David Bowie

Ah ja, David Bowie.

Ik heb een concert van hem bij mogen wonen in de Amsterdam Arena. Ik heb het opgezocht, het moet juni 2004 geweest zijn. De akoestiek in de Arena was niet zo goed, waarop Bowie zei : ‘ Can you hear me once, or twice twice twice twice…’

Grappig verhaal: Ik ging met mijn ex naar dit concert – tenminste, toen was het nog mijn vriend, dus laat ik zeggen mijn toenmalige vriend – en hij leek ook op David Bowie. Zeker als hij zijn haar in hetzelfde kapsel liet knippen. Hij leek dusdanig op hem dat mensen regelmatig twee keer moesten kijken, met name in het buitenland als we Engels praatten.

Anyway, mijn broer had kaartjes geregeld voor het concert, zelf was hij al binnen met zijn gezelschap. Mijn broer en ik stuurden elkaar SMS berichten (want toen had je nog geen WhatsApp) in de trant van ‘waar ben je nu?’, ‘waar sta je?’, et cetera. Mijn broer zegt dat hij helemaal vooraan staat, recht voor het podium, dus mijn toenmalige vriend en ik komen het veld op en lopen stevig door richting podium. We laten ons insluiten in het voorste vak, tegen het podium aan. We zijn de laatsten die dit vak in mogen, achter ons gaan de dranghekken dicht. We draaien ons om en daar staat mijn broer, precies búiten dit vak.

‘Hoe kom je dáár nou terecht?’ roept mijn broer verongelijkt, wellicht in de veronderstelling dat dit voorste vak alleen op uitnodiging toegankelijk is, of voor minder valide of wat dan ook.

Ik haal mijn schouders op en wijs naar mijn vriend. Laat dat maar aan hem over: als je ergens vooraan wilt staan of zitten, of als je ergens binnen wilt komen waar je niet hoort te zijn – bijvoorbeeld op de Miljonairs’ Fair met Don Johnson, om maar wat geks te noemen – dan moet je gewoon mijn ex volgen.

Het voorprogramma begint; lekkere stevige muziek.

Lekker wijf zeg, die staat te zingen, keuvelen mijn vriend en ik. Goh, ze speelt nummers van Anouk. Mag dat? Covers? Dat mag toch niet?

‘Het ís Anouk,’ zegt iemand naast ons, duidelijk geïrriteerd dat we dat niet weten. We hadden haar echt niet herkend. Ze heeft toch een paar metamorfoses ondergaan, wees eerlijk.

Maar goed, in juni 2004 zijn wij dus getrakteerd op Anouk én de grote David Bowie. Op werkelijk een steenworp afstand. Wauw. Dat nemen ze ons niet meer af. Rust in vrede, meneer Bowie.

Wisten jullie trouwens dat Bowie een fervent lezer was? Hier is zijn ‘recommended reading’ lijst (uit 2003):

https://www.brainpickings.org/2013/10/03/david-bowie-reading-list/

Bowie reading about Francis Bacon in 1995.
Bron: http://www.theguardian.com

Slurp je slank, drink je dunner

Vorige keer hebben we afgesloten, deze week beginnen we met een nieuw jaar.

Frisse moed, nieuwe kansen, schone lei.

Allemaal onzin natuurlijk, want waarom zou de ochtend van 1 januari anders zijn dan welke andere ochtend die je gegeven is? Maar het geeft niet: het werkt. Het placebo-effect. 1 januari is voor veel mensen een goede dag om ergens mee te beginnen of juist te stoppen en als dat voor mensen werkt, dan moeten we dat vooral zo laten.

Uiteraard, in de top drie van goede voornemens: tijd voor veel mensen om af te vallen. Ik ben in januari jarig en zo lang als ik me kan herinneren wordt taart op mijn verjaardag niet gewaardeerd! Als je nou in november jarig bent, dan is iedereen de zomer en de traumatische zwemkleding al weer vergeten, weet iedereen dat het in december toch hopeloos is, en wordt het buiten al weer flink koud, dus: ‘kom maar op met die zoetigheid en hartigheid. Volgend jaar gaan we weer aan de lijn.’ Niet op mijn verjaardag.

