Hobby’s, clubs en praatgroepen

Hier is een stukje dat mijn boek niet heeft gehaald, eigenlijk een Kill your darlings verhaal dus, maar voor de verandering gaat het eens niet over een date, maar over sociale contacten. Eén van de leuke dingen van het leven in New York, vind ik namelijk, is dat je altijd gelijkgestemden kunt vinden. Je kunt er alles doen wat je wilt (zolang het legaal is uiteraard) en alles vinden wat je nodig hebt. Alle smaken, hobby’s, interesses en verlangens worden gefaciliteerd. Als je daar andere mensen bij nodig hebt, bijvoorbeeld voor een team sport, dan zijn er in New York altijd mensen voor te porren. Hoe vreemd en exotisch de sport ook is. Zo speelt een collega van mij ultimate frisbee. Persoonlijk had ik daar nog nooit van gehoord, maar de andere 17 mensen in de wereld die het ook spelen, wonen toevallig allemaal in New York en ze spreken regelmatig af in Central Park om de sport te beoefenen. Een website om met gelijkgestemden in contact te komen, ook in Nederland, is meetup.com.

meetupIk overdrijf natuurlijk met 17 spelers, want volgens Wikipedia zijn er wel 5,1 miljoen (!) ultimate frisbee spelers in de USA (zie wikipedia.org/Ultimate_(sport)) en is er in 2016 de eerste World Championship in Londen.

Zo, kun je daar ook weer over meepraten.

Verder zijn er in New York talrijke support groups om elkaar te helpen een doel te bereiken, zoals bij Weight Watchers, maar ook om over problemen te praten zoals het opvoeden van kinderen met een drugsverslaving, ik noem maar iets.

Er is de coffee bark in Prospect Park waar hondenbezitters elkaar op hun ochtend-uitlaat-rondje ontmoeten voor koffie. Er is een club voor lange mensen, waar leden minimaal 1,85 meter moeten zijn en ik heb zelfs een advertentie gezien voor een brei-cruise. Ja, echt, een cruise vakantie voor mensen die van breien houden, met breilessen en breiworkshops aan boord. Zie je het voor je? Een cruiseschip vol met breiende mensen? Kortom, er is echt voor ieder wat wils in deze stad, je hoeft je geen moment te vervelen of eenzaam te voelen.

De Londense metro, een sfeerbeeld

Ik reis van London City Airport, met de DLR trein en de Northern line, naar King’s Cross station. Een kleine tas met het hoognodige voor twee dagen kantoor en één overnachting, staat tussen mijn benen. Adele zingt voor mij alleen via de kleine Apple oordopjes. De zon komt op. Het was vroeg vanochtend. Het afgelopen uur heb ik twee keer mogen beleven, maar ik lever het morgen weer in als ik het land uitga.

Wat lijkt op een jonge, ranke versie van Mr. Bean staat bij de deur en staart naar het glas, naar de reflectie van zijn benen. Hij prevelt, geluidloos. Zijn smalle, kleine linkerhand gesticuleert sierlijk en ingetogen. In zijn rechterhand houdt hij het handvat van zijn rolkoffer. Hij draagt een donker pak en versleten bruine schoenen. Zijn borstelige wenkbrauwen dansen op en neer in verwondering en in overreding. Het is, zonder twijfel, een bewogen pleidooi dat hij houdt. Hij moet nodig naar de kapper. Vooral het weerbarstige haar van zijn bakkenbaarden is te lang en geeft hem een waanzinnige uitstraling, dat in combinatie met zijn stille preek uiteraard.

Een man stapt in. Hij draagt een dikke beige mantel, de omvang van een bontmantel, maar dat is het niet. Hij draagt een bril waar Sir Elton John jaloers op zou zijn, een fel blauwe bolhoed en grote oorbellen in de vorm blauwe druiventrossen.

Sir Elton John staat naast Mr. Bean en ik vraag me af wie ik vreemder vind.

