Kill your darlings: My shining star

Er zijn een aantal verhalen (van dates) die het boek New York in 40 dates niet hebben gehaald. Schrijven is schrappen. Kill your darlings. Ik wil hier een paar van deze verhalen alsnog met je delen.


My shining star

New York, januari 2009

Drew is kaal. En ik bedoel extreem kaal, als er zoiets bestaat. Ik ken veel kale mannen – er zijn er ook heel veel, en het maakt mij helemaal niets uit, sommige van mijn beste vrienden zijn kaal – maar af en toe kom je een man tegen die zó kaal is, dat hij glimt als een spiegel. Het is het eerste waar ik aan denk, als ik aan Drew denk. Dat zegt nogal wat.

Ik ontmoet Drew op een maandag in Brooklyn voor een drankje en een hapje in een sportbar, zoals ze dat noemen. Het meest doorsnee café dat je in Amerika kunt vinden met veel televisie schermen want de gemiddelde Amerikaan is bezeten van sport.

Drew is een court officer. De man die de rust in de rechtbank bewaart, de man die het bewijs van de advocaat aanneemt en aan de rechter overhandigt. Je kent ze vast wel van televisie. Sterker nog, ik had hem echt op de televisie kunnen zien, maar dan niet in de rechtbank maar in ‘Amazing Race’, een programma dat wij kennen als ‘Peking Express’, waar koppels strijden om zo snel mogelijk op een locatie te komen. Reality TV dus.

Drew en zijn maatje waren zo succesvol en populair in de show dat ze terug mochten komen in de ‘All Stars’ versie vijf jaar later. Daarna zijn hij en zijn partner een eigen programma begonnen, voor Discovery Channel, waarin ze allerlei maffe dingen deden zoals worstelen met alligators.

Aangezien ik geen televisie heb en nog niet in Amerika woonde toen dit allemaal speelde, moet hij mij alles uitleggen. Ik heb hem nog nooit gezien en ik heb ook nog nooit van deze programma’s gehoord. Ik denk dat hij dat een beetje jammer vind, mensen reageren doorgaans enthousiaster op zijn verhaal, neem ik aan. Hij schept er niet over op, maar hij geniet meer van zijn semi-beroemdheid dan hij zou willen toegeven.

Als court officer is Drew inmiddels met vervroegd pensioen, net als mensen uit het leger al op jonge leeftijd. Om de vrede in de rechtszaal te bewaren heeft hij, over de jaren heen, een flink aantal klappen moeten opvangen. Een zichtbaar gevolg is bijvoorbeeld dat zijn neus niet meer gecentreerd staat.

Drew is een ontzettend gezellige kerel, laat dat gezegd zijn. Hij wil gaan reizen, en hij heeft veel amusante verhalen te vertellen. We hebben een gezellige avond bij Cody’s Alehouse & Grill in Brooklyn, maar er slaan gewoon geen vonken over. Drew loopt met me mee naar de metrostop, we omhelzen elkaar, nemen afscheid met de standaard ‘laten we dit nog een keer doen’. Een volkomen nietszeggend voornemen, waar niemand iemand aan houdt, code voor ‘het was gezellig, leuk je te ontmoeten, het ga je goed.’

Religie

facebookTussen verschrikkelijke, actuele beelden en krantenkoppen, kwam ik een paar weken geleden dit plaatje tegen op facebook. Ik heb ‘m meteen gedeeld. Ik deel niet zo vaak dit soort dingen (of mijn uitgesproken mening) op facebook en ik ben het al helemaal niet zo vaak zó volkomen eens met iets, maar hier valt gewoon geen speld tussen te krijgen:

“If your religion requires that you hate someone, you need a new religion.” / “Als jouw religie vereist dat je iemand haat, dan heb je een nieuwe religie nodig.”

Ik heb het nooit begrepen, dat geruzie over religie en ik ga het ook niet oplossen binnen een blogpostje, maar met al die verschrikkelijke beelden op mijn netvlies, moet ik toch ook even mijn ei kwijt.

