Ons kent ons

Interessant eigenlijk, dat mensen hun – laten we zeggen – eigen soort direct kunnen herkennen. Daar bedoel ik mee dat ik bijvoorbeeld, waar ook ter wereld, een Nederlander er vrijwel feilloos uit kan pikken, zonder de persoon in kwestie te horen spreken. Ik vind het fascinerend dat ik in de meeste gevallen een Nederlander prima van een Duitser of een Belg kan onderscheiden, maar waarom dat is, dat weet ik niet. Engelse vrouwen herken ik van veraf aan de hoeveelheid make-up die zij gebruiken. Spaanse vrouwen zien er altijd erg goedverzorgd uit, maar zijn ingetogener dan bijvoorbeeld Italiaanse vrouwen die toch ook veel zorg aan hun uiterlijk besteden en in de basis toch veel overeenkomen met de Spanjaarden.

Herkenning en onderlinge onderscheiding van Europeanen is voor mij vanzelfsprekend, maar iets wat een Amerikaan nooit zou lukken. Deze zou je echter op een afstand al kunnen vertellen of iemand uit Texas, Los Angeles of New York komt; een wezenlijk verschil. Zo zal het voor iemand van het Afrikaanse continent vreemd voorkomen dat ik mensen uit Kenia of Gambia niet uit elkaar kan houden, en hoewel ik inmiddels Chinezen van Japanners prima van elkaar kan onderscheiden, moet ik bekennen dat ik Koreanen niet direct in Korea plaats.

Buiten de taal, dialecten en accenten om, wat is het dat de een van de ander onderscheidt? Dat er zelfs verschil waarneembaar is tussen een Rotterdammer en een Amsterdammer? Tussen een Fransman en een Portugees ?

Is het kleding? Maar kleding is toch universeel? De ketens zijn overal te vinden, elke stad waar ik ben geweest, kwam ik weer hetzelfde handjevol kledingmerken tegen waardoor winkelen (wat ik toch al niet leuk vond) al helemaal een onzinnige bezigheid werd; ik kan dezelfde spullen immers ook in mijn eigen stad kopen.

Haardracht? Het merendeel van de 50+ vrouwen in Nederland en Duitsland houden het kapsel het liefst kort, lekker makkelijk, terwijl Spaanse vrouwen nog zo lang mogelijk lang haar houden en het vaak, ook op latere leeftijd, niet korter dragen dan een zogenaamd bob-model.

Chinezen hebben een ander soort gezicht dan Japanners, een andere huid ook. Dat ik dat verschil eindelijk zie, vind ik al erg knap van mezelf, maar het verschil tussen Chinezen uit Beijing en Shanghai blijft een mysterie.

Het antwoord kan ik niet geven, ik weet niet of er onderzoek naar gedaan is, maar dat is wat ik me afvraag als ik Poolse jongemannen bij mij in de buurt tegenkom; waarom weet ik instinctief dat het Poolse mannen zijn? Of als ik door het centrum van Amsterdam loop en de wind mij de verschillende talen brengt. Vooral Spanjaarden herken ik zonder ze te horen, misschien omdat ik er een tijd gewoond heb. En natuurlijk Amerikanen, maar kom op, met die eeuwige witte gympen, spijkerbroek en baseball petjes, zijn dat echt antropologische inkoppertjes.

De OV-chipkaart

Ergens vind ik het wel jammer, dat de zuilen voor de OV-chipkaart op stations worden vervangen door de poortjes. Het voordeel is natuurlijk dat je niet snel meer zult vergeten uit te checken, maar ik zal de opa’s, oma’s en andersoortige geliefden missen die op het perron staan terwijl de vertrekkende mensen zich nestelen in een plekje bij het raam.

De vertrekkers praten vaak nog tegen de persoon op het perron door het drie-dubbeldikke veiligheidsglas, op een speciaal voor deze gelegenheid, gedempte toon omdat ze ook wel weten dat de achterblijvers ze niet kunnen horen, maar hopen dat deze kunnen liplezen. Mensen zwaaien naar elkaar, werpen handkusjes, de persoon op het perron kijkt opzij om te zien of de deuren nu eindelijk dicht gaan. Nog een keer zwaaien. ‘Nou, dag! Dag!’ Dat gaat dus niet meer. Nu moet men afscheid gaan nemen bij de poortjes, net als bij de douane op Schiphol.

