Pompoenschotel met geitenkaas

Vandaag is het op de kop af zeven jaar geleden dat ik ben gestopt met roken. Ik dacht dat het zes jaar was, maar een herinnering in mijn telefoon feliciteerde me met ‘7 jaar rookvrij’. Zo zie je maar: de tijd vliegt!

Maar heb je het ook gehoord? ‘Vlees is het nieuwe roken!’

Wel potverdorie!

Die kreet is niet nieuw overigens en het gaat hier ook niet om alle soorten vlees, maar vooral om ‘bewerkt vlees’. Wat mij betreft mag al het ‘bewerkt eten’ op de zwarte lijst van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), maar dat even terzijde.

Wat je ook over vlees / de vleesindustrie denkt, hier kunnen we het vast allemaal over eens zijn: Het kan helemaal geen kwaad om af en toe vegetarisch te eten. Toch?

Ik ken veel vegetariërs. Hele aardige mensen. Je zou op het eerste gezicht nooit vermoeden dat ze geen vlees eten. Sommige van mijn beste vrienden zijn vegetariërs. Ik heb zelfs vegetariërs in de familie!

Maar alle gekheid op een stokje; ik merk dat ik steeds vaker vegetarisch kook voor mezelf. Vaak zelfs veganistisch op een klein klontje boter na. Liever koop ik minder vaak, maar beter vlees (lees: diervriendelijker).

Mijn vegetarische visite vroeg laatst gekscherend, nadat ik het hoofdgerecht serveerde: ‘En? Was het eng?’ Waarmee ze doelde op vegetarisch koken. Het recept wat ik haar en haar noodgedwongen, gelegenheids-vegetarische partner heb voorgeschoteld staat hieronder.

Ik wil het recept graag met jullie delen omdat het heerlijk is, ontzettend makkelijk, van tevoren te bereiden is en omdat het ook uitstekend mee te nemen is naar het werk om het daar op te warmen voor de lunch.

Alle credits voor de Allerhande, daar komt het recept oorspronkelijk vandaan: Pompoenschotel met geitenkaas

Men heeft nodig: (voor 4 porties, ca. 410 kcal per portie)

  • 1 biologische pompoen
  • 1 biologische courgette
  • 2 tenen knoflook
  • 1 ui
  • 2 el kokosolie (of andere olie als je niet van kokosolie houdt)
  • 2 blikken (à 400 g) kikkererwten
  • 400 g tomatenblokjes (blik)
  • 2 tl gemalen komijn (djinten)
  • 1 tl gemalen kaneel
  • 2 kaneelstokjes
  • 1 mespunt cayennepeper
  • 150 g zachte geitenkaas

Was de pompoen grondig, met een schuursponsje. Schil grove onregelmatigheden van de schil. Snijd de pompoen in vieren, verwijder de pitten en zaadlijsten en snijd het vruchtvlees in blokjes (ik gebruik inderdaad ook de schil van de pompoen, deze wordt net zo zacht als het vruchtvlees). Was de courgette en snijd deze in grove stukken. Snijd de knoflook fijn en snipper de ui. Laat de kikkererwten uitlekken en spoel ze af (dat schijnt te helpen tegen de winderigheid!).

Smelt de olie in een pan met dikke bodem. Fruit de ui en knoflook. Voeg de pompoen, courgette, kikkererwten, tomatenblokjes, komijn, cayennepeper, kaneel en kaneelstokje toe.

Schep het geheel goed om. Voeg zout en peper naar smaak toe. Laat het gerecht met deksel op de pan zacht stoven tot de pompoen zacht is (30-45 minuten laat ik het meestal op staan). Schep af en toe om. Schep het gerecht op borden of in een schaal, verbrokkel de geitenkaas en strooi het over het gerecht.

Enjoy!

img_063105_445x297_JPG
Bron: http://www.ah.nl

Uit mijn boek: Op de bank bij Balthazar

Ik heb natuurlijk niet al mijn darlings om het leven gebracht. Vandaag – in plaats van een ‘Kill your darlings’ verhaal – een stukje dat het boek New York in 40 dates wél heeft gehaald, met dank aan mijn uitgever dat ik hier en daar ook wat van de inhoud mag weggeven. Mocht je mijn boek nog niet gelezen hebben, dan hoop ik hiermee je nieuwsgierigheid te prikkelen.


 

Op de bank bij Balthazar

New York, oktober 2008

 

Op een maandag in oktober heb ik een date met Johnny of Jack. Eén en dezelfde persoon, maar ik mag kiezen welke naam ik wil gebruiken. Eigenlijk is dat een beetje raar, als je erover nadenkt. Johnny of Jack is psycholoog. Misschien dat mijn keuze voor ‘Johnny’ of voor ‘Jack’ hem iets over mij kan vertellen.

Jack vind ik een sexy, stoere naam. Een naam voor een zelfverzekerde, levenslustige man. Een man met donkere krullen, een heerlijke brede borstkas en veel borsthaar in een flanellen houthakkershemd. Een man met de opwindende geur van zweet en haardvuur om zich heen.

Dit is geen Jack. Dit is een Johnny.

