Comfort Food #2

Ik ben sprakeloos.

Afgelopen zondag heb ik me, zoals ieder jaar, ingeschreven voor de zogenaamde Green card Lottery, maar mocht ik dit jaar (wonder boven wonder) die felbegeerde Green card krijgen, dan zal ik voor het eerst toch even achter m’n oren krabben (vooropgesteld dat de Green card nog wordt uitgegeven na 20 januari 2017). En dat terwijl ik tot afgelopen woensdag nog dezelfde dag op het vliegtuig zou zijn gestapt om terug te mogen verhuizen naar New York.

Mijn hemel mensen, laten we het in maart 2017, met onze eigen Tweede Kamerverkiezingen alsjeblieft verstandiger aanpakken. Kunnen we dat alsjeblieft afspreken? Liever toch de vooruitgang en het optimisme dan al dat geschreeuw en die negatieve energie? Toch? Politiek Den Haag is echt wel wakker. Laten we stemmen met een idee van waar we naartoe willen, niet uit protest om waar we zijn, want dan komen we nooit vooruit.

Goed, dat gezegd: we hebben het er niet meer over. Het Amerikaanse volk heeft gekozen. We hebben het er maar mee te doen. We gaan het zien.

Zet een lekker muziekje op, zing mee, bak een taart. Ik weet niet meer welke wijze man of vrouw dit mij ooit heeft ingefluisterd, maar ik hou me eraan vast als ik droevig word van het verleden of van de toekomst:

Nu, hier, op dit moment is alles goed.

Ik leef, ik ben gezond, ik heb een dak boven mijn hoofd, ik ben veilig. Ik heb te eten, ik heb lieve mensen om mij heen. De verwarming staat aan. Ik bak een taart. Nu, hier, op dit moment is alles goed.

En ik bak een Black Magic Cake. Het is een Amerikaans recept dat ik in New York een paar keer gemaakt heb. (ter info: 1 cup is 236 ml.)

Droge ingrediënten:

  • 1 ¾ cup tarwebloem
  • 2 cup suiker
  • ¾ cup cacao poeder
  • 2 tl baking soda
  • 1 tl bakpoeder
  • 1 tl zout

Natte ingrediënten:

  • 2 eieren
  • 1 cup sterke koffie
  • 1 cup karnemelk
  • ½ cup plantaardige olie (ik gebruik kokosolie, die maak ik vloeibaar door het bijvoorbeeld vantevoren op de verwarming te zetten)
  • 1 tl vanille extract

Verwarm de oven op 175 graden Celsius. Vet twee ronde taartvormen van ca 22 cm doorsnede in met boter en wat meel of doe er, net als ik, bakpapier in. Net zo makkelijk.

Combineer alle droge ingrediënten in een grote kom. Ik haal alles altijd even door een zeef om klonters te voorkomen. Maak een kuil in het midden.

Meng in een andere kom alle natte ingrediënten. Giet de natte ingrediënten bij de droge en mix het voor twee minuten. Je krijgt een heel dun beslag, dat klopt, dat hoort zo.

Verdeel het beslag over de twee taartvormen. Zet ze in de oven en bak ze voor 30 tot 40 minuten, tot een mes of een satéprikker er schoon uitkomt als je er in het midden prikt.

Laat de cakes 10 minuten afkoelen, haal ze dan uit de bakvormen en laat ze verder afkoelen.

Dan de frosting.

Voor de frosting / glazuurlaag:

  • 1 grote reep pure chocolade (200 gram is geen overbodige luxe)
  • 3 el ongezouten roomboter
  • 1 el honing of agavesiroop
  • ¼ tl vanille extract

Doe alle ingrediënten in een kom en verwarm het au bain-marie tot alle ingrediënten gesmolten en goed gemengd zijn. Bestrijk de bovenkant van één van de twee cakes met een royale laag gesmolten chocolade. Leg de andere cake erop. Gebruik de rest van de frosting om de taart helemaal mee te bedekken behalve de bodem. Handig om dit alles op een nieuw stuk bakpapier te doen overigens.

Zet de taart in de koeling tot alles goed afgekoeld en uitgehard is.

En als je dan een stukje proeft, ben je alle verkiezingsellende even vergeten. It’s magic.

Enjoy!

Food Synergy: Bietensalade

Ik krijg weleens ‘op m’n flikker’ als ik me er hier op mijn blog met een recept vanaf maak, maar ten eerste kan ik zien dat de recepten toch het meest bezocht worden, ten tweede heb ik een heel simpel, lekker en gezond gerechtje verzonnen waarvan iedereen tot nu toe roept: ‘dat ga ik ook maken!’ En dat wil ik jullie natuurlijk niet onthouden.

Ik zal even uitleggen hoe ik hier opgekomen ben. Toen ik in New York woonde kwam ik in aanraking met de website, het boek en de podcasts van Dee McCaffrey, een voedselconsulente met een achtergrond in Organic Chemistry. Zij legt in haar boek en in haar podcasts uit waaróm bepaald voedsel wel of niet goed voor je is. Mateloos interessant vind ik dat, de chemie van het lichaam.

