De OV-chipkaart

Ergens vind ik het wel jammer, dat de zuilen voor de OV-chipkaart op stations worden vervangen door de poortjes. Het voordeel is natuurlijk dat je niet snel meer zult vergeten uit te checken, maar ik zal de opa’s, oma’s en andersoortige geliefden missen die op het perron staan terwijl de vertrekkende mensen zich nestelen in een plekje bij het raam.

De vertrekkers praten vaak nog tegen de persoon op het perron door het drie-dubbeldikke veiligheidsglas, op een speciaal voor deze gelegenheid, gedempte toon omdat ze ook wel weten dat de achterblijvers ze niet kunnen horen, maar hopen dat deze kunnen liplezen. Mensen zwaaien naar elkaar, werpen handkusjes, de persoon op het perron kijkt opzij om te zien of de deuren nu eindelijk dicht gaan. Nog een keer zwaaien. ‘Nou, dag! Dag!’ Dat gaat dus niet meer. Nu moet men afscheid gaan nemen bij de poortjes, net als bij de douane op Schiphol.

Ook zal ik de wonderlijke choreografie missen van de mensen die tegen de zuilen aan staan te rijden omdat de portemonnee met OV-chipkaart in een broekzak of jaszak zit. De zuilen hebben heel wat kruisen/kruizen (mag allebei) en billen gepresenteerd gekregen, maar ook dit zal niet vaak meer gebeuren helaas.

De OV-chipkaart is in 2005 voor het eerst geïntroduceerd in Rotterdam, maar heeft pas in 2011 de strippenkaarten in heel Nederland vervangen. In de jaren 2007 tot en met 2010 zat ik in New York en ik weet nog dat ik het allemaal maar lastig vond als ik in Nederland op bezoek was, zo zonder OV-chipkaart. Het heeft ook erg lang geduurd voor ik een kaart op naam heb aangevraagd toen ik weer in Nederland woonde, daar moest ik eerst een anonieme kaart met nog 75 euro tegoed voor verliezen trouwens, ik hoop dat iemand die dit hard kon gebruiken hem gevonden heeft.

Nog steeds vind ik het huidige systeem een obstakel voor toeristen en dat vind ik jammer; andere wereldsteden lijken dat toch beter geregeld te hebben. De anonieme kaart die eenieder gewoon bij de automaat kan kopen, zou een prima oplossing kunnen zijn voor toeristen, ware het niet dat, om deze te kunnen gebruiken voor de NS, er minimaal 20 euro op moet staan. Dat vind ik nogal wat, want als je na je weekendje Amsterdam de trein naar Schiphol wilt pakken, eindig je dus met zo’n 16 euro op je kaart waar je niets meer aan hebt. Dus kun je beter losse treinkaartjes kopen, maar word je afgestraft als je alleen met creditcard kunt betalen of als je in de lange rij gaat staan voor het loket, want bij beide betaal je 50 cent extra als ik het mij goed herinner. Dat is toch niet aardig?

Overigens, op station Dordrecht kun je óf naar beneden – via de spoortunnel – naar de uitgang, óf je kunt de trap op en dan via een loopbrug boven de sporen langs naar buiten. Afgelopen januari waren de zuilen op de loopbrug net vervangen door poortjes. Ik kwam laat terug uit Amsterdam toen ik ze voor het eerst zag en heb er hartelijk om staan lachen: twee van de drie poortjes waren voor rolstoelgebruikers, één voor ARRIVA en één voor de NS. Heel attent, ware het niet dat er geen lift was en er dus nooit een rolstoelgebruiker gebruik zou gaan maken van de spoorwegovergang.

Van de week nam ik weer de spoorwegovergang en ik zag dat de poortjes inmiddels waren vervangen door drie ‘standaard’ poortjes. Wat had ik graag de gezichten willen zien van de mensen die hier over gaan, op het moment dat ze zich de vergissing realiseerden…

Tinder #2

Ik zat laatst – een beetje uit verveling eigenlijk, maar dat zeggen ze allemaal – weer eens op Tinder te kijken. Ik had mezelf uit de zoekresultaten gehaald omdat ik ‘op m’n flikker’ had gekregen van een recente, veelbelovende match die erg verbolgen was over het feit dat ik in de komende weken geen tijd had om af te spreken. ‘Misschien moet je je profiel aanpassen,’ schreef hij en verbrak de verbinding (lees: de match).

Laat me even uitleggen hoe Tinder werkt, en wat de termen inhouden, voor degene die zich, om wat voor reden dan ook, nooit hebben verdiept in Tinder: Je ziet eenvoudige profielen, in eerste instantie alleen een foto, als je de foto aanklikt, zie je hopelijk ook nog een leuk verhaaltje en wat meer foto’s. Je kunt aangeven: ‘like’ of ‘nope’ (respectievelijk rechts of links swipen/vegen, waar je mensen vaak over hoort).