Johnny is pezig, met piekerig grijs haar. Niet bijzonder aantrekkelijk. Ik loop dus nog niet warm voor Johnny, maar het advies dat ik heb meekregen van de dames op kantoor is dat ik zo veel mogelijk mannen moet ontmoeten. Elke date is op z’n minst een goede oefening, en oefening, zo weten we allemaal, baart kunst. Verder ben ik wederom nieuwsgierig: Johnny is namelijk getrouwd en hoewel ik in mijn profiel duidelijk heb gevraagd naar ongebonden mannen, schrijft Johnny mij dat hij en zijn vrouw een open huwelijk hebben. Ik ben benieuwd of zijn vrouw dat ook weet.

Het plan is dat we gaan lunchen en hij staat erop dat ik het restaurant kies. Weer een test. Ik ben nog niet bekend met de geschikte plekken voor een eerste date, dus kies ik ervoor om weer bij Balthazar af te spreken. Geen goedkope zaak, maar ook niet overdreven duur.

Johnny moet die dag op de rechtbank zijn. Hij wordt naar eigen zeggen vaak als getuige-deskundige gevraagd. Hij is ervan overtuigd dat ze hem rond het middaguur zullen laten gaan, wat vervolgens niet gebeurt. We spreken af dat hij belt als hij klaar is, en wanneer hij dat uiteindelijk doet, is het halfdrie. Hij vraagt of we koffie kunnen drinken in plaats van samen lunchen.

Sure thing, Johnny! Geen probleem.’

 

Het is verschrikkelijk. We drinken onze cappuccino aan een tafeltje bij het raam. Ik zit op de bank met mijn rug naar de straat, meneer de psycholoog op een stoel tegenover me en de ironie van de bank ontgaat me niet. We hebben niets om over te praten, geen gemeenschappelijke interesse, helemaal geen interesse eigenlijk, en tot overmaat van ramp kijkt hij op zijn horloge.

‘Heb je een afspraak?’ vraag ik uit beleefdheid maar met een beetje venijn, waarop hij zijn hand opsteekt, zijn vingers spreidt en het gebaar voor vijf minuten maakt, met een gezicht alsof hij inderdaad op het punt staat om te zeggen: je hebt nog vijf minuten. Nu voel ik me helemáál als een cliënt in een sessie.

‘Ik ben klaar, we kunnen gaan,’ zeg ik lichtelijk geïrriteerd.

Met een betuttelend gebaar laat hij me weten dat ik de cappuccino van hem krijg. Nou moe. Ik wil niet ondankbaar klinken, maar het gebaar is echt te groot in verhouding tot de kosten van een cappuccino. Hij loopt een stukje mee in de richting van mijn kantoor en vraagt me bij het afscheid – tot mijn oprechte verbazing – of ik nog een keer wil afspreken. Blijkbaar heb ik de juiste keuzes gemaakt en ben ik goed uit de psychologische test gekomen.

‘Oké,’ zeg ik zonder na te denken.

‘Fijn. Ik bel je.’

Ik kijk hem na, perplex, ik kan me niet voorstellen dat hij dit werkelijk een succesvolle sessie vond.

Imagine

Strawberry Fields is een traanvormig stuk van Central Park in New York. Het is een eerbetoon aan John Lennon. Hij woonde met zijn vrouw Yoko Ono  in het gebouw aan de overkant, Dakota Apartments, en is daar in 1980 – bij de ingang naar de binnenplaats – neergeschoten. Ik vertel het maar even, want er zijn tieners, geboren in deze eeuw, die wellicht niet weten wie John Lennon was.

In het midden van Strawberry Fields is een groot rond mozaïek aangelegd, met het woord Imagine in het midden, naar het gelijknamige nummer van John Lennon.

Elke dag lopen honderden toeristen langs deze gedenkplaats, staan dan even stil, denken aan John Lennon en horen ongetwijfeld de tekst van het nummer ‘Imagine’ in hun hoofd, zeker in deze dagen.

Imagine there’s no countries

It isn’t hard to do

Nothing to kill or die for

And no religion too

Imagine all the people

Living life in peace…

 

You may say I’m a dreamer

But I’m not the only one

I hope someday you’ll join us

And the world will be as one 

 

Strawberry FieldsRondom het mozaïek staan bankjes. Een van de banken is opgeëist door een man, een man met een hond. Ik weet niet hoe hij heet, maar voor het gemak noem ik hem Fred.

Fred heeft lang, dunnend en grijzend haar. Hij draagt een dikke groene legerjas, welke op de borst bijna compleet bedekt is met buttons. De hond is donkerblond, van het type middelgroot vuilnisbakkenras en draagt een grote rode zakdoek als sjaaltje om zijn nek. Om Fred en de hond heen staan een rugzak en een paar uitpuilende boodschappentassen. Het is je niet moeilijk voor te stellen dat Fred dakloos is. Hij is er altijd als ik langs Strawberry Fields kom. Hij woont hier.

Het mozaïek is elke dag weer keurig versierd met bloemen. Fred heeft de taak op zich genomen om de offers van de toeristen bij te houden, te rangschikken, uit te stallen, te reguleren. Meestal zit hij op zijn bank en bekijkt de mensen die foto’s nemen en hun hoofd buigen bij de gedenkplaats. Soms praat hij met de persoon die toevallig naast hem is neergestreken. Een keer stond hij bij de cirkel en sprak de mensen toe. Fred legde aan de mensen uit wie John Lennon was en wees naar de bovenste verdieping van het gebouw aan de overkant.

