Literaire Juweeltjes

In het begin van het jaar heb ik mezelf voorgenomen om 50 boeken te lezen in 2015 (Hebban is begonnen met de 2016 Reading Challenge, maar ik was ze mooi voor). Ik wilde voornamelijk Nederlandse schrijvers gaan lezen, want ik merkte dat ik de laatste jaren (onder andere vanwege mijn tijd in New York) vooral veel Engelstalige boeken heb gelezen, iets wat tijdens het redigeren van mijn eigen boek duidelijk naar voren kwam; mijn anglicismen.

Nederlandse schrijvers dus. Niet ‘Nederlandse boeken’, want ik lees liever in de taal van de schrijver en geen vertalingen. Ik ben namelijk erg geïnteresseerd in wat de schrijver gedaan heeft.

(Funny story: ik dacht dat Tatiana de Rosnay een Française was dus ik heb “Elle s’appelait Sarah” (“Haar naam was Sarah”) in het Frans doorgeworsteld om aan het eind in de flaptekst te lezen dat het uit het Engels vertaald was!)

Terug naar mijn missie van 50 boeken lezen in 2015: afgelopen januari heb ik dan ook voor mijn verjaardag boeken gevraagd, aan de hand van een lijst van bol.com. Geweldig! Stapels boeken, heerlijk! En heel handig zo’n verlanglijstje wat je kunt delen en wat mensen dan kunnen afstrepen.

Maar goed, van de zomer kwam ik er achter dat ik die 50 boeken ‘never nooit niet’ zou gaan halen. Genoeg boeken, maar te weinig tijd. Ik ben gaan smokkelen. Ik geef het direct toe. Maar smokkelen op een hele leuke, een leerzame manier, vind ik. Ik heb namelijk de Literaire Juweeltjes van B for Books van Bruna ontdekt. Het zijn hele kleine boekjes, van circa 60 pagina’s, en sinds 2006 komt er maandelijks een nieuw boekje op de markt. Eigenlijk zijn het korte verhalen. Soms zijn het meerdere korte verhalen of columns. Precies goed om in de trein van Dordrecht naar Amsterdam te lezen. De Literaire Juweeltjes zijn altijd van Nederlandse auteurs dus het is een hele leuke manier om verschillende schrijvers van eigen bodem te ‘proeven’.

Ze kosten 1,50 EUR in de winkel en zijn doorgaans alleen los te verkrijgen in de Bruna boekenwinkels. Sommige andere boekenwinkels kopen ze ook in, maar zij kunnen ze alleen per 10 stuks krijgen, en niet elke boekhandel heeft daar zin in natuurlijk.

Ik ben begonnen met grote partijen op te kopen via Marktplaats. Dan gaat het hard. Heerlijk zo’n verzameling. Verslavend om ‘m compleet te krijgen ook. Inmiddels heb ik ze allemaal op eentje na: Joris Luyendijk – Islam voor beginners (mei 2012). Mocht iemand van jullie ‘m hebben, ik houd me aanbevolen!

Literaire Juweeltjes

Uit mijn boek: Op de bank bij Balthazar

Ik heb natuurlijk niet al mijn darlings om het leven gebracht. Vandaag – in plaats van een ‘Kill your darlings’ verhaal – een stukje dat het boek New York in 40 dates wél heeft gehaald, met dank aan mijn uitgever dat ik hier en daar ook wat van de inhoud mag weggeven. Mocht je mijn boek nog niet gelezen hebben, dan hoop ik hiermee je nieuwsgierigheid te prikkelen.


 

Op de bank bij Balthazar

New York, oktober 2008

 

Op een maandag in oktober heb ik een date met Johnny of Jack. Eén en dezelfde persoon, maar ik mag kiezen welke naam ik wil gebruiken. Eigenlijk is dat een beetje raar, als je erover nadenkt. Johnny of Jack is psycholoog. Misschien dat mijn keuze voor ‘Johnny’ of voor ‘Jack’ hem iets over mij kan vertellen.

Jack vind ik een sexy, stoere naam. Een naam voor een zelfverzekerde, levenslustige man. Een man met donkere krullen, een heerlijke brede borstkas en veel borsthaar in een flanellen houthakkershemd. Een man met de opwindende geur van zweet en haardvuur om zich heen.

Dit is geen Jack. Dit is een Johnny.

Johnny is pezig, met piekerig grijs haar. Niet bijzonder aantrekkelijk. Ik loop dus nog niet warm voor Johnny, maar het advies dat ik heb meekregen van de dames op kantoor is dat ik zo veel mogelijk mannen moet ontmoeten. Elke date is op z’n minst een goede oefening, en oefening, zo weten we allemaal, baart kunst. Verder ben ik wederom nieuwsgierig: Johnny is namelijk getrouwd en hoewel ik in mijn profiel duidelijk heb gevraagd naar ongebonden mannen, schrijft Johnny mij dat hij en zijn vrouw een open huwelijk hebben. Ik ben benieuwd of zijn vrouw dat ook weet.