‘Islam zal de overheersende godsdienst worden’ hoor ik mensen met angst en beven in hun stem zeggen. Nou, en?! Ik zie het verschil tussen het katholicisme en de islam niet. Een paar extreme katholieken hebben in de geschiedenis net zulke verschrikkelijke dingen gedaan als een paar extreme moslims nu. Religie is in de kern goed (bedoeld), de regels vaak heel sociaal en barmhartig. Haat hoort er in ieder geval niet in thuis. Het kwaad schuilt altijd in het extremisme.

Laten we vooral niets tegen een religie hebben, maar laten we heel bang zijn voor intolerantie en het ontnemen van de vrije keuze. Iedereen die een religie aanhangt zou dit uit vrije wil moeten kunnen doen. We zouden een voorbeeld kunnen nemen aan de Amish waarbij jongeren tot hun zestiende officieel niet onder de kerkregels vallen. Na hun zestiende en na hun eventuele rumspringa (een jaar waarin ze alles mogen doen wat God verboden heeft), mogen ze kiezen of ze tot de Amish willen toetreden of niet. Zie hier een interessant ooggetuigenverslag in HP/De Tijd.

Zelf ben ik religieus opgevoed. Mijn opa was predikant en mijn ouders deden ook een goede poging ons wat van het christendom mee te geven. We hadden Joodse vrienden, en mijn ouders kwamen erg graag in Turkije en Marokko. Ze waren niet fanatiek met godsdienst en ook niet kieskeurig. Zo hebben we na een verhuizing rond mijn zevende jaar een beetje rond-geshopt en zijn we bij verschillende kerken geweest. Bijvoorbeeld bij de katholieke kerk waar ik, als ik het mij goed herinner, mijn eerste slokje wijn op heb. Uiteindelijk zijn we een paar jaar blijven hangen bij het Leger des Heils. Het was de enige periode in mijn jeugd waarin we trouw elke zondag naar de kerk gingen. Anders eigenlijk alleen met de Christelijke feestdagen.

Helaas betekende het Leger des Heils voor mij dat ik een uniform moest dragen, ik was namelijk jeugdsoldaat. Het uniform was al snel te krap, het was warm in de zomer, koud in de winter. Het veel te dunne, veel te strakke elastiekje van mijn jeugdsoldatenhoedje sneed in mijn kin. Het is natuurlijk jammer dat dit mijn associaties zijn met een gemeenschap die zoveel goed doet. Het idee was in ieder geval goed en heeft mijn (ik durf te zeggen) ruimdenkende kijk op religie bepaald.

Dus ja, lieve mensen, mijn mening: of het nu een hoofddoek is, een keppeltje of een hoedje, het maakt helemaal niets uit. Of moslimvrouwen nou een abaya dragen of gereformeerde vrouwen een rok, wat is het verschil? Laten we het in ieder geval over een ding eens zijn: Als religie vereist dat je iemand haat, dan heb je een nieuwe religie nodig.

 

Dublin

Wat zal ik je vertellen over mijn tripje naar Dublin? Zal ik je vertellen over de hyperactieve man die naast me in het vliegtuig zat en, minuten voor de landing, zijn telefoon aanzette zodat hij op Google Maps kon zien waar we waren?

Of zal ik je vertellen dat ik besloot de bus te nemen naar het centrum, Temple Bar, in plaats van een taxi, en dat de aantrekkelijke jongeman die mij het kaartje verkocht, stond te huppen achter zijn lessenaar buiten? Dat ik vroeg: ‘heb je het zo koud?’, dat hij zei: ‘verschrikkelijk’ en dat ik dacht dat ik hem best zou willen opwarmen, maar dat ik in plaats daarvan zei: ‘het betaalt de rekeningen, nietwaar?’ en dat hij zei: ‘ja, en het collegegeld’?

Zal ik je dan ook vertellen dat in de buurt van het centrum een man met een muts van nep bont dicht om de bus heenliep en op niet meer dan twintig centimeter afstand, slechts gescheiden door het glas, snel twee foto’s nam van het nietsvermoedende meisje voor mij en toen hard wegliep? Dat de vrouw naast mij verontwaardigd uitriep: ‘Zo, dat is nogal brutaal, nietwaar?’ Dat we de man, toen we weer wegreden, vlak naast een andere bus zagen staan en dat ik tegen mijn buurvrouw zei: ‘ik hoop dat het een wereldberoemde fotograaf is, want anders…’, dat zij zei: ‘ja, laten we hopen dat de foto’s straks als enorme billboards door de stad hangen’, en dat ik zei: ‘ja, of in het MoMa.’