‘Daar, op de bovenste verdieping, de verdieping met het terras rondom, daar woont Yoko Ono nog steeds.’

Ik vraag me af of Yoko Ono ooit wel eens naar buiten kijkt, naar Strawberry Fields en naar al de toeristen die daar 35 jaar later ‘Imagine’ afspelen in hun hoofd.

Ik stel me voor dat ze soms Strawberry Fields bezoekt, stilletjes in het holst van de nacht. Fred ligt daar op zijn bank te slapen, de hond naast hem op de grond.

Yoko heeft naar buiten gekeken; er is niemand te bekennen. Het is een milde nacht. Ze heeft een lange dunne jas aangetrokken, haar hoed opgezet. Ze passeert de knikkebollende portier, steekt de binnenplaats over. Het geluid van haar voetstappen weerkaatst tegen de muren, het klinkt hol in de stille nacht. Ze loopt onder de poort door waar haar man is neergeschoten. Ze steekt Central Park West over, ter hoogte van West 72nd Street en loopt Central Park in.

Ik stel me voor dat ze voorzichtig loopt, dat ze Fred en zijn hond niet wakker wil maken. Ze wil een paar minuten alleen zijn, alleen met de nagedachtenis aan haar John. Ik stel me voor dat ze daar aan de rand van de cirkel staat, haar handen diep in de zakken van haar jas, haar hoofd een beetje opzij.

Imagine there’s no countries

It isn’t hard to do

Nothing to kill or die for

And no religion too

Imagine all the people

Living life in peace…

Ik stel me voor dat de hond wakker wordt en zijn hoofd optilt. Hij maakt geen geluid, maar toch wordt Fred ook langzaam wakker. Hij ziet de figuur bij de cirkel en knippert een paar keer met zijn ogen. Hij komt overeind. Yoko loopt naar hem toe en komt naast hem zitten.

‘Hallo, Fred,’ zegt ze zacht.

‘Hallo, Yoko.’

De hond is ook komen zitten. Yoko krabbelt hem achter de oren. Fred kijkt naar het mozaïek alsof hij naar John zelf kijkt en glimlacht. Yoko legt een hand op Freds onderarm, legt haar hoofd op zijn schouder.

Imagine,’ fluistert ze.

Kill your darlings: Deepak

Voor de nieuwkomers: er zijn een aantal verhalen (van dates) die het boek New York in 40 dates niet hebben gehaald. Schrijven is schrappen. Kill your darlings. Ik wil hier een paar van deze verhalen alsnog met je delen.


Deepak

New York, September 2009

Iedereen heeft zijn of haar voorkeuren: zwart, blank, Aziatisch. Man of vrouw. Donker of blond. Dun of stevig. Dat moet kunnen, ieder zijn ding. Ik val doorgaans op zelfverzekerde, blanke mannen van in de vijftig.

Maar van alle volkeren vind ik doorgaans – om even schaamteloos te generaliseren – de Indiase man misschien het minst aantrekkelijk. Dat is mijn persoonlijke voorkeur, niets ten nadelen van onze Indiase medemens.

Maar zo zie je maar weer: uitzonderingen daargelaten, want ik heb een afspraak met Deepak, een aantrekkelijke man van Indiase afkomst. Deepak is lang en heeft lang golvend haar. Binnen het hele spectrum aan huidskleuren die je in India ziet, heeft hij een hele lichte huidskleur. Deepak is een zeer getalenteerde fotograaf. Het werk dat ik van hem zie zijn voornamelijk zwart wit portretten. Werkelijk schitterend.

Toch was ik bijna afgehaakt. De correspondentie was een raar spelletje dat ik niet wilde spelen. Hij wilde me bijvoorbeeld zijn naam maar niet vertellen, draaide er telkens omheen en voor dat soort Bollywood gedrentel ben je bij mij echt aan het verkeerde adres. Ik schreef hem dat ik geen interesse meer had en afzag van de ontmoeting. Hij veranderde zijn houding en toen bleek dat we toch gewoon als twee volwassenen konden communiceren. Ik stemde toe hem te ontmoeten in Le Pain Quotidien op 100 Grand Street, in SoHo.

Deepak blijkt een hele vriendelijke, gereserveerde man. Hij gaat binnenkort weer op reis en zal voorlopig niet weer in New York zijn. Hij vertelt me over de steden waar hij verblijft en ik heb het idee dat er niet één plek is die hij thuis noemt. Een echte Rolling Stone, een nomade. Ondanks zijn jonge leeftijd (begin veertig) is hij twee keer getrouwd geweest, en is nog steeds getrouwd met zijn tweede vrouw maar hij heeft haar al twee jaar niet gezien.

Deepak reist over de hele wereld, ontmoet bijzondere mensen zoals de Dalai Lama, helpt kinderen in minder bevoorrechte delen van de wereld, maar ik merk al snel dat het niets gaat worden tussen ons. Hij vertelt namelijk over deze dingen met hele diepe, verveelde zuchten. Alsof dit hele fantastische leven wel erg zwaar te dragen is. Alsof hij er moe van wordt om er over te praten. Dat kan ik wel begrijpen, maar dan moet je het niet vertellen of je moet geen nieuwe mensen willen ontmoeten, want dan zul je toch het een en ander moeten vertellen.

