Dublin

Wat zal ik je vertellen over mijn tripje naar Dublin? Zal ik je vertellen over de hyperactieve man die naast me in het vliegtuig zat en, minuten voor de landing, zijn telefoon aanzette zodat hij op Google Maps kon zien waar we waren?

Of zal ik je vertellen dat ik besloot de bus te nemen naar het centrum, Temple Bar, in plaats van een taxi, en dat de aantrekkelijke jongeman die mij het kaartje verkocht, stond te huppen achter zijn lessenaar buiten? Dat ik vroeg: ‘heb je het zo koud?’, dat hij zei: ‘verschrikkelijk’ en dat ik dacht dat ik hem best zou willen opwarmen, maar dat ik in plaats daarvan zei: ‘het betaalt de rekeningen, nietwaar?’ en dat hij zei: ‘ja, en het collegegeld’?

Zal ik je dan ook vertellen dat in de buurt van het centrum een man met een muts van nep bont dicht om de bus heenliep en op niet meer dan twintig centimeter afstand, slechts gescheiden door het glas, snel twee foto’s nam van het nietsvermoedende meisje voor mij en toen hard wegliep? Dat de vrouw naast mij verontwaardigd uitriep: ‘Zo, dat is nogal brutaal, nietwaar?’ Dat we de man, toen we weer wegreden, vlak naast een andere bus zagen staan en dat ik tegen mijn buurvrouw zei: ‘ik hoop dat het een wereldberoemde fotograaf is, want anders…’, dat zij zei: ‘ja, laten we hopen dat de foto’s straks als enorme billboards door de stad hangen’, en dat ik zei: ‘ja, of in het MoMa.’

Maar ik kan je natuurlijk ook vertellen over het hotel, midden in Temple Bar, waar een vriendelijk meisje mij ontving en dat ik haar zei dat het zo waaide buiten en dat ik overdreven voordeed hoe ik moeite had moeten doen mijn rokje laag te houden. Dat ze er hartelijk om moest lachen. Dat ik me verontschuldigde dat ik wat vroeg was, dat zij zei dat het geen enkel probleem was en dat ze Maria wel even zou bellen om te vragen welke kamers klaar waren. Dat ze Maria inderdaad belde en haar vroeg welke nummers ze kon vrijgeven en dat ik vervolgens drie minuten lang alleen maar hoorde: ‘Yes. Yes. Yes…’ terwijl ze de kamers aanklikte in het computersysteem. Dat ik haar wilde zeggen dat dat in ieder geval erg hoopvol klonk, maar het niet zei omdat ze bezig was. Dat ik ondertussen met fascinatie stond te kijken naar haar absurd lange wimpers, dat ik dacht dat die onmogelijk echt konden zijn en dat ik anders stik jaloers zou zijn, maar dat ik niet kon ontdekken of ze nep waren. Dat ik in discussie met mezelf stond of ik het haar zou vragen of niet, en dat ik besloot het niet te doen. Dat ik, met de sleutel in mijn hand, naar mijn kamer liep en mij afvroeg waarom toch zoveel kamermeisjes Maria heten.

Maar ik kan je ook gewoon vertellen dat ik nu op mijn hotelkamer zit, te verzinnen wat ik nu weer eens zal schrijven…

 

 

Hobby’s, clubs en praatgroepen

Hier is een stukje dat mijn boek niet heeft gehaald, eigenlijk een Kill your darlings verhaal dus, maar voor de verandering gaat het eens niet over een date, maar over sociale contacten. Eén van de leuke dingen van het leven in New York, vind ik namelijk, is dat je altijd gelijkgestemden kunt vinden. Je kunt er alles doen wat je wilt (zolang het legaal is uiteraard) en alles vinden wat je nodig hebt. Alle smaken, hobby’s, interesses en verlangens worden gefaciliteerd. Als je daar andere mensen bij nodig hebt, bijvoorbeeld voor een team sport, dan zijn er in New York altijd mensen voor te porren. Hoe vreemd en exotisch de sport ook is. Zo speelt een collega van mij ultimate frisbee. Persoonlijk had ik daar nog nooit van gehoord, maar de andere 17 mensen in de wereld die het ook spelen, wonen toevallig allemaal in New York en ze spreken regelmatig af in Central Park om de sport te beoefenen. Een website om met gelijkgestemden in contact te komen, ook in Nederland, is meetup.com.

meetupIk overdrijf natuurlijk met 17 spelers, want volgens Wikipedia zijn er wel 5,1 miljoen (!) ultimate frisbee spelers in de USA (zie wikipedia.org/Ultimate_(sport)) en is er in 2016 de eerste World Championship in Londen.

Zo, kun je daar ook weer over meepraten.

Verder zijn er in New York talrijke support groups om elkaar te helpen een doel te bereiken, zoals bij Weight Watchers, maar ook om over problemen te praten zoals het opvoeden van kinderen met een drugsverslaving, ik noem maar iets.

Er is de coffee bark in Prospect Park waar hondenbezitters elkaar op hun ochtend-uitlaat-rondje ontmoeten voor koffie. Er is een club voor lange mensen, waar leden minimaal 1,85 meter moeten zijn en ik heb zelfs een advertentie gezien voor een brei-cruise. Ja, echt, een cruise vakantie voor mensen die van breien houden, met breilessen en breiworkshops aan boord. Zie je het voor je? Een cruiseschip vol met breiende mensen? Kortom, er is echt voor ieder wat wils in deze stad, je hoeft je geen moment te vervelen of eenzaam te voelen.