Over dat afvallen; ik heb al vaker wat afvaltips geplaatst, maar vandaag ga ik je één hele simpele tip geven, een doodeenvoudige regel. Als je je daaraan houdt dan ben je al een heel eind op weg. Dat klinkt als zo’n vervelende facebook reclame aan de rechterkant van je pagina, maar goed, ik meen het serieus:

Haal geen calorieën uit je drankjes.

Wat?

Zorg dat je geen calorieën drinkt.

Geen melk, geen fruitsapjes, geen frisdranken (ook zeker geen zogenaamde ‘zero’ varianten), geen alcohol, gewoon, géén vloeibare calorieën.

Ik houd mijn calorieën bij – zo ben ik onder andere de afgelopen 18 maanden 30 kilo kwijtgeraakt – en als je moet gaan beknibbelen op je calorieën, dan is het echt zonde deze te spenderen aan bijvoorbeeld frisdrank want het vult niet meer of minder dan een glas water of een beker thee. Je lichaam heeft meer aan een appel dan aan een cappuccino.

Drink voldoende, maar ook niet teveel! (maximaal drie liter per dag). Drink ongezoete (kruiden)thee, drink zwarte koffie (met mate) en drink vooral water. Gelukkig vind ik zelf water heerlijk en heb ik nooit veel met frisdrank gehad, maar als je er echt niets aan vindt, aan water of thee: het internet staat vol met leuke ideeën om je karaf een beetje ‘op te leuken’ met mint, met lavendel, met komkommer, met citroen, met aardbeien, en ga zo maar door. De mogelijkheden zijn eindeloos. Ik denk dat de gemiddelde Nederlander al snel 400 tot 500 calorieën per dag kan besparen door zich aan dit ene goede voornemen te houden.

400 tot 500 calorieën … Ik ontbijt voor minder!

Toch weer mooi meegenomen.

Strawberry-Lime-Cucumber-and-Mint-Water-54health
Bron:

https://54health.com/food-and-drinks/detox-water

Kunst-werk

Zo. Hè. Fijn. De kortste dag is weer geweest, de dagen worden weer langer! Ik weet het, ik moest gewoon niet zeuren vorige week; deze winter is heerlijk mild, iedereen loopt te tobben met de kerstkaarten, iedereen neemt een paar extra kilo mee het nieuwe jaar in en ja, natuurlijk, het is ontzettend gezellig allemaal. Ik weet het, ik weet het. Maar die boom, daar blijf ik bij. Die komt er bij niet in!

Maar genoeg daarover. Wat mij nou weer overkomt vorige de week; een collega staat woensdag aan mijn bureau en vraagt: ‘Laat die portretfoto’s van jou nog eens zien?’ Het gaat om de portretfoto’s voor ons bedrijfsprofiel en deze zijn gemaakt door een kennis van hem. Mijn collega fotografeert zelf ook en is benieuwd naar het resultaat. Ik krijg de zeer attente opmerking, die ik desalniettemin niet al te serieus neem: ‘Je zou model moeten zijn.’

Diezelfde middag nog krijg ik een mailtje uit een compleet andere hoek, van Jeanne, of ik model zou willen zitten voor een foto/filmpje. Weer zo’n geval van bizar toeval, de opmerking en het verzoek, zo vlak achter elkaar.

Natuurlijk wil ik model zitten, ik ben namelijk overal voor te porren, zeker binnen ‘de kunsten’.

Wat is er allemaal aan de hand: in februari 2016 opent er in ons prachtige Dordrechts Museum een expositie over/van de Nederlandse schilder Godefridus / Godfried Schalcken (1643-1706).

Het is de bedoeling dat de expositie wordt begeleid door een kort filmpje met daarin onder andere tekst en uitleg van de curator. Ter afwisseling worden eventueel wat beelden gemonteerd over de werkwijze en de unieke belichting van Godfried, hij gebruikte namelijk vaak kaarslicht als de lichtbron in zijn werk.

Godfried Schalcken kan het ons niet meer op film laten zien, maar fotografen experimenteren met licht zoals de oude meesters dat deden in hun schilderijen. Zo ook Mark Isarin in Dordrecht. Hij probeert de belichting van Rembrandt te gebruiken in de fotografie.

Mark heeft geprobeerd twee schilderijen van Godfried te reconstrueren en ik hoefde alleen maar heel stil te zitten want de sluitertijd is relatief lang bij kaarslicht. Geen make-up had ik zelf bedacht, maar pure Hollandse welvaarts blosjes.