Om te selecteren welk soort profielen je wilt zien, kun je aangeven: het geslacht waar je in geïnteresseerd bent, de maximale afstand tot jouw huidige locatie (bij de gratis versie, bij een betaalde versie mag je geloof ik een stad kiezen) en de leeftijdscategorie waarin je zoekt.

Als je aangeeft dat je iemand leuk vindt, gebeurt er nog niets. Pas als de ander aangeeft dat deze jou ook leuk vindt, heb je een ‘match’ en kun je elkaar berichten sturen. Er zijn voldoende heren (en wellicht ook dames) die gewoon iedereen als ‘leuk’ markeren en kijken wie er bijt, dan pas kijken ze of ze interesse hebben. Lekker veilig voor je ego, lekker laf. Maar goed.

Je kunt je profiel uit de zoekresultaten halen, dan ben je niet zichtbaar, maar dan kun je ook niets zien. Dat is wel handig gedaan van de app. Je kunt dus niet stiekem kijken wie er op zit; je moet zelf ook zichtbaar zijn voor anderen.

Vaak roepen mensen ‘oh, die seks-app’ maar dat vind ik dus echt onzin, de app is wat je er zelf van maakt en ik heb er vooral erg leuke mensen ontmoet, gewoon voor een koffie of een borrel.

Goed, lange introductie, maar dan begrijpen we elkaar tenminste.

Laatst zat ik dus op de bank en dacht weer eens door Tinder te gaan bladeren, dit keer – geheel tegen mijn principes in – vanuit huis. Normaal zet ik Tinder alleen aan als ik in Amsterdam ben, meer vrijgezellen en anonimiteit van de grote stad.

Nu weet ik ook weer waarom ik bijna nooit op Tinder kijk als ik thuis ben; ik kom veel te veel bekende gezichten tegen; collega’s, buren, kennissen, de man van de winkel, en ja, zelfs familie.

Een buurman of een bekend gezicht uit de stad, nou ja, dat vind ik natuurlijk niet erg. Bij collega’s wordt het al wat ongemakkelijker, maar helemaal ongemakkelijk wordt het als je bekenden ziet waarvan je dacht dat ze getrouwd waren, of zelfs zeker weet dat ze dat nog zijn. Ieder zijn ding natuurlijk, none of my business, maar dan ben ik toch even van mijn stuk gebracht.

Vreemder nog, kwam ik nu achter, is het om een bekende tegen te komen op Tinder die je eigenlijk al een tijdje erg leuk vindt en die je dat misschien, een paar jaar geleden, in een dronken bui ook wel eens hebt verteld. Maar helemaal zeker weet je dat niet meer.

Ik weet niet meer of ik ‘like’ heb gezegd, of uit schrik ‘nope’. Wat ik wel zeker weet is dat ik snel mijn profiel weer heb uitgezet en sindsdien niet meer op Tinder ben geweest.

Niet lang nadat ik de man in kwestie op Tinder heb gezien kom ik hem in persoon tegen.

Hij fiets voorbij en steekt een hand op. ‘Hoi!’

Ik steek een hand op (cool doen nu). ‘Hoi!’

Kijkt hij me iets langer aan dan anders, of verbeeld ik me dat nou? Zou hij mij ook gezien hebben op Tinder?

Ja, shit, en nu? Ik kan moeilijk op hem afstappen en zeggen “Hé, ik… uhm… zag dat je ook op Tinder zat, misschien moeten wij maar eens… uhm…” wink wink. Het kan wel, maar dat doe ik dus niet. Nou ja, misschien als ik weer eens een borrel teveel op heb en hem tegenkom.

Voorlopig leven we weer gewoon langs elkaar heen zoals we dat de afgelopen twintig jaar hebben gedaan, maar dan met het ongemakkelijke besef dat ik weet dat hij op Tinder zit en ik niet weet of hij weet dat ik op Tinder zit en als hij dat weet dan weet hij niet of ik weet dat hij op Tinder zit…

Kortom: het is weer precies zo verwarrend als op de middelbare school.

Tinder, bedankt!

 

Alzheimer

Jan Jansen is een van de meest flamboyante figuren van Dordrecht. Jean Jacques, zoals hij zichzelf graag met veel flair voorstelt. Een energieke man, charmeur eerste klas. Sikje, dasje, wilde grijze krullen. Hij is slank en niet erg groot. Hij zal inmiddels dik in de zeventig zijn, maar is moeilijk in te schatten.