Kill your darlings: Vikingen onder elkaar

Voor de nieuwkomers: er zijn een aantal verhalen (van dates) die het boek New York in 40 dates niet hebben gehaald. Schrijven is schrappen. Kill your darlings. Ik wil hier een paar van deze verhalen alsnog met je delen.


Vikingen onder elkaar

New York, Mei 2010

Op mijn favoriete dating website ben ik niet bepaald verlegen. In het echte leven trouwens ook niet. Ik ben vaak degene die het eerste contact maakt. Laat ik dat anders zeggen; van de mensen die ik ontmoet via de dating site, ben ik vaak degene die het eerste contact maakt. De mannen die met mij contact opnemen zijn meestal niet de mannen die ik wil ontmoeten.

De aanleiding om iemand een berichtje te sturen is vaak omdat iets in hun profiel mij aanspreekt. Een leuke foto, een leuke tekst, een pakkende slogan. Daar reageer ik dan op, niets is namelijk zo dodelijk als te beginnen met alleen ‘Hi’ of ‘How are you?’

Bij Paul was zijn haar de aanleiding. Hij heeft precies hetzelfde haar als ik – blonde krullen – maar dan veel langer. ‘Hé, je hebt mijn haar!’ schreef ik hem en zo begon het.

VikingenHij las mijn profiel en moest erg lachen om de Viking-referentie omdat hij een actief, virtueel tweede leven leidt op Second Life en daarin De Viking speelt. Dat ik dat weet vind ik dan weer jammer (excuses aan alle Second Life liefhebbers), ik vind het namelijk niet bijzonder sexy als iemand zijn echte leven vult met het creëren van een virtueel leven. Maar oké, ik denk dat je vooral moet doen waar je zin in hebt. Ik hoef het ook niet aantrekkelijk te vinden.

In het eerste, originele leven is Paul een fotograaf. Hij is in de vijftig en woont zowel upstate New York – dus ten noorden van de stad New York, in de staat New York – als in Connecticut. Pendelt naar gelieve.

We spreken af om op een zondagochtend een stuk door Prospect Park te wandelen en over Greenwood Cemetery. Zo gezegd, zo gedaan.

Buiten het feit dat hij heel lang blond krullend haar heeft, is er eigenlijk niets wat er uitspringt bij hem. Het is een vriendelijke man van gemiddelde lengte, iets meer dan gemiddelde omvang met misschien een opmerkelijk detail: naast Second Life is hij erg actief in de wereld van BDSM wat volgens Wikipedia staat voor Bondage and Discipline (BD), Dominance and Submission (DS) en Sadism and Masochism (S&M or S/M).

Aha.

Klein detail tot je vastgebonden op bed ligt met zo’n kegel in je mond.

Nou zijn de geheimen van de slaapkamer (gelukkig) doorgaans niet af te lezen aan mensen, maar bij Paul verrast het me toch. Het is een heel volgzaam type. Het type koddig, buikje, wollen sokken in sandalen. Niet dat dat wat zegt natuurlijk, maar je begrijpt me vast wel. Ik kan me er gewoon geen voorstelling bij maken.

Na een tijd gewandeld te hebben door het park en over de begraafplaats – echt een bezoekje waard – krijgen we een behoorlijke trek. Mijn appartement is om de hoek dus ik stel voor een omelet te maken, wat hij niet afslaat. Hij denkt ongetwijfeld dat dit een uitnodiging is tot ‘meer’, maar dat is niet mijn intentie en hij is gelukkig erg voorzichtig met de avances. Dat doet hij overigens erg subtiel moet ik zeggen; de indruk geven dat je er voor open staat, maar niets doen of zeggen wat een afwijzing kan riskeren.

Ik maak een omelet voor ons klaar, serveer hem een eenvoudige doch voedzame late lunch, kijk daarna op de klok en meld heel romantisch dat ik naar de wasserette moet. Hij neemt afscheid met een genereuze uitnodiging om langs te komen in een van zijn stulpjes. Heel attent, maar iets wat er in geen van zijn levens van zal komen.

Uit mijn boek: Op de bank bij Balthazar

Ik heb natuurlijk niet al mijn darlings om het leven gebracht. Vandaag – in plaats van een ‘Kill your darlings’ verhaal – een stukje dat het boek New York in 40 dates wél heeft gehaald, met dank aan mijn uitgever dat ik hier en daar ook wat van de inhoud mag weggeven. Mocht je mijn boek nog niet gelezen hebben, dan hoop ik hiermee je nieuwsgierigheid te prikkelen.


 

Op de bank bij Balthazar

New York, oktober 2008

 

Op een maandag in oktober heb ik een date met Johnny of Jack. Eén en dezelfde persoon, maar ik mag kiezen welke naam ik wil gebruiken. Eigenlijk is dat een beetje raar, als je erover nadenkt. Johnny of Jack is psycholoog. Misschien dat mijn keuze voor ‘Johnny’ of voor ‘Jack’ hem iets over mij kan vertellen.

Jack vind ik een sexy, stoere naam. Een naam voor een zelfverzekerde, levenslustige man. Een man met donkere krullen, een heerlijke brede borstkas en veel borsthaar in een flanellen houthakkershemd. Een man met de opwindende geur van zweet en haardvuur om zich heen.

Dit is geen Jack. Dit is een Johnny.