Ondertussen werden we gefilmd door Jeanne van der Horst en Annemarie Strijbosch.

Uiteindelijk gaat het om het filmmateriaal, maar het is nog maar de vraag hoeveel er van bewaard blijft: in alle kunstvormen geldt ‘Kill your darlings’, dus ik houd er rekening mee dat ik mijn filmdebuut (weer) niet ga halen. (Dit doet me denken: toen ik een jaar of 17 was kreeg ik de hoofdrol in een Nederlandse speelfilm, van een compleet onbekende Dordtse producent. Het project is nooit van de grond gekomen, maar ik moet het script en het contract nog wel ergens hebben liggen denk ik.)

Ik houd er in ieder geval een uniek paar foto’s aan over, een leuke herinnering en een apart verhaal.

b8c5c8b1-4d41-496e-97f2-fe8cb9bb13cb-original

De tentoonstelling, onder de titel ‘Schalcken – kunstenaar van het verleiden’, is vanaf 21 februari te zien in het Dordrechts Museum.

Árboltarier

Ik wil liever positieve dingen plaatsen, maar deze week ga ik dan toch even mijn gal spuwen.

Ik heb een hekel aan de decembermaand!

Zo, het hoge woord is eruit.

December is te koud, het is te donker. De laatste dagen voor de zonnewende, de dagen die zo heel kort zijn, vind ik verschrikkelijk. Als de kortste dag (21 of 22 december) is geweest en we weer de goede kant opgaan, dan gaat het wel weer. Tot de zomerwende, want dan denk ik: oh nee! De dagen worden weer korter. Maar goed, dat zien we over zes maanden dan wel weer.

Dan word je dik van de decembermaand want er zijn veel te veel verleidingen in de vorm van suiker, chocolade, etentjes en alcohol, en daar komt bij: geen tijd en geen zin om naar de sportschool te gaan.

Het is natuurlijk een dure maand. Dan komen wij er in Nederland nog ontzettend goed vanaf. Het boekje (een roman) ‘Skipping Christmas’ van John Grisham geeft een lekkere satirisch kijk op de kosten die de Kerst voor de Amerikanen meebrengt. Onvoorstelbaar.

En dan krijgen we half december het kerstkaarten dilemma. Elk jaar ben ik weer te laat met mijn kerstkaarten, en elk jaar neem ik me voor het volgende keer anders te doen (elk jaar neem ik me ook voor om het gewoon helemaal niet meer te doen, maar dat durf ik dan weer niet). Elk jaar heb ik weer een verlammende ‘social angst’: wie moet ik een kerstkaart sturen? Ben ik iemand vergeten? Is dat stel nog wel bij elkaar? Et cetera.

‘Het feest van de lichtjes,’ zeggen mensen dan. ‘Dat is toch gezellig?’

Gezellig?! Gezellig?! Vind je dit gezellig? Luister en huiver: een frisse jonge dennenboom heeft jarenlang haar takken verlangend naar de zon gestrekt, heeft met haar wortels de aarde omwoeld op zoek naar levenssappen, om vervolgens begin december oneerbiedig te worden neergehaald. WHAM! Haar halsslagader bruut doorgesneden, haar nog fris geurende groene lijf in netten verpakt en zodra Sinterklaas en zijn hofhouding weer op de boot zitten, liggen de karkassen opgestapeld in de supermarkt en op de markt. Een paar weken lang staat haar ranke lijfje dan, op macabere wijze versierd, in een muffe woonkamer, tot ze begint te rotten en ze haar naalden loslaat…

Als klein meisje werd ik al immens droevig bij het zien van de naalden op de grond, aan de voet van de kerstboom. Elke dag verloor ze er weer meer dan de dag ervoor. Ik wist het al op jonge leeftijd: ik word árboltarier! Als ik groot ben, zal ik nooit een kerstboom nemen.

Literaire Juweeltjes

In het begin van het jaar heb ik mezelf voorgenomen om 50 boeken te lezen in 2015 (Hebban is begonnen met de 2016 Reading Challenge, maar ik was ze mooi voor). Ik wilde voornamelijk Nederlandse schrijvers gaan lezen, want ik merkte dat ik de laatste jaren (onder andere vanwege mijn tijd in New York) vooral veel Engelstalige boeken heb gelezen, iets wat tijdens het redigeren van mijn eigen boek duidelijk naar voren kwam; mijn anglicismen.