In juli 2015 publiceerde Dee McCaffrey een podcast met de titel ‘Food Synergy’. Het ging over voedingstoffen die op zichzelf al gezonde eigenschappen hebben, maar die in combinatie met een ander product versterkt worden. Broccoli en tomaat zijn bijvoorbeeld twee producten die het lichaam helpen kanker tegen te gaan. Wanneer ze samen gegeten worden, versterken ze elkaars goede eigenschappen. Groene thee en vitamine C  – bijvoorbeeld uit een citroen – werken ook zo. Yoghurt met banaan helpt na het sporten je spieren extra snel te herstellen. Kikkererwten bevatten vitamine B6, een vitamine die het lichaam helpt magnesium op te nemen, terwijl rode bieten zijn rijk aan magnesium. Heb je wel eens rode humus gezien of geproefd? Dat is dus zo’n typisch geval van synergie. Mijn recept ook.

Als je meer wilt weten over deze food synergies, dan kun je hier luisteren. Gewoon op het internet, je hoeft niets te downloaden.

Dan nu mijn eenvoudige receptje voor een warme salade. Als ik alleen ben is dit een complete maaltijd. Uiteraard kun je het ook als bijgerecht serveren. Dit heb je nodig:

  • 1 bakje roden bieten, ik koop voor twee euro een bakje gekookte en gesneden bietjes bij Albert Heijn
  • 1 blikje kikkererwten, ik koop biologische, die vind ik lekkerder, maar dat kan ook heel goed tussen mijn oren zitten
  • 1 eetlepel extra virgin kokosolie, de kokosolie geeft een aparte smaak die wel essentieel is voor het succes van dit recept. Ik zou het dus niet aanraden met olijfolie ofzo
  • 1 ui, wat je wilt; soms neem ik een gewone ui, dan weer eens een rode ui of een zoete ui
  • Snufje zout, ik gebruik grof, grijs zeezout

Snipper de ui. Spoel de kikkererwten goed af (dit schijnt iets te helpen tegen winderigheid). Smelt de kokosolie in een wok, fruit de ui, voeg de bietjes en de kikkererwten toe. Voeg een snufje zout toe. Schep het geheel nog een paar minuten goed om en goed door elkaar. Klaar.

Enjoy!

Schrijversvakschool Recycled #4

In het eerste jaar van de Schrijversvakschool in Amsterdam kregen we naast proza, poëzie, toneel en scenario, ook het genre ‘essay’. Eén van onze opdrachten was een reis door onze kamer te maken, een voorwerp uit te kiezen en daar een klein essay over te schrijven zoals Xavier de Maistre (1763-1852) dat ook heeft gedaan. De Maistre beschrijft, in 42 hoofdstukjes in ‘Reis door mijn kamer’ (1795), een ontdekkingsreis van zijn kamer toen hij na een duel 42 dagen huisarrest had gekregen.

Hierbij mijn bescheiden poging tot een mini-essay.


Reis door mijn kamer

Mijn kamer kent vele gezichten. Letterlijk. Aan de muur hangen portretfoto’s, maar op de kast staat mijn eerste liefde: Johannes de Doper. De buste is een erfstuk van mijn oma. Haar man, mijn opa, was predikant en zou haar dit beeld gegeven hebben. De buste toont een slanke man, met een fijn gezicht, vol golvend haar. Hij kijkt dromerig langs mij heen. Hij heeft een smalle neus en een kleine mond, met dunne, maar goedgevormde lippen. Tegen zijn rechterborst is de kop van een vogel te zien, zijn vleugels gespreid langs de borst van Johannes en langs de zijkant van het beeld, waar eigenlijk de schouder van mijn jeugdliefde zou moeten zitten. Ik ben niet thuis in vogels, maar ik gok dat dit een valk is.

Bij mijn oma stond de buste op de grond, naast de balkondeur. Als meisje van zeven ging ik voor hem op de grond liggen, op mijn buik, en keek naar hem. Hij nooit naar mij. Als mijn oma niet keek, hield ik mijn hoofd schuin en kuste ik Johannes de Doper voorzichtig op zijn koude lippen. Maar met al mijn hartstochtelijke kalverliefde kon ik hem geen leven in-kussen. Nooit kon ik zelfs maar zijn blik vangen.

Vierendertig jaar later wil ik me toch verder verdiepen in dit beeld. Waarom deze vogel bijvoorbeeld? Ik pak het beeld van de kast. Het lijkt steeds kleiner te worden dan dat het in mijn herinnering was. Het puntje van zijn neus is afgebroken, maar het lijkt hem niet te deren.

Online vind ik veel informatie over Johannes de Doper, waaronder dat hij ongeveer even oud was als Jezus Christus, dat zijn moeder waarschijnlijk een tante was van Maria, de moeder van Jezus, en dat Johannes de Doper onthoofd is in opdracht van Herodes Antipas. Zijn schedel is een relikwie geworden, maar er bestaan meerdere vermeende schedels van Johannes de Doper, van Rome tot Damascus, van Jeruzalem tot Istanbul. Verder lees ik dat hij ‘steevast wordt afgebeeld met het Lam Gods’. Dus niet met een vogel.