Tegenover mij kruipt een matig aantrekkelijk meisje dicht tegen haar bijzonder aantrekkelijke vriend aan terwijl ze mij aankijkt. Ik kijk alleen omdat ze naar mij kijkt, anders waren ze me niet opgevallen. Ze slaat haar armen om haar vriend heen. Ontmoet weer mijn blik. Hij omhelst haar. Hij heeft alleen ogen voor haar. Niemand anders. Haar verwijtende blik is nergens voor nodig.

The next stop is Bank, where this train will terminate…

Never stop dancing

Ik ben mijn wekelijkse tips opnieuw aan het delen dit jaar. Vorig jaar heb ik ze voor het eerst gepubliceerd, en in 2016 gooi ik ze in de herhaling. Daar waar nodig pas ik ze aan.

Deze week, week 4, gaat het over The Village Underground en ik heb veel fantastische herinneringen aan deze tent. Al mijn logeetjes heb ik er naartoe gesleept, en ik heb mensen op het hart gedrukt te gaan kijken. Het is nog niemand tegengevallen, voor zover ik weet.

Een van mijn herinneringen aan The Village Underground betreft een ontmoeting met een oudere dame. Een klein tenger vrouwtje was het, blanke huid, grijs haar, heel elegant en met energie voor tien. Ze stond te swingen voor het podium en trok verschillende jongemannen de dansvloer op. Ze liet zich kirrend leiden door de krachtige jonge lichamen, vaak twee koppen groter dan zijzelf.

Jonge vrouwen nam ze ook bij de hand en trok ze uit hun stoel, inclusief ondergetekende, en daar stonden we;

Mannen keken blozend om naar hun vrienden die achter een biertje hingen en grijnzend terugkeken.

De band glimlachte tevreden naar het schouwspel aan hun voeten, en speelde speciaal voor haar.

De vrouwen stonden te dansen in een kringetje, met een flauwe glimlach om de mond, de ogen glanzend en vol bewondering.

‘How old are you?!’ vroeg een van de meisjes haar uiteindelijk. Het meisje klonk erg verbaasd, op het onbeleefde af. Het antwoord hoorde ik niet, maar ik zag de ‘WOW’ reactie op het gezicht van de jonge vrouw.

De oudere vrouw klampte mij vast met een verbazingwekkend stevige greep om mijn arm en trok me richting haar gezicht. ‘Ik ben 76,’ zei ze in mijn oor.

Ik kwam iets omhoog, keek haar verbaasd aan.

‘Wil je weten wat mijn geheim is?’ vroeg ze.

Ik knikte gretig.

‘Never stop dancing,’ zei ze. Ze liet me los, glimlachte, wierp me een schalkse blik toe en begaf zich weer onder de mensen.

Never stop dancing. Ik ben het nooit vergeten en om mijzelf er bij tijd en wijle aan te herinnering heb ik het op de achterkant van mijn iPod Touch laten graveren (dat was destijds een actie van Apple).

Zing, dans. Juist als je er geen zin in hebt. Je hoeft er niet voor naar een club, je hebt er geen andere mensen voor nodig. Ik beken: soms, thuis of op reis, doe ik mijn oordopjes in en zing en dans. Ziet er niet uit, klinkt voor geen meter, maar je wordt er vrolijk van, het neemt spanning weg en je verbrandt zelfs wat extra calorieën. Bovendien houdt het je jong, dat weet ik zeker.

Dus: Never stop dancing!

Dancing

David Bowie

Ah ja, David Bowie.

Ik heb een concert van hem bij mogen wonen in de Amsterdam Arena. Ik heb het opgezocht, het moet juni 2004 geweest zijn. De akoestiek in de Arena was niet zo goed, waarop Bowie zei : ‘ Can you hear me once, or twice twice twice twice…’

Grappig verhaal: Ik ging met mijn ex naar dit concert – tenminste, toen was het nog mijn vriend, dus laat ik zeggen mijn toenmalige vriend – en hij leek ook op David Bowie. Zeker als hij zijn haar in hetzelfde kapsel liet knippen. Hij leek dusdanig op hem dat mensen regelmatig twee keer moesten kijken, met name in het buitenland als we Engels praatten.

