Potverdorie pepernoten

Nou ja, kruidnoten eigenlijk, maar in ieder geval suiker. Het is weer helemaal mis. Het is drugs, het is vergif, ik was er vanaf, maar nu ben ik weer een zware suikerjunk!

Het ging zo goed; sporten, gezond eten, nauwelijks alcohol, op tijd naar bed, maar ik heb het druk en dan glij ik toch weer langzaam af.

Eerst geen tijd om te sporten, maar het gezonde eten ging nog wel goed. Vlak voor de vakantie schoot dat er ook bij in en na de jetlag van New York is het met voldoende slapen ook helemaal mis. Algehele malaise dus.

Ik was op de Inspiratiedag van het UWV in juni en mocht een workshop bijwonen van een dame die het over wilskracht had. Dat we onderschatten hoeveel energie we daar voor nodig hebben. In het geval van de Inspiratiedag ging het om de wilskracht om te blijven solliciteren ondanks alle afwijzingen, maar dat geldt natuurlijk ook voor andere dingen. Als je wilskracht nodig hebt om je nieuwe baan goed te doen of om de schrijfklus goed af te ronden, dan blijft er inderdaad weinig wilskracht over om de snelle suikers te weerstaan. Dat heb ik dus gemerkt de afgelopen maanden.

Nog heel even en dan mag ik de schrijfklus in ieder geval afronden. Dat scheelt. Dan (volgende week hoop ik) kan ik weer gaan sporten en gezond eten en op tijd naar bed.

Sla me op m’n vingers als ik naar de snoep pot reik, en als je Sinterklaas spreekt, vraag dan of hij niets eetbaars voor me meeneemt. Schop me naar de sportschool. Alsjeblieft. Het moet echt weer gebeuren. Erkenning is de eerste stap, toch?

Volgende week kan ik hopelijk mijn tijd en wilskracht weer in een gezondere levensstijl investeren. Ik kijk er oprecht naar uit.

Mijn naam is Diana en ik ben verslaafd aan suikers en koolhydraten…

 

Weer op de planken

Had ik al verteld dat we begin juli 2017 meededen aan het Dordt op Planken (DOP) theaterfestival met het stuk ‘Love me Tinder’? En had ik al verteld dat we het DOP festival toen gewonnen hebben? En dat een bevriende regisseur toen zei: ‘Misschien moeten jullie je opgeven voor het Cameretten Festival’? En dat we ons toen hebben opgegeven? En dat ze, na het zien van het filmpje van ons optreden bij DOP theaterfestival, zeiden: ‘Dat is goed, jullie mogen meedoen aan de selectierondes’?

Nee, ik verveel me niet, nee. Ik vermaak me prima inderdaad. Ben eerder in een constante staat van lichte paniek want het is ineens wel veel tegelijk;

Per 1 augustus een fulltime baan, 17 september deadline van de schrijfopdracht (boek, 70.000 woorden), 20 september selectieronde Cameretten Festival en als ik 21 september haal, dan stap ik (ik denk gillend) in het vliegtuig naar New York.

Het is ècht net als tien jaar geleden, met weer een ‘mission impossible’ in de laatste weken voor mijn vertrek. Alleen is het nu in plaats van het bouwproject, een nieuwe baan, een boek en een theaterfestival. Kan wel vele malen vervelender natuurlijk, dat besef ik me maar al te goed. Het andere grote verschil is dat ik niet meer rook en nauwelijks nog drink, dus mijn lijf zou er beter tegen moeten kunnen deze keer. Hoewel. Dat lijf is ook al weer tien jaar ouder natuurlijk.

Weer aan de slag

Beste lezers (‘dames en heren’ mag niet meer, begrijp ik), bij voorbaat excuses voor een lichtelijk inspiratieloze blog vandaag, ik ben namelijk sinds deze week weer fulltime aan het werk op kantoor. Jaja.

Ja, het zal jullie ook verbazen, maar de adverteerders stonden niet in de rij om te mogen adverteren op mijn blog, door omstandigheden (aka het leven) staat mijn bestseller nog niet op papier en de schrijfopdracht waar ik mee bezig ben is leuk en uitdagend, maar gaat niet heel lang in mijn levensonderhoud voorzien.

