ging backpacken met een Duits meisje wat ze nog niet kende, maar hier zou gaan ontmoeten. Dat vond ik wel heel stoer.

Afgelopen zaterdag vloog ik weer naar Tel Aviv. Handenwrijvend vertrok ik al vroeg naar Schiphol. Ik zou weer inspiratie op gaan doen voor een nieuwe blogpost. Ik vloog deze keer met KLM.

‘Hoe laat zal ik naar de gate gaan?’ vroeg ik aan het meisje achter de incheckbalie. We zouden om 20.50 uur vertrekken.

‘Nou,’ zei ze, terwijl ze automatisch op haar horloge keek, ‘het is zes minuten lopen vanuit de KLM Lounge, ik zou om 20.15 de lounge verlaten.’ Ik keek haar met grote ogen aan. Ze wist duidelijk niet waar ze het over had, ze had het kruisverhoor natuurlijk nooit aan den lijven ondervonden.

Kwart voor acht stond ik bij de gate en dat vond ik al heel dapper van mezelf dat ik nog zo lang in de lounge was blijven zitten.

Niemand. Geen geweren, geen kelders. Een hele vriendelijke meneer die me een aantal vragen vroeg over mijn bagage, me even diep in de ogen keek en knikte. Zelfs de body scan lichtte groen op en zei ‘OK’ terwijl ik al in de spreidstand stond. Nou moe.

‘Ik vlieg alleen nog maar met KLM naar Tel Aviv,’ schreef ik mijn collega in het land van melk en honing.

‘Ja,’ antwoordde hij, ‘maar het zal je niet helpen om het land weer uit te komen.’

En dat is waar. Israël in komen is nog niets vergeleken bij het land weer uit komen.

‘Waarom is dat toch?’ vroeg ik hem nadat ik daar vorig jaar drie uur over gedaan had. Je zou denken, met zo’n welkom, dat ze graag weer van je af zijn.

‘Als er een vliegtuig dat vanuit Tel Aviv vertrekt en bijvoorbeeld wordt gekaapt, dan is het onze schuld, onze verantwoordelijkheid,’ legde hij me uit.

Ja, zo had ik het nog niet bekeken. Maar goed, dat is voor later zorg. Het land in viel me deze keer in ieder geval reuze mee. Verwacht je een keer spanning onderweg en dan loopt alles als een zonnetje!

Tinder

Ik ben overstag, ik zit sinds een week of twee ook op Tinder. Ik dacht, laat ik het nu maar doen want stel je voor dat het boek New York in 40 dates een succes wordt, dan kom ik nooit meer aan een date natuurlijk.

Voor de duidelijkheid, heren, mochten jullie dit lezen: ik ben niet van plan om over dates met Nederlandse mannen te schrijven. De wereld is veel te klein. Het zou je broer kunnen zijn, waar je over leest (in mijn geval zou ik je vader ook niet uitsluiten), je collega of je buurman. En dat zou ik mijn dates niet aan willen doen. New York is ver weg en anoniem, de mensen waar ik over schrijf kun je onmogelijk kennen.

Maar goed, hoewel ik dus verder niet zo veel wil vertellen over wie ik dan wel of niet ontmoet via Tinder, valt er nog wel wat op te merken over de profielen! Zomaar wat dingen die mij opgevallen zijn. Niet dat ik nou de expert ben, maar een beetje terugkoppeling is misschien geen slecht idee. Dus, heren, voel je niet meteen aangesproken, maar steek er gewoon wat van op.