Johnny is pezig, met piekerig grijs haar. Niet bijzonder aantrekkelijk. Ik loop dus nog niet warm voor Johnny, maar het advies dat ik heb meekregen van de dames op kantoor is dat ik zo veel mogelijk mannen moet ontmoeten. Elke date is op z’n minst een goede oefening, en oefening, zo weten we allemaal, baart kunst. Verder ben ik wederom nieuwsgierig: Johnny is namelijk getrouwd en hoewel ik in mijn profiel duidelijk heb gevraagd naar ongebonden mannen, schrijft Johnny mij dat hij en zijn vrouw een open huwelijk hebben. Ik ben benieuwd of zijn vrouw dat ook weet.

Het plan is dat we gaan lunchen en hij staat erop dat ik het restaurant kies. Weer een test. Ik ben nog niet bekend met de geschikte plekken voor een eerste date, dus kies ik ervoor om weer bij Balthazar af te spreken. Geen goedkope zaak, maar ook niet overdreven duur.

Johnny moet die dag op de rechtbank zijn. Hij wordt naar eigen zeggen vaak als getuige-deskundige gevraagd. Hij is ervan overtuigd dat ze hem rond het middaguur zullen laten gaan, wat vervolgens niet gebeurt. We spreken af dat hij belt als hij klaar is, en wanneer hij dat uiteindelijk doet, is het halfdrie. Hij vraagt of we koffie kunnen drinken in plaats van samen lunchen.

Sure thing, Johnny! Geen probleem.’

 

Het is verschrikkelijk. We drinken onze cappuccino aan een tafeltje bij het raam. Ik zit op de bank met mijn rug naar de straat, meneer de psycholoog op een stoel tegenover me en de ironie van de bank ontgaat me niet. We hebben niets om over te praten, geen gemeenschappelijke interesse, helemaal geen interesse eigenlijk, en tot overmaat van ramp kijkt hij op zijn horloge.

‘Heb je een afspraak?’ vraag ik uit beleefdheid maar met een beetje venijn, waarop hij zijn hand opsteekt, zijn vingers spreidt en het gebaar voor vijf minuten maakt, met een gezicht alsof hij inderdaad op het punt staat om te zeggen: je hebt nog vijf minuten. Nu voel ik me helemáál als een cliënt in een sessie.

‘Ik ben klaar, we kunnen gaan,’ zeg ik lichtelijk geïrriteerd.

Met een betuttelend gebaar laat hij me weten dat ik de cappuccino van hem krijg. Nou moe. Ik wil niet ondankbaar klinken, maar het gebaar is echt te groot in verhouding tot de kosten van een cappuccino. Hij loopt een stukje mee in de richting van mijn kantoor en vraagt me bij het afscheid – tot mijn oprechte verbazing – of ik nog een keer wil afspreken. Blijkbaar heb ik de juiste keuzes gemaakt en ben ik goed uit de psychologische test gekomen.

‘Oké,’ zeg ik zonder na te denken.

‘Fijn. Ik bel je.’

Ik kijk hem na, perplex, ik kan me niet voorstellen dat hij dit werkelijk een succesvolle sessie vond.

Kill your darlings: Deepak

Voor de nieuwkomers: er zijn een aantal verhalen (van dates) die het boek New York in 40 dates niet hebben gehaald. Schrijven is schrappen. Kill your darlings. Ik wil hier een paar van deze verhalen alsnog met je delen.


Deepak

New York, September 2009

Iedereen heeft zijn of haar voorkeuren: zwart, blank, Aziatisch. Man of vrouw. Donker of blond. Dun of stevig. Dat moet kunnen, ieder zijn ding. Ik val doorgaans op zelfverzekerde, blanke mannen van in de vijftig.

Maar van alle volkeren vind ik doorgaans – om even schaamteloos te generaliseren – de Indiase man misschien het minst aantrekkelijk. Dat is mijn persoonlijke voorkeur, niets ten nadelen van onze Indiase medemens.

Maar zo zie je maar weer: uitzonderingen daargelaten, want ik heb een afspraak met Deepak, een aantrekkelijke man van Indiase afkomst. Deepak is lang en heeft lang golvend haar. Binnen het hele spectrum aan huidskleuren die je in India ziet, heeft hij een hele lichte huidskleur. Deepak is een zeer getalenteerde fotograaf. Het werk dat ik van hem zie zijn voornamelijk zwart wit portretten. Werkelijk schitterend.

Toch was ik bijna afgehaakt. De correspondentie was een raar spelletje dat ik niet wilde spelen. Hij wilde me bijvoorbeeld zijn naam maar niet vertellen, draaide er telkens omheen en voor dat soort Bollywood gedrentel ben je bij mij echt aan het verkeerde adres. Ik schreef hem dat ik geen interesse meer had en afzag van de ontmoeting. Hij veranderde zijn houding en toen bleek dat we toch gewoon als twee volwassenen konden communiceren. Ik stemde toe hem te ontmoeten in Le Pain Quotidien op 100 Grand Street, in SoHo.

Deepak blijkt een hele vriendelijke, gereserveerde man. Hij gaat binnenkort weer op reis en zal voorlopig niet weer in New York zijn. Hij vertelt me over de steden waar hij verblijft en ik heb het idee dat er niet één plek is die hij thuis noemt. Een echte Rolling Stone, een nomade. Ondanks zijn jonge leeftijd (begin veertig) is hij twee keer getrouwd geweest, en is nog steeds getrouwd met zijn tweede vrouw maar hij heeft haar al twee jaar niet gezien.