Wie wordt er dan wel met een vogel afgebeeld, vraag ik me af en typ verwoed allerlei mogelijk zoektermen in, maar vind niets. Ook de naam van de beeldhouwer, J. Mory of J. Mary, kan mij geen helderheid verschaffen.

Weet ik dan eigenlijk wel wie er op mijn kast staat? Als dit Johannes de Doper niet is, op wie ben ik dan al die jaren heimelijk verliefd geweest? En ligt hier niet een verwonderlijk parallel met mijn relaties van vlees en bloed; dat ik mij achteraf afvraag, wie was die man? Hij is niet wie ik dacht dat het was. En heeft hij mij ooit wel eens echt aangekeken?

Bruiloften

Trouwt er niemand meer tegenwoordig? Ik kan me de laatste Nederlandse bruiloft waar ik te gast was niet heugen. Niet dat ik zit te springen om naar een bruiloft te gaan, maar ik vroeg het me af.

Het bruiloftsfeest is meestal wel leuk, maar van alle huwelijken die ik heb zien voltrekken, is er geen één meer in stand. Vroeger ging ik er onbevangen naar toe, blij voor het kersverse echtpaar. De liefde, wat mooi. Nu ben ik een sceptische ouwe vrijster in een net pakje. Misschien dat ik daarom niet meer op de gastenlijst sta. Maar dan zou je toch in ieder geval achteraf wel horen dat iemand getrouwd is, toch?

Twee keer ben ik getuige geweest, beide keren voor de bruidegom. Even heb ik gedacht dat het misschien aan mij lag, dat ik toen al had moeten ingrijpen en had moeten zeggen: ‘Lieverd, doe dat nou niet, dat wordt huilen.’ Want huilen werd het in beide gevallen. Maar ja, het is een enorme eer als een vriend van je dat vraagt, dus natuurlijk zet je je handtekening. Ik heb me wel voorgenomen om nooit meer getuige te zijn, dus vraag het me niet meer. Ik wil het risico niet lopen dat ik toch de ongeluksbrenger ben.

Ik heb tien jaar in een café-restaurant gewerkt dat met grote regelmaat werd afgehuurd voor bruiloftsdiners en -feesten. De meeste vreemde dingen hebben we voorbij zien komen. Van enorme prinsessenjurken, tot oma die bijna stikte in een stukje biefstuk, tot families die met elkaar op de vuist gingen, tot de meest verschrikkelijke voordrachten van familie en vrienden voor het echtpaar.

Natuurlijk kwam het nummer Paradise by the dashboard light voorbij tegen een uur of elf, en ging Oom Frans helemaal uit z’n dak op de dansvloer. Dan gingen de billen een beetje naar achter en werden de heupen krachtig van links naar rechts bewogen. De enorme bierbuik diende als contragewicht. Hoofd rood aangelopen, vlezige handen tot vuisten gebald.

Als je langsliep met de schaal bitterballen lag zijn hand nèt iets te laag op je onderrug. ‘Blijf hier maar staan hoor.’ Alsof ik die nog niet eerder had gehoord vanavond. Op honderden foto’s staan we, de meisjes van de bediening op de zogenaamd mooiste dag van hun leven. Ik ben benieuwd hoeveel van die foto’s inmiddels al ritueel verbrand zijn.

Te gast: Jan Stroeve

Deze week iets nieuws: een gastoptreden, en wel van Jan Stroeve.

Je kunt Jan volgen via zijn eigen website of via facebook.

Jan schrijft, dicht, tekent, zingt, schildert, danst en maakt theater. Als puistige puber van vijftien leerde ik hem kennen als de schrijver, choreograaf en regisseur van de eerste musical waar ik aan mee mocht doen. Het schrijven en regisseren deed hij overigens samen met Peter Marijnissen, die zijn vaste plek achter de piano had.

Jan heeft onder andere boeken en gedichten voor kinderen geschreven en in november komt er een heel bijzonder boek met illustraties van Jan op de markt, namelijk: ‘Zo tollig en zwarrig, waantaal van Nico’.

In ‘Zo tollig en zwarrig’ zijn zinnen te lezen van de welbespraakte Nico, die zich na zijn 95ste jaar, van de ene op de andere dag, in een andere taal ging uitdrukken. Zo zei hij bijvoorbeeld: ‘Het wordt een tammende weg met fijn en schik en zolf’.

De zinnen werden opgetekend door Elseline Knuttel die zich verwonderde over Nico’s nieuwe taal, die soms grappig maar vooral ontroerend en onverwacht poëtisch bleek. Jan raakte hierdoor zo geïnspireerd dat hij de zinnen voorzag van illustraties.

Vanaf 29 oktober zijn Jans illustraties ook te zien in pop-up galerie De Waan in Dordrecht.

Op Jans website, onder ‘Nieuws’ vind je een aantal van zijn heerlijke columns, waarvan hier een voorbeeld, door mij uitgekozen met oog op dierendag deze week.