Toen kwam er een offer I couldn’t refuse (en dat is letterlijker dan je zou denken). Dus met frisse moed ben ik systemen, wachtwoorden, processen en vooral veel namen aan het leren. Heel veel namen. Dat is best vermoeiend. Wat ook vermoeiend is de drukte van de mensen om je heen als je lange tijd hebt mogen genieten van de rust op je zolderkamertje. Daar groei je ongemerkt in, in de rol van kluizenaar.

Wat ook een vreemde gewaarwording is, is dat je weer in een andere versnelling moet gaan leven. Ik weet dat ik veel meer gedaan krijg als ik het druk heb, dus daar kijk ik naar uit, maar voordat je op tempo bent, dat duurt even. Dat is als een zware fiets op gang krijgen; als je eenmaal op tempo bent dan gaat het wel, maar op tempo komen…

Even keuzes moeten maken dus. Ik heb mijn opleiding (de schrijversvakschool) een half jaartje op pauze gezet, dat kan gelukkig, en ik sla een cursus boetseren over. Heel erg jammer, maar het is even niet anders.

Ik heb gemerkt dat ik drie bordjes in de lucht kan houden; de drie belangrijkste dingen die je tijd in beslag nemen. Bij een Time Management cursus van de American Management Association in New York kregen we een beeldend voorbeeld: Een vaas. Keien. Kiezels. Zand. De vaas staat voor jouw tijd, de stenen en het zand voor je taken en bezigheden. De keien hebben de grootste prioriteit of die zijn het belangrijkst voor je. Het zand met minst belangrijk.

Als je het zand eerst (in de vaas) doet, dan de kiezels, dan de keien, dan gaat het niet passen. Maar draai je het om, maak je eerst ruimte en tijd voor de keien, dan lijkt de vaas misschien al vol, maar als je de kiezels erover strooit dan nemen ze de tussenruimte in beslag en hetzelfde geldt voor het zand.

Drie grote keien dus. Voor mij zijn dat de komende maanden: werk, schrijfopdracht (boek) en sporten (afvallen). Voor veel mensen zullen twee van de drie werk en gezin en/of relatie zijn. Hou je nog één wens over. En? Wat zijn de drie belangrijkste dingen die jouw tijd verdienen?

Pandora’s box

Als je denkt: ik mis een hoarder in mijn leven en ik wil toch eens zien hoe deze dwangmatige verzamelwoede er in het echt uitziet, en hoe het aanvoelt, dan kan ik je een bezoekje aan Pandora in Dordrecht van harte aanbevelen.

Van hun eigen website valt te lezen:

Pandora is gevestigd in een rijksmonument uit 1735 in de oude binnenstad van Dordrecht. In dit monumentale pand werd in 1850 de eerste Dordtse schouwburg geëxploiteerd. In deze unieke sfeer verkoopt Pandora al sinds 1981 tweedehands boeken, curiosa, kunst & antiek, teveel om op te noemen. Twee van de vier vertrekken zijn gevuld met boeken op vrijwel elk gebied.

En inderdaad, om die boeken is het mij vaak te doen. In twee aaneengesloten vertrekken, twee aaneengesloten panden eigenlijk, is een labyrint van boekenkasten gebouwd. In de achterste ruimte zijn de sierlijke details van de (hele kleine) schouwburg in tact gelaten.

Het is gemakkelijk elkaar kwijt te raken tussen de stellingen en als ik er weer eens rondsnuffel, hoor ik geregeld een vrouw roepen naar haar man. ‘Henk! (of Jan! of Kees!) Henk! Waar ben je?’

Soms hoor je een weggemoffeld en weinig overtuigend: ‘Ik ben hier’ ergens achter vandaan komen.

Mannen roepen nooit naar verdwaalde vrouwen, bedenk ik mij nu.

Ik ga er vanmiddag naartoe, op zoek naar boeken over crime en crime fighters. Boeken uit het genre true crime, studiemateriaal voor een schrijfopdracht. Als ik me volgende week niet meld hier op mijn blog, kom me dan zoeken?

En als ik ergens in het najaar helemaal spoorloos verdwijn, dan is er mogelijk iets anders aan de hand. Meer kan ik er niet over zeggen, over deze spannende opdracht. ;-p

Of ik lig gewoon ergens op een zonnig strand bij te komen, dat kan natuurlijk ook.

 

Schrijversvakschool Recycled #6

Mede door een gebrek aan tijd deze maand, publiceer ik vandaag het resultaat van een opdracht die wij voor schrijftraining (docent Jan van Aken) aan de Schrijversvakschool Amsterdam moesten inleveren. De opdracht luidde : Schijf de eerste bladzijde van een historische roman van 650 pagina’s.