Wat hij doet of deed heb ik nooit goed begrepen, iets met kunst. Ik kwam hem vroeger vaak in de trein tegen, naar Rotterdam, toen ik nog in Rotterdam studeerde. Dan keken we elkaar alleen maar aan, in de rookcoupé. Hij glimlachte schalks naar me.

‘Als jij binnenkomt,’ vertrouwde Jean Jacques mij ooit een keer toe na een paar glaasjes port in het lokale café, ‘dan kom jij binnen!’ Hij maakte zich groot, zwaaide met zijn armen in het rond.

Altijd stond hij midden op de dansvloer bij de Dordtse Jazz Sociëteit, draaide telkens weer een andere dame zwierig in het rond, was altijd zo trots als een pauw. Hij hield van ons allemaal, alle vrouwen.

Vanochtend kom ik hem tegen. Hij is met een jongere man – het zou zijn zoon kunnen zijn – die iets weg wil gooien in de prullenbak aan de overkant en voor hem uitsnelt. Halverwege de straat kruisen Jan en ik elkaar.

‘Hallo!’ zeg ik monter.

‘Halloooo!’ Hij staat stil, recht zijn rug. Zijn ogen worden groot, ogen die hun glans nooit hebben verloren. Hij kijkt mij stralend aan. ‘Kent u mij dus?’

Ouch!

Ik lach onbeholpen, ben van mijn stuk gebracht. ‘Ja. Ha ha.’ Maar het voelt als een stomp in mijn maag.

Ah nee! Alzheimer?! Echt?! Jean Jacques ook al?! Sh*t!

Het is opvallend hoeveel mensen in mijn omgeving het laatste half jaar te maken hebben gekregen met alzheimer, zij het zijzelf of hun ouders. Het lijkt wel een virus. Kanker, hersenbloeding of alzheimer. Schering en inslag.

Een beetje educatie, geleend van wikipedia: In 1901 beschreef de Duitse psychiater neuropatholoog Alois Alzheimer voor de eerste keer de ziekte. De patiënt was een 50-jarige vrouw met de naam Auguste Deter, die in dat jaar opgenomen was in de psychiatrische inrichting. Alois Alzheimer begeleidde de vrouw tijdens haar ziekenhuisopname en was geïnteresseerd in de zaak. Na haar dood in 1906 deed hij een autopsie op haar hersenen en beschreef eiwitophopingen – amyloïde plaques – aan de buitenkant en rondom de hersencellen. Binnenin de hersencellen bemerkte hij de aanwezigheid van kluwen vezels, de neurofibrillaire kluwen.

Er is nu geen enkel geneesmiddel dat de ziekte van Alzheimer kan genezen. Voorgeschreven middelen bestrijden voornamelijk de symptomen en of vertragen het ziekteverloop. Er wordt volop onderzoek gedaan naar een medicijn voor Alzheimer.

In Nederland hebben ruim 270.000 mensen dementie (januari 2016). Als je meer over dementie en alzheimer in Nederland wil weten, kijk dan op de site van Alzheimer Nederland.

Hier vind je een factsheet, cijfers rond dementie in Nederland. Heel interessant.

Om dit zeer droevige onderwerp toch op een vrolijke noot te eindigen: Het magazine voor donateurs van Alzheimer Nederland heet “Alz…”

Dan moet ik tegen beter weten in toch lachen. Dat vind ik humor. Briljant.

 

Aan de bar bij Hoppe #1

‘Zo, dus jullie hebben elkaar gevonden,’ zegt de oude man.

Bas en ik kijken elkaar aan. Ik begrijp waar de man het over heeft, maar Bas heeft werkelijk geen idee. Ik knijp mijn ogen toe en laat Bas weten dat hij deze aan mij over kan laten.

‘Ja,’ antwoord ik. Opgelost.

Ik heb helemaal geen zin om de beste man uit te leggen dat ik Bas tot anderhalve minuut geleden helemaal niet kende, en dat ik helemaal niet op zoek was naar Bas.

‘Jahaa,’ zegt hij tegen Bas, die hem nu aankijkt, ‘ik zag haar wel kijken hoor. Maar jullie hebben elkaar gevonden. Fijn.’

Bas draait zich terug naar mij en kijkt mij met grote ogen aan. Waar gáát dit over, zie ik hem denken.

Twee minuten geleden kwam ik via de zijingang het Amsterdamse café Hoppe binnen. De zijingang zit aan de Heisteeg, de hoofdingang zit aan de Spuistraat, of aan ’t Spui eigenlijk. Ik heb afgesproken met Esther en scan de zaak of ik haar al zie. Vanuit mijn ooghoek zie ik de oude man zitten en mij aandachtig opnemen. Ik heb hem wel gezien, ook al doe ik net alsof dat niet zo is, want hij heeft zijn mond al geopend om iets te zeggen, al weet hij zelf nog niet wat.