Ook zal ik de wonderlijke choreografie missen van de mensen die tegen de zuilen aan staan te rijden omdat de portemonnee met OV-chipkaart in een broekzak of jaszak zit. De zuilen hebben heel wat kruisen/kruizen (mag allebei) en billen gepresenteerd gekregen, maar ook dit zal niet vaak meer gebeuren helaas.

De OV-chipkaart is in 2005 voor het eerst geïntroduceerd in Rotterdam, maar heeft pas in 2011 de strippenkaarten in heel Nederland vervangen. In de jaren 2007 tot en met 2010 zat ik in New York en ik weet nog dat ik het allemaal maar lastig vond als ik in Nederland op bezoek was, zo zonder OV-chipkaart. Het heeft ook erg lang geduurd voor ik een kaart op naam heb aangevraagd toen ik weer in Nederland woonde, daar moest ik eerst een anonieme kaart met nog 75 euro tegoed voor verliezen trouwens, ik hoop dat iemand die dit hard kon gebruiken hem gevonden heeft.

Nog steeds vind ik het huidige systeem een obstakel voor toeristen en dat vind ik jammer; andere wereldsteden lijken dat toch beter geregeld te hebben. De anonieme kaart die eenieder gewoon bij de automaat kan kopen, zou een prima oplossing kunnen zijn voor toeristen, ware het niet dat, om deze te kunnen gebruiken voor de NS, er minimaal 20 euro op moet staan. Dat vind ik nogal wat, want als je na je weekendje Amsterdam de trein naar Schiphol wilt pakken, eindig je dus met zo’n 16 euro op je kaart waar je niets meer aan hebt. Dus kun je beter losse treinkaartjes kopen, maar word je afgestraft als je alleen met creditcard kunt betalen of als je in de lange rij gaat staan voor het loket, want bij beide betaal je 50 cent extra als ik het mij goed herinner. Dat is toch niet aardig?

Overigens, op station Dordrecht kun je óf naar beneden – via de spoortunnel – naar de uitgang, óf je kunt de trap op en dan via een loopbrug boven de sporen langs naar buiten. Afgelopen januari waren de zuilen op de loopbrug net vervangen door poortjes. Ik kwam laat terug uit Amsterdam toen ik ze voor het eerst zag en heb er hartelijk om staan lachen: twee van de drie poortjes waren voor rolstoelgebruikers, één voor ARRIVA en één voor de NS. Heel attent, ware het niet dat er geen lift was en er dus nooit een rolstoelgebruiker gebruik zou gaan maken van de spoorwegovergang.

Van de week nam ik weer de spoorwegovergang en ik zag dat de poortjes inmiddels waren vervangen door drie ‘standaard’ poortjes. Wat had ik graag de gezichten willen zien van de mensen die hier over gaan, op het moment dat ze zich de vergissing realiseerden…

Tinder #2

Ik zat laatst – een beetje uit verveling eigenlijk, maar dat zeggen ze allemaal – weer eens op Tinder te kijken. Ik had mezelf uit de zoekresultaten gehaald omdat ik ‘op m’n flikker’ had gekregen van een recente, veelbelovende match die erg verbolgen was over het feit dat ik in de komende weken geen tijd had om af te spreken. ‘Misschien moet je je profiel aanpassen,’ schreef hij en verbrak de verbinding (lees: de match).

Laat me even uitleggen hoe Tinder werkt, en wat de termen inhouden, voor degene die zich, om wat voor reden dan ook, nooit hebben verdiept in Tinder: Je ziet eenvoudige profielen, in eerste instantie alleen een foto, als je de foto aanklikt, zie je hopelijk ook nog een leuk verhaaltje en wat meer foto’s. Je kunt aangeven: ‘like’ of ‘nope’ (respectievelijk rechts of links swipen/vegen, waar je mensen vaak over hoort).

Om te selecteren welk soort profielen je wilt zien, kun je aangeven: het geslacht waar je in geïnteresseerd bent, de maximale afstand tot jouw huidige locatie (bij de gratis versie, bij een betaalde versie mag je geloof ik een stad kiezen) en de leeftijdscategorie waarin je zoekt.

Als je aangeeft dat je iemand leuk vindt, gebeurt er nog niets. Pas als de ander aangeeft dat deze jou ook leuk vindt, heb je een ‘match’ en kun je elkaar berichten sturen. Er zijn voldoende heren (en wellicht ook dames) die gewoon iedereen als ‘leuk’ markeren en kijken wie er bijt, dan pas kijken ze of ze interesse hebben. Lekker veilig voor je ego, lekker laf. Maar goed.