Wat ik op mannelijke profielen heb gezien en wat NIET werkt:

  • Een foto van je motor of je auto (zonder jou er op). Erger nog: een scooter.
  • Profielfoto met je vrienden waar niet duidelijk is op welke man ik me mag verlekkeren. Zeker als uit de andere foto’s blijkt dat ik je vriend(en) eigenlijk leuker vind.
  • Foto’s met de hele familie er op. Te vroeg.
  • Foto’s met bijna volwassen dochters, er vanuit gaande dat het je dochters zijn, bij sommige profielen twijfel ik daaraan. Nog erger is een foto van alleen je dochter. Waarom? Het profiel gaat toch om jou?!
  • Vijf van de zes foto’s met je duim omhoog. Twee keer leuk, niet bij elke foto. Niet cool. Beetje afwisselen.
  • Geen tekst en geen foto. Dan ben je dus gewoon een voyeur. Flauw hoor.

Nou, wat werkt er dan wel? Volgens mij werkt dit WEL:

  • Humor. Altijd. Overal.
  • Een leuke, duidelijke foto van je gezicht. Recent. Alleen. Zonder zonnebril.
  • Minstens drie foto’s, liefst beetje afwisselend.
  • Steek een beetje energie in je tekst. Veel ruimte is er toch niet, dus het hoeft echt geen essay te zijn. Schrijf een paar steekwoorden die jou omschrijven, waar je van houdt en misschien iets over wat je zoekt. Ik denk dat vrouwen eerder de tekst zullen lezen dan mannen, dus maak er wat aantrekkelijks van.
  • Honden doen het bij mij echt ontzettend goed. Niet een foto van alleen de hond als je profiel foto instellen natuurlijk, maar zet ‘m er gerust bij. Ik zie persoonlijk liever een foto van je hond dan van je tieners.
  • Kinderen tot een jaar of tien vind ik nog wel schattig op een foto – dan wil ik ook nog wel over het hoofd zien dat we op een datingsite zitten – maar niet foto’s van alleen je kinderen en niet meteen als je profielfoto. Persoonlijk heb ik liever dat je in de tekst zet dat je kinderen hebt.

Oké, ga ik weer.

Nope

Nope

Nope

Nope

Hm… Nope

Hé, buurman!

Nope

Wauw, sta je er nou echt met een kip op?! Nope

Nope

Nope…

Oe! Like!

Ik blijf een blondje

Ik luister graag naar popular science podcasts, zoals ‘stuff you should know’, ‘60 seconds science’ of ‘Science Friday’. Al die podcasts vullen mijn hoofd met onzinnige weetjes die ik leuk en interessant vind, maar waar ik maar de helft van kan onthouden. Op de meest ongelegen momenten schieten deze halve weetjes me te binnen en gooi ik ze gedachteloos in een gesprek.

Ik ben een hele slechte voor cocktail parties, want met dit soort halve statements slaat het gesprek dood als bier in een glas waar melk in gezeten heeft. Het begint altijd met ‘ik heb ergens gehoord of gelezen dat…’ en eindigt in een anti-climax.

Zo heb ik ergens gehoord of gelezen dat mensen met rood haar een actiever seksleven hebben. Ze zijn gewilder en het maakt niet uit of het echt rood is, of geverfd. Uiteraard heb ik meteen mijn blonde krullen in de henna gezet.

Diana Weasley noemden collega's me meteen
‘Diana Weasley’ werd mijn bijnaam

Hoopvol liep ik de eerste paar dagen door de winkelstraten, maar ik kreeg niet meer of minder aandacht dan normaal. Weken gingen voorbij. Niets. De weken werden maanden.

Henna is goed voor je haar, bleef ik mezelf vertellen, want dat had ik namelijk ook ergens gelezen, maar de wonderlijke metamorfose tot een dikke bos haar bleef ook uit.

Ondertussen kwam ik er achter dat, als je je haar een andere kleur geeft, je met uitgroei te maken krijgt. Aangezien ik mijn haar nooit eerder gekleurd had, had ik daar dus niet over nagedacht. Na twee keer de uitgroei te hebben bijgewerkt, gaf ik het op. Wat een gedoe!

Ik ben hard bezig de henna er uit te laten groeien, want nee… je kunt er niet overheen kleuren, en nee… het vervaagt ook niet met de tijd.