Ik loop door daar voren, naar de hoofdingang en wring me in een plekje aan de bar. Ronald, achter de bar, geeft me drie zoenen en vraagt wat ik wil drinken. Chardonnay vandaag. Ik stuur Esther een whatsapp berichtje dat ik voorin sta.

‘Zo,’ begint de lange man naast mij zodra ik de telefoon weer in mijn zak stop, ‘ook tijd aan het overbruggen?’ Ik kijk hem vragend aan. ‘Omdat je hier alleen bent,’ voegt hij er aan toe.

‘Ik wacht op iemand, ja.’ Dat kwam er misschien iets onvriendelijker uit dan ik bedoelde. Ik corrigeer mijn toon: ‘Jij bent ook tijd aan het overbruggen dus?’

‘Ja.’

‘Van wat naar wat dan?’ vraag ik.

‘Ik kom net van kantoor, hier om de hoek. Ik ga zo maar ergens wat eten denk ik.’

Ik wil hem zeggen dat dat geen overbruggen is, want overbruggen doe je van de ene afspraak naar de andere afspraak. Niet van een afspraak naar geen afspraak. Maar goed, ik houd mijn gedachten voor me, want ze klinken erg betweterig en mierenneukerig.

‘Oh,’ zeg ik dus alleen maar. Voor ik kan vragen wat hij voor werk doet, want het is zaterdagmiddag, en dat zijn geen kantoortijden, worden we onderbroken door de oude man. Hij steunt op zijn wandelstok wanneer hij voorbij loopt en ons laat weten hoe fijn hij het vindt dat twee (relatief) jonge mensen elkaar gevonden hebben. Achter de man loopt een mooie oudere dame. Statig, keurig gekleed en keurig opgemaakt, met een vage glimlach om haar mond en een beleefd afwezige blik. Een vrouw die al minstens vijftig jaar deze glimlach opzet als haar man vreemden aanspreekt, met dergelijke goedbedoelde maar nietszeggende opmerkingen. Die twee hebben elkaar ook gevonden.

Hè, fijn.

 

Pensioneren

Veel mensen zijn jaloers op mijn baan, en zeker in een tijd dat zo veel mensen geen baan hebben, mag ik natuurlijk in mijn handjes knijpen, want laten we wel wezen: terwijl Nederland na één dag lente van schrik meteen weer natgeregend wordt, zit ik lekker met mijn aanzienlijke achterwerk op een bankje langs de haven van Faro, Portugal. Met gemak 23 graden in het zonnetje.

Daar staat dan wel tegenover dat ik in mijn eentje op dat bankje zit, alleen achter een glas wijn, alleen aan het avondeten en alleen aan het ontbijt. Dat is heus niet altijd leuk. Nou ja, boehoe, ik wil alleen maar even aangeven dat het ook echt geen vakantie is.

Ik had een directe vlucht vanaf Rotterdam The Hague Airport naar Faro, dat is ontzettend fijn! Met Transavia, dat is dan een beetje jammer. Hele vriendelijke bemanning, geen verkeerd woord daarover, maar het is wel een beetje proppen in zo’n vliegtuig. En erg streng met de bagage natuurlijk, maar dat weten we. Het meisje doet ook maar gewoon haar werk en uiteindelijk heeft ze me toch weer gematst, dus nogmaals: geen verkeerd woord over de mensen van Transavia. Ik ben gewoon te groot voor de Transavia vluchten. Zal ik het zo stellen?

Op de vlucht naar Faro ben ik in ieder geval een van de jongste. Vergrijsd Nederland trekt massaal de Algarve in, en geef ze eens ongelijk: zon, zee, hartelijke mensen, lekker eten, en goedkoop! Vriendelijke heren van in de zestig en in de zeventig nemen mij gemoedelijk op, een knipoog hier en daar. De vrouwen pakken boterhammen uit, lezen tijdschriften of spelen Candy Crush. Het stel dat naast mij in het vliegtuig zit, koopt een wijntje bij hun broodje zalm. Weer een knipoog.

Nadat ik, eenmaal in het prachtige, lieflijke Faro, een rondje heb gelopen en even het zonnetje heb meegepikt, haal ik wat te eten en te drinken bij de supermarkt. Er staat wel ‘supermercado’ op de gevel, maar ik overdrijf niet als ik zeg dat 90% van het oppervlak van de winkel is gevuld met drank. Het is dus een slijterij die ook wat kaas en nootjes verkoopt. De eigenaar van de winkel ontkurkt de fles witte wijn voor me, want een kurkentrekken heb ik niet bij me. Ik werk die avond, ik word erg productief van hotelkamers. Er is weinig anders te doen en TV kijken interesseert me niet.