Nederlandse schrijvers dus. Niet ‘Nederlandse boeken’, want ik lees liever in de taal van de schrijver en geen vertalingen. Ik ben namelijk erg geïnteresseerd in wat de schrijver gedaan heeft.

(Funny story: ik dacht dat Tatiana de Rosnay een Française was dus ik heb “Elle s’appelait Sarah” (“Haar naam was Sarah”) in het Frans doorgeworsteld om aan het eind in de flaptekst te lezen dat het uit het Engels vertaald was!)

Terug naar mijn missie van 50 boeken lezen in 2015: afgelopen januari heb ik dan ook voor mijn verjaardag boeken gevraagd, aan de hand van een lijst van bol.com. Geweldig! Stapels boeken, heerlijk! En heel handig zo’n verlanglijstje wat je kunt delen en wat mensen dan kunnen afstrepen.

Maar goed, van de zomer kwam ik er achter dat ik die 50 boeken ‘never nooit niet’ zou gaan halen. Genoeg boeken, maar te weinig tijd. Ik ben gaan smokkelen. Ik geef het direct toe. Maar smokkelen op een hele leuke, een leerzame manier, vind ik. Ik heb namelijk de Literaire Juweeltjes van B for Books van Bruna ontdekt. Het zijn hele kleine boekjes, van circa 60 pagina’s, en sinds 2006 komt er maandelijks een nieuw boekje op de markt. Eigenlijk zijn het korte verhalen. Soms zijn het meerdere korte verhalen of columns. Precies goed om in de trein van Dordrecht naar Amsterdam te lezen. De Literaire Juweeltjes zijn altijd van Nederlandse auteurs dus het is een hele leuke manier om verschillende schrijvers van eigen bodem te ‘proeven’.

Ze kosten 1,50 EUR in de winkel en zijn doorgaans alleen los te verkrijgen in de Bruna boekenwinkels. Sommige andere boekenwinkels kopen ze ook in, maar zij kunnen ze alleen per 10 stuks krijgen, en niet elke boekhandel heeft daar zin in natuurlijk.

Ik ben begonnen met grote partijen op te kopen via Marktplaats. Dan gaat het hard. Heerlijk zo’n verzameling. Verslavend om ‘m compleet te krijgen ook. Inmiddels heb ik ze allemaal op eentje na: Joris Luyendijk – Islam voor beginners (mei 2012). Mocht iemand van jullie ‘m hebben, ik houd me aanbevolen!

Literaire Juweeltjes

Imagine

Strawberry Fields is een traanvormig stuk van Central Park in New York. Het is een eerbetoon aan John Lennon. Hij woonde met zijn vrouw Yoko Ono  in het gebouw aan de overkant, Dakota Apartments, en is daar in 1980 – bij de ingang naar de binnenplaats – neergeschoten. Ik vertel het maar even, want er zijn tieners, geboren in deze eeuw, die wellicht niet weten wie John Lennon was.

In het midden van Strawberry Fields is een groot rond mozaïek aangelegd, met het woord Imagine in het midden, naar het gelijknamige nummer van John Lennon.

Elke dag lopen honderden toeristen langs deze gedenkplaats, staan dan even stil, denken aan John Lennon en horen ongetwijfeld de tekst van het nummer ‘Imagine’ in hun hoofd, zeker in deze dagen.

Imagine there’s no countries

It isn’t hard to do

Nothing to kill or die for

And no religion too

Imagine all the people

Living life in peace…

 

You may say I’m a dreamer

But I’m not the only one

I hope someday you’ll join us

And the world will be as one 

 

Strawberry FieldsRondom het mozaïek staan bankjes. Een van de banken is opgeëist door een man, een man met een hond. Ik weet niet hoe hij heet, maar voor het gemak noem ik hem Fred.

Fred heeft lang, dunnend en grijzend haar. Hij draagt een dikke groene legerjas, welke op de borst bijna compleet bedekt is met buttons. De hond is donkerblond, van het type middelgroot vuilnisbakkenras en draagt een grote rode zakdoek als sjaaltje om zijn nek. Om Fred en de hond heen staan een rugzak en een paar uitpuilende boodschappentassen. Het is je niet moeilijk voor te stellen dat Fred dakloos is. Hij is er altijd als ik langs Strawberry Fields kom. Hij woont hier.