Maar ik kan je natuurlijk ook vertellen over het hotel, midden in Temple Bar, waar een vriendelijk meisje mij ontving en dat ik haar zei dat het zo waaide buiten en dat ik overdreven voordeed hoe ik moeite had moeten doen mijn rokje laag te houden. Dat ze er hartelijk om moest lachen. Dat ik me verontschuldigde dat ik wat vroeg was, dat zij zei dat het geen enkel probleem was en dat ze Maria wel even zou bellen om te vragen welke kamers klaar waren. Dat ze Maria inderdaad belde en haar vroeg welke nummers ze kon vrijgeven en dat ik vervolgens drie minuten lang alleen maar hoorde: ‘Yes. Yes. Yes…’ terwijl ze de kamers aanklikte in het computersysteem. Dat ik haar wilde zeggen dat dat in ieder geval erg hoopvol klonk, maar het niet zei omdat ze bezig was. Dat ik ondertussen met fascinatie stond te kijken naar haar absurd lange wimpers, dat ik dacht dat die onmogelijk echt konden zijn en dat ik anders stik jaloers zou zijn, maar dat ik niet kon ontdekken of ze nep waren. Dat ik in discussie met mezelf stond of ik het haar zou vragen of niet, en dat ik besloot het niet te doen. Dat ik, met de sleutel in mijn hand, naar mijn kamer liep en mij afvroeg waarom toch zoveel kamermeisjes Maria heten.

Maar ik kan je ook gewoon vertellen dat ik nu op mijn hotelkamer zit, te verzinnen wat ik nu weer eens zal schrijven…

 

 

Piction (Picture + Fiction)

Misschien lees je het een dezer dagen in AD De Dordtenaar, op mijn auteur pagina of op mijn persoonlijke facebook pagina: ik heb me vastgelegd voor een volgend boek. Ik heb ideeën genoeg gelukkig, zoals een boek over verschillende diëten, of een komisch verhaal gebaseerd op het leven in mijn straat, maar naast een full-time baan en een part-time studie aan de Schrijversvakschool (Open dag op zaterdag 19 maart a.s. Kom langs!) was ik er eerlijk gezegd nog niet aan begonnen, aan dat tweede boek, maar nu moet ik wel. Nu heb ik me vastgelegd.

Het idee is afgeleid van het boek van Sanneke van Hassel, ‘Hier blijf ik’, waarin ze foto’s van Rotterdamse kunstenaars heeft gecombineerd met korte verhalen. Wow, te gek, dacht ik. Wat een leuk idee, om tekst en beeld zo te combineren. Dat wil ik ook.

Eerst dacht ik de foto’s zelf te gaan maken. Helemaal onverdienstelijk ben ik ook niet met de camera, maar toen ontmoette ik Armand Lamée, tandarts en fotograaf, of Tandograaf, zoals ik hem noem, en dacht: is het niet beter zoiets samen te doen? Niets zo motiverend als een man die je achter de broek zit, gewapend met boor en camera natuurlijk.

Het idee is dus als volgt: zwart-wit foto’s van Armand, voornamelijk straatbeelden, met daarbij telkens een verhaal van mij dat betrekking heeft op de foto. Soms zal de foto er eerst zijn en zal ik me daar door laten inspireren, soms zal er eerst een verhaal zijn en zal Armand dit proberen te verbeelden.

Salwa van der Gaag heeft mij geïnterviewd voor AD De Dordtenaar, net als een jaar geleden voor mijn eerste boek, en ze vroeg me: waar haal je je inspiratie vandaan? Ja, goede vraag. Het zijn vaak hele kleine dingen die je ziet, die je hoort: de glimlach van een kind omdat je elkaar even volledig begrijpt door één enkele blik uit te wisselen. De helft van een maf gesprek dat je opvangt in de trein. De boodschappenlijstjes die ik verzamel. Het nieuws. Een sfeerbeeld van een openbare ruimte.

‘Ik luister graag naar muziek als ik in de trein zit of over straat loop,’ vertelde ik Salwa, ‘maar nu laat ik steeds vaker mijn oordopjes uit. Ik let veel meer op mijn omgeving nu ik tientallen verhaaltjes zal moeten gaan schrijven in korte tijd.’