Het plan is dat we gaan lunchen en hij staat erop dat ik het restaurant kies. Weer een test. Ik ben nog niet bekend met de geschikte plekken voor een eerste date, dus kies ik ervoor om weer bij Balthazar af te spreken. Geen goedkope zaak, maar ook niet overdreven duur.

Johnny moet die dag op de rechtbank zijn. Hij wordt naar eigen zeggen vaak als getuige-deskundige gevraagd. Hij is ervan overtuigd dat ze hem rond het middaguur zullen laten gaan, wat vervolgens niet gebeurt. We spreken af dat hij belt als hij klaar is, en wanneer hij dat uiteindelijk doet, is het halfdrie. Hij vraagt of we koffie kunnen drinken in plaats van samen lunchen.

Sure thing, Johnny! Geen probleem.’

 

Het is verschrikkelijk. We drinken onze cappuccino aan een tafeltje bij het raam. Ik zit op de bank met mijn rug naar de straat, meneer de psycholoog op een stoel tegenover me en de ironie van de bank ontgaat me niet. We hebben niets om over te praten, geen gemeenschappelijke interesse, helemaal geen interesse eigenlijk, en tot overmaat van ramp kijkt hij op zijn horloge.

‘Heb je een afspraak?’ vraag ik uit beleefdheid maar met een beetje venijn, waarop hij zijn hand opsteekt, zijn vingers spreidt en het gebaar voor vijf minuten maakt, met een gezicht alsof hij inderdaad op het punt staat om te zeggen: je hebt nog vijf minuten. Nu voel ik me helemáál als een cliënt in een sessie.

‘Ik ben klaar, we kunnen gaan,’ zeg ik lichtelijk geïrriteerd.

Met een betuttelend gebaar laat hij me weten dat ik de cappuccino van hem krijg. Nou moe. Ik wil niet ondankbaar klinken, maar het gebaar is echt te groot in verhouding tot de kosten van een cappuccino. Hij loopt een stukje mee in de richting van mijn kantoor en vraagt me bij het afscheid – tot mijn oprechte verbazing – of ik nog een keer wil afspreken. Blijkbaar heb ik de juiste keuzes gemaakt en ben ik goed uit de psychologische test gekomen.

‘Oké,’ zeg ik zonder na te denken.

‘Fijn. Ik bel je.’

Ik kijk hem na, perplex, ik kan me niet voorstellen dat hij dit werkelijk een succesvolle sessie vond.

Kill your darlings: Deepak

Voor de nieuwkomers: er zijn een aantal verhalen (van dates) die het boek New York in 40 dates niet hebben gehaald. Schrijven is schrappen. Kill your darlings. Ik wil hier een paar van deze verhalen alsnog met je delen.


Deepak

New York, September 2009

Iedereen heeft zijn of haar voorkeuren: zwart, blank, Aziatisch. Man of vrouw. Donker of blond. Dun of stevig. Dat moet kunnen, ieder zijn ding. Ik val doorgaans op zelfverzekerde, blanke mannen van in de vijftig.

Maar van alle volkeren vind ik doorgaans – om even schaamteloos te generaliseren – de Indiase man misschien het minst aantrekkelijk. Dat is mijn persoonlijke voorkeur, niets ten nadelen van onze Indiase medemens.

Maar zo zie je maar weer: uitzonderingen daargelaten, want ik heb een afspraak met Deepak, een aantrekkelijke man van Indiase afkomst. Deepak is lang en heeft lang golvend haar. Binnen het hele spectrum aan huidskleuren die je in India ziet, heeft hij een hele lichte huidskleur. Deepak is een zeer getalenteerde fotograaf. Het werk dat ik van hem zie zijn voornamelijk zwart wit portretten. Werkelijk schitterend.

Toch was ik bijna afgehaakt. De correspondentie was een raar spelletje dat ik niet wilde spelen. Hij wilde me bijvoorbeeld zijn naam maar niet vertellen, draaide er telkens omheen en voor dat soort Bollywood gedrentel ben je bij mij echt aan het verkeerde adres. Ik schreef hem dat ik geen interesse meer had en afzag van de ontmoeting. Hij veranderde zijn houding en toen bleek dat we toch gewoon als twee volwassenen konden communiceren. Ik stemde toe hem te ontmoeten in Le Pain Quotidien op 100 Grand Street, in SoHo.

Deepak blijkt een hele vriendelijke, gereserveerde man. Hij gaat binnenkort weer op reis en zal voorlopig niet weer in New York zijn. Hij vertelt me over de steden waar hij verblijft en ik heb het idee dat er niet één plek is die hij thuis noemt. Een echte Rolling Stone, een nomade. Ondanks zijn jonge leeftijd (begin veertig) is hij twee keer getrouwd geweest, en is nog steeds getrouwd met zijn tweede vrouw maar hij heeft haar al twee jaar niet gezien.