Het mozaïek is elke dag weer keurig versierd met bloemen. Fred heeft de taak op zich genomen om de offers van de toeristen bij te houden, te rangschikken, uit te stallen, te reguleren. Meestal zit hij op zijn bank en bekijkt de mensen die foto’s nemen en hun hoofd buigen bij de gedenkplaats. Soms praat hij met de persoon die toevallig naast hem is neergestreken. Een keer stond hij bij de cirkel en sprak de mensen toe. Fred legde aan de mensen uit wie John Lennon was en wees naar de bovenste verdieping van het gebouw aan de overkant.

‘Daar, op de bovenste verdieping, de verdieping met het terras rondom, daar woont Yoko Ono nog steeds.’

Ik vraag me af of Yoko Ono ooit wel eens naar buiten kijkt, naar Strawberry Fields en naar al de toeristen die daar 35 jaar later ‘Imagine’ afspelen in hun hoofd.

Ik stel me voor dat ze soms Strawberry Fields bezoekt, stilletjes in het holst van de nacht. Fred ligt daar op zijn bank te slapen, de hond naast hem op de grond.

Yoko heeft naar buiten gekeken; er is niemand te bekennen. Het is een milde nacht. Ze heeft een lange dunne jas aangetrokken, haar hoed opgezet. Ze passeert de knikkebollende portier, steekt de binnenplaats over. Het geluid van haar voetstappen weerkaatst tegen de muren, het klinkt hol in de stille nacht. Ze loopt onder de poort door waar haar man is neergeschoten. Ze steekt Central Park West over, ter hoogte van West 72nd Street en loopt Central Park in.

Ik stel me voor dat ze voorzichtig loopt, dat ze Fred en zijn hond niet wakker wil maken. Ze wil een paar minuten alleen zijn, alleen met de nagedachtenis aan haar John. Ik stel me voor dat ze daar aan de rand van de cirkel staat, haar handen diep in de zakken van haar jas, haar hoofd een beetje opzij.

Imagine there’s no countries

It isn’t hard to do

Nothing to kill or die for

And no religion too

Imagine all the people

Living life in peace…

Ik stel me voor dat de hond wakker wordt en zijn hoofd optilt. Hij maakt geen geluid, maar toch wordt Fred ook langzaam wakker. Hij ziet de figuur bij de cirkel en knippert een paar keer met zijn ogen. Hij komt overeind. Yoko loopt naar hem toe en komt naast hem zitten.

‘Hallo, Fred,’ zegt ze zacht.

‘Hallo, Yoko.’

De hond is ook komen zitten. Yoko krabbelt hem achter de oren. Fred kijkt naar het mozaïek alsof hij naar John zelf kijkt en glimlacht. Yoko legt een hand op Freds onderarm, legt haar hoofd op zijn schouder.

Imagine,’ fluistert ze.

Vroe-guh!

Maf eigenlijk, de dingen waar je vandaag de dag over na moet denken. Zaken waar we vroeger helemaal niet mee bezig waren. Als we voorbeelden gaan verzinnen, komen er steeds meer boven, zoals: “hoeveel GB moet mijn nieuwe iPhone zijn?”, “is er WiFi in het hotel?” en nog veel meer van die vragen waar mijn oma niets van zou begrijpen als ze nog zou leven. Maar waar ik mij de laatste paar dagen in het bijzonder over verbaas is de cyber attack op mijn andere blog: http://newyorkin40dates.nl. Deze ligt onder vuur. Dat soort zorgen had ik een jaar geleden nog helemaal niet.

Ik krijg een email bericht als iemand is geblokkeerd na een mislukte poging om in te loggen op mijn website (‘User locked out from signing in’) en in de laatste 48 uur zijn dat grofweg zo’n 2,000 pogingen geweest. Dat zijn dus ook tweeduizend e-mailtjes die ik moet wissen. Daar word ik een beetje tureluurs van, maar vooral vraag ik me af wat iemand bezielt. Wat wil iemand bereiken? En hebben ze echt niets beters te doen? Ik begrijp wel dat het machines zijn, die mijn site aftasten, dat er niet echt iemand in Rusland (want daar komen deze pogingen vandaan) handmatig probeert in te loggen, maar dan nog. Iemand heeft de malware moeten schrijven.