Anyway, mijn broer had kaartjes geregeld voor het concert, zelf was hij al binnen met zijn gezelschap. Mijn broer en ik stuurden elkaar SMS berichten (want toen had je nog geen WhatsApp) in de trant van ‘waar ben je nu?’, ‘waar sta je?’, et cetera. Mijn broer zegt dat hij helemaal vooraan staat, recht voor het podium, dus mijn toenmalige vriend en ik komen het veld op en lopen stevig door richting podium. We laten ons insluiten in het voorste vak, tegen het podium aan. We zijn de laatsten die dit vak in mogen, achter ons gaan de dranghekken dicht. We draaien ons om en daar staat mijn broer, precies búiten dit vak.

‘Hoe kom je dáár nou terecht?’ roept mijn broer verongelijkt, wellicht in de veronderstelling dat dit voorste vak alleen op uitnodiging toegankelijk is, of voor minder valide of wat dan ook.

Ik haal mijn schouders op en wijs naar mijn vriend. Laat dat maar aan hem over: als je ergens vooraan wilt staan of zitten, of als je ergens binnen wilt komen waar je niet hoort te zijn – bijvoorbeeld op de Miljonairs’ Fair met Don Johnson, om maar wat geks te noemen – dan moet je gewoon mijn ex volgen.

Het voorprogramma begint; lekkere stevige muziek.

Lekker wijf zeg, die staat te zingen, keuvelen mijn vriend en ik. Goh, ze speelt nummers van Anouk. Mag dat? Covers? Dat mag toch niet?

‘Het ís Anouk,’ zegt iemand naast ons, duidelijk geïrriteerd dat we dat niet weten. We hadden haar echt niet herkend. Ze heeft toch een paar metamorfoses ondergaan, wees eerlijk.

Maar goed, in juni 2004 zijn wij dus getrakteerd op Anouk én de grote David Bowie. Op werkelijk een steenworp afstand. Wauw. Dat nemen ze ons niet meer af. Rust in vrede, meneer Bowie.

Wisten jullie trouwens dat Bowie een fervent lezer was? Hier is zijn ‘recommended reading’ lijst (uit 2003):

https://www.brainpickings.org/2013/10/03/david-bowie-reading-list/

Bowie reading about Francis Bacon in 1995.
Bron: http://www.theguardian.com

Slurp je slank, drink je dunner

Vorige keer hebben we afgesloten, deze week beginnen we met een nieuw jaar.

Frisse moed, nieuwe kansen, schone lei.

Allemaal onzin natuurlijk, want waarom zou de ochtend van 1 januari anders zijn dan welke andere ochtend die je gegeven is? Maar het geeft niet: het werkt. Het placebo-effect. 1 januari is voor veel mensen een goede dag om ergens mee te beginnen of juist te stoppen en als dat voor mensen werkt, dan moeten we dat vooral zo laten.

Uiteraard, in de top drie van goede voornemens: tijd voor veel mensen om af te vallen. Ik ben in januari jarig en zo lang als ik me kan herinneren wordt taart op mijn verjaardag niet gewaardeerd! Als je nou in november jarig bent, dan is iedereen de zomer en de traumatische zwemkleding al weer vergeten, weet iedereen dat het in december toch hopeloos is, en wordt het buiten al weer flink koud, dus: ‘kom maar op met die zoetigheid en hartigheid. Volgend jaar gaan we weer aan de lijn.’ Niet op mijn verjaardag.

Over dat afvallen; ik heb al vaker wat afvaltips geplaatst, maar vandaag ga ik je één hele simpele tip geven, een doodeenvoudige regel. Als je je daaraan houdt dan ben je al een heel eind op weg. Dat klinkt als zo’n vervelende facebook reclame aan de rechterkant van je pagina, maar goed, ik meen het serieus:

Haal geen calorieën uit je drankjes.

Wat?

Zorg dat je geen calorieën drinkt.

Geen melk, geen fruitsapjes, geen frisdranken (ook zeker geen zogenaamde ‘zero’ varianten), geen alcohol, gewoon, géén vloeibare calorieën.