HELLO GOODBYE

Vanochtend landde er op Schiphol een vlucht jonge hondjes. Vriendin B had een paar maanden geleden via een zieligehondjessite een kleine haarbal uitgekozen. Die vloog vandaag, met een aantal lotgenoten vanuit Cyprus naar Nederland. Of ik mee wilde om Punk of Puck of Ploef op te halen? Iets met een P in elk geval. De definitieve naam, zo voorspelde B, zou zich openbaren zodra ze het beestje in haar armen had, als bij goddelijke ingeving. Natuurlijk wilde ik mee! Dol als ik ben op programma’s als Hello Goodbye mocht ik de hondenvariant ervan niet aan me voorbij laten gaan.

Dat we veel te vroeg op Schiphol aankwamen is mijn schuld. De angst om te laat te komen is diepgeworteld. Altijd bang om de boot te missen, mensen te laten wachten of voor een gesloten incheckbalie te staan. De NS campagne ‘Fluiten = niet meer instappen’ is dan ook niet aan mij besteed. Meestal loop ik een kwartier te vroeg het perron op, precies op tijd om de vorige trein te missen. Noem het een nogal krampachtige verhouding met het begrip ‘tijd’. Zelfs de houdbaarheidsdatum op een pak melk houd ik nauwlettend in de gaten.

Gelukkig ben ik hierin niet uniek want er blijken zich al een aantal aspirant-hondenbezitters op de afgesproken plek te hebben verzameld. Het gezelschap bestaat voornamelijk uit vrouwen die op samenzweerderige toon hondenweetjes met elkaar delen als; ‘ik zou d’r ontlasting goed in de gaten houden.’ Of het nu een zelf uitgedokterd wondermiddel is voor een glanzende vacht of een methode om je pup binnen 3 dagen zindelijk te krijgen; deze vrouwen weten waar ze het over hebben. De paar mannen die mee zijn gekomen, spelen vandaag een ondergeschikte rol. De meeste staan aan de periferie van de groep met glazige ogen te wachten tot ze hier weg mogen. Een zweterige dikke man draait getergd shagjes, wachtend om ze eindelijk te mogen opsteken.

Dan maakt Fenna van stichting Puppyhome luidruchtig haar entree; ‘Nou, hij is fijn!’ Met een stem waarmee je zelfs een galopperende kudde buffels tot stilstand krijgt neemt ze bezit van de aankomsthal: ‘We hebben dus een half uurtje vertraging’. De zweterige man stopt met shagjes draaien, de dames bevriezen midden in hun zinnen. Fenna rommelt in een onordelijke stapel papieren en deelt ondertussen ongevraagd haar levensgeschiedenis en medisch dossier met ons; 1 overleden man, 7 honden, 4 katten en een instabiele heup.

Het half uur wordt een uur en nog steeds is er geen Cypriotisch hondje te bekennen. De vrouwen zijn zo langzamerhand door hun repertoire heen, de shagdraaiende man is ongezien weggeslopen en van Fenna weten we nu ook nog dat ze een moeder met wondroos heeft. Maar dan eindelijk kondigt zich met hoog gekef de verlossing aan. Iedereen veert op. De glazen schuifdeuren openen zich en 2 karren met kratten worden de hal ingereden. We dringen allemaal naar voren, I-phones in de aanslag. Een voor een worden de hondjes voorzichtig uit de kratten getild en overhandigd aan vertederde baasjes. In trance komt B met een trillend hoopje hond naar me toe gelopen. ‘Puck’, zegt ze, ‘zo gaat ze heten’. Misschien zijn jonge hondjes wel uitgevonden om af en toe even te mogen huilen.

 

 

Uit mijn boek: Het snoepje van de week

Deze week, in het kader van de aankomende verkiezingen in de Verenigde Staten, een stukje uit mijn boek New York in 40 dates. Met dank aan mijn uitgever dat ik hier en daar ook wat van de inhoud mag weggeven. Mocht je mijn boek nog niet gelezen hebben, dan hoop ik hiermee je nieuwsgierigheid te prikkelen.


Het snoepje van de week

New York, november 2008

De dinsdag van de Amerikaanse presidentsverkiezingen heb ik afgesproken met Carlos. Carlos komt uit Madrid en woont hier nu ongeveer net zo lang als ik. Hij is bezig met zijn mba-studie aan de Universiteit van New York.

Wij mogen niet stemmen, maar we hebben de verkiezingscampagnes wel gevolgd. Je komt er ook niet onderuit, je wordt vanzelf meegetrokken. Het is voor het eerst in mijn leven dat ik de debatten tussen de twee voornaamste Amerikaanse kandidaten volg, bij mensen thuis, met het nodige commentaar, alsof je naar een tenniswedstrijd zit te kijken.