Je kunt je profiel uit de zoekresultaten halen, dan ben je niet zichtbaar, maar dan kun je ook niets zien. Dat is wel handig gedaan van de app. Je kunt dus niet stiekem kijken wie er op zit; je moet zelf ook zichtbaar zijn voor anderen.

Vaak roepen mensen ‘oh, die seks-app’ maar dat vind ik dus echt onzin, de app is wat je er zelf van maakt en ik heb er vooral erg leuke mensen ontmoet, gewoon voor een koffie of een borrel.

Goed, lange introductie, maar dan begrijpen we elkaar tenminste.

Laatst zat ik dus op de bank en dacht weer eens door Tinder te gaan bladeren, dit keer – geheel tegen mijn principes in – vanuit huis. Normaal zet ik Tinder alleen aan als ik in Amsterdam ben, meer vrijgezellen en anonimiteit van de grote stad.

Nu weet ik ook weer waarom ik bijna nooit op Tinder kijk als ik thuis ben; ik kom veel te veel bekende gezichten tegen; collega’s, buren, kennissen, de man van de winkel, en ja, zelfs familie.

Een buurman of een bekend gezicht uit de stad, nou ja, dat vind ik natuurlijk niet erg. Bij collega’s wordt het al wat ongemakkelijker, maar helemaal ongemakkelijk wordt het als je bekenden ziet waarvan je dacht dat ze getrouwd waren, of zelfs zeker weet dat ze dat nog zijn. Ieder zijn ding natuurlijk, none of my business, maar dan ben ik toch even van mijn stuk gebracht.

Vreemder nog, kwam ik nu achter, is het om een bekende tegen te komen op Tinder die je eigenlijk al een tijdje erg leuk vindt en die je dat misschien, een paar jaar geleden, in een dronken bui ook wel eens hebt verteld. Maar helemaal zeker weet je dat niet meer.

Ik weet niet meer of ik ‘like’ heb gezegd, of uit schrik ‘nope’. Wat ik wel zeker weet is dat ik snel mijn profiel weer heb uitgezet en sindsdien niet meer op Tinder ben geweest.

Niet lang nadat ik de man in kwestie op Tinder heb gezien kom ik hem in persoon tegen.

Hij fiets voorbij en steekt een hand op. ‘Hoi!’

Ik steek een hand op (cool doen nu). ‘Hoi!’

Kijkt hij me iets langer aan dan anders, of verbeeld ik me dat nou? Zou hij mij ook gezien hebben op Tinder?

Ja, shit, en nu? Ik kan moeilijk op hem afstappen en zeggen “Hé, ik… uhm… zag dat je ook op Tinder zat, misschien moeten wij maar eens… uhm…” wink wink. Het kan wel, maar dat doe ik dus niet. Nou ja, misschien als ik weer eens een borrel teveel op heb en hem tegenkom.

Voorlopig leven we weer gewoon langs elkaar heen zoals we dat de afgelopen twintig jaar hebben gedaan, maar dan met het ongemakkelijke besef dat ik weet dat hij op Tinder zit en ik niet weet of hij weet dat ik op Tinder zit en als hij dat weet dan weet hij niet of ik weet dat hij op Tinder zit…

Kortom: het is weer precies zo verwarrend als op de middelbare school.

Tinder, bedankt!

 

Alzheimer

Jan Jansen is een van de meest flamboyante figuren van Dordrecht. Jean Jacques, zoals hij zichzelf graag met veel flair voorstelt. Een energieke man, charmeur eerste klas. Sikje, dasje, wilde grijze krullen. Hij is slank en niet erg groot. Hij zal inmiddels dik in de zeventig zijn, maar is moeilijk in te schatten.

Wat hij doet of deed heb ik nooit goed begrepen, iets met kunst. Ik kwam hem vroeger vaak in de trein tegen, naar Rotterdam, toen ik nog in Rotterdam studeerde. Dan keken we elkaar alleen maar aan, in de rookcoupé. Hij glimlachte schalks naar me.

‘Als jij binnenkomt,’ vertrouwde Jean Jacques mij ooit een keer toe na een paar glaasjes port in het lokale café, ‘dan kom jij binnen!’ Hij maakte zich groot, zwaaide met zijn armen in het rond.

Altijd stond hij midden op de dansvloer bij de Dordtse Jazz Sociëteit, draaide telkens weer een andere dame zwierig in het rond, was altijd zo trots als een pauw. Hij hield van ons allemaal, alle vrouwen.