Deepak reist over de hele wereld, ontmoet bijzondere mensen zoals de Dalai Lama, helpt kinderen in minder bevoorrechte delen van de wereld, maar ik merk al snel dat het niets gaat worden tussen ons. Hij vertelt namelijk over deze dingen met hele diepe, verveelde zuchten. Alsof dit hele fantastische leven wel erg zwaar te dragen is. Alsof hij er moe van wordt om er over te praten. Dat kan ik wel begrijpen, maar dan moet je het niet vertellen of je moet geen nieuwe mensen willen ontmoeten, want dan zul je toch het een en ander moeten vertellen.

Hij zal oprecht bescheiden willen zijn, niet willen opscheppen over zijn leven, maar een beetje enthousiasme voor het leven (en zeker voor zo’n bevoorrecht leven) wil ik toch wel graag zien bij iemand. Als hij verveeld is met zichzelf, met zijn verhaal, met zijn leven, dan kan ik er ook niet enthousiast over raken.

Kill your darlings: Door de ogen van Lisa

Voor de nieuwkomers: er zijn een aantal verhalen (van dates) die het boek New York in 40 dates niet hebben gehaald. Schrijven is schrappen. Kill your darlings. Ik wil hier een paar van deze verhalen alsnog met je delen.

Dit is een ongewone blogpost, het is namelijk geschreven door een vriendin van mij: Lisa.

Zoals jullie misschien weten is mijn boek gebaseerd op een afgeschermd blog dat ik in New York bijhield, in het Engels. Lisa was destijds een maand bij mij in New York en zij is mee geweest op één van mijn dates (met goedkeuring van de jongeman, Mick, in kwestie uiteraard) en heeft daarover een verhaaltje geschreven op mijn blog. Haar bijdrage (hieronder) heb ik wel zelf vertaald want Lisa is Australische. In de tijd waarover wij spreken (2009) woonde zij nog in Nederland.


Door de ogen van Lisa

New York, Augustus 2009

Tussen twee conferentie in de West Coast in, krijg ik de kans om New York City een maand lang mee te maken en tijd door te brengen met Miss Diana. Ze had me al gewaarschuwd dat ik haar zou vergezellen op een date, wat me enerzijds intrigeerde, anderzijds zorgen baarde.

‘Maak je geen zorgen,’ zegt Diana, ‘het is een vriendschappelijke date met iemand die buiten de stad woont, in Washington. We gaan gewoon wat eten en daarna dansen in The Village Underground. Gewoon gezellig.’

‘Bovendien,’ gaat ze verder, ‘gaat hij binnenkort naar Nederland, dus hij wil wat tips mee krijgen.’

We ontmoeten hem, Mick, voor de ingang van La Lanterna di Vittorio, waar we wat eten. Hij is vrolijk en charmant, heeft humor en is erg op zijn gemak na twee biertjes.

Ik ben benieuwd hoe het werkt, ik wil achterover leunen en eens observeren hoe dit er aan toe gaat bij een Amerikaanse date. Het is eigenlijk best interessant. Eerst komen de standaard vragen zoals wat iemand doet, waar ze vandaan komen enzovoort. Het blijkt dat Mick een interessante baan heeft waarbij hij geluidsinstallaties verhuurd en opzet voor bands. De trip naar Nederland is onderdeel van een Europese tour van een Amerikaanse band waar wij nog nooit van gehoord hebben. De hoerenbuurt en de seks shops in Amsterdam komen aan de orde en Mick vindt het bijzonder opwindend om te horen dat vrouwen in Amsterdam de seks shops bezoeken op zoek naar speeltjes en dergelijke. Iets dat in Amerika, in ieder geval buiten New York, nog bijzonder is. Buiten New York is Amerika, in ieder geval aan de oppervlakte, behoorlijk conservatief.

Wanneer de wijn sneller stroomt, komen de interessante onderwerpen aan de orde – gestuurd door scherpe vragen van Miss D – en eenmaal op het onderwerp ‘seks’ komt Mick met een intrigerend verhaal over een verhouding die hij tot voor kort met een oudere vrouw onderhield. Hij had de vrouw op Adult Friend Finder website ontmoet, ze was getrouwd en minstens tien jaar ouder. Op een dag had ze gevraagd of Mick het erg vond als haar man – verlamd vanaf zijn middel – toekeek. Vanaf die tijd en voor een aantal jaar, zat hij in een fascinerende driehoeksverhouding waarin hij seks had met deze vrouw en merkte dat hij extra zijn best deed omdat haar man toekeek. Hij was er behoorlijk kapot van toen het koppel naar een andere Amerikaanse staat verhuisde en er een einde kwam aan deze bijzondere ménage a trois.

Na het eten verhuizen we naar The Village Underground om de hoek en nestelen ons in een van de cabines nabij de dansvloer. We vermaken ons uitstekend, drinken, dansen, kletsen voor zover mogelijk met de herrie. Diana is inmiddels afgedwaald en heeft meer interesse in de vaste bezoekers van The Village Underground, vermaakt zich op de dansvloer en klets hier en daar met de bandleden. Vanuit mijn ooghoek zie ik dat een aantrekkelijke blonde vrouw Mick in de gaten houdt vanaf haar aangrenzende zithoek en vanaf de dansvloer.