Carlos is twee jaar jonger dan ik. Ik heb heel duidelijk in mijn profiel geschreven dat ik niet op jongere mannen val, maar zoals veel van de jongere mannen op de site vindt Carlos zichzelf de uitzondering en vindt hij dat hij mij deze traktatie niet kan ontzeggen. Ik schrijf dat ik hem best wil ontmoeten voor een drankje. We kennen immers geen van beiden veel mensen in de stad, en in mijn achterhoofd houd ik dat dit een mooie gelegenheid is om mijn Spaans weer een beetje op te halen. Ik maak nogmaals duidelijk dat ik geen romantische intenties heb met een jongere man, maar hij schrijft terug dat we dat nog wel zullen zien. Hij vindt zichzelf echt het snoepje van de week. En ik moet zeggen: hij ziet er ook wel uit om op te eten. Dus natuurlijk stem ik toe om een glas wijn te drinken, ik bedoel… de arme jongen, helemaal alleen in deze grote stad…

We spreken af in een kroegje genaamd The Otheroom in de West Village. Een donker hol. Iets anders kan ik er niet van maken, het is echt a hole in the wall. Carlos praat honderduit over zijn ontmoetingen met mensen van Adult FriendFinder, over zijn ervaringen met stellen en vooral over zijn bedrevenheid met oudere vrouwen en hoe ze helemaal wild worden in zijn handen. Hij is niet onaardig, hij is erg aantrekkelijk, maar dit is precies waarom ik doorgaans niet op jongere mannen val: hij kan geen genoeg van zichzelf krijgen en schept rijkelijk op over zijn seksuele escapades en hoe ervaren hij wel niet is. Daar krijg ik dus een slappe van. Maar we hebben het gezellig. Ik hoor zijn gedetailleerde verslagen aan en hij is leuk om naar te kijken (ik zeg het nog maar een keer). Na twee glazen houden we het voor gezien.

In The Otheroom worden de verkiezingsuitslagen ook bijgehouden, maar buiten merk je pas goed welk effect de verkiezingen hebben. Omwonenden zitten met een biertje in een open raam en schreeuwen het aantal kiesstemmen naar elke voorbijganger die wil luisteren. Ze juichen bij elke stem die Obama heeft behaald. Net als we een klein stukje in de richting van de metro zijn gelopen, wordt bekendgemaakt dat Barack Obama de zege gaat behalen. Hij heeft het minimale aantal kiesstemmen binnen voor de overwinning. Auto’s toeteren, de mensen in het raam juichen en vreemden feliciteren elkaar op straat. New York is duidelijk een bijzonder democratische ‘blauwe’ staat, in tegenstelling tot de republikeinse ‘rode’ staten, die zich voornamelijk in het midden van Amerika bevinden.

Ik ben dankbaar dat ik deze avond op Manhattan rondliep en dit mocht meemaken. De sfeer was heel bijzonder. Ik kan me niet voorstellen dat Nederlandse verkiezingen ooit deze emoties naar boven zouden brengen.

Carlos en ik nemen afscheid. Hij werpt me een blik toe waarmee hij hoopt te zeggen: ik ben sexy, jij kunt mij niet weerstaan, je gaat me bellen. Maar ik zal dit snoepje van de week nooit bellen. Ik ben nou eenmaal niet zo’n zoetekauw, ik heb hem gewaarschuwd. Ik houd meer van hartig. Een lekker stuk oude Amsterdammer of zo.

Filmbuffet

Ik ben om. Geen geld eigenlijk; negentien euro per maand. Voor dat geld mag ik zo vaak naar de film in Cineville-theaters als ik wil en kan. Ik heb het over de Cinevillepas.

LantarenVenster in Rotterdam is bijvoorbeeld een Cineville-theater, en EYE in Amsterdam. In beide steden ben ik de rest van het jaar wekelijks, dus ik hoop het te kunnen combineren met school op zaterdag bijvoorbeeld. Bovendien is The Movies in Dordrecht een Cineville-theater en daar loop ik dan in m’n badstof huispak naar toe. Bij wijze van spreken natuurlijk. Katoen is veel fijner.

Ik had al eens met een schuin oog naar de Cineville-pas aanbieding gekeken, maar na het zien van ‘Absolutely Fabulous’ vorige week, en de trailers van alle films die ik óók wilde zien, heb ik dan eindelijk de knoop doorgehakt en meteen de volgende dag de pas besteld. Via de email kreeg ik een tijdelijke pas die ik meteen kon gebruiken en dat hebben ze geweten ook.

Inmiddels heb ik al gezien: ‘The Man Who Knew Infinity’ met Jeremy Irons. Hij is een van de twee redenen waarom ik deze film moest zien. Ik ben namelijk heimelijk verliefd op deze acteur sinds ik de vrij erotische film ‘Damage’ heb gezien. Jeremy Irons speelt hierin een statige minister die zich compleet verliest in de verloofde van zijn zoon. De verloofde wordt gespeeld door de o zo sensuele Juliette Binoche. ‘Damage’ heeft twintig jaar geleden een grote indruk op mij gemaakt, met name het moment waarop Juliette Binoche Jeremy Irons aankijkt en zegt: “Damaged people are dangerous. They know they can survive.”

De tweede reden waarom ik ‘The Man Who Knew Infinity’ wilde zien was omdat ik – hoe onwaarschijnlijk dat ook mag klinken – wist wie Srinivasa Ramanujan was vanwege mijn werk bij de academische uitgever. Ik heb in het verleden een marketing campagne opgezet rondom de publicaties van deze Indiase wiskundige.

Mooie film, maar laat Jeremy Irons praten en ik word vanzelf helemaal week. Dat is bijna net zo fijn als de stem van Sean Connery.