Hij zal oprecht bescheiden willen zijn, niet willen opscheppen over zijn leven, maar een beetje enthousiasme voor het leven (en zeker voor zo’n bevoorrecht leven) wil ik toch wel graag zien bij iemand. Als hij verveeld is met zichzelf, met zijn verhaal, met zijn leven, dan kan ik er ook niet enthousiast over raken.

Vroe-guh!

Maf eigenlijk, de dingen waar je vandaag de dag over na moet denken. Zaken waar we vroeger helemaal niet mee bezig waren. Als we voorbeelden gaan verzinnen, komen er steeds meer boven, zoals: “hoeveel GB moet mijn nieuwe iPhone zijn?”, “is er WiFi in het hotel?” en nog veel meer van die vragen waar mijn oma niets van zou begrijpen als ze nog zou leven. Maar waar ik mij de laatste paar dagen in het bijzonder over verbaas is de cyber attack op mijn andere blog: http://newyorkin40dates.nl. Deze ligt onder vuur. Dat soort zorgen had ik een jaar geleden nog helemaal niet.

Ik krijg een email bericht als iemand is geblokkeerd na een mislukte poging om in te loggen op mijn website (‘User locked out from signing in’) en in de laatste 48 uur zijn dat grofweg zo’n 2,000 pogingen geweest. Dat zijn dus ook tweeduizend e-mailtjes die ik moet wissen. Daar word ik een beetje tureluurs van, maar vooral vraag ik me af wat iemand bezielt. Wat wil iemand bereiken? En hebben ze echt niets beters te doen? Ik begrijp wel dat het machines zijn, die mijn site aftasten, dat er niet echt iemand in Rusland (want daar komen deze pogingen vandaan) handmatig probeert in te loggen, maar dan nog. Iemand heeft de malware moeten schrijven.

Kijk, dat je de uitdaging aan wilt gaan om de site van het Pentagon te hacken, oké, kan ik me ergens nog wel iets bij voorstellen, maar waarom mijn kleine websiteje? Ik sta nou niet bepaald bovenaan in de ranking. Ik ben heel erg blij met mijn bezoekersaantallen hoor (dank jullie wel), maar om nou te zeggen dat ik duizenden volgers heb, nee dus.

Misschien moet ik me maar gewoon vereerd voelen.

Nog iets wat ik me van de week realiseerde: vroeger, als je niets van iemand hoorde waar je graag iets van wilde horen, dan miste je hem of haar gewoon. Heel vervelend, maar ja. Je kon een sms-je sturen, bellen, faxen, brief schrijven. Maar nu houden we ons bezig met detective spelen: wat doet diegene op facebook? Wanneer heeft hij of zij voor het laatst op de whatsapp gekeken? Iemand vroeg van de week: “hoe deed jij dat toen je relatie overging?” Er was toen nog geen whatsapp met ‘last seen at…’. We stuurden sms berichtjes. Je kon alleen een leesbevestiging krijgen en dat was al erg (lees: obsessief) genoeg. Tegenwoordig, als ik merk dat het me gaat bezighouden, wis ik het telefoonnummer van de desbetreffende persoon uit mijn telefoon. Ik wil het niet weten.

Zo maar eens twee van die dingen waarvan ik vroe-guh nooit zou hebben gedacht dat ik daar nog eens bij stil zou staan.

Toeval / Kleine wereld

Barcelona, oktober 2015. Mijn achternichtje van vijftien kijkt mee over mijn schouder terwijl ik op mijn laptop door mijn lijst van mogelijke blog onderwerpen loop. Ze leest er een paar hardop voor. Ik vraag me soms rare dingen af, die schrijf ik dan op, dus ik slik ongemakkelijk als ze hardop leest ‘het vrouwelijke orgasme.’ Stilte. ‘Hm,’ zegt ze en kijkt me bedenkelijk aan.

‘Ja.’ Ik schraap mijn keel. ‘Ik vraag me af wat het nut er van is. Ik bedoel, het is niet nodig voor de voortplanting. Snap je?’ Ik krijg een blik van haar die zegt ‘je bent raar’. Dat is goed, die blik krijg ik wel vaker. Ik glimlach, maar ze is alweer afgeleid door snapchat.

Die column over het vrouwelijk orgasme wil ik deze week nog niet schrijven. Misschien als we elkaar wat beter kennen. Deze week wil ik het hebben over toeval. Wie mijn boek gelezen heeft, weet dat ik me – tot vervelens toe – kan verbazen over het feit dat je bekenden op de meest vreemde plaatsen kunt tegenkomen. Het is wéér gebeurd!

Mijn nicht, mijn achternichtje en ik zijn dus afgelopen week voor een week in de stad van Antoni Gaudí. Op donderdag laten we ons rondrijden door zo’n hop-on hop-off bus en tussen de middag kopen we een broodje dat we op een bankje in de zon opeten. Er loopt een aantrekkelijke man langs met een grote zonnebril en halflang haar. Hij lacht een rij witte tanden bloot en zegt ‘buen provecho’ (eet smakelijk). Ik verslik me bijna. ‘Gracias’ roep ik terug en kijk hem na.