Deepak reist over de hele wereld, ontmoet bijzondere mensen zoals de Dalai Lama, helpt kinderen in minder bevoorrechte delen van de wereld, maar ik merk al snel dat het niets gaat worden tussen ons. Hij vertelt namelijk over deze dingen met hele diepe, verveelde zuchten. Alsof dit hele fantastische leven wel erg zwaar te dragen is. Alsof hij er moe van wordt om er over te praten. Dat kan ik wel begrijpen, maar dan moet je het niet vertellen of je moet geen nieuwe mensen willen ontmoeten, want dan zul je toch het een en ander moeten vertellen.

Hij zal oprecht bescheiden willen zijn, niet willen opscheppen over zijn leven, maar een beetje enthousiasme voor het leven (en zeker voor zo’n bevoorrecht leven) wil ik toch wel graag zien bij iemand. Als hij verveeld is met zichzelf, met zijn verhaal, met zijn leven, dan kan ik er ook niet enthousiast over raken.

Toeval / Kleine wereld

Barcelona, oktober 2015. Mijn achternichtje van vijftien kijkt mee over mijn schouder terwijl ik op mijn laptop door mijn lijst van mogelijke blog onderwerpen loop. Ze leest er een paar hardop voor. Ik vraag me soms rare dingen af, die schrijf ik dan op, dus ik slik ongemakkelijk als ze hardop leest ‘het vrouwelijke orgasme.’ Stilte. ‘Hm,’ zegt ze en kijkt me bedenkelijk aan.

‘Ja.’ Ik schraap mijn keel. ‘Ik vraag me af wat het nut er van is. Ik bedoel, het is niet nodig voor de voortplanting. Snap je?’ Ik krijg een blik van haar die zegt ‘je bent raar’. Dat is goed, die blik krijg ik wel vaker. Ik glimlach, maar ze is alweer afgeleid door snapchat.

Die column over het vrouwelijk orgasme wil ik deze week nog niet schrijven. Misschien als we elkaar wat beter kennen. Deze week wil ik het hebben over toeval. Wie mijn boek gelezen heeft, weet dat ik me – tot vervelens toe – kan verbazen over het feit dat je bekenden op de meest vreemde plaatsen kunt tegenkomen. Het is wéér gebeurd!

Mijn nicht, mijn achternichtje en ik zijn dus afgelopen week voor een week in de stad van Antoni Gaudí. Op donderdag laten we ons rondrijden door zo’n hop-on hop-off bus en tussen de middag kopen we een broodje dat we op een bankje in de zon opeten. Er loopt een aantrekkelijke man langs met een grote zonnebril en halflang haar. Hij lacht een rij witte tanden bloot en zegt ‘buen provecho’ (eet smakelijk). Ik verslik me bijna. ‘Gracias’ roep ik terug en kijk hem na.

De volgende dag spreken we af met mijn goede vriend Clint, hij woont in het nabijgelegen Sitges en geeft les in Barcelona.

‘Hoe was je broodje gisteren?’ vraagt hij. Ik pijnig mijn hersenen. ‘Wil je niet weten hoe ik dat weet?’ zegt hij met een brede grijns. ‘Er liep gisteren een man langs die je smakelijk eten wenste.’ Ja, dat wist ik nog wel ja. Die man was veel smakelijker dan het duurbetaalde stuk stokbrood. ‘Dat was John. Je hebt hem ooit een keer ontmoet.’ Clint schetste de ontmoeting van zo’n dertien jaar geleden, maar dat kon ik me echt niet meer herinneren. Ik heb een heel slecht geheugen. ‘Hij herkende jou wel, maar kon je niet plaatsen. Toen ik gisteravond tegen hem zei dat je in de stad was riep hij “ik wist het! Ik dacht al dat zij het was”. Je kunt nergens meer komen, je wordt overal herkend.’ We moesten er allemaal hartelijk om lachen, mijn zogenaamde celebrity-momentje, maar jeetje, wat een toeval toch weer!

Mijn mooiste ‘toeval’ verhaal blijft dat uit december 1992: Ik vlieg met mijn moeder naar Nieuw Zeeland, daar woont mijn oom. Het is de eerste keer dat ik vlieg en de vlucht heeft behoorlijk wat tussenstops (de toestellen vlogen toen nog niet van die lange afstanden en je mocht zelfs nog roken aan boord). De laatste tussenstop is in Cairns, Australië. Van daaruit zullen we direct naar Auckland vliegen. We hebben er alles bij elkaar al zo’n dertig uur reistijd opzitten en zitten onderuitgezakt op een bankje te wachten tot we aan boord mogen. Dan wandelen Henk en Linda ineens doodleuk voorbij (Henk en Linda kende ik uit de bruine kroeg in Dordrecht waar ik bijna elke zaterdag kwam).

‘Hebben we net dertig uur gevlogen en dan kom ik jullie hier tegen?!’ roep ik verontwaardigd tegen ze, beschuldigend bijna alsof die dertig uur voor niets waren geweest. We maken foto’s als bewijs voor de mensen in Dordrecht, maar dat surreële gevoel dat je krijgt als je iemand aan de andere kant van de wereld tegen het lijf loopt, is niet vast te leggen.

Nog zo een: Laatst zat ik in een bus in Amsterdam. Een bus die ik nooit eerder genomen heb, naar station Amsterdam Sloterdijk, waar ik normaal gesproken nooit opstap. Ik denk: die stem ken ik. Ik kijk en denk: dat meisje lijkt heel erg op mijn nichtje (die in Hoevelaken woont). Ik moest drie keer kijken; het wilde gewoon niet tot me doordringen dat het echt mijn nichtje van negentien was die voor me stond. Ze was wezen stappen met vriendinnen. Heel toevallig.