De volgende dag ben ik naar ‘The BFG’ gegaan, de Grote Vriendelijke Reus, in 3D. Nee. Jammer. Ik ben een grote fan van Roald Dahl en het lukt filmmakers, zelfs de grote Steven Spielberg, maar heel zelden om een boek goed te verfilmen. Ik irriteer me er aan als de film van het originele verhaal afwijkt. Als ik de Cinevillepas niet had gehad, was ik bij voorbaat niet gegaan omdat ik hier al bang voor was. Sorry Steven.

De dag erna ben ik gaan zitten voor ‘The Red Turtle’, een lange animatiefilm (de lengte is opzienbarend voor dit genre). Een sprookje. Geen gesproken woord. Mooie film en heel verfrissend zo’n verhaal zonder dialogen.

Dan: ‘The Family Fang’ met Nicole Kidman (blijft zonde, de plastische chirurgie), Jason Bateman (Oh, hello hotness, waarom ben je mij nooit eerder opgevallen?! We hebben dezelfde verjaardag, we zijn voor elkaar bestemd, Jason. Bel me.) en Christopher Walken.

Een vermakelijke film, met een apart verhaal waarin Nicole Kidman en Jason Bateman broer en zus spelen. Ze zijn de inmiddels volwassen kinderen van een kunstenaars echtpaar dat bekend staat om hun ‘performance art’ of ‘practical jokes’ waar de kinderen dan deel van uitmaakten. De ouders worden vermist, de vraag is: is dit in scène gezet of is het echt.

Tot zo ver wat ik in korte tijd gezien heb. Op het programma staan nog: ‘Elle’ van Paul Verhoeven, de Zweedse komedie ‘Een man die Ove heet’, ‘Café Society’ van Woody Allen, ‘The Secret Life of Pets’ als ik de Engels gesproken versie kan zien en ‘High Rise’ met… Jeremy Irons!

Het is een all-you-can-see filmbuffet en ik ga me compleet verzadigen deze herfstachtige zomer. Ik vermaak me wel. Samen met mijn museumjaarkaart en mijn pasje voor de sportschool hoeven jullie van mij voorlopig geen kattenkwaad meer te verwachten.

Schrijversvakschool Recycled #3

De derde opdracht in ons eerste jaar aan de Schrijversvakschool was een stukje te schrijven à la Martin Bril. We lazen een van zijn columns in de klas en bespraken hoe observerend hij was, hoe er eigenlijk niets gebeurde in dit verhaal, maar hoe hij een sfeer neerzette. Twee oude mensen op een bankje in een park, en wat voorbijgangers. Heel eenvoudig. Geen gedachten, alleen observaties. Ons huiswerk luidde dan ook: ga naar buiten, observeer, en geef een scène op papier weer.

Ik kocht een bundel, een verzameling columns van Martin Bril, met de titel: De zon schijnt. Het zouden opbeurende columns moeten zijn, maar dat vond ik ze niet allemaal. Waar ik al helemaal niet vrolijk van werd was de tekst op de achterkant: ‘Martin Brill (1959-2009)’. Hij is dood?! Ik woonde in de jaren van zijn ziekte en overlijden nog in New York en ik merk, af en toe, dat er een gat is ontstaan in mijn algemene kennis. Zoals dit, nu. Ik wist het niet. Ik werd er oprecht droevig van. Niet dat ik de man nou zo nauw aan mijn hart had liggen, maar vijftig jaar… verdorie.

Het stukje dat ik met jullie wil delen is niet mijn beste werk, maar het café waar het om gaat, het café waarvan ik dacht dat het nooit zou veranderen, is er ook niet meer, en de  scène die ik een jaar geleden heb geschreven, houdt me bezig. Het intrigeert me, zoals ik kan staren naar een foto van vóór een dramatische gebeurtenis. Zagen we het dan niet aankomen? Kan ik aanwijzingen vinden voor wat ik inmiddels weet dat komen gaat?

Dus, als een kleine hommage aan de mensen en de dingen die voorbij gaan, hier mijn vroege poging een moment vast te leggen op papier. Een scène die nooit meer zal kunnen plaatsvinden, maar dat wist ik toen nog niet.

Scène à la Martin Bril

Het is een koude, natte septembermiddag. De herfst is veel te vroeg gekomen, zoals visite die je wel verwacht, maar die een kwartier voor de afgesproken tijd op je stoep staat. Je bent er nog niet klaar voor.

De barman kijkt mistroostig uit het grote raam achter hem, over het plein. Een blad waait voorbij. Voor de man staat de grote, gietijzeren poffertjespan waar hij al honderdduizenden poffertjes op heeft gedraaid. De man staat hier al vijfendertig jaar; zijn hele werkende leven. De poffertjespan staat er nog veel langer.

Aan de leestafel zitten twee oude mannen de krant te lezen. Voor ieder staat een kop koffie, daartussen een stapel katernen. Het nieuws van vandaag op de grote hoop. De een eet zijn meegebrachte boterhammen uit een broodtrommel van vervaald geel plastic, de ander steekt net de laatste hap van een tosti in zijn mond. Kruimels van het witte brood blijven op zijn grijze baard achter.