‘Luister,’ roep ik, inmiddels aardig aangeschoten, in Micks oor, ‘je gaat niet met ons mee naar huis, maar die vrouw daar, die heeft haar oog op je laten vallen en het is echt een stoot!’

Geen reactie. Dan besef ik dat hij wel degelijk iemand in het vizier heeft, maar het is niet de blonde stoot. Het is de vrouw van in de vijftig die de blonde stoot bij zich heeft. Deze jongeman van nog geen veertig heeft duidelijk een voorkeur ontwikkeld.

Na veel drank, veel gezelligheid, dansen, lachen en flirten – Diana nog kalm en geraffineerd – stoppen we Mick in een taxi naar zijn hotel en draven wij de trappen van de metro af om de F-lijn naar huis te pakken.

Het zou zo maar een kunnen zijn dat Mick heel andere verwachtingen had over de afloop van deze avond want hij laat nooit meer iets van zich horen, ook niet na een vriendelijk berichtje de volgende dag waarin Diana hem bedankt voor een gezellige avond en een leuke ontmoeting. Het kan ook zijn dat hij z’n hotel nooit gehaald heeft.

Ik kan me helemaal voorstellen hoe deze Amerikaanse dating scene een manier van leven kan zijn; je ontmoet nieuwe mensen, hoort verschillende verhalen en leert hoe mensen verschillend in het leven staan, wellicht met wat fysieke voldoening aan het eind van de avond.

Aan de andere kant kan ik me ook voorstellen dat je er op een gegeven moment een beetje blasé van wordt; telkens hetzelfde riedeltje afspelen, hetzelfde spel spelen. Ik denk dat het er aan ligt wat je zoekt en in hoeverre je geïnteresseerd bent om al de verschillende verhalen te horen en te leren kennen.

Kill your darlings: Volgens het boekje

Voor de nieuwkomers: er zijn een aantal verhalen (van dates) die het boek New York in 40 dates niet hebben gehaald. Schrijven is schrappen. Kill your darlings. Ik wil hier een paar van deze verhalen alsnog met je delen.


Volgens het boekje

New York, April 2010

Als we het over een klassieke date willen hebben, over een date volgens het boekje, dan moeten we het over Kevin hebben.

Ik schijn te daten in clusters: ik ontmoet een aantal advocaten achter elkaar, dan fotografen, en nu zit ik mijn fase van entertainers. Dus, dames en heren, mag ik uw aandacht voor onze kandidaat van vandaag: Kevin.

Kevin is een vriendelijke, goedlachse man van in de vijftig. Het type man dat het heel goed zou kunnen vinden met mijn moeder. Met elke moeder. Hij heeft een marketing consultant bedrijfje en werkt vanuit zijn huis in Long Island. Voor New Yorkse begrippen zou dat een lange afstandsrelatie voor ons betekenen want het is niet gemakkelijk om daar met het openbaar vervoer te komen vanuit Brooklyn.

Maar ik zei dat hij entertainer was: naast zijn consultancy opdrachten is Kevin namelijk erg actief in de semiprofessionele theaterwereld. Hij heeft ook een paar commercials gedaan en doet wat voice-over werk; hij heeft inderdaad een mooie diepe stem en iets anders wat Kevin ook bijzonder goed kan zijn ‘accenten’ en ‘stemmetjes’.

We ontmoeten elkaar in een bar bij mij in de buurt, The Double Windsor. Het is een biercafé, een mix tussen een Belgische bruine kroeg en Amerikaanse sports bar. Door de grote ramen aan de voorzijde komt het toch ruim en fris over, een aanwinst voor mijn buurt. Na een paar drankjes eten we wat bij een Frans restaurant, een paar deuren verder. Tijdens onze date – en ook daarvoor aan de telefoon – kunnen we het erg goed vinden. Het is ouderwets gezellig. Iemand vermaken kan hij namelijk uitstekend.

Hier komt de ‘maar’: Kevin ziet er echt uit als een Amerikaanse man in de vijftig. Een Amerikaanse vaderfiguur. Jullie begrijpen inmiddels wel dat leeftijd geen probleem voor mij is, maar daar zit doorgaans wel een jeugdig voorkomen aan vast en Kevin is een traditioneel ogende man, hij lijkt eerder ouder dan jonger.

Kevin staat er op om mij naar huis te brengen, ook al is het nog redelijk vroeg en woon ik letterlijk om de hoek. Het is een echte heer, brengt me tot aan de deur, met een gestolen kus op de stoep. Niets waar mijn moeder het schaamrood van op de kaken zou krijgen. Kortom, de date met Kevin is helemaal volgens het boekje en zou ik op zoek zijn naar een traditionele man om mee te trouwen, dan zou ik zeker nog vaker met hem afspreken, maar dat is niet wat ik zoek.

Terug naar school

Ik ga weer naar school en ik heb er ontzettend veel zin in! Ik hoor het mijn moeder nog tegen me zeggen, toen ik een tiener was: ‘Wacht maar, je gaat school nog missen als je werkt.’ Ze had gelijk natuurlijk.