De volgende dag spreken we af met mijn goede vriend Clint, hij woont in het nabijgelegen Sitges en geeft les in Barcelona.

‘Hoe was je broodje gisteren?’ vraagt hij. Ik pijnig mijn hersenen. ‘Wil je niet weten hoe ik dat weet?’ zegt hij met een brede grijns. ‘Er liep gisteren een man langs die je smakelijk eten wenste.’ Ja, dat wist ik nog wel ja. Die man was veel smakelijker dan het duurbetaalde stuk stokbrood. ‘Dat was John. Je hebt hem ooit een keer ontmoet.’ Clint schetste de ontmoeting van zo’n dertien jaar geleden, maar dat kon ik me echt niet meer herinneren. Ik heb een heel slecht geheugen. ‘Hij herkende jou wel, maar kon je niet plaatsen. Toen ik gisteravond tegen hem zei dat je in de stad was riep hij “ik wist het! Ik dacht al dat zij het was”. Je kunt nergens meer komen, je wordt overal herkend.’ We moesten er allemaal hartelijk om lachen, mijn zogenaamde celebrity-momentje, maar jeetje, wat een toeval toch weer!

Mijn mooiste ‘toeval’ verhaal blijft dat uit december 1992: Ik vlieg met mijn moeder naar Nieuw Zeeland, daar woont mijn oom. Het is de eerste keer dat ik vlieg en de vlucht heeft behoorlijk wat tussenstops (de toestellen vlogen toen nog niet van die lange afstanden en je mocht zelfs nog roken aan boord). De laatste tussenstop is in Cairns, Australië. Van daaruit zullen we direct naar Auckland vliegen. We hebben er alles bij elkaar al zo’n dertig uur reistijd opzitten en zitten onderuitgezakt op een bankje te wachten tot we aan boord mogen. Dan wandelen Henk en Linda ineens doodleuk voorbij (Henk en Linda kende ik uit de bruine kroeg in Dordrecht waar ik bijna elke zaterdag kwam).

‘Hebben we net dertig uur gevlogen en dan kom ik jullie hier tegen?!’ roep ik verontwaardigd tegen ze, beschuldigend bijna alsof die dertig uur voor niets waren geweest. We maken foto’s als bewijs voor de mensen in Dordrecht, maar dat surreële gevoel dat je krijgt als je iemand aan de andere kant van de wereld tegen het lijf loopt, is niet vast te leggen.

Nog zo een: Laatst zat ik in een bus in Amsterdam. Een bus die ik nooit eerder genomen heb, naar station Amsterdam Sloterdijk, waar ik normaal gesproken nooit opstap. Ik denk: die stem ken ik. Ik kijk en denk: dat meisje lijkt heel erg op mijn nichtje (die in Hoevelaken woont). Ik moest drie keer kijken; het wilde gewoon niet tot me doordringen dat het echt mijn nichtje van negentien was die voor me stond. Ze was wezen stappen met vriendinnen. Heel toevallig.

Of wat te denken van een Dordtse vriend die in Frankrijk woont en ook in Kaapstad is, als ik daar ben voor een conferentie? Niet alleen dat; als ik dit tegen een collega vertel, zegt mijn collega: ‘Blonde knul, woont in Marseille?’ Ik kijk mijn collega stomverbaasd aan. Hoe weet hij dat nou weer? ‘Hij zat voor me in het vliegtuig en zei tegen zijn buurvrouw “kijk, we vliegen over Marseille, daar woon ik”.’ Nah ja!

En zo heb ik nog talloze voorbeelden. Bizar! Het is echt een kleine wereld en soms lijkt hij steeds kleiner te worden. Hebben jullie ook dergelijke verhalen? Daar ben ik nou benieuwd naar.

(En als je dan  toch reageert: wat denk jij nou dat het doel van het vrouwelijk orgasme is?!)

Poëzie

Een gedicht deze week, ter aflsuiting van het blok poëzie. De Schrijversvakschool (waar ik 5 september begonnen ben) biedt in het eerste jaar, naast schrijftraining, een aantal verschillende vakken, verdeeld over vijf blokken. Het eerst blok was poëzie. (De andere vier zijn proza, toneel, scenario en essay).

Het is komisch om te zien hoe een klas van elf aspirant schrijvers bijna angstig aan deze les begon twee maanden geleden en hoe we er nu in staan. Niet iedereen begon met twijfels aan de poëzie, maar afgaande op de gesprekken onderling, waren de meesten redelijk gereserveerd over deze les. Inmiddels vindt het overgrote deel van de klas het een stuk leuker, begrijpelijker, en nuttig! We zijn zichtbaar vooruit gegaan en hebben er plezier in gehad. Dat wil zeggen: Ik in ieder geval wel, ik kan natuurlijk niet voor een ander spreken.

Ik wil deze week een opdracht met jullie delen, en een gedichtje, of een aanzet tot een gedicht zoals onze docente Gerry van der Linden het noemt, want een gedicht heeft tijd nodig. Meer tijd dan we hebben binnen zo’n blok.