Er komen mensen binnen, moeder en dochter, de barman groet ze hartelijk bij naam. Het tienermeisje bestelt een portie poffertjes, de moeder een broodje gehaktbal. Samen kijken ze naar een filmpje op de iPhone van de moeder. De twee oude mannen kijken op; het multimediale geluid steekt af tegen de serene stilte in deze bruine kroeg waar niet eens muziek wordt gedraaid. De moderne wereld is hier niet op zijn plaats.

Een hond ligt middenin de zaak. Het is al de zoveelste van hetzelfde ras, middelgroot met haar dat altijd voor de ogen hangt. Ik weet niet hoe deze heet. Het beestje dat luisterde naar de naam Misty is al weer twee honden geleden. Er verandert hier nauwelijks iets en daarom is er nog lang gesproken over het klassieke koffiezetapparaat dat een jaar geleden is vervangen door een monsterlijke machine die op de bar staat en een muur opwerpt tussen de barman en zijn clientèle. Het klassieke, zilverkleurige apparaat is als een kunstwerk aan de muur geschroefd, samen met tientallen foto’s, straatnaamborden, vaandels en kijkkastjes van de kunstenaar Cees die, toen hij nog leefde, hier ook elke dag zijn boterham met ontbijtkoek aan de leestafel kwam eten, op de plek waar nu de man met de broodtrommel zit. Hij heet ook Cees.

De tijd gaat hier trager dan buiten op het plein en als ik hier morgen weer langskom, lijkt er niets veranderd te zijn.

Comfort food

De dames (sorry heren) zullen zich herkennen in de beschamende vreetkick die steevast ‘de dagen van de maand’ aankondigen. Aangewakkerd door hormonen ben ik persoonlijk twee of drie dagen nóg bodemlozer – als het gaat om voedsel – dan alle andere dagen.

Ik bemerk wel dat ik steeds vaker hele specifieke behoeften krijg, misschien heeft dat dan met leeftijd te maken. Laatst was het een Greenfield burger, een bepaald type burger van Iers rundvlees, dat bij Albert Heijn te koop is. Ik had verder geen boodschappen nodig, maar ik moest en zou dat stuk vlees. Nu. Dus op naar de supermarkt.

In het schap liggen alle variaties van de burger – met tomaat, met jalapeño pepers, tandoori – maar geen gewone burger en die wil ik. Niets anders. Die doe ik dan in de grillpan, broodje erbij, en een salade. Ik proef het sappige vlees al, en hoe de sappen eruit lopen als ik een hap neem en het brood verzadigen. Het Ierse rundvlees dat ondanks het label ‘mager’ nog altijd glimt en sijpelt van heerlijkheid.

Ik klamp de eerste vakkenvuller aan. Hij ziet me vanuit zijn ooghoek aankomen, legt zijn verpakkingen met groente neer, zucht onhoorbaar, forceert een vriendelijke glimlach en kijkt mij afwachtend aan. Ik begrijp dat hij van de groente is, niet van het vlees, maar ik zie zo snel even niemand anders. De wanhoop in mijn stem heeft een snaar geraakt bij de scholier, hij komt het schap zelf inspecteren. ‘Achter? Liggen er achter nog?’ probeer ik.

‘Mijn collega is het vlees halen,’ stottert de jongeman. Zo’n vrouw van in de veertig met zo’n prangende behoefte aan vlees wordt hem net iets teveel. Licht raak ik zijn bovenarm aan. ‘Dan kom ik zo nog wel even terug.’ Hij knikt en keert terug naar zijn snoeptomaatjes.

Ik maak een rondje door de supermarkt, ga bij mezelf te rade of een alternatief ook goed is of dat ik werkelijk op de fiets moet stappen om de andere Albert Heijn vestiging te proberen.

Ik draal wat bij de olijven en de kaas als de jongen van het vlees aan komt lopen. Ik stap op hem af en vraag of hij toevallig ook Greenfields burgers in die stapels zwarte kratten heeft zitten. ‘Sorry mevrouw, alleen kip en worstjes.’

Grrr… Als alternatief ga ik dan maar voor het broodje maar met gegrild gehakt. En melk. Melk moet ik ook. Geitenmelk.

Ik ben altijd weer blij als ik dan eindelijk ongesteld ben, dan is het ‘moeten’ er weer af, want die vreemde obsessie met specifiek eten is vermoeiend. Een kleine demonstratie van hoe een zwangere vrouw zich moet voelen, die vreemde voedselfixatie waar altijd maar lacherig over gedaan wordt. Het voelt hetzelfde als afkicken van een verslaving. Toen ik stopte met roken voelde het ook zo, die manie, die dwanggedachte: ik moet roken, ik moet nu een sigaret. En soms liep ik dan inderdaad midden in de nacht naar de nachtwinkel om sigaretten te gaan halen. Wist je dat liefdesverdriet trouwens precies hetzelfde werkt als een verslaving? Alleen ben je niet geobsedeerd door iets, maar door iemand. Of in ieder geval door het idee aan iemand.