Elke keer als ik bij Lotfi, mijn kapper, kom, schudt hij met zijn hoofd en maakt een klakkend geluid met zijn tong. ‘Tja… er zit niets anders op dan het er uit te laten groeien’, zegt hij dan. ‘Volgende keer knippen we het er uit’, belooft hij me telkens weer, maar zo hard groeit mijn haar niet. Hij bedoelt het goed.

Blondes have more fun
Blondes have more fun

Ik weet niet welke helft van het ‘rood haar’ onderzoek ik niet goed begrepen heb, maar ik heb dus zelf wat onderzoek gedaan en mijn conclusie is: Blondes have more fun!

Eerst Napels zien…

Amsterdam is een erg populaire stad, vooral als weekendbestemming voor onze jonge, wilde mede-Europeanen. Dat is natuurlijk fijn voor de economie en de werkgelegenheid, maar niet zo fijn als je – zoals ik vorige week – een nacht op een hotelkamer aan het Damrak door moet brengen. Maar dat is een ander verhaal.

Een paar weken geleden moest ik op een maandag naar Napels. Er was maar één directe vlucht die maandagmorgen en dat was een Transavia vlucht. We stonden om 11 uur op de planning en ik was ruim op tijd op Schiphol. Gelukkig maar, want ik heb nog nooit zo’n lange rij voor de security gezien. De rij stond bijna tot aan de incheckbalies. Maandagochtend tussen 9 en 10 is blijkbaar spitsuur op Schiphol.

Eenmaal in het vliegtuig keek ik eens om mij heen en moest concluderen dat bijna iedereen op deze vlucht was wezen feesten in Amsterdam en dat waarschijnlijk een kwart van hen nog steeds dronken en/of stoned was. De drie heren aan de andere kant van het gangpad in ieder geval wel, die kwamen zo te zien (en zo te ruiken) zo uit de binnenstad van Amsterdam rollen.

Iedereen zat op z’n plek, alle bagage was met veel pijn en moeite opgeborgen en stewardessen liepen heen en weer met tellers. Onze vertrektijd kwam en ging. Rond kwart over elf vertelde de piloot dat we een kleine vertraging hadden omdat er een instrument stuk was, maar dat dat nu vervangen was. Dat vind ik nooit zo’n geruststellende boodschap, maar goed, liever een nieuw instrument dan een kapot instrument natuurlijk.

‘Maar,’ ging de piloot verder, ‘het probleem is dat op de passagierslijst staat dat we 135 mensen en 2 baby’s aan boord moeten hebben en we hebben 136 mensen en 2 baby’s aan boord’.

Nou, dat wilde ik al helemáál niet horen! Is het een verdwaalde toerist of een terrorist? De spanning in het toestel was te snijden. Gelukkig was het mysterie snel opgelost: er stonden twee mensen met dezelfde naam op de lijst.

We konden vertrekken. Alles bij elkaar hadden we maar een vertraging van hooguit 20 minuten. Niet slecht.

We vlogen hoog over Europa, ik had een koptelefoon op, muziekje aan en ik zat vrolijk weg te tikken op mijn laptop tot ik gefluit, geroep en gegil achter me hoorde. Het hele middengedeelte van het vliegtuig was in rep en roer want iemand was flauw gevallen in het gangpad. Stewardessen waren vervolgens druk in de weer met een zuurstofmasker en een EHBO kit. Het bleek om een jongeman te gaan die er verder uitzag alsof hij in de bloei van zijn leven was, het was dus aannemelijk dat hij iets te hard gefeest had dit weekend. Een vrouw van middelbare leeftijd – zijn moeder of een Italiaanse cougar met moederlijke gevoelens – heeft zich de rest van de vlucht over hem ontfermd en een vochtig doekje tegen zijn voorhoofd gehouden.