Kijk, dat je de uitdaging aan wilt gaan om de site van het Pentagon te hacken, oké, kan ik me ergens nog wel iets bij voorstellen, maar waarom mijn kleine websiteje? Ik sta nou niet bepaald bovenaan in de ranking. Ik ben heel erg blij met mijn bezoekersaantallen hoor (dank jullie wel), maar om nou te zeggen dat ik duizenden volgers heb, nee dus.

Misschien moet ik me maar gewoon vereerd voelen.

Nog iets wat ik me van de week realiseerde: vroeger, als je niets van iemand hoorde waar je graag iets van wilde horen, dan miste je hem of haar gewoon. Heel vervelend, maar ja. Je kon een sms-je sturen, bellen, faxen, brief schrijven. Maar nu houden we ons bezig met detective spelen: wat doet diegene op facebook? Wanneer heeft hij of zij voor het laatst op de whatsapp gekeken? Iemand vroeg van de week: “hoe deed jij dat toen je relatie overging?” Er was toen nog geen whatsapp met ‘last seen at…’. We stuurden sms berichtjes. Je kon alleen een leesbevestiging krijgen en dat was al erg (lees: obsessief) genoeg. Tegenwoordig, als ik merk dat het me gaat bezighouden, wis ik het telefoonnummer van de desbetreffende persoon uit mijn telefoon. Ik wil het niet weten.

Zo maar eens twee van die dingen waarvan ik vroe-guh nooit zou hebben gedacht dat ik daar nog eens bij stil zou staan.

Toeval / Kleine wereld

Barcelona, oktober 2015. Mijn achternichtje van vijftien kijkt mee over mijn schouder terwijl ik op mijn laptop door mijn lijst van mogelijke blog onderwerpen loop. Ze leest er een paar hardop voor. Ik vraag me soms rare dingen af, die schrijf ik dan op, dus ik slik ongemakkelijk als ze hardop leest ‘het vrouwelijke orgasme.’ Stilte. ‘Hm,’ zegt ze en kijkt me bedenkelijk aan.

‘Ja.’ Ik schraap mijn keel. ‘Ik vraag me af wat het nut er van is. Ik bedoel, het is niet nodig voor de voortplanting. Snap je?’ Ik krijg een blik van haar die zegt ‘je bent raar’. Dat is goed, die blik krijg ik wel vaker. Ik glimlach, maar ze is alweer afgeleid door snapchat.

Die column over het vrouwelijk orgasme wil ik deze week nog niet schrijven. Misschien als we elkaar wat beter kennen. Deze week wil ik het hebben over toeval. Wie mijn boek gelezen heeft, weet dat ik me – tot vervelens toe – kan verbazen over het feit dat je bekenden op de meest vreemde plaatsen kunt tegenkomen. Het is wéér gebeurd!

Mijn nicht, mijn achternichtje en ik zijn dus afgelopen week voor een week in de stad van Antoni Gaudí. Op donderdag laten we ons rondrijden door zo’n hop-on hop-off bus en tussen de middag kopen we een broodje dat we op een bankje in de zon opeten. Er loopt een aantrekkelijke man langs met een grote zonnebril en halflang haar. Hij lacht een rij witte tanden bloot en zegt ‘buen provecho’ (eet smakelijk). Ik verslik me bijna. ‘Gracias’ roep ik terug en kijk hem na.

De volgende dag spreken we af met mijn goede vriend Clint, hij woont in het nabijgelegen Sitges en geeft les in Barcelona.

‘Hoe was je broodje gisteren?’ vraagt hij. Ik pijnig mijn hersenen. ‘Wil je niet weten hoe ik dat weet?’ zegt hij met een brede grijns. ‘Er liep gisteren een man langs die je smakelijk eten wenste.’ Ja, dat wist ik nog wel ja. Die man was veel smakelijker dan het duurbetaalde stuk stokbrood. ‘Dat was John. Je hebt hem ooit een keer ontmoet.’ Clint schetste de ontmoeting van zo’n dertien jaar geleden, maar dat kon ik me echt niet meer herinneren. Ik heb een heel slecht geheugen. ‘Hij herkende jou wel, maar kon je niet plaatsen. Toen ik gisteravond tegen hem zei dat je in de stad was riep hij “ik wist het! Ik dacht al dat zij het was”. Je kunt nergens meer komen, je wordt overal herkend.’ We moesten er allemaal hartelijk om lachen, mijn zogenaamde celebrity-momentje, maar jeetje, wat een toeval toch weer!