’s Ochtends aan het ontbijt is het rustiger dan ik had verwacht. Ik ben natuurlijk zakentijden gewend, geen pensionado-tijden. Of misschien zijn ze al geweest en zijn ze weer even terug in bed gekropen. Heerlijk lijkt me dat, pensioneren.

De mannen die er zijn aan het ontbijt eten met concentratie, de vrouwen spelen Candy Crush op de tablet. Hetzelfde als thuis, denk ik dan, maar dan met betere temperaturen en een veel beter uitzicht. Een Engelse vrouw van eind zestig praat hard en met volle mond tegen haar man. Het is een onsmakelijk gezicht en gehoor, je hoort dat de broodkruimels in het rond vliegen.

Ik ga maar eens aan het werk. Nog 26 jaar tot aan mijn pensioen. Hoe zou het er hier dan uitzien? Dan zijn we met 9 miljard mensen op de planeet. Waar gaan we dan heen voor onze rust? De maan?

Overpeinzingen #1

Ik ben helemaal van slag deze week, maandag ben ik vrij en samen met dat uurtje dat we zaterdag/zondag nacht hebben moeten inleveren, ben ik de weg een beetje kwijt. Op maandag denk ik dat het zondag is, dinsdag denk ik dat het maandag is, enzovoort. Het is alweer donderdag kwam ik dus tot mijn grote schrik achter. Tijd voor mijn wekelijkse blogpost!

Een kleine anekdote vandaag, grote gedachten: ik werd van de week, op een ochtend, gepasseerd door een hele dunne, donkere jongeman. Ik was op weg naar mijn werk, en ik stond onderweg bij een pinautomaat geld te pinnen. Ik zag hem vanuit mijn ooghoek. Hij liep mij voorbij met een soepelheid waar ik jaloers op kan zijn, op een beat die ik niet hoorde.

Ik had hem alleen nog maar geregistreerd, geen bewust beeld van hem gevormd tot hij, nadat hij mij voorbijgelopen was, heel hard riep, naar niemand in het bijzonder: ‘I am so disappointed with myself.

En dan gaan de radartjes werken natuurlijk.

Ik denk: Hij is waarschijnlijk op weg naar de dagopvang van het Leger des Heils. Dat zit om de hoek. Maar waarom is hij teleurgesteld in zichzelf? Wat heeft hij dan gedaan? Of welke foute gedachten onderdrukt hij met deze kreet?

En wat sneu eigenlijk, want het is nogal wat om teleurgesteld in jezelf te zijn. Dat is, vind ik, erger dan dat een ander teleurgesteld in je is, of dat jij teleurgesteld bent in een ander. Teleurgesteld zijn betekent dat je verwachtingen had, en aan die verwachtingen is niet voldaan.

Verwachtingen van een ander hebben of dat een ander verwachtingen van jou heeft, is een ontzettend ingewikkeld iets. Welke verwachtingen mag je hebben van een ander, hoe eerlijk is dat? En in hoeverre moet je voldoen aan verwachtingen die een ander van jou heeft? Heb je die verwachtingen zelf geschapen? Dan zul je die toch moeten inlossen. Geen dingen beloven die je niet waar kunt maken. Of heeft die persoon ongevraagd verwachtingen van je en zijn die dan dus eigenlijk niet jouw probleem?

Ik vind het lastig.

Maar… verwachtingen van jezelf hebben, tja, daar kun je niet omheen. Daar kun je ook wel allemaal excuses voor verzinnen, maar daar heb je dan alleen jezelf mee.

Ik ben ook regelmatig teleurgesteld in mezelf, ik roep het alleen niet uit. Ik loop hoofdschuddend door mijn huis: Verdorie, Diaan, had je nou niet gewoon meteen kunnen opstaan toen de wekker ging? En wat heb je nou de hele zondag gedaan? Dan had je toch ook wel naar de sportschool kunnen gaan? Of op z’n minst je huiswerk! Om maar een paar terugkerende teleurstellingen de revue te laten passeren. Andere gaan veel dieper, die hebben te maken met waarden en normen.

De fundamentele verwachtingen die je van jezelf hebt, laten je weten welke persoon je graag zou willen zijn. Als je dan teleurgesteld bent in jezelf, ja, dat is pijnlijk!

Nou ja, en dat allemaal op de vroege ochtend, op weg naar kantoor, alleen maar omdat iemand riep: ‘I am so disappointed with myself.

Dat is dan mijn wereldje.