Ik loop al heel lang met dit idee voor een roman rond, maar dit verhaal zou veel onderzoek vergen en ik ben geen onderzoeksjournalist. Mocht iemand wel erg geïnteresseerd zijn in het doen van onderzoek; neem contact met me op, ik deel het idee graag met je.

De eerste bladzijde:


Toen Liú Yena op 2 oktober 1982, het jaar van de Hond, in de Jiangxi provincie van China voor het eerst haar longen volzoog, stond al vast dat ze een Heihaizi, een ongeregistreerde baby zou worden. Haar twee jaar oudere broer, Xiang, stond immers al geregistreerd als het kind van de family Liú en haar ouders konden en wilden de exorbitante boete voor een tweede kind niet opbrengen, zeker niet voor een meisje.

Door niet te tekenen voor haar leven, tekenden haar ouders in feite haar doodvonnis. Yena zou moeten leven als een geest, zonder identiteit, zonder kans op onderwijs, medische zorg of een baan. Haar bestaan zou slechts kunnen leiden tot een paar mogelijkheden, waarvan voor een meisje de prostitutie het meest voor de hand liggende was.

Yena betekende begeerte.

 

Moeder Nuwa verborg haar bescheiden buik onder vele lagen kleding als ze op het veld werkte of voor hun eenvoudige huisje manden vlocht.

Vader Xiaobo, sprong één keer in de week op de fiets om in het dorp voorraden te halen. Hij had de gewoonte te neuriën zodra hij fietste. Het een was onlosmakelijk met het ander verbonden.

Van alle grootouders leefde alleen de moeder van Xiaobo nog. Zij trok bij het gezin in en hielp Nuwa met de geboorte terwijl Xiaobo zenuwachtig om het huis heen liep, met de huilende Xiang op zijn arm.

Later zou Oma Liú op de kleine Yena passen, terwijl Nuwa zich weer bij Xiaobo vervoegde op de rijstvelden, met de kleine Xiang op haar rug gebonden.

Toen Yena vijf jaar oud was, had ze het daglicht alleen maar op de kleine binnenplaats van het huis gezien. In het schemerdonker was ze nooit verder gekomen dan de overkant van de oranje zandweg. Soms, als de zon achter de horizon verdwenen was, mocht ze naar buiten. Dan rende ze naar de overkant en stond doodstil naar de horizon te turen tot het te donker werd om het land van de hemel te onderscheiden. Ze luisterde naar de krekels.

Met weinig anders te doen, vertelde Oma Liú Yena verhalen, leerde haar lezen, schrijven en rekenen. Oma vertelde haar over de geschiedenis van China, over politiek, over geneeskrachtige kruiden. Haar oma was een wijze vrouw, die haar oor overal te luister had gelegd en alles gelezen had wat ze in haar handen kreeg. In de lange dagen die ze samen doorbrachten, deelde ze al haar kennis met de kleine Yena

 

Schrijversvakschool Recycled #5

Het is al weer even geleden dat ik een schrijfopdracht van de Schrijversvakschool gedeeld heb, mag wel weer eens, dacht ik.

De tweede helft van het tweede jaar hebben we schrijftraining, een vak dat bestaat uit snelle, korte oefeningen om je een beetje los te maken. De docent geeft een opdracht en.. go !

Een recente opdracht was (misschien ook leuk om over na te denken) : Omschrijf de tijd dat je iets verloor, iets van emotionele waarde.

Komt ie.

**

Het bagagerek van een Fokker 70. Ik denk dat het daar is blijven liggen, op een vlucht van London City naar Rotterdam-The Hague airport, het roodleren jasje dat ik in New York heb gekocht, in The Coat Factory op 6th avenue.

Het jasje waar vrouwen in New York me over aanspraken.

Love your jacket,’ zeiden ze dan in de lift of op straat. Wildvreemde vrouwen die een hand op mijn bovenarm legden om het zachte leer te strelen.

Het jasje waar de man in de bar van The Village Underground over zei:

‘Weet je wat ze zeggen over vrouwen in roodleren jasjes?’

‘Nee,’ zei ik en keek hem afwachtend aan.

Hij wist het ook niet en richtte zich weer op zijn halve liter pils.

Dit jasje vertelde me dat ik nodig op dieet moest als ik de rits weer met moeite dicht kreeg in het nieuwe voorjaar. Dit jasje gaf me dat extra beetje zelfvertrouwen op de tweede date met Sam, in Prospect Park, al heeft het niet mogen baten.