Mijn mooiste ‘toeval’ verhaal blijft dat uit december 1992: Ik vlieg met mijn moeder naar Nieuw Zeeland, daar woont mijn oom. Het is de eerste keer dat ik vlieg en de vlucht heeft behoorlijk wat tussenstops (de toestellen vlogen toen nog niet van die lange afstanden en je mocht zelfs nog roken aan boord). De laatste tussenstop is in Cairns, Australië. Van daaruit zullen we direct naar Auckland vliegen. We hebben er alles bij elkaar al zo’n dertig uur reistijd opzitten en zitten onderuitgezakt op een bankje te wachten tot we aan boord mogen. Dan wandelen Henk en Linda ineens doodleuk voorbij (Henk en Linda kende ik uit de bruine kroeg in Dordrecht waar ik bijna elke zaterdag kwam).

‘Hebben we net dertig uur gevlogen en dan kom ik jullie hier tegen?!’ roep ik verontwaardigd tegen ze, beschuldigend bijna alsof die dertig uur voor niets waren geweest. We maken foto’s als bewijs voor de mensen in Dordrecht, maar dat surreële gevoel dat je krijgt als je iemand aan de andere kant van de wereld tegen het lijf loopt, is niet vast te leggen.

Nog zo een: Laatst zat ik in een bus in Amsterdam. Een bus die ik nooit eerder genomen heb, naar station Amsterdam Sloterdijk, waar ik normaal gesproken nooit opstap. Ik denk: die stem ken ik. Ik kijk en denk: dat meisje lijkt heel erg op mijn nichtje (die in Hoevelaken woont). Ik moest drie keer kijken; het wilde gewoon niet tot me doordringen dat het echt mijn nichtje van negentien was die voor me stond. Ze was wezen stappen met vriendinnen. Heel toevallig.

Of wat te denken van een Dordtse vriend die in Frankrijk woont en ook in Kaapstad is, als ik daar ben voor een conferentie? Niet alleen dat; als ik dit tegen een collega vertel, zegt mijn collega: ‘Blonde knul, woont in Marseille?’ Ik kijk mijn collega stomverbaasd aan. Hoe weet hij dat nou weer? ‘Hij zat voor me in het vliegtuig en zei tegen zijn buurvrouw “kijk, we vliegen over Marseille, daar woon ik”.’ Nah ja!

En zo heb ik nog talloze voorbeelden. Bizar! Het is echt een kleine wereld en soms lijkt hij steeds kleiner te worden. Hebben jullie ook dergelijke verhalen? Daar ben ik nou benieuwd naar.

(En als je dan  toch reageert: wat denk jij nou dat het doel van het vrouwelijk orgasme is?!)

Poëzie

Een gedicht deze week, ter aflsuiting van het blok poëzie. De Schrijversvakschool (waar ik 5 september begonnen ben) biedt in het eerste jaar, naast schrijftraining, een aantal verschillende vakken, verdeeld over vijf blokken. Het eerst blok was poëzie. (De andere vier zijn proza, toneel, scenario en essay).

Het is komisch om te zien hoe een klas van elf aspirant schrijvers bijna angstig aan deze les begon twee maanden geleden en hoe we er nu in staan. Niet iedereen begon met twijfels aan de poëzie, maar afgaande op de gesprekken onderling, waren de meesten redelijk gereserveerd over deze les. Inmiddels vindt het overgrote deel van de klas het een stuk leuker, begrijpelijker, en nuttig! We zijn zichtbaar vooruit gegaan en hebben er plezier in gehad. Dat wil zeggen: Ik in ieder geval wel, ik kan natuurlijk niet voor een ander spreken.

Ik wil deze week een opdracht met jullie delen, en een gedichtje, of een aanzet tot een gedicht zoals onze docente Gerry van der Linden het noemt, want een gedicht heeft tijd nodig. Meer tijd dan we hebben binnen zo’n blok.

Dit was een erg leuke opdracht die je misschien ook eens kunt proberen: We kregen een pagina vol woorden, hele gewone woorden, in vier kolommen. Misschien wel honderd losse woorden die geen verband hadden met elkaar. Daarvan moesten we nieuwe woorden maken door twee woorden van de lijst samen te voegen. Alles wat bij ons opkwam. Bijvoorbeeld ‘mist’ en ‘engel’ (beiden op de lijst) werd ‘mistengel’, ‘pijn’ en ‘anker’ werden ‘ankerpijn’. Zo hadden we (ieder voor zich) in een kwartier tijd veel nieuwe woorden gemaakt. Vervolgens gingen we ons gezamenlijk afvragen wat we ons bij bepaalde woorden konden voorstellen. Mistengel klinkt mij bijvoorbeeld erg droevig in de oren. Een ongrijpbare engel van mist.