Of wat te denken van een Dordtse vriend die in Frankrijk woont en ook in Kaapstad is, als ik daar ben voor een conferentie? Niet alleen dat; als ik dit tegen een collega vertel, zegt mijn collega: ‘Blonde knul, woont in Marseille?’ Ik kijk mijn collega stomverbaasd aan. Hoe weet hij dat nou weer? ‘Hij zat voor me in het vliegtuig en zei tegen zijn buurvrouw “kijk, we vliegen over Marseille, daar woon ik”.’ Nah ja!

En zo heb ik nog talloze voorbeelden. Bizar! Het is echt een kleine wereld en soms lijkt hij steeds kleiner te worden. Hebben jullie ook dergelijke verhalen? Daar ben ik nou benieuwd naar.

(En als je dan  toch reageert: wat denk jij nou dat het doel van het vrouwelijk orgasme is?!)

Kill your darlings: Door de ogen van Lisa

Voor de nieuwkomers: er zijn een aantal verhalen (van dates) die het boek New York in 40 dates niet hebben gehaald. Schrijven is schrappen. Kill your darlings. Ik wil hier een paar van deze verhalen alsnog met je delen.

Dit is een ongewone blogpost, het is namelijk geschreven door een vriendin van mij: Lisa.

Zoals jullie misschien weten is mijn boek gebaseerd op een afgeschermd blog dat ik in New York bijhield, in het Engels. Lisa was destijds een maand bij mij in New York en zij is mee geweest op één van mijn dates (met goedkeuring van de jongeman, Mick, in kwestie uiteraard) en heeft daarover een verhaaltje geschreven op mijn blog. Haar bijdrage (hieronder) heb ik wel zelf vertaald want Lisa is Australische. In de tijd waarover wij spreken (2009) woonde zij nog in Nederland.


Door de ogen van Lisa

New York, Augustus 2009

Tussen twee conferentie in de West Coast in, krijg ik de kans om New York City een maand lang mee te maken en tijd door te brengen met Miss Diana. Ze had me al gewaarschuwd dat ik haar zou vergezellen op een date, wat me enerzijds intrigeerde, anderzijds zorgen baarde.

‘Maak je geen zorgen,’ zegt Diana, ‘het is een vriendschappelijke date met iemand die buiten de stad woont, in Washington. We gaan gewoon wat eten en daarna dansen in The Village Underground. Gewoon gezellig.’

‘Bovendien,’ gaat ze verder, ‘gaat hij binnenkort naar Nederland, dus hij wil wat tips mee krijgen.’

We ontmoeten hem, Mick, voor de ingang van La Lanterna di Vittorio, waar we wat eten. Hij is vrolijk en charmant, heeft humor en is erg op zijn gemak na twee biertjes.

Ik ben benieuwd hoe het werkt, ik wil achterover leunen en eens observeren hoe dit er aan toe gaat bij een Amerikaanse date. Het is eigenlijk best interessant. Eerst komen de standaard vragen zoals wat iemand doet, waar ze vandaan komen enzovoort. Het blijkt dat Mick een interessante baan heeft waarbij hij geluidsinstallaties verhuurd en opzet voor bands. De trip naar Nederland is onderdeel van een Europese tour van een Amerikaanse band waar wij nog nooit van gehoord hebben. De hoerenbuurt en de seks shops in Amsterdam komen aan de orde en Mick vindt het bijzonder opwindend om te horen dat vrouwen in Amsterdam de seks shops bezoeken op zoek naar speeltjes en dergelijke. Iets dat in Amerika, in ieder geval buiten New York, nog bijzonder is. Buiten New York is Amerika, in ieder geval aan de oppervlakte, behoorlijk conservatief.

Wanneer de wijn sneller stroomt, komen de interessante onderwerpen aan de orde – gestuurd door scherpe vragen van Miss D – en eenmaal op het onderwerp ‘seks’ komt Mick met een intrigerend verhaal over een verhouding die hij tot voor kort met een oudere vrouw onderhield. Hij had de vrouw op Adult Friend Finder website ontmoet, ze was getrouwd en minstens tien jaar ouder. Op een dag had ze gevraagd of Mick het erg vond als haar man – verlamd vanaf zijn middel – toekeek. Vanaf die tijd en voor een aantal jaar, zat hij in een fascinerende driehoeksverhouding waarin hij seks had met deze vrouw en merkte dat hij extra zijn best deed omdat haar man toekeek. Hij was er behoorlijk kapot van toen het koppel naar een andere Amerikaanse staat verhuisde en er een einde kwam aan deze bijzondere ménage a trois.

Na het eten verhuizen we naar The Village Underground om de hoek en nestelen ons in een van de cabines nabij de dansvloer. We vermaken ons uitstekend, drinken, dansen, kletsen voor zover mogelijk met de herrie. Diana is inmiddels afgedwaald en heeft meer interesse in de vaste bezoekers van The Village Underground, vermaakt zich op de dansvloer en klets hier en daar met de bandleden. Vanuit mijn ooghoek zie ik dat een aantrekkelijke blonde vrouw Mick in de gaten houdt vanaf haar aangrenzende zithoek en vanaf de dansvloer.

‘Luister,’ roep ik, inmiddels aardig aangeschoten, in Micks oor, ‘je gaat niet met ons mee naar huis, maar die vrouw daar, die heeft haar oog op je laten vallen en het is echt een stoot!’

Geen reactie. Dan besef ik dat hij wel degelijk iemand in het vizier heeft, maar het is niet de blonde stoot. Het is de vrouw van in de vijftig die de blonde stoot bij zich heeft. Deze jongeman van nog geen veertig heeft duidelijk een voorkeur ontwikkeld.