Ik houd mijn calorieën bij – zo ben ik onder andere de afgelopen 18 maanden 30 kilo kwijtgeraakt – en als je moet gaan beknibbelen op je calorieën, dan is het echt zonde deze te spenderen aan bijvoorbeeld frisdrank want het vult niet meer of minder dan een glas water of een beker thee. Je lichaam heeft meer aan een appel dan aan een cappuccino.

Drink voldoende, maar ook niet teveel! (maximaal drie liter per dag). Drink ongezoete (kruiden)thee, drink zwarte koffie (met mate) en drink vooral water. Gelukkig vind ik zelf water heerlijk en heb ik nooit veel met frisdrank gehad, maar als je er echt niets aan vindt, aan water of thee: het internet staat vol met leuke ideeën om je karaf een beetje ‘op te leuken’ met mint, met lavendel, met komkommer, met citroen, met aardbeien, en ga zo maar door. De mogelijkheden zijn eindeloos. Ik denk dat de gemiddelde Nederlander al snel 400 tot 500 calorieën per dag kan besparen door zich aan dit ene goede voornemen te houden.

400 tot 500 calorieën … Ik ontbijt voor minder!

Toch weer mooi meegenomen.

Strawberry-Lime-Cucumber-and-Mint-Water-54health
Bron:

https://54health.com/food-and-drinks/detox-water

Aan alles komt een eind

Lieve lezers: een goede jaarwisseling gewenst, en al het goede voor 2016!

Het is leuk dat jullie zo enthousiast zijn, maar het was natuurlijk niet de bedoeling dat jullie massaal de Literaire Juweeltjes zouden gaan inslaan. Hemel en aarde heb ik bewogen om het laatste deel van 2015 te kunnen bemachtigen, uiteindelijk via de Bruna in Laren!

Inmiddels kan ik je wel, redelijk accuraat, vertellen waar je zoal Bruna winkels in Nederland kunt vinden. Dat is dan weer handig voor een volgende keer.

Deze december uitgave, geschreven door Hans Dorrestijn, wilde ik erg graag hebben omdat ik Hans heb mogen ontmoeten. Dan ontwikkel je toch direct een zwak, of een voorkeur, voor iemand; iemand die je hebt gezien, gehoord, gevoeld (hand schudden) en geroken (onbewust).

Het ging als volgt:

Eind februari van dit jaar (2015), mocht ik naar de studio van Koos Breukel om mijn auteursportret te laten maken (zie het portret bovenaan dit blog). Singel Uitgeverijen was sinds een aantal maanden zelfstandig en had Koos Breukel gecharterd om iedereen in dezelfde sfeer vast te leggen voor de nieuwe website.

Koos Breukel is nou niet bepaald de minste, hij maakt prachtige Rembrandt-achtige portretten, het liefst (naar eigen zeggen) van mensen met een handicap. Zo heeft hij foto’s gemaakt voor de brandwonden stichting, en van mensen die blind of gedeeltelijk blind zijn. Hij vindt juist de imperfectie zo mooi (zei hij toen ik vroeg of hij het wondje op mijn kin zou willen retoucheren). Daarnaast heeft hij veel bekende Nederlanders geportretteerd en heeft de staatsieportretten van Willem-Alexander en Koningin Máxima mogen maken.

Zelf is Koos een heerlijke nuchtere man die zijn schouders ophaalt over dit alles en alleen maar bezig is met zijn kunst, niet met alle media aandacht daaromheen.

Hij heeft een fijne studio in de Schinkelbuurt in Amsterdam. Ik zeg fijne studio omdat het een glazen dak heeft en er dus veel daglicht binnenkomt, dat geeft al meteen een prettige sfeer.

Ik kom op die dag in februari de studio binnen en wordt welkom geheten door een uiterst vriendelijke, mannelijke assistent. Die dagen is het lopende-band-werk bij Koos, de uitgeverij heeft hem en zijn studio volgens een strak schema volgeboekt. Ik hoor en zie de flitsen vanuit de achterkamer komen.

‘Mag ik kijken?’ vraag ik aan de assistent.