En natuurlijk zullen ook de foto’s van Armand mij moeten inspireren tot een stukje tekst van circa 500 woorden (beetje de lengte van deze blog post). Hopelijk hebben we binnen nu en een jaar een aardige collectie foto’s en verhalen opgebouwd en gaat dit tweede kind vorm krijgen.

Ik zou het leuk vinden als meer schrijvers en fotografen geïnspireerd raken om ook samen te gaan werken. Bestaat dat genre al? Anders doop ik het bij deze tot: Piction.

 

Kick off2
Kick off meeting met Armand Lamée

Schaduw van de avond

Vandaag weer een gedicht. Na Gedichtje voor een vakantieganger en Poëzie wordt dit het vierde gedicht dat ik met jullie deel. Gedichten zijn niet aan iedereen besteedt, dat merk ik aan de populariteit van de posts, maar ik wil ze toch graag met jullie delen en deze in het bijzonder is mij zeer dierbaar:


Schaduw van de avond

Wanneer het vuur gedoofd is

blijft alleen het as overeind

een broze schaduw

.

lege champagneflessen

oesterschelpen

het zoute water op de vloer

.

Je zei

ik ben geen goede man

om van te houden


© Diana, 2015

.

De Premier Inn

Ik zit weer in Londen, voor één nacht. Ik kom met mijn rugzakje aan in Londen in de avondspits en ervaar met afgrijzen de Londense metro op dit uur. Het heeft niets meer te maken met de gezapige, dromerige toestand van de vorige keer en alles met veel te dicht op elkaar gepakte lichamen in tunnels diep onder de grond.

Ik check in bij de Premier Inn, een relatief goedkoop hotel dicht bij kantoor, dicht bij King’s Cross station. Ik leg mijn spullen op mijn hotelkamer en ga op jacht naar iets te eten. Het is overal druk, de pubs zitten vol, het hamburgerrestaurant waar ik mijn zinnen op had gezet ook, dus loop ik weer terug naar het hotel en besluit wat te gaan eten in het restaurant van het hotel. Heel veel gezelliger dan een Van der Valk restaurant (oude stijl) ziet het er niet uit, maar het eten valt niet tegen. De bediening is in ieder geval erg vriendelijk en razendsnel. Alleen heb ik moeite hun binnensmondse Britse accent te verstaan, zeker met al het lawaai want ook hier is het druk.

‘Ik wil u graag laten weten dat het Happy Hour is, tot acht uur,’ zegt de uiterst correcte blonde vrouw in de bediening. Het is half acht. ‘Twee drankjes voor de prijs van één. Wilt u iets te drinken?’

‘Ja, een Chardonnay graag.’

‘Dat is dan twee Chardonnay.’

‘Huh?’

‘Water?’

‘Uh… Ja. Een fles water graag.’

‘En dat is dan twee flessen water.’

‘Uh… right.’

Alles wordt voor mij neergezet, twee volle glazen wijn, twee grote flessen water. Ik verberg één glas wijn achter de menukaart. Ik kijk naar mijn buurvrouw en zie dat zij gelukkig ook twee glazen wijn voor zich heeft staan.

‘Dit voelt een beetje vreemd, een beetje inhalig, vindt u ook niet?’ begin ik.

‘Ja,’ ze lacht. ‘Maar ja…We nemen het er maar van, nietwaar? Ik neem deze mee naar mijn kamer.’ Ze knikt naar het nog volle glas. Wanneer ze even later vertrekt, zeggen we in koor ‘geniet er van!’ en moeten er om lachen.

Schuin tegenover mij zitten zes Franse mannen aan een tafel. Dat ze Frans zijn, is niet te missen. Ze kennen de Fransen aan naburige tafeltjes ook. Bij elkaar een flinke groep dus. Ik kan niet verzinnen wat ze gemeen hebben, wat hen bindt. Ze zullen collega’s moeten zijn. De mogelijkheid familie of geliefden heb ik als ‘zeer onwaarschijnlijk’ afgestreept. Ze komen op mij ook niet over als een groep vrienden. Er is geen pijl op te trekken en doorgaans kan ik al snel een verhaal verzinnen bij de mensen die ik onderweg tegenkom, maar deze mannen…

Ik bestel een hamburger. Die komt snel en is te groot om goedgemanierd te kunnen eten. De zes Franse mannen kijken in toerbeurt toe hoe ik deze probeer te verorberen. Huh-huh-huh-huh! Ik kijk onverstoorbaar terug.