De voering was al gescheurd, de zakken onbruikbaar en de rode kleur begon de slijten aan de randjes, maar deze huid was mijn tweede huid geworden. Mijn roodleren jasje ligt nu waarschijnlijk in een koude en donkere opslagplaats voor gevonden voorwerpen van de KLM. Ik heb een formulier ingevuld en ze hebben gekeken, maar ik zie de ‘Room of Requirement ’ van Harry Potter voor me; stellage na stellage met verloren spullen, zo ver als het oog reikt.

Met die gedachte troost ik me dan maar, dan míjn roodleren jasje in dé ‘Room of Requirement ’ van Harry Potter ligt, een soort hemel voor verloren spullen.

 

Schrijversvakschool Recycled #4

In het eerste jaar van de Schrijversvakschool in Amsterdam kregen we naast proza, poëzie, toneel en scenario, ook het genre ‘essay’. Eén van onze opdrachten was een reis door onze kamer te maken, een voorwerp uit te kiezen en daar een klein essay over te schrijven zoals Xavier de Maistre (1763-1852) dat ook heeft gedaan. De Maistre beschrijft, in 42 hoofdstukjes in ‘Reis door mijn kamer’ (1795), een ontdekkingsreis van zijn kamer toen hij na een duel 42 dagen huisarrest had gekregen.

Hierbij mijn bescheiden poging tot een mini-essay.


Reis door mijn kamer

Mijn kamer kent vele gezichten. Letterlijk. Aan de muur hangen portretfoto’s, maar op de kast staat mijn eerste liefde: Johannes de Doper. De buste is een erfstuk van mijn oma. Haar man, mijn opa, was predikant en zou haar dit beeld gegeven hebben. De buste toont een slanke man, met een fijn gezicht, vol golvend haar. Hij kijkt dromerig langs mij heen. Hij heeft een smalle neus en een kleine mond, met dunne, maar goedgevormde lippen. Tegen zijn rechterborst is de kop van een vogel te zien, zijn vleugels gespreid langs de borst van Johannes en langs de zijkant van het beeld, waar eigenlijk de schouder van mijn jeugdliefde zou moeten zitten. Ik ben niet thuis in vogels, maar ik gok dat dit een valk is.

Bij mijn oma stond de buste op de grond, naast de balkondeur. Als meisje van zeven ging ik voor hem op de grond liggen, op mijn buik, en keek naar hem. Hij nooit naar mij. Als mijn oma niet keek, hield ik mijn hoofd schuin en kuste ik Johannes de Doper voorzichtig op zijn koude lippen. Maar met al mijn hartstochtelijke kalverliefde kon ik hem geen leven in-kussen. Nooit kon ik zelfs maar zijn blik vangen.

Vierendertig jaar later wil ik me toch verder verdiepen in dit beeld. Waarom deze vogel bijvoorbeeld? Ik pak het beeld van de kast. Het lijkt steeds kleiner te worden dan dat het in mijn herinnering was. Het puntje van zijn neus is afgebroken, maar het lijkt hem niet te deren.

Online vind ik veel informatie over Johannes de Doper, waaronder dat hij ongeveer even oud was als Jezus Christus, dat zijn moeder waarschijnlijk een tante was van Maria, de moeder van Jezus, en dat Johannes de Doper onthoofd is in opdracht van Herodes Antipas. Zijn schedel is een relikwie geworden, maar er bestaan meerdere vermeende schedels van Johannes de Doper, van Rome tot Damascus, van Jeruzalem tot Istanbul. Verder lees ik dat hij ‘steevast wordt afgebeeld met het Lam Gods’. Dus niet met een vogel.

Wie wordt er dan wel met een vogel afgebeeld, vraag ik me af en typ verwoed allerlei mogelijk zoektermen in, maar vind niets. Ook de naam van de beeldhouwer, J. Mory of J. Mary, kan mij geen helderheid verschaffen.

Weet ik dan eigenlijk wel wie er op mijn kast staat? Als dit Johannes de Doper niet is, op wie ben ik dan al die jaren heimelijk verliefd geweest? En ligt hier niet een verwonderlijk parallel met mijn relaties van vlees en bloed; dat ik mij achteraf afvraag, wie was die man? Hij is niet wie ik dacht dat het was. En heeft hij mij ooit wel eens echt aangekeken?