‘Natuurlijk. Hans Dorrestijn wordt nu gefotografeerd.’

Ik loop naar achteren. Na nog een paar foto’s zijn ze klaar, ik schud beide heren de hand.

‘Kan ik een taxi voor je bellen, Hans?’ vraagt Koos.

‘Nee, mijn chauffeur komt mij zo halen.’

Koos en ik kijken elkaar aan.

‘Chauffeur,’ zeg ik. ‘Zo!’

Hans lacht een beetje gegeneerd. ‘Uit pure noodzaak hoor,’ zegt hij, ‘ik kan niet rijden. Ik heb geloof ik wel zeven keer afgereden. Toen heb ik het maar opgegeven.’

Koos en ik lachen nu ook.

‘Ik word er zo zenuwachtig van. De laatste keer heb ik een paar valiumpillen ingenomen en mijn vrouw is achter ons aangereden om te kijken hoe het ging. Ze zei me later dat het goed ging, maar toch was ik weer gezakt.’

‘Misschien waren de valiumpillen niet zo’n goed idee, Hans,’ zeg ik erg bijdehand.

Hans wordt opgepikt door zijn chauffeur. Ondertussen komt er een weinig sympathieke vrouw binnen met koffers. Het blijkt de styliste te zijn van Stella Bergsma. (Chauffeur, styliste. Doe ik toch iets niet goed, denk ik.) De kinderen van Koos komen uit school en komen hun vader even gedag zeggen.

Ik mag plaatsnemen op de kruk, onder de lampen.

Stella is inmiddels binnengekomen en blijkt zelf een ontzettend vriendelijke en attente jonge vrouw. Het boek van Stella (Pussy album) verschijnt in februari 2016.

Herman Clerinx is overgekomen uit België en kijkt vanaf de zijlijn rustig toe, kop koffie in de hand, hoe de vrouwen druk in de weer zijn met poseren, kleding en make-up.

Ik ben binnen twee minuten klaar, of Koos is binnen twee minuten klaar met mij moet ik zeggen. Een compliment natuurlijk, maar ik vind het wel jammer. Het is hier erg gezellig en ik zou nog wel wat langer willen blijven. Maar ja, aan alles komt een eind.

Ook aan 2015! Nogmaals: een goede jaarwisseling en al het goede voor 2016!

Kunst-werk

Zo. Hè. Fijn. De kortste dag is weer geweest, de dagen worden weer langer! Ik weet het, ik moest gewoon niet zeuren vorige week; deze winter is heerlijk mild, iedereen loopt te tobben met de kerstkaarten, iedereen neemt een paar extra kilo mee het nieuwe jaar in en ja, natuurlijk, het is ontzettend gezellig allemaal. Ik weet het, ik weet het. Maar die boom, daar blijf ik bij. Die komt er bij niet in!

Maar genoeg daarover. Wat mij nou weer overkomt vorige de week; een collega staat woensdag aan mijn bureau en vraagt: ‘Laat die portretfoto’s van jou nog eens zien?’ Het gaat om de portretfoto’s voor ons bedrijfsprofiel en deze zijn gemaakt door een kennis van hem. Mijn collega fotografeert zelf ook en is benieuwd naar het resultaat. Ik krijg de zeer attente opmerking, die ik desalniettemin niet al te serieus neem: ‘Je zou model moeten zijn.’

Diezelfde middag nog krijg ik een mailtje uit een compleet andere hoek, van Jeanne, of ik model zou willen zitten voor een foto/filmpje. Weer zo’n geval van bizar toeval, de opmerking en het verzoek, zo vlak achter elkaar.

Natuurlijk wil ik model zitten, ik ben namelijk overal voor te porren, zeker binnen ‘de kunsten’.

Wat is er allemaal aan de hand: in februari 2016 opent er in ons prachtige Dordrechts Museum een expositie over/van de Nederlandse schilder Godefridus / Godfried Schalcken (1643-1706).

Het is de bedoeling dat de expositie wordt begeleid door een kort filmpje met daarin onder andere tekst en uitleg van de curator. Ter afwisseling worden eventueel wat beelden gemonteerd over de werkwijze en de unieke belichting van Godfried, hij gebruikte namelijk vaak kaarslicht als de lichtbron in zijn werk.