Vanochtend kom ik hem tegen. Hij is met een jongere man – het zou zijn zoon kunnen zijn – die iets weg wil gooien in de prullenbak aan de overkant en voor hem uitsnelt. Halverwege de straat kruisen Jan en ik elkaar.

‘Hallo!’ zeg ik monter.

‘Halloooo!’ Hij staat stil, recht zijn rug. Zijn ogen worden groot, ogen die hun glans nooit hebben verloren. Hij kijkt mij stralend aan. ‘Kent u mij dus?’

Ouch!

Ik lach onbeholpen, ben van mijn stuk gebracht. ‘Ja. Ha ha.’ Maar het voelt als een stomp in mijn maag.

Ah nee! Alzheimer?! Echt?! Jean Jacques ook al?! Sh*t!

Het is opvallend hoeveel mensen in mijn omgeving het laatste half jaar te maken hebben gekregen met alzheimer, zij het zijzelf of hun ouders. Het lijkt wel een virus. Kanker, hersenbloeding of alzheimer. Schering en inslag.

Een beetje educatie, geleend van wikipedia: In 1901 beschreef de Duitse psychiater neuropatholoog Alois Alzheimer voor de eerste keer de ziekte. De patiënt was een 50-jarige vrouw met de naam Auguste Deter, die in dat jaar opgenomen was in de psychiatrische inrichting. Alois Alzheimer begeleidde de vrouw tijdens haar ziekenhuisopname en was geïnteresseerd in de zaak. Na haar dood in 1906 deed hij een autopsie op haar hersenen en beschreef eiwitophopingen – amyloïde plaques – aan de buitenkant en rondom de hersencellen. Binnenin de hersencellen bemerkte hij de aanwezigheid van kluwen vezels, de neurofibrillaire kluwen.

Er is nu geen enkel geneesmiddel dat de ziekte van Alzheimer kan genezen. Voorgeschreven middelen bestrijden voornamelijk de symptomen en of vertragen het ziekteverloop. Er wordt volop onderzoek gedaan naar een medicijn voor Alzheimer.

In Nederland hebben ruim 270.000 mensen dementie (januari 2016). Als je meer over dementie en alzheimer in Nederland wil weten, kijk dan op de site van Alzheimer Nederland.

Hier vind je een factsheet, cijfers rond dementie in Nederland. Heel interessant.

Om dit zeer droevige onderwerp toch op een vrolijke noot te eindigen: Het magazine voor donateurs van Alzheimer Nederland heet “Alz…”

Dan moet ik tegen beter weten in toch lachen. Dat vind ik humor. Briljant.

 

Kill your darlings: It takes two to tango

Voor de nieuwkomers: er zijn een aantal verhalen (van dates) die het boek New York in 40 dates niet hebben gehaald. Schrijven is schrappen. Kill your darlings. Ik wil hier een paar van deze verhalen alsnog met je delen.


It takes two to tango

New York, December 2008

Maandag heb ik afgesproken met Matt voor een glas wijn in een wijnbar op Bleecker Street in New York, genaamd Quartino.

Matt heeft altijd in het zakenleven gezeten, maar heeft een paar jaar geleden – hij is nu veertig – besloten dat dit niet is wat hij zoekt. Nu schrijft hij een boek, een historische roman. Daarnaast geeft hij tango les en klust wat bij als bedrijfsconsulent. Hij is lang, heeft een goed figuur, een soepel lijf dat hem goed past, dat lees je er aan af. Zijn dikke, donkere haar in een keurige scheiding aan zijn linkerkant. Hij gaat goedgekleed.

Matt is op papier een erg interessante persoon en hij zou in theorie een zeer geslaagde date moeten zijn, maar hij is té gepolijst. Ken je dat? Geen ruwe randjes, geen losse schroefjes, geen fetisjen. Hij zal zijn passies hebben, maar het is allemaal erg strak onder controle. Dan krijg ik toch de neiging om hem een beetje door elkaar te rammelen.

Ik weet niet goed hoe ik het moet omschrijven. Hij is katholiek – dat zegt natuurlijk niets – en hij ziet er dan ook uit als een volwassen versie van een koorknaapje. Het is te glad, te gecontroleerd, te plastic, te ingehouden. Mijn handen jeuken.