Dit was een erg leuke opdracht die je misschien ook eens kunt proberen: We kregen een pagina vol woorden, hele gewone woorden, in vier kolommen. Misschien wel honderd losse woorden die geen verband hadden met elkaar. Daarvan moesten we nieuwe woorden maken door twee woorden van de lijst samen te voegen. Alles wat bij ons opkwam. Bijvoorbeeld ‘mist’ en ‘engel’ (beiden op de lijst) werd ‘mistengel’, ‘pijn’ en ‘anker’ werden ‘ankerpijn’. Zo hadden we (ieder voor zich) in een kwartier tijd veel nieuwe woorden gemaakt. Vervolgens gingen we ons gezamenlijk afvragen wat we ons bij bepaalde woorden konden voorstellen. Mistengel klinkt mij bijvoorbeeld erg droevig in de oren. Een ongrijpbare engel van mist.

De uiteindelijke opdracht was: maak een gedicht met minimaal twee en maximaal vier van deze ‘verzonnen’ woorden en dit gedichtje kwam daaruit voort.


Mistengel

.

Je gezichtje, je geur,

je schaterlach

.

Vingers knijpen, zonder grip

Een hand reikt, mist

.

Verloren op een pijnzee

proef ik het zout op mijn lippen

.

In wanhoopswaarheid

druk ik je tegen mijn borst

laat je nooit meer los

.

Streel je, kusje

en sus je

in je eeuwige aaislaap


Kill your darlings: Door de ogen van Lisa

Voor de nieuwkomers: er zijn een aantal verhalen (van dates) die het boek New York in 40 dates niet hebben gehaald. Schrijven is schrappen. Kill your darlings. Ik wil hier een paar van deze verhalen alsnog met je delen.

Dit is een ongewone blogpost, het is namelijk geschreven door een vriendin van mij: Lisa.

Zoals jullie misschien weten is mijn boek gebaseerd op een afgeschermd blog dat ik in New York bijhield, in het Engels. Lisa was destijds een maand bij mij in New York en zij is mee geweest op één van mijn dates (met goedkeuring van de jongeman, Mick, in kwestie uiteraard) en heeft daarover een verhaaltje geschreven op mijn blog. Haar bijdrage (hieronder) heb ik wel zelf vertaald want Lisa is Australische. In de tijd waarover wij spreken (2009) woonde zij nog in Nederland.


Door de ogen van Lisa

New York, Augustus 2009

Tussen twee conferentie in de West Coast in, krijg ik de kans om New York City een maand lang mee te maken en tijd door te brengen met Miss Diana. Ze had me al gewaarschuwd dat ik haar zou vergezellen op een date, wat me enerzijds intrigeerde, anderzijds zorgen baarde.

‘Maak je geen zorgen,’ zegt Diana, ‘het is een vriendschappelijke date met iemand die buiten de stad woont, in Washington. We gaan gewoon wat eten en daarna dansen in The Village Underground. Gewoon gezellig.’

‘Bovendien,’ gaat ze verder, ‘gaat hij binnenkort naar Nederland, dus hij wil wat tips mee krijgen.’

We ontmoeten hem, Mick, voor de ingang van La Lanterna di Vittorio, waar we wat eten. Hij is vrolijk en charmant, heeft humor en is erg op zijn gemak na twee biertjes.

Ik ben benieuwd hoe het werkt, ik wil achterover leunen en eens observeren hoe dit er aan toe gaat bij een Amerikaanse date. Het is eigenlijk best interessant. Eerst komen de standaard vragen zoals wat iemand doet, waar ze vandaan komen enzovoort. Het blijkt dat Mick een interessante baan heeft waarbij hij geluidsinstallaties verhuurd en opzet voor bands. De trip naar Nederland is onderdeel van een Europese tour van een Amerikaanse band waar wij nog nooit van gehoord hebben. De hoerenbuurt en de seks shops in Amsterdam komen aan de orde en Mick vindt het bijzonder opwindend om te horen dat vrouwen in Amsterdam de seks shops bezoeken op zoek naar speeltjes en dergelijke. Iets dat in Amerika, in ieder geval buiten New York, nog bijzonder is. Buiten New York is Amerika, in ieder geval aan de oppervlakte, behoorlijk conservatief.

Wanneer de wijn sneller stroomt, komen de interessante onderwerpen aan de orde – gestuurd door scherpe vragen van Miss D – en eenmaal op het onderwerp ‘seks’ komt Mick met een intrigerend verhaal over een verhouding die hij tot voor kort met een oudere vrouw onderhield. Hij had de vrouw op Adult Friend Finder website ontmoet, ze was getrouwd en minstens tien jaar ouder. Op een dag had ze gevraagd of Mick het erg vond als haar man – verlamd vanaf zijn middel – toekeek. Vanaf die tijd en voor een aantal jaar, zat hij in een fascinerende driehoeksverhouding waarin hij seks had met deze vrouw en merkte dat hij extra zijn best deed omdat haar man toekeek. Hij was er behoorlijk kapot van toen het koppel naar een andere Amerikaanse staat verhuisde en er een einde kwam aan deze bijzondere ménage a trois.