Na veel drank, veel gezelligheid, dansen, lachen en flirten – Diana nog kalm en geraffineerd – stoppen we Mick in een taxi naar zijn hotel en draven wij de trappen van de metro af om de F-lijn naar huis te pakken.

Het zou zo maar een kunnen zijn dat Mick heel andere verwachtingen had over de afloop van deze avond want hij laat nooit meer iets van zich horen, ook niet na een vriendelijk berichtje de volgende dag waarin Diana hem bedankt voor een gezellige avond en een leuke ontmoeting. Het kan ook zijn dat hij z’n hotel nooit gehaald heeft.

Ik kan me helemaal voorstellen hoe deze Amerikaanse dating scene een manier van leven kan zijn; je ontmoet nieuwe mensen, hoort verschillende verhalen en leert hoe mensen verschillend in het leven staan, wellicht met wat fysieke voldoening aan het eind van de avond.

Aan de andere kant kan ik me ook voorstellen dat je er op een gegeven moment een beetje blasé van wordt; telkens hetzelfde riedeltje afspelen, hetzelfde spel spelen. Ik denk dat het er aan ligt wat je zoekt en in hoeverre je geïnteresseerd bent om al de verschillende verhalen te horen en te leren kennen.

De NS en ik

Terwijl de KLM en ik het uitermate goed kunnen vinden met elkaar, is mijn relatie met de NS gedoemd. Het lijkt wel alsof – elke keer als ik een tocht wil ondernemen om mijn boek te promoten (zie Mag het licht weer uit? en Geen paniek!) – de NS mij tegenwerkt.

Zo stond ik afgelopen vrijdag op het station in Dordrecht, op weg naar Utrecht om aldaar een exemplaar van mijn boek te signeren en in de boekenwinkel te leggen (dit uiteraard in overleg met de desbetreffende boekhandel). De koper van dit unieke exemplaar mag kiezen tussen een etentje met mij of een dinerbon ter waarde van 100 Euro. De Sjakie-actie hebben we (de marketingmeisjes van de uitgeverij en ik) het gedoopt, naar het verhaal van Sjakie en de Chocoladefabriek.

Golden TicketIk had geen tijd afgesproken met de boekhandel, maar ik zou de trein rond negen uur nemen, dan zou ik tussen half elf en elf uur op mijn bestemming zijn.

Ik heb ‘s ochtends de NS App nog gecontroleerd op ongewone meldingen, maar er was niets aan de hand. Echter, op het station aangekomen zag ik van een afstandje de donkerblauwe balken al op het scherm met de vertrektijden; een teken dat er iets mis was. En dat er iets goed mis was, want het waren heel veel donkerblauwe balken die ik zag.

‘Vanwege de inzet van hulpdiensten is er geen treinverkeer mogelijk van en naar Rotterdam Centraal,’ galmde de kalme, warme NS stem over het station. Wat betekende dát nou weer, “inzet van hulpdiensten”? Er klonk geroezemoes en ik ving wat steekwoorden op als ‘verwarde man’ en ‘Thalys’. Ik keek zelf op nu.nl en kwam te weten dat een man zich had opgesloten op het toilet van de Thalys, er niet af wilde komen en dat daarom station Rotterdam Centraal voor een groot deel ontruimd was. Heb ik weer.

Hoe lang kan het duren om een man van het toilet te halen, dacht ik. Ik kocht een koffie en een broodje en ging aan de voorzijde van het station op een muurtje zitten. Het zonnetje scheen. Zwak, maar het scheen. Rechts van mij zat een jonge man, links van mij een vrouw van rond de vijftig. De man verdween al snel nadat de vrouw en ik hem verzekerd hadden dat de treinen wel tot Rotterdam Blaak reden, maar niet verder.

‘Ik werk op Rotterdam Centraal,’ zei de vrouw naast me, nadat de man was weggespurt. ‘Ik kom er net vandaan, ik ben vrij vandaag. Gelukkig zat ik in een van de laatste treinen die vertrokken.’

‘Oh,’ zei ik. ‘Dat is fijn.’

‘Nou ja,’ ging ze verder, ‘eigenlijk niet zo fijn, want ik heb een begrafenis vandaag.’

‘Oh, dat spijt me voor u. Familie?’

‘Nee… Nou ja, het is nogal een raar verhaal,’ antwoordde ze. Ze nam een flinke trek van haar sigaret en vertelde me het rare verhaal, wat vooral heel erg triest was en waar zowel kanker bij de ene persoon als zelfdoding bij een andere persoon een rol in speelden. De vrouw zou worden opgehaald. Ze had haar verhaal net afgerond toen haar lift verscheen. We wensten elkaar sterkte en ze rende naar de auto. Ik bleef wat beduusd achter.

Na twintig minuten keek ik nog eens op de reiswijzer van de NS en daar stelde de App voor om via Geldermalsen naar Utrecht te reizen. Daar had ik nog niet aan gedacht. Het perron voor de Arriva trein die ons naar Geldermalsen kon brengen stond vol met mensen die ook allemaal meewilden, maar de trein die daar klaarstond zou blijven staan.

‘Er komt zo een andere trein hierachter te staan,’ zei een meneer in een Arriva uniform, ‘die vertrekt naar Geldermalsen.’ De hele mensenmassa bewoog zich enkele tientallen meters verder in de aangegeven richting. De beloofde trein kwam en iedereen stapte in. Toen werden we verzocht allemaal weer uit te stappen. Deze zou namelijk ook niet gaan rijden. Nou moe. De derde trein dan. Een collega van mij stapte uit de derde trein die het station binnen was gekomen en zich achter de twee andere treinen had aangesloten. Mijn collega wist me te vertellen dat er een stuk rails ontbrak op het spoor. Nee! Arriva zit ook in het complot. Heb ik weer.