We zijn uiteindelijk zonder verdere calamiteiten in Napels aangekomen, en ook Napels hebben we overleefd. Maar, mocht je zelf op een stedentrip binnen Europa gaan, vertrek dan niet op een maandagochtend uit Amsterdam maar pak een vlucht op woensdag bijvoorbeeld, en ga op een maandag terug naar Amsterdam.

Drie dagen in Baku – Dag 3

Op mijn derde dag in Baku geven Osman en ik de presentaties waar we voor gekomen zijn en sluiten ons bezoek af met een late lunch met een paar van onze klanten in een aparte kamer in een restaurant. Na de lunch leidt een van onze contactpersonen ons door de stad, te beginnen met een wandeling langs de kade want Baku is een havenstad aan de Kaspische Zee. Er is een landtong, een pier, met aan het einde Crystal Hall waar in 2012 het Eurovisie songfestival werd gehouden.

Vlammentorens in Baku, gezien vanaf de promenade
Vlammentorens in Baku, gezien vanaf de promenade

Wat ik al in een eerdere blogpost schreef: Baku is een mix tussen erg oud en erg modern. De meest opzienbarende architectuur kun je in Baku vinden, zoals drie torens die ’s avonds zo verlicht worden dat ze er uitzien als bewegende vlammen. Dit is een mooi symbool als je je bedenkt dat Azerbeidzjan letterlijk ‘Land van het vuur’ betekent.

Niet ver van de vlammentorens vind je de Laan van Martelaren, een begraafplaats en herdenkingsmonument aan Zwarte Januari of het Januaribloedbad: een militaire actie van de Sovjettroepen in de nacht voorafgaand aan 20 januari 1990 om een anti-Sovjet-opstand te onderdrukken. Het is confronterend om de rijen zwarte grafstenen te zien met op elke steen een gravure van de persoon die er begraven ligt, sommige slachtoffers waren nog geen twintig jaar oud.

Blog 03 - Laan van Martelaren in Baku 01        Blog 04 - Laan van Martelaren in Baku 02

We bezoeken ook het eeuwenoude, ommuurde stadscentrum, wat eeuwenlang een centraal punt op de Zijderoute was. We slenteren langs winkeltjes en drinken koffie in een klein, geïmproviseerd, plastic koffiezaakje en dan is het tijd voor ons om naar het vliegveld te gaan.

Om je (na mijn achteruitrijdende taxi) nog een idee te geven van het verkeer in Baku: Op weg naar het vliegveld zien we een bus op de snelweg stoppen en een paar mensen uitlaten. Ze klimmen over de vangrail en rennen richting hun bestemming aan de andere kant van de driebaansweg. Zo gaat dat.

Osman en ik zitten in een cafetaria te wachten tot we kunnen boarden als de stroom op het vliegveld uitvalt. Geen geruststellende ervaring. Ik vlieg via Moskou terug naar Amsterdam met Aeroflot – wat een drama. Krakkemikkig vliegtuig, geen alcohol aan boord, mensen die alvast hun koffer gaan pakken als we nog aan het landen zijn. Achter mij gaat een telefoon als we bijna bij de grond zijn en de man neemt de telefoon nog op ook. Het overstappen op Moskou zelf is ook geen prettige ervaring waar ik verder niet te veel woorden aan vuil wil maken, maar ik raad iedereen af om via Moskou te vliegen.

Ik zak opgelucht in mijn stoel in het KLM vliegtuig dat mij van Moskou naar Amsterdam brengt. Als ik opkijk zie ik vanuit mijn ooghoek een oud-collega in de stoel schuin achter me zitten. Wat is het toch een kleine wereld.

Saoedi-Arabië

Koning Abdullah van Saoedi-Arabië is vorige week overleden, dat las ik in het financieel dagblad en daarom wil ik deze week een klein verhaaltje over Saoedi-Arabië met jullie delen.