 

Religie

facebookTussen verschrikkelijke, actuele beelden en krantenkoppen, kwam ik een paar weken geleden dit plaatje tegen op facebook. Ik heb ‘m meteen gedeeld. Ik deel niet zo vaak dit soort dingen (of mijn uitgesproken mening) op facebook en ik ben het al helemaal niet zo vaak zó volkomen eens met iets, maar hier valt gewoon geen speld tussen te krijgen:

“If your religion requires that you hate someone, you need a new religion.” / “Als jouw religie vereist dat je iemand haat, dan heb je een nieuwe religie nodig.”

Ik heb het nooit begrepen, dat geruzie over religie en ik ga het ook niet oplossen binnen een blogpostje, maar met al die verschrikkelijke beelden op mijn netvlies, moet ik toch ook even mijn ei kwijt.

‘Islam zal de overheersende godsdienst worden’ hoor ik mensen met angst en beven in hun stem zeggen. Nou, en?! Ik zie het verschil tussen het katholicisme en de islam niet. Een paar extreme katholieken hebben in de geschiedenis net zulke verschrikkelijke dingen gedaan als een paar extreme moslims nu. Religie is in de kern goed (bedoeld), de regels vaak heel sociaal en barmhartig. Haat hoort er in ieder geval niet in thuis. Het kwaad schuilt altijd in het extremisme.

Laten we vooral niets tegen een religie hebben, maar laten we heel bang zijn voor intolerantie en het ontnemen van de vrije keuze. Iedereen die een religie aanhangt zou dit uit vrije wil moeten kunnen doen. We zouden een voorbeeld kunnen nemen aan de Amish waarbij jongeren tot hun zestiende officieel niet onder de kerkregels vallen. Na hun zestiende en na hun eventuele rumspringa (een jaar waarin ze alles mogen doen wat God verboden heeft), mogen ze kiezen of ze tot de Amish willen toetreden of niet. Zie hier een interessant ooggetuigenverslag in HP/De Tijd.

Zelf ben ik religieus opgevoed. Mijn opa was predikant en mijn ouders deden ook een goede poging ons wat van het christendom mee te geven. We hadden Joodse vrienden, en mijn ouders kwamen erg graag in Turkije en Marokko. Ze waren niet fanatiek met godsdienst en ook niet kieskeurig. Zo hebben we na een verhuizing rond mijn zevende jaar een beetje rond-geshopt en zijn we bij verschillende kerken geweest. Bijvoorbeeld bij de katholieke kerk waar ik, als ik het mij goed herinner, mijn eerste slokje wijn op heb. Uiteindelijk zijn we een paar jaar blijven hangen bij het Leger des Heils. Het was de enige periode in mijn jeugd waarin we trouw elke zondag naar de kerk gingen. Anders eigenlijk alleen met de Christelijke feestdagen.

Helaas betekende het Leger des Heils voor mij dat ik een uniform moest dragen, ik was namelijk jeugdsoldaat. Het uniform was al snel te krap, het was warm in de zomer, koud in de winter. Het veel te dunne, veel te strakke elastiekje van mijn jeugdsoldatenhoedje sneed in mijn kin. Het is natuurlijk jammer dat dit mijn associaties zijn met een gemeenschap die zoveel goed doet. Het idee was in ieder geval goed en heeft mijn (ik durf te zeggen) ruimdenkende kijk op religie bepaald.

Dus ja, lieve mensen, mijn mening: of het nu een hoofddoek is, een keppeltje of een hoedje, het maakt helemaal niets uit. Of moslimvrouwen nou een abaya dragen of gereformeerde vrouwen een rok, wat is het verschil? Laten we het in ieder geval over een ding eens zijn: Als religie vereist dat je iemand haat, dan heb je een nieuwe religie nodig.

 

Dublin

Wat zal ik je vertellen over mijn tripje naar Dublin? Zal ik je vertellen over de hyperactieve man die naast me in het vliegtuig zat en, minuten voor de landing, zijn telefoon aanzette zodat hij op Google Maps kon zien waar we waren?

Of zal ik je vertellen dat ik besloot de bus te nemen naar het centrum, Temple Bar, in plaats van een taxi, en dat de aantrekkelijke jongeman die mij het kaartje verkocht, stond te huppen achter zijn lessenaar buiten? Dat ik vroeg: ‘heb je het zo koud?’, dat hij zei: ‘verschrikkelijk’ en dat ik dacht dat ik hem best zou willen opwarmen, maar dat ik in plaats daarvan zei: ‘het betaalt de rekeningen, nietwaar?’ en dat hij zei: ‘ja, en het collegegeld’?