Voor mij zitten twee jonge Engelse mannen. Dit is niet de eerste keer dat ze hier eten, ze bestellen zonder op de kaart te kijken. De man die ik alleen op de rug zie, heeft opvallend grote, rode oren, van achteren gezien. Veel roder dan de overige huid die ik kan zien.

Achter me is een Engelse vrouw in gesprek, haar stem draagt ver en haar taalgebruik is aanstootgevend.

Ik ben een van de vier vrouwen die hier alleen aan een tafeltje zit. Met twee glazen wijn.

Iedereen zit met zijn smartphone aan tafel. Ik laat mijn vinger over mijn iPhone glijden. Niets.

‘Nee, geen toetje. Dank je,’ weet ik twee keer vol te houden tot de derde ober zonder het te vragen de dessertkaart op tafel legt.

Ah shit, doe maar een apple crumble met custard.

Morgen ga ik weer op dieet. Promise.

Anders overmorgen.

Hobby’s, clubs en praatgroepen

Hier is een stukje dat mijn boek niet heeft gehaald, eigenlijk een Kill your darlings verhaal dus, maar voor de verandering gaat het eens niet over een date, maar over sociale contacten. Eén van de leuke dingen van het leven in New York, vind ik namelijk, is dat je altijd gelijkgestemden kunt vinden. Je kunt er alles doen wat je wilt (zolang het legaal is uiteraard) en alles vinden wat je nodig hebt. Alle smaken, hobby’s, interesses en verlangens worden gefaciliteerd. Als je daar andere mensen bij nodig hebt, bijvoorbeeld voor een team sport, dan zijn er in New York altijd mensen voor te porren. Hoe vreemd en exotisch de sport ook is. Zo speelt een collega van mij ultimate frisbee. Persoonlijk had ik daar nog nooit van gehoord, maar de andere 17 mensen in de wereld die het ook spelen, wonen toevallig allemaal in New York en ze spreken regelmatig af in Central Park om de sport te beoefenen. Een website om met gelijkgestemden in contact te komen, ook in Nederland, is meetup.com.

meetupIk overdrijf natuurlijk met 17 spelers, want volgens Wikipedia zijn er wel 5,1 miljoen (!) ultimate frisbee spelers in de USA (zie wikipedia.org/Ultimate_(sport)) en is er in 2016 de eerste World Championship in Londen.

Zo, kun je daar ook weer over meepraten.

Verder zijn er in New York talrijke support groups om elkaar te helpen een doel te bereiken, zoals bij Weight Watchers, maar ook om over problemen te praten zoals het opvoeden van kinderen met een drugsverslaving, ik noem maar iets.

Er is de coffee bark in Prospect Park waar hondenbezitters elkaar op hun ochtend-uitlaat-rondje ontmoeten voor koffie. Er is een club voor lange mensen, waar leden minimaal 1,85 meter moeten zijn en ik heb zelfs een advertentie gezien voor een brei-cruise. Ja, echt, een cruise vakantie voor mensen die van breien houden, met breilessen en breiworkshops aan boord. Zie je het voor je? Een cruiseschip vol met breiende mensen? Kortom, er is echt voor ieder wat wils in deze stad, je hoeft je geen moment te vervelen of eenzaam te voelen.

De Londense metro, een sfeerbeeld

Ik reis van London City Airport, met de DLR trein en de Northern line, naar King’s Cross station. Een kleine tas met het hoognodige voor twee dagen kantoor en één overnachting, staat tussen mijn benen. Adele zingt voor mij alleen via de kleine Apple oordopjes. De zon komt op. Het was vroeg vanochtend. Het afgelopen uur heb ik twee keer mogen beleven, maar ik lever het morgen weer in als ik het land uitga.