De uiteindelijke opdracht was: maak een gedicht met minimaal twee en maximaal vier van deze ‘verzonnen’ woorden en dit gedichtje kwam daaruit voort.


Mistengel

.

Je gezichtje, je geur,

je schaterlach

.

Vingers knijpen, zonder grip

Een hand reikt, mist

.

Verloren op een pijnzee

proef ik het zout op mijn lippen

.

In wanhoopswaarheid

druk ik je tegen mijn borst

laat je nooit meer los

.

Streel je, kusje

en sus je

in je eeuwige aaislaap


Voor wat hoort wat

Alwéér een KLM upgrade naar businessclass! Zou ik misschien op een geheime KLM lijst staan genaamd “upgraden indien mogelijk”? Whoohoo! Oké, het was een vlucht van 45 minuten van Rotterdam Airport naar London City (operated by Cityjet), maar toch weer erg fijn.

‘Wat is eigenlijk het verschil tussen de gewone klasse en de businessclass bij zo’n korte vlucht?’ vroeg mijn Britse collega toen ik op kantoor in Londen aankwam en het heuglijke nieuws deelde. Dit in antwoord op zijn vraag of ik een goede vlucht had gehad.

‘De mannen zijn aantrekkelijker in businessclass,’ zei ik met een brede grijns. Verder maakt het inderdaad niet zo heel erg veel uit, hoewel er in businessclass niemand op de middelste stoel zit, dus de aantrekkelijk grijzende zakenman naast mij en ik hadden alle ruimte om af en toe een steelse blik uit te wisselen, want wat moet je anders doen op een vlucht van 45 minuten waarin je nèt genoeg tijd hebt om je hete koffie achterover te slaan.

Maar goed, het is niet alleen maar rozengeur en maneschijn, alles is uiteindelijk in evenwicht. Voor wat, hoort wat, denk ik dan. Zo zit ik nu bijvoorbeeld in een absurd klein hotelkamertje. Het is nog net geen jeugdhostel. Mijn eigen schuld hoor, ik moest en zou een goedkope hotelkamer uitproberen in de buurt van ons kantoor in Londen. En er is ook eigenlijk niets mis mee, maar het is allemaal zo basic dat ik er om moet lachen. De kamer is twee bij drie meter, dat heb ik met grote passen uitgemeten. Ik wilde mijn jas in de kast ophangen, maar dat bleek het toilet te zijn waarvan de stortbak een kwartier nodig heeft om zich weer te vullen. De andere kast is de badkamer waarin geen ruimte is om de handdoek op te hangen, dus die ligt op bed. Er staat een smalle kledingkast aan het voeteind van het eenpersoonsbed, zo eentje die nog net niet van karton is en die ik met mijn grote teen kan verplaatsen als ik in bed lig. Verder hebben ze er een minibureautje met stoel en zelfs een nachtkastje (met bijbel!) in weten te passen. Ik heb dan weer wel een minitelevisie, een waterkoker – dat vind ik altijd erg fijn – en een poëtisch uitzicht op een langzaam verkleurende kastanjeboom. Dat dan weer wel. Internet toegang en het ontbijt zijn inbegrepen en dat alles voor 81 euro! Nou, voor Londen is dat echt goedkoop. Niet alleen voor Londen trouwens.

Ik loop vaak te mopperen dat je bij zo veel dure hotels ook nog moet betalen voor internet. Schande. Of dat je apart moet betalen voor het ontbijt en dat zijn dan belachelijke prijzen, waarvan hotel De L’Europe in Amsterdam (in mijn ervaring) de kroon spant door 30 euro te vragen voor het ontbijt. Dér-tig euro! Daar kun je ook een hele behoorlijke biefstuk van gaan eten.

Hoe goedkoper het hotel, hoe meer er bij de prijs is inbegrepen lijkt het wel. Voor wat hoort wat. Nee hoor, ik zit hier goed hoor met m’n waterkokertje en mijn gratis internet en mijn plaskast.