Misschien waren het zenuwen hoor, het is geen verwijt, ik had alleen het gevoel alsof ik met een robot aan tafel zat. Heel spannend en opwindend was het dus niet.

In een mail die hij me na onze ontmoeting stuurt, schrijft hij dat hij het leuk vond om me te ontmoeten, wenst hij me veel succes en vertelt me vervolgens, een beetje belerend, dat ik me niet moet verschuilen achter een foto die zo weinig laat zien.

Huh? Pardon?

Hmpf.

Schrijversvakschool Recycled #1

Voor wie dat nog niet had meegekregen, op zaterdagen zit ik op de Schrijversvakschool in Amsterdam. Aan het begin van het schooljaar had ik alle intentie om stukjes huiswerk te hergebruiken op mijn blog, maar buiten een paar brouwseltjes voor poëzie heb ik dit eigenlijk nooit gedaan. Vandaag dus een primeur. Dit was een schrijfopdracht voor onze lessen Schrijftraining. Voor wie het ook wil proberen, dit was de opdracht:

In de les: Beschrijf een vrouwelijk personage; wat zijn haar gewoontes, wat zijn haar afwijkingen, haar haardracht, haar kleding.

Huiswerk: Het is 8.30 ’s ochtends. Er klinkt een oorverdovende knal. Op 1 hoog loopt een vrouw (jouw personage?) naar het raam en kijkt naar de overkant, waar het gordijn wordt opengeschoven. Beschrijf de situatie vanuit de vrouw + vanuit het personage aan de overkant. Er is geen dialoog tussen de twee. Circa 500 woorden.

Op één hoog

Als ze het donkerblauwe velours gordijn opzijschuift, ziet ze dat de rode nagellak van haar rechtermiddelvinger afgebladderd is. Ze fronst. Niet vergeten bij te werken voor Steven komt. Het zonlicht tuimelt door de spleet de woonkamer binnen, op de nagenoeg lege laminaatvloer. Alleen het hoognodige om het gezellig te maken staat hier. Ze gebruiken het appartement alleen op vrijdag. Het stof uit de gordijnen danst in de gouden lucht. Niet vergeten nog even een Swiffer doekje over de vloer te halen voor Steven komt.

Ze had de vibratie door het hele gebouw gevoeld. Zelfs de spiegel in de badkamer had getrild in de kleine metalen klemmen waarmee het aan de badkamermuur bevestigd is.

Met haar gezicht dicht bij het glas in de balkondeuren kijkt ze links en rechts de straat in. Ze ziet niets ongebruikelijks. Ze maakt de deuren naar het Franse balkon open en leunt een klein stukje over de balustrade. Ze kijkt of ze rookwolken ziet, of stofwolken misschien, maar er valt niets ongebruikelijks te ontdekken. Aan de overkant, op de begane grond, beweegt het zwarte gordijn. Nu ze het gezicht van een Aziatische vrouw achter het raam ziet verschijnen, beseft ze dat ze er altijd vanuit is gegaan dat het huis leegstond. Ze trekt haar badjas verder dicht en trekt zich terug. Ze sluit de deuren en de gordijnen, maar laat een kleine kier tussen de gordijnen. Ze kijkt naar de vrouw aan de overkant. De knal heeft dingen aan het licht gebracht die het misschien niet kunnen verdragen.

Aan de overkant

Dit was een overwinning, dacht ze, dat ze naar het raam durfde te lopen en de gordijnen open durfde te doen. Ze liet de wereld binnen, ze durfde naar de wereld te kijken. Ze gunde zichzelf een kleine glimlach. In haar land, vroeger, zou ze onder een tafel of onder het bed gekropen zijn, zoals haar juf haar dat had geleerd. De juf. Haar glimlach verdween. Ze wilde haar handen op haar oren leggen om het smeken van de juf niet weer te horen, of de stemmen van de soldaten. Het lachen van de mannen was het ergst geweest, dat geluid achtervolgde haar in haar nachtmerries. Ze kon zich beheersen. Haar oren dichtdrukken zou niet helpen, wist ze inmiddels.

Ze dwong zichzelf naar buiten te kijken, de straat uit te kijken, proberen te ontdekken waar de knal vandaan gekomen was, maar er was niets te zien, niets te horen behalve de bekende straatgeluiden. Haar gordijnen waren altijd dicht, maar ze kon navigeren op de geluiden.