Het financieel dagblad schreef onder andere het volgende:

Koning Abdullah bin Abdul Aziz al-Saud was negentig en kampte al langer met gezondheidsproblemen […] Koning Abdullah nam in 2005 de troon over, maar was toen feitelijk al tien jaar aan de macht omdat zijn halfbroer koning Fahd was geveld door een beroerte. Abdullah werd gezien als een voorzichtige hervormer die tegen de wens van religieuze conservatieven de rol van vrouwen geleidelijk probeerde te verbeteren. Ook streefde hij ernaar de economie minder afhankelijk te maken van olie-opbrengsten.

Dit laatste was belangrijk: Koning Abdullah wilde een fundering leggen voor een economie gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek en omdat ik bij een wetenschappelijke uitgever werk, mocht ik deel uitmaken van een delegatie die in 2011 naar Saoedi-Arabië vertrok om presentaties te geven aan drie verschillende universiteiten. De delegatie bestond uit drie vrouwen en drie mannen en de presentaties gingen over het publiceren van wetenschappelijke artikelen.

Een bezoek aan Saoedi-Arabië was een bijzondere ervaring, zeker omdat je het koninkrijk als toerist niet binnenkomt. Er worden alleen zakelijke visa afgegeven. Als vrouw moet je een abaya dragen (dat is een wijde jurk of jas over je kleding en een hoofddoek). Haren en hals mogen niet zichtbaar zijn, maar het gezicht wel.

Het is maart 2011 en we zijn in Jeddah. Het is vrijdagavond, wat gelijk staat aan onze zondagavond want het weekend in Saoedi-Arabië was op dat moment nog donderdag en vrijdag (inmiddels is het vastgesteld op vrijdag en zaterdag). We zijn uit eten geweest in een restaurant, wat nog niet zo vanzelfsprekend is als je misschien zou denken: vrouwen mogen niet overal naar binnen dus we moeten een restaurant vinden met een familieruimte.

De volgende dag, zaterdag, zouden we onze eerste presentatie geven, zondag zouden we naar Riyadh reizen waar we dan op maandag onze tweede presentatie zouden geven.

Die vrijdagavond, na het eten, nemen we taxi’s terug naar ons hotel en verbazen ons over de feeststemming die heerst op straat. Chauffeurs toeteren en mannen hangen uit rijdende auto’s met de nationale vlag in hun handen. Het lijkt erop alsof Saoedi-Arabië het WK voetbal gewonnen heeft.

Wanneer we terugkomen in het hotel, wacht onze plaatselijke contactpersoon ons op en legt uit wat er is gebeurd: de koning heeft een toespraak gehouden vanavond. In de buurlanden gaat het slecht en daar heerst ontevredenheid. De koning wil zijn mensen tevreden houden en heeft daarom nieuwe investeringen in het onderwijs en in de gezondheidszorg aangekondigd. Alle huishoudens zullen hier direct baat bij hebben. “Bovendien,” heeft hij in zijn toespraak gezegd, “verklaar ik morgen tot een nationale vrije dag.”

Boem. Het hele land morgen vrij omdat de koning dat zegt. Ongelooflijk!

Zo zal ik mij Koning Abdullah van Saoedi-Arabië altijd blijven herinneren: als de koning die op ‘zondag’ iedereen de volgende dag vrijgeeft.

@Koning Willem-Alexander: misschien ook een leuke stunt voor de Oranjes?

Overigens, na wat telefoontjes is de presentatie een dag opgeschoven en ons reisschema aangepast, dat gaat allemaal vrij soepel.

Saoedi-Arabië 01De volgende dag huren we een auto en gaan de bergen in. Onderweg neem ik deze foto vanuit de auto en die wilde ik jullie niet onthouden.

Drie dagen in Baku – Dag 2

Dag twee komt mijn collega uit Istanbul aan in Baku (omwille van zijn privacy noem ik mijn collega hier Osman), hij heeft een ander (lees: duurder) hotel geboekt dan ik. We hebben een eetafspraak. Ik wacht op Osman in de goed gevulde bar van zijn hotel en bewonder de levendige lobby met haar glazen liften en constante stroom mensen. Dit is wel wat anders dan mijn hotel. Het is hier groter, moderner, drukker.