Na het eten verhuizen we naar The Village Underground om de hoek en nestelen ons in een van de cabines nabij de dansvloer. We vermaken ons uitstekend, drinken, dansen, kletsen voor zover mogelijk met de herrie. Diana is inmiddels afgedwaald en heeft meer interesse in de vaste bezoekers van The Village Underground, vermaakt zich op de dansvloer en klets hier en daar met de bandleden. Vanuit mijn ooghoek zie ik dat een aantrekkelijke blonde vrouw Mick in de gaten houdt vanaf haar aangrenzende zithoek en vanaf de dansvloer.

‘Luister,’ roep ik, inmiddels aardig aangeschoten, in Micks oor, ‘je gaat niet met ons mee naar huis, maar die vrouw daar, die heeft haar oog op je laten vallen en het is echt een stoot!’

Geen reactie. Dan besef ik dat hij wel degelijk iemand in het vizier heeft, maar het is niet de blonde stoot. Het is de vrouw van in de vijftig die de blonde stoot bij zich heeft. Deze jongeman van nog geen veertig heeft duidelijk een voorkeur ontwikkeld.

Na veel drank, veel gezelligheid, dansen, lachen en flirten – Diana nog kalm en geraffineerd – stoppen we Mick in een taxi naar zijn hotel en draven wij de trappen van de metro af om de F-lijn naar huis te pakken.

Het zou zo maar een kunnen zijn dat Mick heel andere verwachtingen had over de afloop van deze avond want hij laat nooit meer iets van zich horen, ook niet na een vriendelijk berichtje de volgende dag waarin Diana hem bedankt voor een gezellige avond en een leuke ontmoeting. Het kan ook zijn dat hij z’n hotel nooit gehaald heeft.

Ik kan me helemaal voorstellen hoe deze Amerikaanse dating scene een manier van leven kan zijn; je ontmoet nieuwe mensen, hoort verschillende verhalen en leert hoe mensen verschillend in het leven staan, wellicht met wat fysieke voldoening aan het eind van de avond.

Aan de andere kant kan ik me ook voorstellen dat je er op een gegeven moment een beetje blasé van wordt; telkens hetzelfde riedeltje afspelen, hetzelfde spel spelen. Ik denk dat het er aan ligt wat je zoekt en in hoeverre je geïnteresseerd bent om al de verschillende verhalen te horen en te leren kennen.

Voor wat hoort wat

Alwéér een KLM upgrade naar businessclass! Zou ik misschien op een geheime KLM lijst staan genaamd “upgraden indien mogelijk”? Whoohoo! Oké, het was een vlucht van 45 minuten van Rotterdam Airport naar London City (operated by Cityjet), maar toch weer erg fijn.

‘Wat is eigenlijk het verschil tussen de gewone klasse en de businessclass bij zo’n korte vlucht?’ vroeg mijn Britse collega toen ik op kantoor in Londen aankwam en het heuglijke nieuws deelde. Dit in antwoord op zijn vraag of ik een goede vlucht had gehad.

‘De mannen zijn aantrekkelijker in businessclass,’ zei ik met een brede grijns. Verder maakt het inderdaad niet zo heel erg veel uit, hoewel er in businessclass niemand op de middelste stoel zit, dus de aantrekkelijk grijzende zakenman naast mij en ik hadden alle ruimte om af en toe een steelse blik uit te wisselen, want wat moet je anders doen op een vlucht van 45 minuten waarin je nèt genoeg tijd hebt om je hete koffie achterover te slaan.

Maar goed, het is niet alleen maar rozengeur en maneschijn, alles is uiteindelijk in evenwicht. Voor wat, hoort wat, denk ik dan. Zo zit ik nu bijvoorbeeld in een absurd klein hotelkamertje. Het is nog net geen jeugdhostel. Mijn eigen schuld hoor, ik moest en zou een goedkope hotelkamer uitproberen in de buurt van ons kantoor in Londen. En er is ook eigenlijk niets mis mee, maar het is allemaal zo basic dat ik er om moet lachen. De kamer is twee bij drie meter, dat heb ik met grote passen uitgemeten. Ik wilde mijn jas in de kast ophangen, maar dat bleek het toilet te zijn waarvan de stortbak een kwartier nodig heeft om zich weer te vullen. De andere kast is de badkamer waarin geen ruimte is om de handdoek op te hangen, dus die ligt op bed. Er staat een smalle kledingkast aan het voeteind van het eenpersoonsbed, zo eentje die nog net niet van karton is en die ik met mijn grote teen kan verplaatsen als ik in bed lig. Verder hebben ze er een minibureautje met stoel en zelfs een nachtkastje (met bijbel!) in weten te passen. Ik heb dan weer wel een minitelevisie, een waterkoker – dat vind ik altijd erg fijn – en een poëtisch uitzicht op een langzaam verkleurende kastanjeboom. Dat dan weer wel. Internet toegang en het ontbijt zijn inbegrepen en dat alles voor 81 euro! Nou, voor Londen is dat echt goedkoop. Niet alleen voor Londen trouwens.

Ik loop vaak te mopperen dat je bij zo veel dure hotels ook nog moet betalen voor internet. Schande. Of dat je apart moet betalen voor het ontbijt en dat zijn dan belachelijke prijzen, waarvan hotel De L’Europe in Amsterdam (in mijn ervaring) de kroon spant door 30 euro te vragen voor het ontbijt. Dér-tig euro! Daar kun je ook een hele behoorlijke biefstuk van gaan eten.