Vanuit haar ooghoek zag ze de vrouw op één hoog, aan de overkant. De keren dat ze door een kier in de gordijnen naar buiten keek, of de enkele keer dat ze buiten kwam, had ze daar nog nooit mensen gezien of licht zien branden. De gordijnen waren altijd dicht geweest, bedacht ze nu. De vrouw aan de overkant trok zich snel terug. De knal had dingen aan het licht gebracht die het misschien niet kunnen verdragen.

 

Diana’s Zongedroogde Tomaten Tapenade

Voor dit simpele recept krijg ik zoveel positieve feedback dat ik het jullie niet wil onthouden, ook al zijn recepten niet het meest populaire onderwerp op mijn blog.

Het is mijn ‘signature dish’ zoals mijn Engelstalige vrienden het noemen, mijn ‘party trick’, het recept waar ik mee scoor. Het is zo simpel dat het bijna lachwekkend is. Diana’s Zongedroogde Tomaten Tapenade.

Het is een smeerseltje van eigen creatie. Er is namelijk een tijd geweest waarin ik experimenteerde met smeerseltjes – tapenade, hummus, pesto – net zoals ik een tijdje heb geëxperimenteerd met tiramisu – met Cointreau, met Grand Marnier, met Amaretto, met Tia Maria. Mijn conclusie daar: een tiramisu met Cointreau, sinaasappelschil en brokjes pure chocolade, is… hemels.

Maar goed, mijn tapenade van zongedroogde tomaat dus. Drie ingrediënten – zongedroogde tomaten, pijnboompitten en knoflook – en een keukenmachine of een staafmixer. Zelf gebruik ik hiervoor de nutribullet van magic bullet. (Zie hier mijn à propos promotie voor de NutriBullet, ik ben een oprechte fan, ik word niet gesponsord!)

Ingrediënten:

  • 1 potje zongedroogde tomaten op olie, liefst zo puur mogelijk, liefst zonder kappertjes etc. ik gebruik altijd het huismerk van de Spar. Die vind ik het lekkerst. De vorige versie van dit merk – van vóór de productvernieuwing – had nog minder toevoegingen en vond ik nóg lekkerder, maar vooruit.
  • 1 (flinke) hand vol pijnboompitjes.
  • 1 grote teen, of 2 kleine tenen knoflook.

Mixen tot het een gladde puree / tapenade is. Klaar. Ik serveer het met brood of crackers, maar ik betrap mensen erop dat ze het overal op of onder smeren; komkommer, vlees, roomkaas, tortillachips… Ik houd het bij brood, toastjes of crackers.

Eenvoudiger kan het niet, en ik kan je niet vertellen hoeveel succes ik heb met deze eenvoudige mix, hoe vaak ik dit recept heb ‘moeten’ delen. Bij deze dus. Voortaan verwijs ik naar mijn blog.

Enjoy!

 

Aan de bar bij Hoppe #1

‘Zo, dus jullie hebben elkaar gevonden,’ zegt de oude man.

Bas en ik kijken elkaar aan. Ik begrijp waar de man het over heeft, maar Bas heeft werkelijk geen idee. Ik knijp mijn ogen toe en laat Bas weten dat hij deze aan mij over kan laten.

‘Ja,’ antwoord ik. Opgelost.

Ik heb helemaal geen zin om de beste man uit te leggen dat ik Bas tot anderhalve minuut geleden helemaal niet kende, en dat ik helemaal niet op zoek was naar Bas.

‘Jahaa,’ zegt hij tegen Bas, die hem nu aankijkt, ‘ik zag haar wel kijken hoor. Maar jullie hebben elkaar gevonden. Fijn.’

Bas draait zich terug naar mij en kijkt mij met grote ogen aan. Waar gáát dit over, zie ik hem denken.

Twee minuten geleden kwam ik via de zijingang het Amsterdamse café Hoppe binnen. De zijingang zit aan de Heisteeg, de hoofdingang zit aan de Spuistraat, of aan ’t Spui eigenlijk. Ik heb afgesproken met Esther en scan de zaak of ik haar al zie. Vanuit mijn ooghoek zie ik de oude man zitten en mij aandachtig opnemen. Ik heb hem wel gezien, ook al doe ik net alsof dat niet zo is, want hij heeft zijn mond al geopend om iets te zeggen, al weet hij zelf nog niet wat.

Ik loop door daar voren, naar de hoofdingang en wring me in een plekje aan de bar. Ronald, achter de bar, geeft me drie zoenen en vraagt wat ik wil drinken. Chardonnay vandaag. Ik stuur Esther een whatsapp berichtje dat ik voorin sta.