Zal ik je dan ook vertellen dat in de buurt van het centrum een man met een muts van nep bont dicht om de bus heenliep en op niet meer dan twintig centimeter afstand, slechts gescheiden door het glas, snel twee foto’s nam van het nietsvermoedende meisje voor mij en toen hard wegliep? Dat de vrouw naast mij verontwaardigd uitriep: ‘Zo, dat is nogal brutaal, nietwaar?’ Dat we de man, toen we weer wegreden, vlak naast een andere bus zagen staan en dat ik tegen mijn buurvrouw zei: ‘ik hoop dat het een wereldberoemde fotograaf is, want anders…’, dat zij zei: ‘ja, laten we hopen dat de foto’s straks als enorme billboards door de stad hangen’, en dat ik zei: ‘ja, of in het MoMa.’

Maar ik kan je natuurlijk ook vertellen over het hotel, midden in Temple Bar, waar een vriendelijk meisje mij ontving en dat ik haar zei dat het zo waaide buiten en dat ik overdreven voordeed hoe ik moeite had moeten doen mijn rokje laag te houden. Dat ze er hartelijk om moest lachen. Dat ik me verontschuldigde dat ik wat vroeg was, dat zij zei dat het geen enkel probleem was en dat ze Maria wel even zou bellen om te vragen welke kamers klaar waren. Dat ze Maria inderdaad belde en haar vroeg welke nummers ze kon vrijgeven en dat ik vervolgens drie minuten lang alleen maar hoorde: ‘Yes. Yes. Yes…’ terwijl ze de kamers aanklikte in het computersysteem. Dat ik haar wilde zeggen dat dat in ieder geval erg hoopvol klonk, maar het niet zei omdat ze bezig was. Dat ik ondertussen met fascinatie stond te kijken naar haar absurd lange wimpers, dat ik dacht dat die onmogelijk echt konden zijn en dat ik anders stik jaloers zou zijn, maar dat ik niet kon ontdekken of ze nep waren. Dat ik in discussie met mezelf stond of ik het haar zou vragen of niet, en dat ik besloot het niet te doen. Dat ik, met de sleutel in mijn hand, naar mijn kamer liep en mij afvroeg waarom toch zoveel kamermeisjes Maria heten.

Maar ik kan je ook gewoon vertellen dat ik nu op mijn hotelkamer zit, te verzinnen wat ik nu weer eens zal schrijven…

 

 

Piction (Picture + Fiction)

Misschien lees je het een dezer dagen in AD De Dordtenaar, op mijn auteur pagina of op mijn persoonlijke facebook pagina: ik heb me vastgelegd voor een volgend boek. Ik heb ideeën genoeg gelukkig, zoals een boek over verschillende diëten, of een komisch verhaal gebaseerd op het leven in mijn straat, maar naast een full-time baan en een part-time studie aan de Schrijversvakschool (Open dag op zaterdag 19 maart a.s. Kom langs!) was ik er eerlijk gezegd nog niet aan begonnen, aan dat tweede boek, maar nu moet ik wel. Nu heb ik me vastgelegd.

Het idee is afgeleid van het boek van Sanneke van Hassel, ‘Hier blijf ik’, waarin ze foto’s van Rotterdamse kunstenaars heeft gecombineerd met korte verhalen. Wow, te gek, dacht ik. Wat een leuk idee, om tekst en beeld zo te combineren. Dat wil ik ook.

Eerst dacht ik de foto’s zelf te gaan maken. Helemaal onverdienstelijk ben ik ook niet met de camera, maar toen ontmoette ik Armand Lamée, tandarts en fotograaf, of Tandograaf, zoals ik hem noem, en dacht: is het niet beter zoiets samen te doen? Niets zo motiverend als een man die je achter de broek zit, gewapend met boor en camera natuurlijk.

Het idee is dus als volgt: zwart-wit foto’s van Armand, voornamelijk straatbeelden, met daarbij telkens een verhaal van mij dat betrekking heeft op de foto. Soms zal de foto er eerst zijn en zal ik me daar door laten inspireren, soms zal er eerst een verhaal zijn en zal Armand dit proberen te verbeelden.

Salwa van der Gaag heeft mij geïnterviewd voor AD De Dordtenaar, net als een jaar geleden voor mijn eerste boek, en ze vroeg me: waar haal je je inspiratie vandaan? Ja, goede vraag. Het zijn vaak hele kleine dingen die je ziet, die je hoort: de glimlach van een kind omdat je elkaar even volledig begrijpt door één enkele blik uit te wisselen. De helft van een maf gesprek dat je opvangt in de trein. De boodschappenlijstjes die ik verzamel. Het nieuws. Een sfeerbeeld van een openbare ruimte.

‘Ik luister graag naar muziek als ik in de trein zit of over straat loop,’ vertelde ik Salwa, ‘maar nu laat ik steeds vaker mijn oordopjes uit. Ik let veel meer op mijn omgeving nu ik tientallen verhaaltjes zal moeten gaan schrijven in korte tijd.’