Godfried Schalcken kan het ons niet meer op film laten zien, maar fotografen experimenteren met licht zoals de oude meesters dat deden in hun schilderijen. Zo ook Mark Isarin in Dordrecht. Hij probeert de belichting van Rembrandt te gebruiken in de fotografie.

Mark heeft geprobeerd twee schilderijen van Godfried te reconstrueren en ik hoefde alleen maar heel stil te zitten want de sluitertijd is relatief lang bij kaarslicht. Geen make-up had ik zelf bedacht, maar pure Hollandse welvaarts blosjes.

Ondertussen werden we gefilmd door Jeanne van der Horst en Annemarie Strijbosch.

Uiteindelijk gaat het om het filmmateriaal, maar het is nog maar de vraag hoeveel er van bewaard blijft: in alle kunstvormen geldt ‘Kill your darlings’, dus ik houd er rekening mee dat ik mijn filmdebuut (weer) niet ga halen. (Dit doet me denken: toen ik een jaar of 17 was kreeg ik de hoofdrol in een Nederlandse speelfilm, van een compleet onbekende Dordtse producent. Het project is nooit van de grond gekomen, maar ik moet het script en het contract nog wel ergens hebben liggen denk ik.)

Ik houd er in ieder geval een uniek paar foto’s aan over, een leuke herinnering en een apart verhaal.

b8c5c8b1-4d41-496e-97f2-fe8cb9bb13cb-original

De tentoonstelling, onder de titel ‘Schalcken – kunstenaar van het verleiden’, is vanaf 21 februari te zien in het Dordrechts Museum.

Árboltarier

Ik wil liever positieve dingen plaatsen, maar deze week ga ik dan toch even mijn gal spuwen.

Ik heb een hekel aan de decembermaand!

Zo, het hoge woord is eruit.

December is te koud, het is te donker. De laatste dagen voor de zonnewende, de dagen die zo heel kort zijn, vind ik verschrikkelijk. Als de kortste dag (21 of 22 december) is geweest en we weer de goede kant opgaan, dan gaat het wel weer. Tot de zomerwende, want dan denk ik: oh nee! De dagen worden weer korter. Maar goed, dat zien we over zes maanden dan wel weer.

Dan word je dik van de decembermaand want er zijn veel te veel verleidingen in de vorm van suiker, chocolade, etentjes en alcohol, en daar komt bij: geen tijd en geen zin om naar de sportschool te gaan.

Het is natuurlijk een dure maand. Dan komen wij er in Nederland nog ontzettend goed vanaf. Het boekje (een roman) ‘Skipping Christmas’ van John Grisham geeft een lekkere satirisch kijk op de kosten die de Kerst voor de Amerikanen meebrengt. Onvoorstelbaar.

En dan krijgen we half december het kerstkaarten dilemma. Elk jaar ben ik weer te laat met mijn kerstkaarten, en elk jaar neem ik me voor het volgende keer anders te doen (elk jaar neem ik me ook voor om het gewoon helemaal niet meer te doen, maar dat durf ik dan weer niet). Elk jaar heb ik weer een verlammende ‘social angst’: wie moet ik een kerstkaart sturen? Ben ik iemand vergeten? Is dat stel nog wel bij elkaar? Et cetera.

‘Het feest van de lichtjes,’ zeggen mensen dan. ‘Dat is toch gezellig?’

Gezellig?! Gezellig?! Vind je dit gezellig? Luister en huiver: een frisse jonge dennenboom heeft jarenlang haar takken verlangend naar de zon gestrekt, heeft met haar wortels de aarde omwoeld op zoek naar levenssappen, om vervolgens begin december oneerbiedig te worden neergehaald. WHAM! Haar halsslagader bruut doorgesneden, haar nog fris geurende groene lijf in netten verpakt en zodra Sinterklaas en zijn hofhouding weer op de boot zitten, liggen de karkassen opgestapeld in de supermarkt en op de markt. Een paar weken lang staat haar ranke lijfje dan, op macabere wijze versierd, in een muffe woonkamer, tot ze begint te rotten en ze haar naalden loslaat…

Als klein meisje werd ik al immens droevig bij het zien van de naalden op de grond, aan de voet van de kerstboom. Elke dag verloor ze er weer meer dan de dag ervoor. Ik wist het al op jonge leeftijd: ik word árboltarier! Als ik groot ben, zal ik nooit een kerstboom nemen.