Wat lijkt op een jonge, ranke versie van Mr. Bean staat bij de deur en staart naar het glas, naar de reflectie van zijn benen. Hij prevelt, geluidloos. Zijn smalle, kleine linkerhand gesticuleert sierlijk en ingetogen. In zijn rechterhand houdt hij het handvat van zijn rolkoffer. Hij draagt een donker pak en versleten bruine schoenen. Zijn borstelige wenkbrauwen dansen op en neer in verwondering en in overreding. Het is, zonder twijfel, een bewogen pleidooi dat hij houdt. Hij moet nodig naar de kapper. Vooral het weerbarstige haar van zijn bakkenbaarden is te lang en geeft hem een waanzinnige uitstraling, dat in combinatie met zijn stille preek uiteraard.

Een man stapt in. Hij draagt een dikke beige mantel, de omvang van een bontmantel, maar dat is het niet. Hij draagt een bril waar Sir Elton John jaloers op zou zijn, een fel blauwe bolhoed en grote oorbellen in de vorm blauwe druiventrossen.

Sir Elton John staat naast Mr. Bean en ik vraag me af wie ik vreemder vind.

Tegenover mij kruipt een matig aantrekkelijk meisje dicht tegen haar bijzonder aantrekkelijke vriend aan terwijl ze mij aankijkt. Ik kijk alleen omdat ze naar mij kijkt, anders waren ze me niet opgevallen. Ze slaat haar armen om haar vriend heen. Ontmoet weer mijn blik. Hij omhelst haar. Hij heeft alleen ogen voor haar. Niemand anders. Haar verwijtende blik is nergens voor nodig.

The next stop is Bank, where this train will terminate…

Kill your darlings: Vikingen onder elkaar

Voor de nieuwkomers: er zijn een aantal verhalen (van dates) die het boek New York in 40 dates niet hebben gehaald. Schrijven is schrappen. Kill your darlings. Ik wil hier een paar van deze verhalen alsnog met je delen.


Vikingen onder elkaar

New York, Mei 2010

Op mijn favoriete dating website ben ik niet bepaald verlegen. In het echte leven trouwens ook niet. Ik ben vaak degene die het eerste contact maakt. Laat ik dat anders zeggen; van de mensen die ik ontmoet via de dating site, ben ik vaak degene die het eerste contact maakt. De mannen die met mij contact opnemen zijn meestal niet de mannen die ik wil ontmoeten.

De aanleiding om iemand een berichtje te sturen is vaak omdat iets in hun profiel mij aanspreekt. Een leuke foto, een leuke tekst, een pakkende slogan. Daar reageer ik dan op, niets is namelijk zo dodelijk als te beginnen met alleen ‘Hi’ of ‘How are you?’

Bij Paul was zijn haar de aanleiding. Hij heeft precies hetzelfde haar als ik – blonde krullen – maar dan veel langer. ‘Hé, je hebt mijn haar!’ schreef ik hem en zo begon het.

VikingenHij las mijn profiel en moest erg lachen om de Viking-referentie omdat hij een actief, virtueel tweede leven leidt op Second Life en daarin De Viking speelt. Dat ik dat weet vind ik dan weer jammer (excuses aan alle Second Life liefhebbers), ik vind het namelijk niet bijzonder sexy als iemand zijn echte leven vult met het creëren van een virtueel leven. Maar oké, ik denk dat je vooral moet doen waar je zin in hebt. Ik hoef het ook niet aantrekkelijk te vinden.

In het eerste, originele leven is Paul een fotograaf. Hij is in de vijftig en woont zowel upstate New York – dus ten noorden van de stad New York, in de staat New York – als in Connecticut. Pendelt naar gelieve.

We spreken af om op een zondagochtend een stuk door Prospect Park te wandelen en over Greenwood Cemetery. Zo gezegd, zo gedaan.

Buiten het feit dat hij heel lang blond krullend haar heeft, is er eigenlijk niets wat er uitspringt bij hem. Het is een vriendelijke man van gemiddelde lengte, iets meer dan gemiddelde omvang met misschien een opmerkelijk detail: naast Second Life is hij erg actief in de wereld van BDSM wat volgens Wikipedia staat voor Bondage and Discipline (BD), Dominance and Submission (DS) en Sadism and Masochism (S&M or S/M).

Aha.

Klein detail tot je vastgebonden op bed ligt met zo’n kegel in je mond.