De derde trein vertrok uiteindelijk en bracht ons toch nog naar Geldermalsen, zij het tergend langzaam op de plek waar het stuk rails ontbrak.

Uiteindelijk kwam ik met een uurtje vertraging in Utrecht aan, dus er was natuurlijk helemaal niets aan de hand. Het droevige verhaal van de vrouw naast me in Dordrecht had alles meteen weer in perspectief gezet en ik kon alleen maar lachen om mijn kleine ongemakjes.

Het boek is dus getekend, de ‘gouden wikkel’ ligt – voor zover ik weet – nu nog in een boekhandel in Utrecht, dus vind ‘m, dan gaan we een hapje eten en genieten van het leven. Houd er wel rekening mee dat ik wat vertraging op kan lopen want de NS en ik… nou ja.

 

Kill your darlings: Volgens het boekje

Voor de nieuwkomers: er zijn een aantal verhalen (van dates) die het boek New York in 40 dates niet hebben gehaald. Schrijven is schrappen. Kill your darlings. Ik wil hier een paar van deze verhalen alsnog met je delen.


Volgens het boekje

New York, April 2010

Als we het over een klassieke date willen hebben, over een date volgens het boekje, dan moeten we het over Kevin hebben.

Ik schijn te daten in clusters: ik ontmoet een aantal advocaten achter elkaar, dan fotografen, en nu zit ik mijn fase van entertainers. Dus, dames en heren, mag ik uw aandacht voor onze kandidaat van vandaag: Kevin.

Kevin is een vriendelijke, goedlachse man van in de vijftig. Het type man dat het heel goed zou kunnen vinden met mijn moeder. Met elke moeder. Hij heeft een marketing consultant bedrijfje en werkt vanuit zijn huis in Long Island. Voor New Yorkse begrippen zou dat een lange afstandsrelatie voor ons betekenen want het is niet gemakkelijk om daar met het openbaar vervoer te komen vanuit Brooklyn.

Maar ik zei dat hij entertainer was: naast zijn consultancy opdrachten is Kevin namelijk erg actief in de semiprofessionele theaterwereld. Hij heeft ook een paar commercials gedaan en doet wat voice-over werk; hij heeft inderdaad een mooie diepe stem en iets anders wat Kevin ook bijzonder goed kan zijn ‘accenten’ en ‘stemmetjes’.

We ontmoeten elkaar in een bar bij mij in de buurt, The Double Windsor. Het is een biercafé, een mix tussen een Belgische bruine kroeg en Amerikaanse sports bar. Door de grote ramen aan de voorzijde komt het toch ruim en fris over, een aanwinst voor mijn buurt. Na een paar drankjes eten we wat bij een Frans restaurant, een paar deuren verder. Tijdens onze date – en ook daarvoor aan de telefoon – kunnen we het erg goed vinden. Het is ouderwets gezellig. Iemand vermaken kan hij namelijk uitstekend.

Hier komt de ‘maar’: Kevin ziet er echt uit als een Amerikaanse man in de vijftig. Een Amerikaanse vaderfiguur. Jullie begrijpen inmiddels wel dat leeftijd geen probleem voor mij is, maar daar zit doorgaans wel een jeugdig voorkomen aan vast en Kevin is een traditioneel ogende man, hij lijkt eerder ouder dan jonger.

Kevin staat er op om mij naar huis te brengen, ook al is het nog redelijk vroeg en woon ik letterlijk om de hoek. Het is een echte heer, brengt me tot aan de deur, met een gestolen kus op de stoep. Niets waar mijn moeder het schaamrood van op de kaken zou krijgen. Kortom, de date met Kevin is helemaal volgens het boekje en zou ik op zoek zijn naar een traditionele man om mee te trouwen, dan zou ik zeker nog vaker met hem afspreken, maar dat is niet wat ik zoek.

Vakantieliefde

Zoals je vorige week hebt kunnen lezen moest ik recentelijk naar Kaapstad voor een conferentie. Ik wilde een boek meenemen; niet te dik, vanwege het gewicht, maar ook niet zo dun dat ik het in één keer uit zou lezen.

Peinzend stond ik de avond voor mijn vertrek voor de boekenkast. De keuze uit nog ongelezen boeken is ruim, plus er zijn zat boeken die ik van plan ben te herlezen. Mijn vinger gleed langs de titels en mijn keuze viel op: ‘Mooi verhaal, een verrassende bundel Nederlandse verhalen’.

Ik sloeg het boek open, snoof de muffe boekengeur op, en daar stond het! Het hart met Pour Diana eronder. Tientallen boeken heb ik in de afgelopen jaren doorgebladerd, op zoek naar deze krabbel, vergeten in welk boek het stond. Ik slaakte een verrukte zucht – ‘Aaah… Gino’ – en droomde weg naar Parijs, iets meer dan twintig jaar geleden.

Pour DianaHet is 1994. Het boekje ‘Mooi verhaal’ is net uit en ik krijg het cadeau van Sinterklaas. Ik ben negentien jaar, bijna twintig, en ik ga de kerstvakantie met mijn moeder doorbrengen in Parijs. Via een reisbureau – want zo ging dat in die tijd – hebben we een hotelletje geboekt in het 9de arrondissement, Rue Richer. Ik weet het nog goed.