Literaire Juweeltjes

In het begin van het jaar heb ik mezelf voorgenomen om 50 boeken te lezen in 2015 (Hebban is begonnen met de 2016 Reading Challenge, maar ik was ze mooi voor). Ik wilde voornamelijk Nederlandse schrijvers gaan lezen, want ik merkte dat ik de laatste jaren (onder andere vanwege mijn tijd in New York) vooral veel Engelstalige boeken heb gelezen, iets wat tijdens het redigeren van mijn eigen boek duidelijk naar voren kwam; mijn anglicismen.

Nederlandse schrijvers dus. Niet ‘Nederlandse boeken’, want ik lees liever in de taal van de schrijver en geen vertalingen. Ik ben namelijk erg geïnteresseerd in wat de schrijver gedaan heeft.

(Funny story: ik dacht dat Tatiana de Rosnay een Française was dus ik heb “Elle s’appelait Sarah” (“Haar naam was Sarah”) in het Frans doorgeworsteld om aan het eind in de flaptekst te lezen dat het uit het Engels vertaald was!)

Terug naar mijn missie van 50 boeken lezen in 2015: afgelopen januari heb ik dan ook voor mijn verjaardag boeken gevraagd, aan de hand van een lijst van bol.com. Geweldig! Stapels boeken, heerlijk! En heel handig zo’n verlanglijstje wat je kunt delen en wat mensen dan kunnen afstrepen.

Maar goed, van de zomer kwam ik er achter dat ik die 50 boeken ‘never nooit niet’ zou gaan halen. Genoeg boeken, maar te weinig tijd. Ik ben gaan smokkelen. Ik geef het direct toe. Maar smokkelen op een hele leuke, een leerzame manier, vind ik. Ik heb namelijk de Literaire Juweeltjes van B for Books van Bruna ontdekt. Het zijn hele kleine boekjes, van circa 60 pagina’s, en sinds 2006 komt er maandelijks een nieuw boekje op de markt. Eigenlijk zijn het korte verhalen. Soms zijn het meerdere korte verhalen of columns. Precies goed om in de trein van Dordrecht naar Amsterdam te lezen. De Literaire Juweeltjes zijn altijd van Nederlandse auteurs dus het is een hele leuke manier om verschillende schrijvers van eigen bodem te ‘proeven’.

Ze kosten 1,50 EUR in de winkel en zijn doorgaans alleen los te verkrijgen in de Bruna boekenwinkels. Sommige andere boekenwinkels kopen ze ook in, maar zij kunnen ze alleen per 10 stuks krijgen, en niet elke boekhandel heeft daar zin in natuurlijk.

Ik ben begonnen met grote partijen op te kopen via Marktplaats. Dan gaat het hard. Heerlijk zo’n verzameling. Verslavend om ‘m compleet te krijgen ook. Inmiddels heb ik ze allemaal op eentje na: Joris Luyendijk – Islam voor beginners (mei 2012). Mocht iemand van jullie ‘m hebben, ik houd me aanbevolen!

Literaire Juweeltjes

Imagine

Strawberry Fields is een traanvormig stuk van Central Park in New York. Het is een eerbetoon aan John Lennon. Hij woonde met zijn vrouw Yoko Ono  in het gebouw aan de overkant, Dakota Apartments, en is daar in 1980 – bij de ingang naar de binnenplaats – neergeschoten. Ik vertel het maar even, want er zijn tieners, geboren in deze eeuw, die wellicht niet weten wie John Lennon was.

In het midden van Strawberry Fields is een groot rond mozaïek aangelegd, met het woord Imagine in het midden, naar het gelijknamige nummer van John Lennon.