En natuurlijk zullen ook de foto’s van Armand mij moeten inspireren tot een stukje tekst van circa 500 woorden (beetje de lengte van deze blog post). Hopelijk hebben we binnen nu en een jaar een aardige collectie foto’s en verhalen opgebouwd en gaat dit tweede kind vorm krijgen.

Ik zou het leuk vinden als meer schrijvers en fotografen geïnspireerd raken om ook samen te gaan werken. Bestaat dat genre al? Anders doop ik het bij deze tot: Piction.

 

Kick off2
Kick off meeting met Armand Lamée

De Premier Inn

Ik zit weer in Londen, voor één nacht. Ik kom met mijn rugzakje aan in Londen in de avondspits en ervaar met afgrijzen de Londense metro op dit uur. Het heeft niets meer te maken met de gezapige, dromerige toestand van de vorige keer en alles met veel te dicht op elkaar gepakte lichamen in tunnels diep onder de grond.

Ik check in bij de Premier Inn, een relatief goedkoop hotel dicht bij kantoor, dicht bij King’s Cross station. Ik leg mijn spullen op mijn hotelkamer en ga op jacht naar iets te eten. Het is overal druk, de pubs zitten vol, het hamburgerrestaurant waar ik mijn zinnen op had gezet ook, dus loop ik weer terug naar het hotel en besluit wat te gaan eten in het restaurant van het hotel. Heel veel gezelliger dan een Van der Valk restaurant (oude stijl) ziet het er niet uit, maar het eten valt niet tegen. De bediening is in ieder geval erg vriendelijk en razendsnel. Alleen heb ik moeite hun binnensmondse Britse accent te verstaan, zeker met al het lawaai want ook hier is het druk.

‘Ik wil u graag laten weten dat het Happy Hour is, tot acht uur,’ zegt de uiterst correcte blonde vrouw in de bediening. Het is half acht. ‘Twee drankjes voor de prijs van één. Wilt u iets te drinken?’

‘Ja, een Chardonnay graag.’

‘Dat is dan twee Chardonnay.’

‘Huh?’

‘Water?’

‘Uh… Ja. Een fles water graag.’

‘En dat is dan twee flessen water.’

‘Uh… right.’

Alles wordt voor mij neergezet, twee volle glazen wijn, twee grote flessen water. Ik verberg één glas wijn achter de menukaart. Ik kijk naar mijn buurvrouw en zie dat zij gelukkig ook twee glazen wijn voor zich heeft staan.

‘Dit voelt een beetje vreemd, een beetje inhalig, vindt u ook niet?’ begin ik.

‘Ja,’ ze lacht. ‘Maar ja…We nemen het er maar van, nietwaar? Ik neem deze mee naar mijn kamer.’ Ze knikt naar het nog volle glas. Wanneer ze even later vertrekt, zeggen we in koor ‘geniet er van!’ en moeten er om lachen.

Schuin tegenover mij zitten zes Franse mannen aan een tafel. Dat ze Frans zijn, is niet te missen. Ze kennen de Fransen aan naburige tafeltjes ook. Bij elkaar een flinke groep dus. Ik kan niet verzinnen wat ze gemeen hebben, wat hen bindt. Ze zullen collega’s moeten zijn. De mogelijkheid familie of geliefden heb ik als ‘zeer onwaarschijnlijk’ afgestreept. Ze komen op mij ook niet over als een groep vrienden. Er is geen pijl op te trekken en doorgaans kan ik al snel een verhaal verzinnen bij de mensen die ik onderweg tegenkom, maar deze mannen…

Ik bestel een hamburger. Die komt snel en is te groot om goedgemanierd te kunnen eten. De zes Franse mannen kijken in toerbeurt toe hoe ik deze probeer te verorberen. Huh-huh-huh-huh! Ik kijk onverstoorbaar terug.

Voor mij zitten twee jonge Engelse mannen. Dit is niet de eerste keer dat ze hier eten, ze bestellen zonder op de kaart te kijken. De man die ik alleen op de rug zie, heeft opvallend grote, rode oren, van achteren gezien. Veel roder dan de overige huid die ik kan zien.

Achter me is een Engelse vrouw in gesprek, haar stem draagt ver en haar taalgebruik is aanstootgevend.

Ik ben een van de vier vrouwen die hier alleen aan een tafeltje zit. Met twee glazen wijn.

Iedereen zit met zijn smartphone aan tafel. Ik laat mijn vinger over mijn iPhone glijden. Niets.

‘Nee, geen toetje. Dank je,’ weet ik twee keer vol te houden tot de derde ober zonder het te vragen de dessertkaart op tafel legt.

Ah shit, doe maar een apple crumble met custard.

Morgen ga ik weer op dieet. Promise.

Anders overmorgen.