Ik begin aanstaande zaterdag op de Schrijversvakschool in Amsterdam. Dan krijg ik elke zaterdag les, de hele dag, vier schooljaren lang als ik niet afval of afhaak.

‘Maar je hebt al een boek uitgegeven?!’ is doorgaans de verbaasde reactie van vrienden en bekenden. Ja, natuurlijk, maar dat wil toch niet zeggen dat er niets meer te leren valt?! Sterker nog, nu begrijp ik hoe veel ik nog te leren heb en hoe graag ik al die informatie wil absorberen. Jezelf blijven ontwikkelen kan nooit kwaad.

New York in 40 dates is een luchtig non-fictie boek en geen roman (ook geen reisgids, zoals sommige lezers hadden gehoopt), maar een literaire roman schrijven is wel iets wat op mijn vernieuwde bucketlist staat (nu mijn oorspronkelijke bucketlist is afgevinkt).

Ik verlang naar de uitdaging, en een uitdaging zal het zeker gaan worden: overdag werken, ’s avonds sporten en studeren, maar ik hunker oprecht naar het strenge regime dat ik mezelf heb opgelegd. Het plan is om drie keer in de week te gaan sporten (want afvallen is ook nog steeds een doel), en drie keer in de week schrijven (waaronder mijn huiswerk en dit blog).

Ondertussen heb ik als een enthousiaste puber schriften gekocht en deze opgeleukt met teksten en plaatjes. De schriften, pennen, thermosfles en een boekje voor in de trein liggen allemaal al klaar. Als ik mezelf niet zou zijn, zou ik het schattig vinden om te zien; veertig jaar en weer een schooltasje aan het inpakken. Wat een kinderlijke vreugde.

Ik ben van plan jullie mee te nemen door de opleiding, want ik vermoed dat ik mijn huiswerk zo nu en dan prima kan hergebruiken als blogpost, zoals ik vice versa een oudere blogpost nu al heb hergebruikt voor mijn eerste opdracht: Schrijf een column van exact 365 woorden. Niet meer, niet minder.

Nu is deze post (zonder de titel) toevallig ook exact 365 woorden (getallen niet meegerekend), maar dat is gewoon omdat ik een strebertje ben.

Vakantieliefde

Zoals je vorige week hebt kunnen lezen moest ik recentelijk naar Kaapstad voor een conferentie. Ik wilde een boek meenemen; niet te dik, vanwege het gewicht, maar ook niet zo dun dat ik het in één keer uit zou lezen.

Peinzend stond ik de avond voor mijn vertrek voor de boekenkast. De keuze uit nog ongelezen boeken is ruim, plus er zijn zat boeken die ik van plan ben te herlezen. Mijn vinger gleed langs de titels en mijn keuze viel op: ‘Mooi verhaal, een verrassende bundel Nederlandse verhalen’.

Ik sloeg het boek open, snoof de muffe boekengeur op, en daar stond het! Het hart met Pour Diana eronder. Tientallen boeken heb ik in de afgelopen jaren doorgebladerd, op zoek naar deze krabbel, vergeten in welk boek het stond. Ik slaakte een verrukte zucht – ‘Aaah… Gino’ – en droomde weg naar Parijs, iets meer dan twintig jaar geleden.

Pour DianaHet is 1994. Het boekje ‘Mooi verhaal’ is net uit en ik krijg het cadeau van Sinterklaas. Ik ben negentien jaar, bijna twintig, en ik ga de kerstvakantie met mijn moeder doorbrengen in Parijs. Via een reisbureau – want zo ging dat in die tijd – hebben we een hotelletje geboekt in het 9de arrondissement, Rue Richer. Ik weet het nog goed.

We komen ’s avonds aan met de trein en de metro, we hebben ingecheckt en we vragen aan de man achter de receptie of hij ons een restaurant in de buurt kan aanbevelen. We hebben trek, maar we zijn ook erg moe.

‘Hiernaast kunt u prima eten,’ zegt de man. We stappen het hotel uit. Twee passen verder is de ingang naar de bistro onder het hotel. Voor we naar binnen gaan bekijken we de menukaart die achter de ruit bevestigd is. De deur zwaait open.

‘Kom binnen, kom binnen,’ zegt een joviale man in het Frans. ‘Geen probleem,’ zegt hij er in het Nederlands achteraan, hij heeft ons snel geschat. We hebben weinig keuze, met open armen worden we naar binnen geleid en aan een tafeltje gezet. De man heet Gino en ziet er net zo Italiaans uit als zijn naam doet vermoeden (hoewel hij in Duitsland is opgegroeid, komen we later te weten). Hij bedient ons met een enthousiasme dat wij niet gewend zijn in Nederland. Hij maakt een praatje, spreekt een paar woorden Nederlands met ons en maakt grapjes. Hij is een clown, een entertainer en hij heeft de hele zaak in z’n broekzak. Kirrend van plezier zitten we aan ons tafeltje bij het raam.