Elke dag lopen honderden toeristen langs deze gedenkplaats, staan dan even stil, denken aan John Lennon en horen ongetwijfeld de tekst van het nummer ‘Imagine’ in hun hoofd, zeker in deze dagen.

Imagine there’s no countries

It isn’t hard to do

Nothing to kill or die for

And no religion too

Imagine all the people

Living life in peace…

 

You may say I’m a dreamer

But I’m not the only one

I hope someday you’ll join us

And the world will be as one 

 

Strawberry FieldsRondom het mozaïek staan bankjes. Een van de banken is opgeëist door een man, een man met een hond. Ik weet niet hoe hij heet, maar voor het gemak noem ik hem Fred.

Fred heeft lang, dunnend en grijzend haar. Hij draagt een dikke groene legerjas, welke op de borst bijna compleet bedekt is met buttons. De hond is donkerblond, van het type middelgroot vuilnisbakkenras en draagt een grote rode zakdoek als sjaaltje om zijn nek. Om Fred en de hond heen staan een rugzak en een paar uitpuilende boodschappentassen. Het is je niet moeilijk voor te stellen dat Fred dakloos is. Hij is er altijd als ik langs Strawberry Fields kom. Hij woont hier.

Het mozaïek is elke dag weer keurig versierd met bloemen. Fred heeft de taak op zich genomen om de offers van de toeristen bij te houden, te rangschikken, uit te stallen, te reguleren. Meestal zit hij op zijn bank en bekijkt de mensen die foto’s nemen en hun hoofd buigen bij de gedenkplaats. Soms praat hij met de persoon die toevallig naast hem is neergestreken. Een keer stond hij bij de cirkel en sprak de mensen toe. Fred legde aan de mensen uit wie John Lennon was en wees naar de bovenste verdieping van het gebouw aan de overkant.

‘Daar, op de bovenste verdieping, de verdieping met het terras rondom, daar woont Yoko Ono nog steeds.’

Ik vraag me af of Yoko Ono ooit wel eens naar buiten kijkt, naar Strawberry Fields en naar al de toeristen die daar 35 jaar later ‘Imagine’ afspelen in hun hoofd.

Ik stel me voor dat ze soms Strawberry Fields bezoekt, stilletjes in het holst van de nacht. Fred ligt daar op zijn bank te slapen, de hond naast hem op de grond.

Yoko heeft naar buiten gekeken; er is niemand te bekennen. Het is een milde nacht. Ze heeft een lange dunne jas aangetrokken, haar hoed opgezet. Ze passeert de knikkebollende portier, steekt de binnenplaats over. Het geluid van haar voetstappen weerkaatst tegen de muren, het klinkt hol in de stille nacht. Ze loopt onder de poort door waar haar man is neergeschoten. Ze steekt Central Park West over, ter hoogte van West 72nd Street en loopt Central Park in.

Ik stel me voor dat ze voorzichtig loopt, dat ze Fred en zijn hond niet wakker wil maken. Ze wil een paar minuten alleen zijn, alleen met de nagedachtenis aan haar John. Ik stel me voor dat ze daar aan de rand van de cirkel staat, haar handen diep in de zakken van haar jas, haar hoofd een beetje opzij.

Imagine there’s no countries

It isn’t hard to do

Nothing to kill or die for

And no religion too

Imagine all the people

Living life in peace…

Ik stel me voor dat de hond wakker wordt en zijn hoofd optilt. Hij maakt geen geluid, maar toch wordt Fred ook langzaam wakker. Hij ziet de figuur bij de cirkel en knippert een paar keer met zijn ogen. Hij komt overeind. Yoko loopt naar hem toe en komt naast hem zitten.

‘Hallo, Fred,’ zegt ze zacht.

‘Hallo, Yoko.’

De hond is ook komen zitten. Yoko krabbelt hem achter de oren. Fred kijkt naar het mozaïek alsof hij naar John zelf kijkt en glimlacht. Yoko legt een hand op Freds onderarm, legt haar hoofd op zijn schouder.

Imagine,’ fluistert ze.