Een vriendin van mij in New York raakte zwanger. Ze is Brits. Ze vertelde me over haar bezetenheid voor voedsel. ‘Maar,’ zei ze, ‘ik heb een onstilbare honger naar dingen uit mijn jeugd. Britse gerechten.’ Comfort food heet dat zo mooi in het Engels. Ik ben er sindsdien eens op gaan letten, waar ik dan trek in krijg en wat dat gerecht dan voor me betekent. Zo kan ik ineens een ontzettende trek krijgen in melk en ontbijtkoek. De ontbijtkoek in de melk dopen tot de koek verzadigd is en dan in je mond steken. Dat brengt mij terug naar mijn tienerjaren. Of een krentenbol met roomboter zoals mijn oma ze voor me maakte. Dat vond ik als kind het allerlekkerste op de hele wereld.

De burger snak ik naar uit biologisch oogpunt, heb ik geconcludeerd. Mijn lichaam wil dit zo nu en dan. Vlees. Aansterken voor ik ga afzwakken. Ik kan tenminste geen warme, troostende herinnering oproepen bij Iers rundvlees.

Tien nummers

Aanstaande zaterdag ben ik te gast bij het radioprogramma Studio De Witt (naar de gebroeders De Witt) van de lokale zender Drechtstad FM. Twee uur lang ‘gast aan tafel’. Sidekick baby! Leuk!

Nou vroegen ze of ik tien nummers wilde aandragen. Muzieknummers waar ik misschien een klein verhaaltje bij kan vertellen. Ha! Hm.

Ik heb geloof ik vijfduizend nummers in mijn iTunes bibliotheek staan, ik heb namelijk al lang geleden al mijn CD’s omgezet naar MP3 bestanden en sindsdien diverse albums via iTunes aangeschaft. De nummers die ik niet leuk vind, heb ik er al uitgehaald. Daarom zit ik vrijwel nooit op Spotify; ik heb veel tijd gestoken in het uitzoeken van mijn muziek, ik hoef niet overladen te worden met meer ongefilterde muziek. Spotify is natuurlijk wel goed voor het ontdekken van ‘soortgelijke’ muziek.

Met enige trots kan ik zeggen dat ik regelmatig complimenten krijg over de muziek die ik op heb staan, tijdens een etentje bijvoorbeeld. Vrienden vragen ook wel of ik nog tips heb, artiesten die ik goed vind. Ik ga nergens naar toe zonder mijn iPod Touch. Ik ben dus echt wel een muziekliefhebber. Maar uit al die pareltjes moet ik dus tien nummers zoeken? Poeh.

Sterker nog, tien nummers, waar ik een verhaaltje bij kan vertellen. Dat maakt het misschien wel wat makkelijker om te filteren. Waar zit een leuk verhaal achter?

Muziek heeft op mij een extra grote impact tijdens perioden van liefdesverdriet, en liefdesverdriet kan ik je vertellen, heb ik bovengemiddeld vaak gehad. ‘Bend Till I Break’ van Maria Mena is zo’n nummer dat ik dan urenlang op repeat kan zetten, of ‘L.A. Song’ van Beth Hart. Zo kan ik nog wel even doorgaan want zwelgen kan ik als geen ander.

Maar deze nummers kan ik de luisteraar toch niet aandoen? Dan gaan we allemaal met weemoed het weekend in, verlangend naar… ja, naar wat eigenlijk. We weten het niet eens. Nee, vrolijke, zonnige nummers moeten het zijn, met een leuk verhaal.

Wat komen er veel beelden boven als je op deze manier naar je muziek kijkt. Bijvoorbeeld hoe we vijftien jaar geleden in de Pyreneeën reden. Ad achter het stuur. ‘Better Things’ van Massive Attack stond keihard aan. Het was pikdonker, de weg was gevaarlijk, slingerde langs de afgrond en Ad had een flinke borrel op, ik ook. Ik was zo tevreden en volkomen gelukkig dat ik dacht: als we nu het ravijn instorten, dan is het niet erg. Een beetje van dat volmaakte geluk, voel ik nog als ik het nummer hoor.

Hoe ik ging joggen in Prospect Park in Brooklyn met ‘Before he cheats’ van Carrie Underwood in mijn oren, zo’n lekker venijnig nummer waar je lekker je agressie in kwijt kunt, waar je de boze energie uit put om die klote heuvel op te rennen.

Of hoe we met z’n vieren terugkwamen van een etentje in een chique restaurant in Antwerpen. We reden binnendoor op een zwoele zomeravond, met het raam van de auto een beetje open. We hadden ‘Desert Rose’ van Sting loeihard op staan. ‘Stop! Stop!’ riep ik. Hoe we de auto langs de kant hebben gezet, uit zijn gestapt en vervolgens midden in de nacht hebben staan dansen op een verlaten landweggetje, in onze nette kleding.

Je ziet, ik verlies me gemakkelijk in mijn muziek en mijn herinneringen, maar goed, ik heb mijn tien nummers aangedragen. Elf eigenlijk, ik kon niet kiezen. Geen voor de hand liggende muziek denk ik, ik hoop de luisteraar kennis te laten maken met een paar nieuwe nummers en ariesten. Over het algemeen oppeppende nummers en sommigen met een verhaaltje, zoals de keer dat John Mayer onverwacht kwam jammen in The Village UndergroundDJ / sidekick for a day, ik heb er zin in!