‘Zo,’ begint de lange man naast mij zodra ik de telefoon weer in mijn zak stop, ‘ook tijd aan het overbruggen?’ Ik kijk hem vragend aan. ‘Omdat je hier alleen bent,’ voegt hij er aan toe.

‘Ik wacht op iemand, ja.’ Dat kwam er misschien iets onvriendelijker uit dan ik bedoelde. Ik corrigeer mijn toon: ‘Jij bent ook tijd aan het overbruggen dus?’

‘Ja.’

‘Van wat naar wat dan?’ vraag ik.

‘Ik kom net van kantoor, hier om de hoek. Ik ga zo maar ergens wat eten denk ik.’

Ik wil hem zeggen dat dat geen overbruggen is, want overbruggen doe je van de ene afspraak naar de andere afspraak. Niet van een afspraak naar geen afspraak. Maar goed, ik houd mijn gedachten voor me, want ze klinken erg betweterig en mierenneukerig.

‘Oh,’ zeg ik dus alleen maar. Voor ik kan vragen wat hij voor werk doet, want het is zaterdagmiddag, en dat zijn geen kantoortijden, worden we onderbroken door de oude man. Hij steunt op zijn wandelstok wanneer hij voorbij loopt en ons laat weten hoe fijn hij het vindt dat twee (relatief) jonge mensen elkaar gevonden hebben. Achter de man loopt een mooie oudere dame. Statig, keurig gekleed en keurig opgemaakt, met een vage glimlach om haar mond en een beleefd afwezige blik. Een vrouw die al minstens vijftig jaar deze glimlach opzet als haar man vreemden aanspreekt, met dergelijke goedbedoelde maar nietszeggende opmerkingen. Die twee hebben elkaar ook gevonden.

Hè, fijn.

 

Pensioneren

Veel mensen zijn jaloers op mijn baan, en zeker in een tijd dat zo veel mensen geen baan hebben, mag ik natuurlijk in mijn handjes knijpen, want laten we wel wezen: terwijl Nederland na één dag lente van schrik meteen weer natgeregend wordt, zit ik lekker met mijn aanzienlijke achterwerk op een bankje langs de haven van Faro, Portugal. Met gemak 23 graden in het zonnetje.

Daar staat dan wel tegenover dat ik in mijn eentje op dat bankje zit, alleen achter een glas wijn, alleen aan het avondeten en alleen aan het ontbijt. Dat is heus niet altijd leuk. Nou ja, boehoe, ik wil alleen maar even aangeven dat het ook echt geen vakantie is.

Ik had een directe vlucht vanaf Rotterdam The Hague Airport naar Faro, dat is ontzettend fijn! Met Transavia, dat is dan een beetje jammer. Hele vriendelijke bemanning, geen verkeerd woord daarover, maar het is wel een beetje proppen in zo’n vliegtuig. En erg streng met de bagage natuurlijk, maar dat weten we. Het meisje doet ook maar gewoon haar werk en uiteindelijk heeft ze me toch weer gematst, dus nogmaals: geen verkeerd woord over de mensen van Transavia. Ik ben gewoon te groot voor de Transavia vluchten. Zal ik het zo stellen?

Op de vlucht naar Faro ben ik in ieder geval een van de jongste. Vergrijsd Nederland trekt massaal de Algarve in, en geef ze eens ongelijk: zon, zee, hartelijke mensen, lekker eten, en goedkoop! Vriendelijke heren van in de zestig en in de zeventig nemen mij gemoedelijk op, een knipoog hier en daar. De vrouwen pakken boterhammen uit, lezen tijdschriften of spelen Candy Crush. Het stel dat naast mij in het vliegtuig zit, koopt een wijntje bij hun broodje zalm. Weer een knipoog.

Nadat ik, eenmaal in het prachtige, lieflijke Faro, een rondje heb gelopen en even het zonnetje heb meegepikt, haal ik wat te eten en te drinken bij de supermarkt. Er staat wel ‘supermercado’ op de gevel, maar ik overdrijf niet als ik zeg dat 90% van het oppervlak van de winkel is gevuld met drank. Het is dus een slijterij die ook wat kaas en nootjes verkoopt. De eigenaar van de winkel ontkurkt de fles witte wijn voor me, want een kurkentrekken heb ik niet bij me. Ik werk die avond, ik word erg productief van hotelkamers. Er is weinig anders te doen en TV kijken interesseert me niet.