De eigenaar staat achter de bar. De rijzige man doet me denken aan Marlon Brando, terwijl Gino, een vroege veertiger, op Al Pacino lijkt (misschien keek ik in die tijd iets te vaak naar The Godfather). Je moet weten dat ik mijn hele leven al hopeloos verliefd ben op Al Pacino. Tenminste, ik was hopeloos verliefd toen ik negentien was, nu ben ik veertig en is het slechts nog een sluimerende aandoening.

Parijs is koud en als snel is het de routine van mijn moeder en mij om ons aan het eind van de dag op te warmen bij Gino, met een warme chocomelk met een scheut Cointreau.

Gino kent ook het Nederlandse woord ‘prinsesje’ en al snel staan wij bij de bistro te boek als Prinsesje et Maman.

Een paar dagen later vraagt Gino of we het leuk zouden vinden om ergens wat te gaan drinken. Zijn collega Marcel gaat ook mee, ook al spreekt Marcel geen woord buiten de deur en kunnen we zijn Frans nauwelijks verstaan. Marcel heeft zijn oog op mij laten vallen, maar ik heb geen oog voor hem. Ik ben gecharmeerd van Gino. Swept off my feet door deze wervelwind met het gezicht van Al Pacino. En ik wind er geen doekjes om. Ook met negentien jaar was ik al een brutaaltje. L’enfant terrible.

Na sluitingstijd stappen we met z’n vieren bij Gino in de auto. Ik voorin, naast Gino, mijn moeder en Marcel op de achterbank.

‘Maar je bent nog zo jong,’ fluistert Gino als mijn moeder en Marcel even niet op ons letten.

‘Pff.. ik ben bijna twintig,’ protesteer ik. We hebben niets uitgesproken, maar Gino zou wel erg naïef zijn gebleken als hij mijn schaamteloos geflirt de afgelopen dagen niet zou hebben begrepen. We rijden naar de Champs-Élysées en drinken wat in een club daar. Marcel praat honderduit, maar we begrijpen hem niet en Gino moet alles vertalen. Onder de tafel zoekt mijn voet de zijne. Boven de tafel kijk ik hem veelbetekenend aan.

Gino zet eerst Marcel bij zijn huis af en rijdt ons dan terug naar het hotel. Mijn moeder loopt voorop en staat al binnen. Gino grijpt me beet en drukt me buiten tegen de muur. Hij begint me te zoenen.

‘Je maakt me helemaal gek,’ bijt hij me toe. ‘Gaan we morgen samen wat drinken? Jij en ik?’ Ik knik en glip het hotel in, achter mijn moeder aan.

De volgende dag, als we lunchen bij de bistro, roept Gino me apart.

‘Vind je het goed als ik een hotelkamer boek?’ Ik zeg hem dat ik dat inderdaad goed vind.

Die avond gaan we eerst wat drinken, we eten een crêpe aan de Boulevard Montmartre en keren weer terug naar het hotel. We duiken een andere kamer in en hebben een geweldige nacht samen.

‘Als je zwanger raakt, mag je het niet wegdoen,’ zegt hij op een gegeven moment. ‘Dan geef je mij de baby. Ok?’ Dat is een ongebruikelijk verzoek. Hij neemt mijn gezicht tussen zijn beide handen. ‘Beloof het me.’ Ik knik, voor zover dat gaat in zijn grip.

‘Ik beloof het,’ zeg ik. Maar gelukkig heb ik een dergelijk souvenir nooit meegenomen uit Parijs.

Gino en ik houden contact. Hij belt me een paar maanden later om me vertellen dat hij een eigen zaak heeft gekocht, vlak bij het hotel en de oude bistro. Natuurlijk ga ik langs. Op het prikbord naast de bar hangt een foto van ons drieën in de bistro. Gino, met een gulle lach, in het midden. Met zijn stevige armen om onze schouders heeft hij ons dicht tegen zich aangetrokken.

Vele maanden later kom ik nog een keer onverwachts langs met een vriendin. Hij is nog heel hartelijk, maar ik begrijp dat hij inmiddels een relatie heeft.

De volgende keer dat ik in Parijs ben en langsga, is hij verdwenen. Met de noorderzon vertrokken. Iets met de belasting. Mijn hart heeft hij meegenomen, maar nu heb ik het weer gevonden in ‘Mooi verhaal’.

Kill your darlings: Daniel

Voor de nieuwkomers: er zijn een aantal verhalen (van dates) die het boek New York in 40 dates niet hebben gehaald. Schrijven is schrappen. Kill your darlings. Ik wil hier een paar van deze verhalen alsnog met je delen.


Daniel

New York, september 2009

Ik ontmoet veel fotografen via de datingsite in New York. Misschien is dat niet zo vreemd; de kans om collega’s op de werkvloer te leren kennen hebben fotografen natuurlijk nauwelijks. In die zin is het een eenzaam beroep. Het opmerkelijke, echter, van de fotografen die ik hier ontmoet, is dat ze zich (kunnen) specialiseren in héle specifieke onderwerpen. Daniel is bijvoorbeeld een fotograaf die zich uitsluitend bezighoudt met het maken van reclamefoto’s van auto’s.