Nou zijn de geheimen van de slaapkamer (gelukkig) doorgaans niet af te lezen aan mensen, maar bij Paul verrast het me toch. Het is een heel volgzaam type. Het type koddig, buikje, wollen sokken in sandalen. Niet dat dat wat zegt natuurlijk, maar je begrijpt me vast wel. Ik kan me er gewoon geen voorstelling bij maken.

Na een tijd gewandeld te hebben door het park en over de begraafplaats – echt een bezoekje waard – krijgen we een behoorlijke trek. Mijn appartement is om de hoek dus ik stel voor een omelet te maken, wat hij niet afslaat. Hij denkt ongetwijfeld dat dit een uitnodiging is tot ‘meer’, maar dat is niet mijn intentie en hij is gelukkig erg voorzichtig met de avances. Dat doet hij overigens erg subtiel moet ik zeggen; de indruk geven dat je er voor open staat, maar niets doen of zeggen wat een afwijzing kan riskeren.

Ik maak een omelet voor ons klaar, serveer hem een eenvoudige doch voedzame late lunch, kijk daarna op de klok en meld heel romantisch dat ik naar de wasserette moet. Hij neemt afscheid met een genereuze uitnodiging om langs te komen in een van zijn stulpjes. Heel attent, maar iets wat er in geen van zijn levens van zal komen.

Never stop dancing

Ik ben mijn wekelijkse tips opnieuw aan het delen dit jaar. Vorig jaar heb ik ze voor het eerst gepubliceerd, en in 2016 gooi ik ze in de herhaling. Daar waar nodig pas ik ze aan.

Deze week, week 4, gaat het over The Village Underground en ik heb veel fantastische herinneringen aan deze tent. Al mijn logeetjes heb ik er naartoe gesleept, en ik heb mensen op het hart gedrukt te gaan kijken. Het is nog niemand tegengevallen, voor zover ik weet.

Een van mijn herinneringen aan The Village Underground betreft een ontmoeting met een oudere dame. Een klein tenger vrouwtje was het, blanke huid, grijs haar, heel elegant en met energie voor tien. Ze stond te swingen voor het podium en trok verschillende jongemannen de dansvloer op. Ze liet zich kirrend leiden door de krachtige jonge lichamen, vaak twee koppen groter dan zijzelf.

Jonge vrouwen nam ze ook bij de hand en trok ze uit hun stoel, inclusief ondergetekende, en daar stonden we;

Mannen keken blozend om naar hun vrienden die achter een biertje hingen en grijnzend terugkeken.

De band glimlachte tevreden naar het schouwspel aan hun voeten, en speelde speciaal voor haar.

De vrouwen stonden te dansen in een kringetje, met een flauwe glimlach om de mond, de ogen glanzend en vol bewondering.

‘How old are you?!’ vroeg een van de meisjes haar uiteindelijk. Het meisje klonk erg verbaasd, op het onbeleefde af. Het antwoord hoorde ik niet, maar ik zag de ‘WOW’ reactie op het gezicht van de jonge vrouw.

De oudere vrouw klampte mij vast met een verbazingwekkend stevige greep om mijn arm en trok me richting haar gezicht. ‘Ik ben 76,’ zei ze in mijn oor.

Ik kwam iets omhoog, keek haar verbaasd aan.

‘Wil je weten wat mijn geheim is?’ vroeg ze.

Ik knikte gretig.

‘Never stop dancing,’ zei ze. Ze liet me los, glimlachte, wierp me een schalkse blik toe en begaf zich weer onder de mensen.

Never stop dancing. Ik ben het nooit vergeten en om mijzelf er bij tijd en wijle aan te herinnering heb ik het op de achterkant van mijn iPod Touch laten graveren (dat was destijds een actie van Apple).

Zing, dans. Juist als je er geen zin in hebt. Je hoeft er niet voor naar een club, je hebt er geen andere mensen voor nodig. Ik beken: soms, thuis of op reis, doe ik mijn oordopjes in en zing en dans. Ziet er niet uit, klinkt voor geen meter, maar je wordt er vrolijk van, het neemt spanning weg en je verbrandt zelfs wat extra calorieën. Bovendien houdt het je jong, dat weet ik zeker.

Dus: Never stop dancing!

Dancing