’s Ochtends aan het ontbijt is het rustiger dan ik had verwacht. Ik ben natuurlijk zakentijden gewend, geen pensionado-tijden. Of misschien zijn ze al geweest en zijn ze weer even terug in bed gekropen. Heerlijk lijkt me dat, pensioneren.

De mannen die er zijn aan het ontbijt eten met concentratie, de vrouwen spelen Candy Crush op de tablet. Hetzelfde als thuis, denk ik dan, maar dan met betere temperaturen en een veel beter uitzicht. Een Engelse vrouw van eind zestig praat hard en met volle mond tegen haar man. Het is een onsmakelijk gezicht en gehoor, je hoort dat de broodkruimels in het rond vliegen.

Ik ga maar eens aan het werk. Nog 26 jaar tot aan mijn pensioen. Hoe zou het er hier dan uitzien? Dan zijn we met 9 miljard mensen op de planeet. Waar gaan we dan heen voor onze rust? De maan?

Overpeinzingen #1

Ik ben helemaal van slag deze week, maandag ben ik vrij en samen met dat uurtje dat we zaterdag/zondag nacht hebben moeten inleveren, ben ik de weg een beetje kwijt. Op maandag denk ik dat het zondag is, dinsdag denk ik dat het maandag is, enzovoort. Het is alweer donderdag kwam ik dus tot mijn grote schrik achter. Tijd voor mijn wekelijkse blogpost!

Een kleine anekdote vandaag, grote gedachten: ik werd van de week, op een ochtend, gepasseerd door een hele dunne, donkere jongeman. Ik was op weg naar mijn werk, en ik stond onderweg bij een pinautomaat geld te pinnen. Ik zag hem vanuit mijn ooghoek. Hij liep mij voorbij met een soepelheid waar ik jaloers op kan zijn, op een beat die ik niet hoorde.

Ik had hem alleen nog maar geregistreerd, geen bewust beeld van hem gevormd tot hij, nadat hij mij voorbijgelopen was, heel hard riep, naar niemand in het bijzonder: ‘I am so disappointed with myself.

En dan gaan de radartjes werken natuurlijk.

Ik denk: Hij is waarschijnlijk op weg naar de dagopvang van het Leger des Heils. Dat zit om de hoek. Maar waarom is hij teleurgesteld in zichzelf? Wat heeft hij dan gedaan? Of welke foute gedachten onderdrukt hij met deze kreet?

En wat sneu eigenlijk, want het is nogal wat om teleurgesteld in jezelf te zijn. Dat is, vind ik, erger dan dat een ander teleurgesteld in je is, of dat jij teleurgesteld bent in een ander. Teleurgesteld zijn betekent dat je verwachtingen had, en aan die verwachtingen is niet voldaan.

Verwachtingen van een ander hebben of dat een ander verwachtingen van jou heeft, is een ontzettend ingewikkeld iets. Welke verwachtingen mag je hebben van een ander, hoe eerlijk is dat? En in hoeverre moet je voldoen aan verwachtingen die een ander van jou heeft? Heb je die verwachtingen zelf geschapen? Dan zul je die toch moeten inlossen. Geen dingen beloven die je niet waar kunt maken. Of heeft die persoon ongevraagd verwachtingen van je en zijn die dan dus eigenlijk niet jouw probleem?

Ik vind het lastig.

Maar… verwachtingen van jezelf hebben, tja, daar kun je niet omheen. Daar kun je ook wel allemaal excuses voor verzinnen, maar daar heb je dan alleen jezelf mee.

Ik ben ook regelmatig teleurgesteld in mezelf, ik roep het alleen niet uit. Ik loop hoofdschuddend door mijn huis: Verdorie, Diaan, had je nou niet gewoon meteen kunnen opstaan toen de wekker ging? En wat heb je nou de hele zondag gedaan? Dan had je toch ook wel naar de sportschool kunnen gaan? Of op z’n minst je huiswerk! Om maar een paar terugkerende teleurstellingen de revue te laten passeren. Andere gaan veel dieper, die hebben te maken met waarden en normen.

De fundamentele verwachtingen die je van jezelf hebt, laten je weten welke persoon je graag zou willen zijn. Als je dan teleurgesteld bent in jezelf, ja, dat is pijnlijk!

Nou ja, en dat allemaal op de vroege ochtend, op weg naar kantoor, alleen maar omdat iemand riep: ‘I am so disappointed with myself.

Dat is dan mijn wereldje.