Daniel is Brits en heeft de heerlijke Britse humor die ik zo geweldig vind. Als we plannen maken voor onze date, schrijft hij: ‘Laten we afspreken bij het bronzen beeld van Ghandi op Union Square.’

‘Uitstekend. Hoe laat?’ vraag ik.

‘Om dertien minuten over acht. Exact.’ Dat vind ik humor. Ik zou het briljant hebben gevonden als hij inderdaad exact om 20.13 uur voor me had gestaan, maar helaas komt hij pas tegen half negen aanlopen. Mij laten wachten vind ik dan weer minder grappig. Hij neemt me mee naar een koffiezaakje waar hij een thee bestelt en ik een koffie. We nemen onze drankjes ‘to go’, want het is een heerlijke zwoele avond.

Daniel ziet er overigens erg goed uit; begin veertig, lang, slank en gespierd (voorheen professioneel wielrenner), met donker krullend haar.

‘Ik zal je het meest armzalige fonteintje van Manhattan laten zien,’ zegt hij en neemt me mee naar Stuyvesant Square, een klein stukje groen in de East Village / Gramercy Park. In het parkje ligt een kleine ronde vijver met in het midden daarvan een staaf: werkelijk een legendarisch treurig fonteintje.

Uit de staaf – die er ook zonder fantasie al uitziet als een fallussymbool – komt een miezerig straaltje water. Het water komt er in horten en stoten uit en maakt het beeld compleet dat het eigenlijk een penis moet voorstellen die voortdurend klaarkomt. We hebben plaatsgenomen op een bankje naast de vijver en hoe langer we naar de paal kijken, hoe overtuigender de erotische symboliek wordt. Het werkt erg hypnotiserend.

Het wordt donker. We praten over werk, over ons verleden, over seks in het park in het donker (want de fontein heeft ook wel iets opwindends) en ondertussen spelen zijn lange slanke vingers met mijn krullen. Het zou een vertederend gebaar kunnen zijn, dat spelen met mijn haar, maar het voelt niet oprecht. Ik kan het niet precies omschrijven, maar ik voel dat het niet om mij gaat; dat hij op zoek is naar seks, ongeacht met wie. Dat mag, maar dan niet met mij. Ik heb niet het idee dat Daniel registreert wat ik zeg, of dat het hem iets interesseert. Hij antwoordt plichtmatig en kijkt me dromerig aan. Misschien is het zijn zwoele blik, misschien is het zijn slaperige blik. Hoe dan ook heb ik niet het gevoel dat hij mij ziet.

‘Ik moet gaan,’ zeg ik. Als hij verrast is door mijn milde afwijzing, dan herstelt hij zich snel.

‘Ja, ik moet morgen ook heel vroeg op voor een klus,’ zegt hij.

Daniel loopt een paar blokken met me mee naar de metro en om 21.41 uur nemen we afscheid me een onschuldige kus.

Kill your darlings: Onze man in Israël

Voor de nieuwkomers: er zijn een aantal verhalen (van dates) die het boek New York in 40 dates niet hebben gehaald. Schrijven is schrappen. Kill your darlings. Ik wil hier een paar van deze verhalen alsnog met je delen.


Onze man in Israël

New York, juli 2009

Eén van de meest onwaarschijnlijke ontmoetingen in mijn dating bestaan is met Avi. We zijn via de datingsite in contact gekomen, maar Avi woont in Israël. Hij reist regelmatig naar New York voor werk, zegt hij, en heeft daarom gezocht op vrouwen in New York. Avi handelt in kunst.

Hij is getrouwd, dus ik zeg hem al aan het begin van ons contact via de website dat ik geen zin heb om zijn New Yorkse maîtresse te worden. Als ik het kan voorkomen ga ik liever niet lopen stoken in een goed huwelijk natuurlijk, als je het een goed huwelijk mag noemen als iemand zonder medeweten van zijn of haar partner op een datingsite zit. Maar dat terzijde.

In onze correspondentie, die ik eigenlijk graag meteen al had willen afronden maar die Avi constant op gang houdt, vraag ik hem uiteindelijk waarom hij op de site zit, waarom er zo duidelijk op uit is om vreemd te gaan. We raken in een gepassioneerde discussie over levensopvattingen en religie. Wanneer hij op een dag naar New York komt, stem ik toe hem te ontmoeten voor een kop koffie tijdens mijn lunchpauze. Vriendschappelijk, meer niet. Laten we onze discussie daar voortzetten, spreken we af.

Avi staat bij de ingang van het West 4 Street metrostation op me te wachten, mét twee enorme koffers. Hij komt direct uit Israël. Hij is op weg naar Canada, maar weet nog niet zeker hoe hij daar naar toe zal gaan. Bus, trein, vliegen. Hij weet ook nog niet waar hij slaapt vannacht. Ik kan best improviseren en ik geloof altijd wel dat alles op zijn pootjes terecht komt, maar dit is wel erg extreem.