Hoe goedkoper het hotel, hoe meer er bij de prijs is inbegrepen lijkt het wel. Voor wat hoort wat. Nee hoor, ik zit hier goed hoor met m’n waterkokertje en mijn gratis internet en mijn plaskast.

Oppeppers voor de afvallers

Het is vandaag 1 oktober; een mooie dag om jullie op de hoogte te brengen van wat er tot nu toe van mijn goede voornemens terecht gekomen is. Ik schreef begin juli, in de blog post “Mijn tweede boek, in grote ‘lijnen’”, dat ik vloekend en tierend in mijn badkamer stond. Ik schreef over gewicht en afvallen en boeken daarover kunnen schrijven enzo.

WeegschaalSinds ik 1 juli jl. de afval-draad weer heb opgepakt, zijn er weer 10 kilo af. Dat brengt het totaal naar 28 kilo sinds ik 16 maanden geleden de knop voorgoed heb omgezet, dus daar ben ik heel tevreden over. (Maar waarom begint het grote slinken altijd bij de cupmaat? Dat is dan weer zo jammer.)

De meest gestelde vraag: ‘Welk dieet volg je dan?’ of ‘Wat doe je dan?’ Dus laat ik het hier beantwoorden, wellicht heeft iemand er iets aan.

Ik volg geen speciaal dieet, laat ik dat voorop stellen. Er zijn drie ‘gouden regels’ die mij helpen met afvallen en ik gebruik het laatste punt om gemotiveerd te blijven;

  • Ik laat de alcohol (zo veel mogelijk) staan. Het zijn loze calorieën, maar vooral: je lever is het enige orgaan dat vet afbreekt en ook het enige orgaan dat alcohol afbreekt. Het is dus het één of het ander. Als je drinkt zit je jezelf dubbelop dwars. Laatst had ik trouwens een avondje ‘vrij’ (een bewuste keuze om te drinken die avond) en ik was al heel snel, heel erg dronken. Ik was het niet meer gewend en bovendien ben ik inmiddels een stuk lichter, dus ja, die kwam hard aan. Ik wist meteen weer wat de andere reden was om niet te drinken: de kater! Om maar niet te spreken van het feit dat ik Henk de hele avond John heb genoemd, vier keer heb gevraagd hoe Marianne ook al weer heet en de hele avond bij deez en geen om zijn of haar nek heb gehangen want ik word nog lichamelijker als ik dronken ben. Het was een glansrijke vertolking van ‘de dronken schrijfster’, al zeg ik het zelf. (Sorry, Henk!)
  • Eet wat je wilt, maar houd voor de grap eens de calorieën bij. Er bestaan voldoende gratis apps om dit te doen, zelf gebruik ik MyNetDiary Pro waar ik eenmalig een paar euro voor betaald heb. Als je je bewust wordt van de loze calorieën (brandstof maar geen voedingstof) die er ongemerkt ingaan, dan ga je vanzelf andere keuzes maken. 20 snoeptomaatjes of een klein stukje chocola… tja… als je echt trek hebt, dan weet je het wel. Ik kan je vertellen dat ik ontzettend veel groente eet. Weinig koolhydraten, weinig zuivel, weinig vlees. Ik mijd niets behalve geraffineerde suiker en al die bewerkte producten, maar die vind ik ook echt niet lekker meer. Ik eet veel eerlijke, pure producten. Had ik al gezegd veel groente?
  • Beweeg! Ja, duh! Maar echt he?! Richt je ook op het ontwikkelen van spieren want spieren verbranden meer energie, ook als je achter je bureau zit. Een stuk wandelen is prima, maar werk dus ook aan je spieren. Dat hoeft niet ingewikkeld te zijn, kijk maar eens op youtube voor oefeningen die je gewoon thuis kunt doen zonder apparaten. Ik heb een tijd gewerkt met een personal trainer, maar ik begrijp heel goed dat niet iedereen die investering wil of kan maken.
  • Heel belangrijk: Straf jezelf niet om je zwakke momenten, maar beloon je overwinningen. Geef jezelf punten bijvoorbeeld. Hoe lastiger je iets vindt, hoe meer punten je er mee kunt verdienen. Dit heb ik uit Dromen, durven, doen van Ben Tiggelaar. Ik beloon mezelf bijvoorbeeld voor het traplopen op het werk (7de verdieping!) in plaats van de lift, ik beloon mezelf voor een dag niet drinken, voor het bijhouden van mijn calorieën, en ga zo maar door. Bedenk je eigen puntensysteem en bedenk je eigen beloningen voor het behalen van een bepaald aantal punten of mijlpalen. Maak het jezelf niet te moeilijk en niet te makkelijk, ik bedoel, de beloningen moeten uitdagend maar ook realistisch zijn.

In mijn vakantie heb ik Het antidieetboek gelezen en daar staat voor een groot deel in wat ik eigenlijk al had ontdekt en wat ik min of meer zelf ook in een boek zou willen zetten. Dus dat boek schrijven, dat ligt even op de plank. Ten eerste wil ik natuurlijk niet schrijven wat er al geschreven is, en ten tweede omdat ik er naast mijn baan en mijn studie (en het sporten!) even geen tijd voor heb. Maar hopelijk hebben jullie hier vast wat aan!