We komen ’s avonds aan met de trein en de metro, we hebben ingecheckt en we vragen aan de man achter de receptie of hij ons een restaurant in de buurt kan aanbevelen. We hebben trek, maar we zijn ook erg moe.

‘Hiernaast kunt u prima eten,’ zegt de man. We stappen het hotel uit. Twee passen verder is de ingang naar de bistro onder het hotel. Voor we naar binnen gaan bekijken we de menukaart die achter de ruit bevestigd is. De deur zwaait open.

‘Kom binnen, kom binnen,’ zegt een joviale man in het Frans. ‘Geen probleem,’ zegt hij er in het Nederlands achteraan, hij heeft ons snel geschat. We hebben weinig keuze, met open armen worden we naar binnen geleid en aan een tafeltje gezet. De man heet Gino en ziet er net zo Italiaans uit als zijn naam doet vermoeden (hoewel hij in Duitsland is opgegroeid, komen we later te weten). Hij bedient ons met een enthousiasme dat wij niet gewend zijn in Nederland. Hij maakt een praatje, spreekt een paar woorden Nederlands met ons en maakt grapjes. Hij is een clown, een entertainer en hij heeft de hele zaak in z’n broekzak. Kirrend van plezier zitten we aan ons tafeltje bij het raam.

De eigenaar staat achter de bar. De rijzige man doet me denken aan Marlon Brando, terwijl Gino, een vroege veertiger, op Al Pacino lijkt (misschien keek ik in die tijd iets te vaak naar The Godfather). Je moet weten dat ik mijn hele leven al hopeloos verliefd ben op Al Pacino. Tenminste, ik was hopeloos verliefd toen ik negentien was, nu ben ik veertig en is het slechts nog een sluimerende aandoening.

Parijs is koud en als snel is het de routine van mijn moeder en mij om ons aan het eind van de dag op te warmen bij Gino, met een warme chocomelk met een scheut Cointreau.

Gino kent ook het Nederlandse woord ‘prinsesje’ en al snel staan wij bij de bistro te boek als Prinsesje et Maman.

Een paar dagen later vraagt Gino of we het leuk zouden vinden om ergens wat te gaan drinken. Zijn collega Marcel gaat ook mee, ook al spreekt Marcel geen woord buiten de deur en kunnen we zijn Frans nauwelijks verstaan. Marcel heeft zijn oog op mij laten vallen, maar ik heb geen oog voor hem. Ik ben gecharmeerd van Gino. Swept off my feet door deze wervelwind met het gezicht van Al Pacino. En ik wind er geen doekjes om. Ook met negentien jaar was ik al een brutaaltje. L’enfant terrible.

Na sluitingstijd stappen we met z’n vieren bij Gino in de auto. Ik voorin, naast Gino, mijn moeder en Marcel op de achterbank.

‘Maar je bent nog zo jong,’ fluistert Gino als mijn moeder en Marcel even niet op ons letten.

‘Pff.. ik ben bijna twintig,’ protesteer ik. We hebben niets uitgesproken, maar Gino zou wel erg naïef zijn gebleken als hij mijn schaamteloos geflirt de afgelopen dagen niet zou hebben begrepen. We rijden naar de Champs-Élysées en drinken wat in een club daar. Marcel praat honderduit, maar we begrijpen hem niet en Gino moet alles vertalen. Onder de tafel zoekt mijn voet de zijne. Boven de tafel kijk ik hem veelbetekenend aan.

Gino zet eerst Marcel bij zijn huis af en rijdt ons dan terug naar het hotel. Mijn moeder loopt voorop en staat al binnen. Gino grijpt me beet en drukt me buiten tegen de muur. Hij begint me te zoenen.

‘Je maakt me helemaal gek,’ bijt hij me toe. ‘Gaan we morgen samen wat drinken? Jij en ik?’ Ik knik en glip het hotel in, achter mijn moeder aan.

De volgende dag, als we lunchen bij de bistro, roept Gino me apart.

‘Vind je het goed als ik een hotelkamer boek?’ Ik zeg hem dat ik dat inderdaad goed vind.

Die avond gaan we eerst wat drinken, we eten een crêpe aan de Boulevard Montmartre en keren weer terug naar het hotel. We duiken een andere kamer in en hebben een geweldige nacht samen.

‘Als je zwanger raakt, mag je het niet wegdoen,’ zegt hij op een gegeven moment. ‘Dan geef je mij de baby. Ok?’ Dat is een ongebruikelijk verzoek. Hij neemt mijn gezicht tussen zijn beide handen. ‘Beloof het me.’ Ik knik, voor zover dat gaat in zijn grip.

‘Ik beloof het,’ zeg ik. Maar gelukkig heb ik een dergelijk souvenir nooit meegenomen uit Parijs.

Gino en ik houden contact. Hij belt me een paar maanden later om me vertellen dat hij een eigen zaak heeft gekocht, vlak bij het hotel en de oude bistro. Natuurlijk ga ik langs. Op het prikbord naast de bar hangt een foto van ons drieën in de bistro. Gino, met een gulle lach, in het midden. Met zijn stevige armen om onze schouders heeft hij ons dicht tegen zich aangetrokken.

Vele maanden later kom ik nog een keer onverwachts langs met een vriendin. Hij is nog heel hartelijk, maar ik begrijp dat hij inmiddels een relatie heeft.

De volgende keer dat ik in Parijs ben en langsga, is hij verdwenen. Met de noorderzon vertrokken. Iets met de belasting. Mijn hart heeft hij meegenomen, maar nu heb ik het weer gevonden in ‘Mooi verhaal’.