Vlakbij is de prachtige koffiezaak genaamd Caffe Reggio (zie ook mijn New York tip). We slepen zijn koffers naar het café, nemen plaats en bestellen een koffie. Het is al snel duidelijk dat mijn intentie om een vriendschappelijk kopje koffie te gaan drinken niet serieus wordt genomen: hij stort zich in schaamteloos geflirt en probeert herhaaldelijk mijn hand vast te houden die ik hem dan weer ontfutsel.

‘Laat me die mooie glimlach zien,’ zegt hij met enige regelmaat. Ik vind het denigrerend en respectloos; het staat blijkbaar ter discussie of ik een affaire wil met een getrouwde man uit Israël. Had ik niet gezegd dat ik daar geen zin in heb?

Het wordt erger: Avi, die pas 35 jaar oud is, heeft vijf (!) kinderen. Hij laat foto’s zien en het blijkt dat Avi niet zomaar joods is, maar orthodox joods. Gezien het feit dat hij internationale zaken doet heeft hij de krullen, de lange bakkenbaarden, afgeknipt. Ik dacht altijd dat het binnen deze stroming verboden was om ze af te knippen, maar blijkbaar is het een keuze. Zijn zoontjes hebben in ieder geval wel de lange krullen voor hun oren.

Hoe harder Avi – zeker geen onaantrekkelijke man, met rossig haar en een goed gebouwd lichaam – probeert, hoe killer en afstandelijker ik word. Ik drink mijn koffie op en maak snel dat ik wegkom. Mijn excuus is dat ik terug naar kantoor moet: druk druk!

Niet veel later belt Avi me op. Hij vertelt dat een vriend hem komt halen en dan rijden ze samen naar Canada. Hij vraagt of hij zijn bagage misschien een paar uur bij mij op kantoor mag laten. Verschrikkelijke terroristische scenario’s trekken onwillekeurig aan mijn geestesoog voorbij; in Amerika word je erg bang gemaakt voor onbeheerde tassen en koffers, dus ik moet er even over nadenken voor ik toezeg.

Aan het eind van de dag komt Avi ze weer ophalen en hij loopt met me mee naar het West 4 Street metrostation waar ik de metro naar Brooklyn pak. Inmiddels is Avi moe en uitgeblust. Hij heeft niet meer de energie om me te versieren en op deze manier is hij heel goed te verteren. We nemen afscheid met een Amerikaans hug. Hij schrijft me later dat hij zich altijd af zal vragen hoe het zou zijn om mijn, zoals hij zegt, mooie lippen te kussen. Ik ga er maar niet op in.

Mijn tweede boek, in grote ‘lijnen’

Ik vloek niet snel, maar twee weken geleden stond ik toch even flink te tieren. Ik stond op de weegschaal.

Aan het begin van dit blog schreef ik over goede voornemens, en doelen stellen en over hoe ik vorig jaar twintig kilo lichaamsgewicht was kwijtgeraakt. Dat zijn er uiteindelijk zesentwintig geworden, maar daarvan hebben er acht mij weer teruggevonden. Daarom liet ik mij even wat nare woorden ontglippen.

Ik neem alle verantwoording: elk pondje gaat door het mondje, maar verdorie, niet alles hoeft toch te blijven plakken? Kunnen we niet een dag in de week afspreken waarop mijn lichaam een oogje toeknijpt en zegt: “Oké, meissie, alles wat ik vandaag niet nodig heb, zal ik laten passeren. Oké? Moet je de andere zes dagen wel goed je best doen. Goed?”

(Overigens een hele schappelijke methode die veel mensen daadwerkelijk toepassen: 6 dagen goed opletten en 1 dag nergens op letten)

In de afgelopen weken, nu ik weer een beetje tijd heb om te denken na de lancering van mijn eerste boek, heb ik de volgende twee dingen besloten:

  • Ik ga weer vol frisse moed aan mijn gewicht en gezondheid werken. Er moet in ieder geval twintig kilo af. Het schijnt goed te zijn om je goede voornemens te delen met mensen, dus bij deze, jullie zijn mijn getuigen.
  • Mijn volgende boek wordt iets in de trant van ‘mijn leven in 40 diëten’ en dan gaan we het eens op een vermakelijke wijze hebben over al die verschillende diëten – die vaak vaak lijnrecht tegenover elkaar staan – en mijn (en jullie?) ervaringen.

Eerst dacht ik: wat weet ik nou over lijnen?! Kijk naar me, ik ben er duidelijk heel erg slecht in. Maar toen bedacht ik me: er zijn maar weinig mensen die zoveel ervaring hebben met afvallen als ik. Ik zit al vanaf mijn twaalfde op dieet. Dat overdrijf ik niet want op mijn twaalfde woog ik 120 kilo – en ook dat overdrijf ik niet – dus ja, ik ben niet alleen een zogenaamde dating-professional, ik ben ook een dieet-professional!