“Heb je nootjes of iets dergelijks?” vraag ik aan de aantrekkelijke barman die goed Engels spreekt. Ik heb trek, en meer nog dan dat: ik zit verlegen om een praatje. Ik heb al bijna 24 uur niemand gezien of gesproken, in ieder geval niet iemand met genoeg kennis van de Engelse taal om een gesprek mee te kunnen voeren.

“Nee, geen nootjes,” antwoordt hij, “maar… wacht!” Hij heeft een idee en steekt er ook daadwerkelijk een vinger bij in de lucht. Hij komt terug met een Granny Smith appel. Ok, denk ik, ook lekker, maar ik krijg de appel niet zomaar overhandigd: hij neemt een groot keukenmes en snijdt de appel met grote zorgvuldigheid in steeds kleinere partjes. Hij verdwijnt en komt terug met een schoteltje. Als een ware chef-kok tilt hij de partjes met het mes van de snijplank en stalt ze uit op het schoteltje. Wauw, ok. Nog nooit heb ik een appel met zoveel zorg gepresenteerd gekregen. Maar hij is nog niet klaar. Hij loopt weg en komt terug met een zoutmolen. Zout?! Over mijn appel?! Mijn mond valt open. Ik ben stomverbaasd, maar het is lekker. Een zure appel met zout: weer wat nieuws geleerd. Een hotelkamer mag hier dan 400 EUR per nacht kosten, maar als ze zoveel aandacht besteden aan een appel, dan ben ik erg benieuwd naar de kamers.

Osman en ik gaan eten en komen daarna weer terug bij zijn hotel. Vanaf daar laten we een taxi mij weer terug naar mijn hotel brengen. De taxichauffeur spreekt geen Engels. Ik zie hem kijken en zoeken. Hij rijdt een paar keer een doodlopende weg in en keert weer om. Kortom, de beste man weet niet precies waar mijn hotel is of hoe hij daar moet komen. Hij belt iemand – ik vermoed een collega om aanwijzingen aan te vragen – en voert een uitermate geagiteerd gesprek met deze persoon.

Het is niet aangenaam om achterin een oude, rammelende auto te zitten met iemand die te geïrriteerd is om veilig te rijden. Iemand die je herhaaldelijk een straat inrijdt die lijkt op de straten in films waar mensen altijd vermoord worden of in ieder geval klappen krijgen.

We rijden inmiddels op een soort provinciale weg. Een driebaansweg, waar mensen ergens rond de 90 km/h rijden. Mijn chauffeur heeft een afslag gemist. Hij schreeuwt nu nog harder in de telefoon en remt af. Hij houdt de meest rechtse baan aan en rijdt vervolgens achteruit (!!) terug naar de afrit.

Als de chauffeur zijn arm over de leuning van de bijrijder stoel legt en langs mij heen door de achterruit kijkt terwijl hij achteruit rijdt, kan ik de drang om óók te kijken simpelweg niet weerstaan. Dus kijk ik achterom. Dat had ik beter niet doen. Ik kan een angstkreet bijna niet onderdrukken bij het zien van het aankomend verkeer. Ik draai me vliegensvlug weer om en doe een schietgebedje. Moet ik nog een bericht op mijn telefoon achterlaten voor mijn familie en vrienden? Heb ik daar nog tijd voor? Wat zal ik zeggen? Welke woorden van troost kan ik voor mijn moeder achterlaten? Dat het goed is? Het is niet goed! Ik wil nog niet dood!

Tegen de tijd dat ik deze gedachten heb geformuleerd en mijn leven aan me voorbij is geflitst, is het alweer voorbij en rijden we de afrit op, richting mijn hotel. Eenmaal op mijn kamer sms ik – nog stijf onder de adrenaline – iedereen die me dierbaar is.